Drama

Hotel Rwanda

Ritselaar wordt held tegen wil en dank

Wat is eigenlijk het verschil tussen een Hutu en een Tutsi, wil cameraman Jack weten in Hotel Rwanda. 'De Belgische kolonisten', legt een Rwandese journalist uit aan de bar van het luxueuze Sabena-hotel des Milles Collines, 'kozen mensen met een lichtere huid en een kleinere neus - ze maten zelfs de breedte van de neus - om het land te besturen. En toen ze Rwanda verlieten, gaven ze de macht aan de Hutu's. Die namen wraak voor alle jaren van onderdrukking.'


Nu wil de cameraman weten wat hotelmanager Paul Rusesabagina is, die achter de bar staat mee te luisteren (Hutu). En die mooie meisjes aan de bar? De een blijkt Hutu, de ander Tutsi. Jack zou zweren dat ze zusjes zijn.


In de zomer van 1994, in nog geen honderd dagen, slachtten Hutu's meer dan 800 duizend Tutsi's af. De wereld keek de andere kant op. De grote Amerikaanse netwerken waren meer geïnteresseerd in het 'proces van de eeuw' tegen sportheld O.J. Simpson wegens de moord op zijn ex en haar vriend. Westerse politici ruzieden over het verschil tussen 'genocide' en 'an act of genocide'.


Dat het verhaal van hotelmanager Paul Rusesabagina, die 1268 Tutsi's en gematigde Hutu's van een wisse dood redde door ze onderdak te bieden in zijn hotel, tien jaar na dato is verfilmd, mag een mirakel worden genoemd. De grote studio's wilden alleen meedoen als Denzel Washington of Will Smith de hoofdrol zou spelen. Die bedankten. De Noord-Ier Terry George - die zijn engagement al eerder toonde in de IRA-drama's In the Name of the Father (scenario) en Some Father's Son (regie) - vroeg Don Cheadle (Boogie Nights, Ocean's Twelve) voor de rol van Paul Rusesabagina (die nu in Brussel woont en als consultant aan de film is verbonden). Joaquin Phoenix (Jack), Nick Nolte (de machteloze VN-kolonel Oliver, losjes gebaseerd op de Canadese VN-generaal Roméo Dallaire), Cara Seymour (een hulpverleenster van het Rode Kruis) en Jean Reno (Sabena-topman) werden gestrikt voor belangrijke bijrollen. Een groot aantal overlevenden van de genocide figureert in Hotel Rwanda.


Als zijn overbuurman wordt afgevoerd, doet Rusesabagina of zijn neus bloedt. Als hij tussen de drankvoorraad van zijn leverancier kratten vol kapmessen ziet, negeert hij dat. En als hij per ongeluk in een demonstatie terechtkomt, roept hij net zo makkelijk 'Hutu Power!'.


Paul Rusesabagina is geen klassieke Hollywoodheld, maar een gewoon mens. Een opportunistische ritselaar, die er alles aan doet om zijn vrouw (Sophie Okonedo, die evenals Cheadle en het scenario van George en Keir Pearson werd genomineerd voor een Oscar) en vier kinderen te behoeden voor het kwaad. Alleen daarom stopt hij geld in handen en borstzakken, serveert hij hoge Rwandese militairen verse kreeft en schenkt hij kolonel Oliver de beste single-malt whisky.


Als zijn hotel verandert in een toevluchtoord voor Tutsi's en gematigde Hutu's - het Rode Kruis vertrouwt hem tientallen weeskinderen toe - maakt hij zich vooral zorgen om zijn baan. Hij wordt een held tegen wil en dank.


Op de soundtrack klinken geregeld violen en kinderstemmetjes, en het happy end wordt dik aangezet. Het zij de makers vergeven. Hotel Rwanda is een aangrijpend drama, dat het Westerse publiek alsnog confronteert met een schandvlek in de recente geschiedenis.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden