Review

Howard laat zien hoe fantastisch de Beatles live waren

Ron Howard laat zien en vooral horen hoe geweldig The Beatles live klonken. De keuze van de geïnterviewde mensen haalt de documentaire jammer genoeg wat omlaag.

Howard wilde een zo compleet mogelijk beeld van hoe The Beatles in de jaren 1962-1966, de 'touring years', op het podium functioneerden.

Je moet als maker wel met een heel goed plan komen om Paul McCartney en Ringo Starr te strikken voor een documentaire over The Beatles. Een film die zich volledig richt op de eerste vier Beatlesjaren, bleek het voldoende aansprekende idee: McCartney en Starr lieten zich door filmmaker Ron Howard (Apollo 13, A Beautiful Mind, Frost/Nixon) uitvoerig interviewen en gaven hem toegang tot het door hen beheerde beeld- en geluidmateriaal.

Howard, maker van vooral speelfilms, wilde graag laten zien hoe fantastisch de Fab Four live waren. Als bewijsmateriaal gebruikte hij niet alleen de al bekende concertopnamen, ook struinde hij internet af naar filmpjes en geluidsopnamen en gebruikte hij crowdsourcing. Hij wilde een zo compleet mogelijk beeld van hoe The Beatles in de jaren 1962-1966, de 'touring years', op het podium functioneerden.

Podiumdynamiek

Een origineel uitgangspunt. In Eight Days a Week gaat alle aandacht uit naar de podiumdynamiek tussen John, Paul, George en Ringo. Howards vertelling loopt van de vroegste opnamen uit de Liverpoolse club The Cavern in 1962 tot de laatste concerten in 1966. In die periode ontstond wereldwijd de zogeheten Beatlemania. Hoewel de band nog vier jaar zou voortbestaan en dankzij platen als Sgt. Peppers (1967) en The White Album (1968) zo mogelijk alleen nog maar populairder zou worden, was het toen gedaan met The Beatles als liveband.

Howard maakt duidelijk dat dit onvermijdelijk was. The Beatles konden zichzelf in de steeds grotere stadions steeds minder verstaanbaar maken. En ze werden onderweg te veel belaagd door fans en journalisten om nog aardigheid in het toeren te hebben.

Howard besluit zijn verhaal in 1966, met het laatste optreden, in Candlestick Park, San Francisco. We weten dan dat optreden vanaf dat moment eigenlijk geen optie meer was voor de band, die in de woorden van McCartney ooit begonnen was als een 'grote kleine rock-'n-rollband'.

Eight Days A Week - The Touring Years (***). Documentaire. Regie: Ron Howard.

Bezetenheid van een punkband

Het liefst waren ze gewoon blijven doorspelen. Avond aan avond een mengeling van eigen liedjes en rock-'n-rollklassiekers. Maar, zegt McCartney: 'Het begon allemaal zo simpel, maar het werd steeds ingewikkelder.' Niet het spelen zelf, maar alles naar behoren versterken met de toen nog beperkte techniek was het probleem.

De grootste verdienste van Howard is dat hij ondanks die gebreken aantoont hoe geweldig The Beatles live klonken. Vaak wordt verondersteld dat de meeste concertopnamen het aanhoren niet waard zijn. Slechte geluidsversterking en het geschreeuw van de fans zouden vertaling naar het grote filmdoek onmogelijk maken. Howard bewijst het tegendeel. De opnamen waarmee de film opent - uit Manchester, november 1963 - komen meteen keihard binnen. Even grandioos klinkt I Saw Her Standing There uit Washington, 1964. We zien The Beatles met een bezetenheid van een punkband.

Een jaar later was hun publiek zo groot geworden dat ze in de Verenigde Staten vanaf 1965 alleen nog maar in stadions konden spelen. In augustus van dat jaar trokken The Beatles een recordaantal bezoekers naar het New Yorkse Shea Stadium. En hoe fantastisch de in kleur gedraaide opnamen ook zijn: voor de band zelf was het een harde dobber. Volgens Ringo Starr was het geluid van die tienduizenden schreeuwende fans zo oorverdovend dat de bandleden elkaar niet eens meer hoorden. De zang kwam uit de speakertjes van de omroepinstallatie, van podiumversterking was geen sprake. Door goed te kijken naar de bewegingen van het achterwerk van Paul en George kon Ringo, zo legt hij uit, vaststellen waar precies ze in het liedje zaten.

'Beatlesfilms kijk je voor de muziek' (+)

Bij het verschijnen van een nieuwe Beatlesdocu staat V stil bij de filmcarrière van de ‘fab four’. Die kon beter. Maar gelukkig was er cultster Ringo.

Geen plezier

Een band waarvan de leden elkaar niet konden horen, heeft geen plezier meer in het spelen. Dat laat Howard goed zien. Zijn film is het sterkst waar hij bij de concerten blijft. Minder geslaagd is zijn keuze van talking heads die voor de nodige duiding moeten zorgen. De Britse komiek Eddie Izzard en popzanger Elvis Costello spelen geen enkele rol in de Beatlesgeschiedenis. Hun bijdragen verstoren het ritme. Ook die van publicist Malcolm Gladwell is weinig gelukkig. Hij lanceerde ooit de theorie dat The Beatles 'uitblinkers' konden worden omdat ze meer dan tienduizend uur concertervaring hadden voordat ze de studio ingingen. Alleen: daar praat hij niet over.

Toch is dat wel wat Howard in zijn film vooral aantoont: The Beatles waren een fantastische liveband, wat ze alleen door heel veel te spelen zijn geworden. Het door Howard verzamelde bewijsmateriaal is overweldigend, alles waarmee hij de muziek omringt wat minder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden