AnalyseFilmcitaat

‘Houston, we have a problem!’ Hoe een verbasterd filmcitaat een eigen leven ging leiden

Vijftig jaar geleden, op 14 april 1970, sprak Apollo 13-astronaut James Lovell vijf woorden die zich direct in het publieke bewustzijn nestelden: ‘Houston, we have a problem!’ Alleen: zó zei hij het nooit. Hoe een verbasterd filmcitaat de wereld veroverde.

Screenshot Apollo 13Beeld Getty / Bewerking Studio V

Wie Apollo 13 (1995) heeft gezien, met Tom Hanks als astronaut James Lovell, weet hoe de ellende begon. Terwijl Lovell (Hanks), Fred Haise (Bill Paxton) en Jack Swigert (Kevin Bacon) gewichtloos door hun ruimteschip buitelen, verandert binnen enkele vluchtige momenten hun maanmissie in de grootste nachtmerrie van iedere astronaut.

Een harde, doffe knal. Het ruimteschip trilt. Wat volgt is chaos. Alarmsignalen, knipperende rode lichten, alles kraakt en piept. De explosie heeft een gat veroorzaakt waaruit kostbare zuurstof wegsijpelt. Het drietal is opeens verwikkeld in een episch gevecht met de dood. 

Dan volgen die vijf woorden, het op een na beroemdste citaat uit de ruimtevaartgeschiedenis, uitgesproken door Hanks, met zweet op het voorhoofd: ‘Houston, we have a problem.’

Een scriptschrijver had het niet beter kunnen bedenken. Of het nu een bus is die niet meer kan stoppen (Speed), een reusachtige ruimtesteen die op de aarde afraast (Armageddon), een wolkenkrabber vol terroristen (Die Hard) of een kapot ruimteschip waarin de bemanning vecht tegen de verstikkingsdood: studiobazen (en bioscoopbezoekers) smullen van verhalen waarin de helden het schier onmogelijke moeten overwinnen.

Maar er is één probleem: die zin. In werkelijkheid zei Lovell helemaal niet ‘Houston, we have a problem’ – al scheelde het niet veel. Hier is het échte gesprek, zoals het is terug te vinden in Nasa’s archief:

Swigert: ‘Okay, Houston, we’ve had a problem here.’

Controlekamer: ‘This is Houston. Say again, please.’

Lovell: ‘Houston, we’ve had a problem.’

Houston, we’ve had a problem, dus. Uitgesproken in een stroperige voltooide tijd. De grammaticale vijand van alles dat actie predikt, de pure antithese van Hollywoods helden. In films spreken personages in pakkende oneliners, geworteld in het nu of de toekomst.  Ze zeggen ‘May the Force be with you’, niet: ‘I hope the Force was with you’. ‘I'll be back’, nooit ‘I came back’.

In de top-100 beroemdste filmcitaten van het American Film Insitute behaalt ‘Houston, we have a problem’ een verdienstelijke vijftigste plek. Loop de rest van de lijst door en je ontdekt al snel: in het taalgebruik van Hollywood komt de verleden tijd er bekaaid van af. Van de honderd citaten wortelen er welgeteld vijf in het toen. En die zijn dan wel van het niveau ‘A census taker once tried to test me. I ate his liver with some fava beans and a nice chianti’ (The Silence of the Lambs).

Wie ‘Houston, we have a problem’ intikt op Google krijgt ruim één miljoen resultaten. Doe hetzelfde met het origineel en de teller stokt op 98 duizend. Houston, we have a winner! 

De zin is zelfs zó gekmakend populair dat stadskrant Houston Chronicle in 2016 uit pure wanhoop besloot de geschiedenis van dat valse citaat eens uit te zoeken. Want, zoals ze met enig gevoel voor drama schreven: het overdadige gebruik ervan mag je toch wel beschouwen als een misdaad tegen de menselijkheid.

‘Verliest honkbalclub de Houston Astros tijdens de play-offs? ‘Houston, we have a problem!’ Loopt de stad na een overstroming vol met centimeters water? ‘Houston, we have a problem!’ Het citaat, zo schrijven ze in een commentaar, is inmiddels ‘dé dooddoener die luie mensen bezigen wanneer er iets misgaat met deze stad’.

En zelfs buiten Houston houdt het door de inwoners zo gehate citaat flink huis. Van zenders als CNN en Fox News tot speelfilms als Armageddon en series als The Simpsons, werkelijk óveral duikt het op. ‘Het werd zelfs gebruikt in een verhaal over vermeend seksueel misbruik op een school. Laat dat maar eens op je inwerken.’

Maar waar komt dat aangepaste citaat nu eigenlijk vandaan? Wie is ermee begonnen? In 2017 meldde The Washington Post dat scriptschrijver William Broyles Jr. de verantwoordelijkheid opeiste. ‘De voltooide tijd is gewoon niet zo dramatisch. Uit de tegenwoordige tijd, ‘we have a problem’, spreekt immers dat het probleem zich nú afspeelt en nog niet is opgelost’, schreef hij in een e-mail. 

De schuld van de scriptschrijvers dus? Nee, zo blijkt. Of althans: Broyles Jr. was lang niet de eerste die de woorden een grammaticale poetsbeurt gaf. 

In 1983 gebruikt Nasa de zin bijvoorbeeld al als titel voor een radioprogramma over ruimtevaartgeschiedenis, waarin onder meer Apollo 13-astronauten Lovell en Haise aan het woord komen. En in 1974 duikt de variant in de tegenwoordige tijd op als titel van een matige televisiefilm over Apollo 13, een film waaraan Lovell vanwege alle historische missers een gruwelijke hekel had. 

Maar het gaat nóg verder terug. Pak The New York Times van de dag van het ongeval erbij, en je ziet dat de krant vreemd genoeg astronaut Haise citeert, de enige van de driekoppige bemanning die niets zei. ‘We’ve got a problem’, zei hij volgens de krant, in onmiskenbaar de tegenwoordige tijd. En in Nederland zette een dag later onder meer De Telegraaf het foutieve citaat al in zijn kolommen, in de vorm zoals we hem hebben leren kennen: ‘Houston, we have a problem’. Vermoedelijk is de verwarring er dus altijd al geweest.

Sterker nog: zelfs de mensen die er destijds bij waren, herinneren zich de actieve variant. ‘Natúúrlijk zei Lovell ‘Houston, we have a problem’’, zegt oud-Nasa-medewerker Bill Reeves desgevraagd. Reeves werkte tijdens de missie aan de elektrische systemen van de maanlander en was toen de explosie plaatsvond aan het werk in een van de controlekamers. ‘Hij zei het zelfs niet één keer, maar twee keer’, voegt hij toe, verwijzend naar de eerste keer dat Swigert, en niet Lovell, een variant op het beroemde citaat uitsprak.

Volgens Jerry Bostick, die ten tijde van de missie in de controlekamer werkte en als technisch adviseur de opnamen van de film uit 1995 begeleidde, is het ook niet zo erg dat mede door die film niet élk detail over de missie honderd procent nauwkeurig wordt onthouden. ‘Over het algemeen is de film historisch behoorlijk accuraat’, zegt hij. ‘Regisseur Ron Howard wilde dat alle details klopten. Een paar keer week hij af van de werkelijkheid, omdat hij dat voor het verhaal belangrijk vond. Dan zei hij tegen mij: jij bent één van hooguit twaalf mensen die het verschil zal herkennen.’

En wat Lovell nu precies zei... ach, uiteindelijk is de bóódschap van Apollo 13 volgens hem veel belangrijker. ‘Pas toen ik de film zag, realiseerde ik me dat we destijds het onmogelijke hadden gedaan’, zegt Bostick. ‘Dat dit verhaal nu, een halve eeuw later, nog steeds zo populair is, onderstreept hoe ongelooflijk het is wat we toen met het Apollo-project hebben neergezet.’ En dat de wereld nu steeds datzelfde, historisch ietwat onjuiste citaat herkauwt? Dat is daarbij vergeleken klein bier. 

Wat was het probleem?

Alle ellende voor Apollo 13 begint met kortsluiting in ‘zuurstoftank 2' van de commandomodule van het ruimteschip. De resulterende explosie legt vervolgens zó’n groot deel van de systemen van die module plat, dat voltooiing van de missie onmogelijk wordt. Plotsklaps staat alles alleen nog in het teken van overleven.

Op weg terug naar aarde zoekt de bemanning daarom zijn toevlucht in het onbeschadigde tweede gedeelte van het schip: maanlander Aquarius. Die was echter zo ontworpen dat twee mensen er twee dagen in konden doorbrengen, niet drie mensen vier dagen - een feit dat zorgt voor flinke hoofdbrekens bij de technici op de grond.  

Symbolisch voor de bijna onwaarschijnlijke vindingrijkheid die dit verhaal een happy end geeft, is de kwestie van de CO2-filters. Wanneer die opraken, waarna de astronauten de cabinelucht vergiftigen met hun adem, bedenkt men op de grond een nogal opmerkelijke oplossing. De astronauten bouwen met behulp van karton, een plastic zak, een sok, een slang van een van hun drukpakken én een hele lading ducttape een apparaat dat de filters uit de commandomodule op de systemen van de maanlander aansluit, en zo hun leven redt.

... A sexy problem? 

Apollo 13 (1995) is niet de enige film of serie waarin het wereldberoemde citaat een belangrijke rol speelt. Twee voorbeelden. 

‘Houston, you have a problem’ (Armageddon, 1998)

Als je een film maakt over olieboorders die een aanstormende planetoïde ter grootte van de Amerikaanse staat Texas een kopje kleiner moeten maken, kun je je best een knipoog permitteren. Dus terwijl opperboorder Bruce Willis net lekker gaten staat te maken in de ruimterots, en de argeloze kijker héél eventjes denkt dat het misschien toch verkeerd zal aflopen, zegt hij plots: ‘Houston, you have a problem.’ Wat dat probleem dan precies is? Dat hij nog niet dood is, natuurlijk. ‘Ik heb m’n kleine meisje beloofd dat ik weer thuis zou komen.’ Juist. 

‘Houston, we have a problem... a sexy problem’ (The Simpsons, seizoen 10 aflevering 22, 1999)

Tsja. Wat zeg je ánders, als Homer Simpson, nadat je - als cadeau voor je vrouw - geposeerd hebt voor een serie erotische foto's? Eentje waarin je onder meer figureert als hitsige brandweerman (open jas, bierbuik, rode onderbroek), en hete astronaut (helm, moonboots, rugzak, witte onderbroek)? Precies. A sexy problem. 

Aanvullingen & verbeteringen 

In een eerdere versie van deze tekst stond dat het oorspronkelijke citaat gesproken was in de ‘voltooid verleden tijd’, dat moest echter de ‘voltooid tegenwoordige tijd’ zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden