'Hou 'm in dezelfde moppertoon'

Nederlandse kinderen kunnen hun films steeds vaker in de nagesynchroniseerde versie zien. Dat nasynchroniseren gebeurt scène voor scène, zinnetje voor zinnetje, woord voor woord – tot de zuchten en grommetjes aan toe....

‘We lopen rustig naar de waterval zonder grappen of grollen.’ De stem van Frits Lambrechts is karakteristiek en doorleefd, met een onmiskenbaar Amsterdams accent. Zijn blik schiet van de kleine monitor naar het scenario dat voor hem ligt. En weer terug. Zijn leesbril bungelt aan een koord om zijn nek; zijn linkerhand houdt hij tegen zijn koptelefoon.

‘Frits, kijk eerst maar even. Daar hebben we best tijd voor. Je hoeft niet meteen mee’, zegt stemregisseur Hilde de Mildt. ‘Ach, gewoon even de mond los maken’, riposteert Lambrechts. ‘Kom maar!’

In een krappe geluidsstudio in Bussum wordt gewerkt aan de nasynchronisatie van de nieuwe Pixar-animatiefilm Up van Pete Docter en Bob Peterson. Het is begin mei, nog ruim voordat de film op het festival van Cannes in wereldpremière gaat.

Lambrechts ‘speelt’ de hoofdrol: de oude knorrepot Carl Fredricksen, een gepensioneerde ballonnenverkoper die samen met de praatgrage padvinder Russell een wonderbaarlijke reis maakt – de reis die hij lang geleden met zijn vrouw Ellie had zullen maken. In zijn huisje, waaraan hij duizenden met helium gevulde ballonnen heeft bevestigd, zetten de twee koers richting Paradise Falls, ergens in Zuid-Amerika; onderweg leren de tegenpolen elkaar kennen en waarderen.

In het origineel heeft Carl de stem van de Amerikaanse acteur Edward Asner (Kansas City, 1929), die vooral bekendheid geniet door zijn rol als Lou Grant in de gelijknamige televisieserie. En – hoewel de makers ook goed naar Spencer Tracy and Walter Matthau hebben gekeken – óók Asners nukken en trekken. De animatiemakers zijn aan de slag gegaan met de door Asner en de andere stemacteurs ingesproken teksten. Het gevoel dat Asner in de tekst heeft gelegd, dát moet Lambrechts (Amsterdam, 1937) er bij de nasynchronisatie ook in zien te leggen.

‘Now, we’re gonna walk to the falls quickly and quietly with no rap music or flash-dancing. We have three days at best before the helium leeks out of those balloons.’ Lambrechts kijkt nog eens aandachtig naar het Amerikaanse voorbeeld. ‘We lopen rustig naar de waterval’ mompelt hij. ‘Quickly and quietly... Moet dat niet ‘snel en rustig’ zijn? ‘Maar hij wil er vooral snél naartoe’, antwoordt De Mildt. ‘Zonder oponthoud. Hij heeft haast, die ballonnen lopen leeg. En dat joch is constant aan het woord; hij is constant dingetjes aan het doen en constant afgeleid. Dat wil Carl niet. Carl wil door.’

‘Okee’, zegt Lambrechts. Hij krabbelt iets in de marge van zijn script. ‘Het is off-screen toch? Laat me maar eens proberen...’ De technicus start het fragment voor de zoveelste keer, Lambrechts zegt zijn tekst: ‘Goed, we lopen rustig naar de waterval. Zonder rare grappen of grollen.’ ‘Ik vind dat er iets mist’, zegt De Mildt als Lambrechts vragend in haar richting kijkt. ‘Probeer eens ‘snel en zonder gedoe’ en neem ’m ietsje terug in volume.’

Na wat vijven en zessen is de tekst zoals-ie wezen moet: ‘Goed... we lopen rustig naar de waterval... zonder rare grappen of grollen.’

Maar dan is er een ander probleem: de tekst is te kort, waardoor het te lang duurt voordat de padvinder Russell antwoordt. De Mildt stelt voor om ‘goed’ in ‘luister Russell’ te veranderen. En dan is alles helemaal naar wens: ‘Luister Russell, we lopen rustig naar de waterval, zonder rare grappen of grollen.’ Dat werkt’, zegt De Mildt. ‘Zo is het goed. De volgende scène.’

Een constante stroom nagesynchroniseerde films verschijnt in de Nederlandse bioscopen. Daarbij gaat het niet alleen om animatiefilms (van Ice Age 3 tot Ponyo on the Cliff by the Sea en Laban, het allerliefste spookje), maar ook om live action (Harry Potter) en combinaties van beide, zoals Heksje Lilly – De draak en het magische boek. Sommige films komen alleen nog maar in nagesynchroniseerde versie uit – vooral kinder- en jeugdfilms, maar ook wel films voor volwassenen, zoals de Franse natuurfilm March of the Penguins die alleen met commentaar van de Vlaamse komiek Urbanus in de Nederlandse bioscopen was te zien. (In veel andere landen, zoals Duitsland, worden overigens zo goed als álle films nagesynchroniseerd, ook die voor volwassenen).

Up is vanaf afgelopen donderdag in 195 kopieën te zien. Daarvan zijn er 69 originele, Engels gesproken; liefst 126 zijn Nederlands nagesynchroniseerd. De nasynchronisatie is uitgevoerd door Hilde de Mildt. Zij deed de Kleinkunstacademie in Amsterdam, acteerde vervolgens in onder meer Goede Tijden Slechte Tijden en verzorgde voor Arnold Gelderman, de ‘godfather van de Nederlandse nasynchronisatie’, talrijke stemmen in films en series. Ze was te horen in De Troetelbeertjes en De Zwanenprinses en verzorgde jarenlang de stem van Jessie in Pokémon; vervolgens ging ze vertalen, om daarna de overstap te maken naar stemregie. Haar track record omvat inmiddels speelfilms als Expeditie Berenklauw, Nanny McPhee: De Magische Kinderjuf, Robots en Horton. ‘Ik ben een beetje een graver. Of het nu een tekenfilm is of live-action, ik probeer de achtergronden van de personages uit te vogelen. Wat is de verhouding tussen de protagonist en de antagonist? Waarom zeggen ze dingen zoals ze ze zeggen? Wat willen ze van elkaar? Ik bereid me goed voor, omdat in het algemeen de acteurs de film niet te zien krijgen. Ze moeten kunnen blindvaren op mijn visie.’

De Mildt doet suggesties voor de casting, die niet alleen door de vertegenwoordigers van het Nederlandse filiaal van Disney worden bekeken, maar ook moeten worden goedgekeurd door Disney Character Voices International in Parijs. ‘De marketingafdelingen willen vaak ook een aantal bekende namen, omdat ze daar in de publiciteit meer mee kunnen. Dan komen ze met suggesties... daar zitten soms mensen tussen van wie ik denk: daar ga je je film mee om zeep helpen, moeten we niet doen. Maar die zijn dan op dat moment heel hot. Het is soms een beetje touwtrekken.’

Een goede acteur of zanger is nog geen goede stemacteur, wil De Mildt maar zeggen. ‘Je moet alles in je stem kunnen leggen. Je moet een goed gevoel voor timing hebben en een goed gevoel voor drama. Ik kijk naar allerhande flutprogramma’s, puur omdat ik later misschien een stem kan gebruiken. En soms word je verrast, hoor. Er zijn bekende Nederlanders die hier supergoed in zijn.’

Voor de rol van de oude knorrepot Fredricksen (in de Franse versie wordt die ingesproken door zanger Charles Aznavour) heeft De Mildt niet lang na hoeven denken. ‘Er zijn niet zo veel oudere acteurs die handig genoeg zijn om dit soort werk nog te kunnen doen. Frits is heel goeie acteur. Punt. En hij is ook nog eens heel goed in de nasynchronisatie. Toch hebben we ook wel even naar andere acteurs gekeken, omdat we ook iets hadden van: niet wéér Frits.’

Daar valt wat voor te zeggen; Lambrechts verzorgde vijftien jaar de stem van Teigetje in Winnie de Poeh, hij was Henk de Mol in Alfred J. Kwak, Prop in Prop en Bertha, en meer recent was hij de roestige aanhangwagen Takel in de Pixar-hit Cars. ‘Aan de andere kant: als een acteur zijn rol goed neerzet, vergeet je dat hij het is.’

Films zijn lang niet altijd klaar op het moment dat aan de nasynchronisatie wordt begonnen. Soms zijn alleen delen beschikbaar, soms alleen maar in zwart-wit. Soms moet de klus worden geklaard aan de hand van story boards en de uitgeschreven dialogen, maar in het geval van Up was er een zo goed als finale versie beschikbaar.

De vertaling wordt gemaakt op basis van de dialooglijsten. ‘Soms doe ik dat zelf, maar ook als het door anderen wordt gedaan heb ik de vrijheid alles naar goeddunken te veranderen. Behalve de vaste benamingen, zoals in Up de plaats van bestemming: Paradise Falls – daar moeten we afblijven.’

Tijdens de opnamen let De Mildt op honderd-en-een dingen tegelijk. De zinnen moeten feitelijk kloppen, taalkundig in orde zijn, het ritme moet overeenkomen met het origineel, en dan moet de tekst ook nog op een overtuigende, natuurlijke manier worden uitgesproken door de stemacteur. En zonder ‘spatjes’: de tekst moet schoon zijn. Last but not least moet de acteur natuurlijk ‘in character’ blijven. ‘Hou ’m in het sombere. Ga niet roepen. Hou ’m in dezelfde moppertoon’, maant de Mildt dan. Of: ‘Je was net wat te jong, Frits... te fris.’

‘We hebben drie dagen, meer niet, voordat de helium wegloopt uit de ballonnen’, wordt ter plekke veranderd in ‘voordat de helium is weggelopen uit de ballonnen’. ‘Het loopt al weg, hè’, legt De Mildt uit. Elke aanpassing heeft gevolgen, nasynchronisatie is een kwestie van passen en meten. ‘Je redt ’t niet’, zegt De Mildt dan tegen Lambrechts. ‘Je laat te lange pauzes vallen.’ Lambrechts begrijpt de boodschap direct: ‘We hebben drie dagen, meer niet, dan is de helium weg uit die ballonnen.’

Het woord ‘ballonnen’ is iets te kort, maar dat is geen probleem: de technicus kan het wat oprekken. ‘Een handige technicus kan vrij veel, maar je kunt niet eindeloos krimpen en rekken. Dan gaat het bibberen.’ Op deze manier wordt de hele film nagesynchroniseerd. In stevig tempo, maar als het nodig is keer op keer opnieuw. Scène voor scène, zinnetje voor zinnetje, woord voor woord – tot de zuchten en grommetjes aan toe. Als Lambrechts ‘Het komt wel goed, Ollie’ zegt, gilt De Mildt ad rem ‘Je gaat vreemd! Ze heet Ellie. Kom, nog een keer.’

Alle acteurs komen een voor een naar de geluidsstudio om hun werk te doen. Aan de kleinere rollen wordt net zo veel aandacht besteed als aan de grote. Voor de jonge Ellie bijvoorbeeld, een piepklein rolletje in de porloog van de film, heeft De Mildt meerdere meisjes getest. ‘Het is een lastige rol voor een kind, het vergt veel inleving. We hebben het met een paar jonge actrices geprobeerd, maar die lukte het niet. Ze konden het nog niet bevatten. Toen zijn we bij een wat ouder meisje uitgekomen, dat de regieaanwijzingen beter begrijpt. Elke rol en elk zinnetje is van wezensbelang. Alles moet spontaan klinken – dat is wel eens moeilijk als je het vijftien keer opnieuw moet doen. De woorden moeten passen bij de lichaamstaal en bij de bewegingen van het personage. Anders gaat het wringen en raakt de kijker de concentratie kwijt.’

Iedere acteur heeft zijn eigen geluidsspoor; alle takes worden bewaard voor het geval de klant toch niet helemaal tevreden is. De door De Mildt uitverkoren takes worden in Engeland afgemixt, door technici die het Nederlands niet meester zijn. ‘Maar in principe gaat dat altijd goed. Soms mist er een d of een t aan het einde van een woord. Daarom moet je de print altijd goed checken.’ In Engeland worden ook de ‘vuiltjes en adempjes’ verwijderd, effecten toegevoegd, alle stemmen op het juiste kanaal geplaatst en het volume aangepast.

In het Nederlands nagesynchroniseerde films zijn dikwijls beter dan het origineel, meent De Mildt. ‘Dat horen we vaak genoeg van de klant. The Chronicles of Narnia bijvoorbeeld, daarin klonk onze nagesynchroniseerde leeuw veel mooier dan de Amerikaanse. Of The Tale of Despereaux, die is véél beter dan origineel. Wij zitten er vaak veel dieper in. En toch rollen de namen van de regisseur en de stemacteurs pas na de logo’s door het beeld, als het bioscooplicht al lang weer aan is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden