Hôtel du Nord

In Hôtel du Nord lijk je oog in oog te staan met Remco Campert. Maar het boek is meer dan een zelfportret

In de kleine roman Hôtel du Nord vertelt Remco Campert (1929) over de fictieve schrijver Walter Manning. Onaangekondigd is die vertrokken. Zijn vriendin, de actrice Nora Doree met wie hij in Berlijn was, bleef in het ongewisse achter. Hij schreef een briefje met daarop de tekst: Ik ben weg. Kaler kan het niet. Helderder evenmin. Het lijkt verdraaid Campert zelf wel.

Manning reist naar Noord Frankrijk, naar het onvindbare kustplaatsje Duneville waar hij een kamer boekt in Hôtel du Nord. Wat hem drijft: '...een diep verlangen verloren te raken, een vreemdeling te worden voor anderen en zichzelf.'

Manning is de zestig gepasseerd, maar Nora is vele malen jonger. Ze is zo jong dat het haar moeite kost bepaalde toneelteksten te interpreteren. Haar vader is ziek. Haar moeder verliet het gezin toen Nora klein was en vertrok naar Antwerpen om zich bij een nieuwe liefde te voegen. Verdraaid. Weer Campert?

Het verhaal rolt door; nu eens lezen we over Manning, dan over Nora. In het laatste deel gaat het over Henri Donk, journalist van bedenkelijk allooi. Een bevriende collega heeft Donk erop geattendeerd dat de vermiste schrijver Manning is gesignaleerd in Duneville. Donk spoort hem op en probeert hem tot een interview te dwingen: 'Mijn artikel schrijf ik tóch wel, maar het zou ongunstig voor u kunnen uitvallen als u niet op mijn vragen inging.' Manning weigert het interview, hij voelt zich gechanteerd en maakt zich uit de voeten.

Terug op zijn hotelkamer mijdt Camperts protagonist de spiegel en formuleert: 'Ik speel geen rol. Ik ben een mens, die schrijft. Om dat vast te stellen heb ik geen spiegel nodig. Aan een schrijver valt niets te zien of te beleven.' Dit leest als een antwoord op de vraag waarom Manning zich niet wil laten interviewen, zichzelf niet terug wil zien. Het schrijverschap als status quo?

Alweer Campert.

Zelden valt de fictieve schrijver samen met de feitelijke. Ook in dit geval, al was het alleen maar omdat de schrijver Walter Manning heet en niet Remco Campert. En toch... toch biedt het lezen van Hôtel du Nord momenten waarop je oog in oog lijkt te staan met Campert. Glashelder zie je zijn literatuuropvatting: 'Er was geen verhaal anders dan het verhaal dat zichzelf vertelde in een wereld waar niets bij iets betrokken was.'

Hetzelfde geldt voor Camperts stijlbegrip. Wanneer Manning een droom beschrijft, meent hij dat hij 'niet moet interpreteren', de gedroomde gebeurtenissen 'niet mooier' moet maken en ook geen extra woorden ter opsiering nodig heeft, maar uitsluitend moet beschrijven. Dat is de schrijvende Campert ten voeten uit. Die kraakheldere toon, dat ogenschijnlijke gemak. Was alles maar zo eenvoudig.

Toch is Hôtel du Nord niet in de eerste plaats een zelfportret. Eerder is het, naast een liefdesgeschiedenis, een poging tot uitleg, een antwoord op de vragen van een journalist die misschien ook die van een lezer zijn: '...woorden ontbraken hem om het zichzelf uit te leggen. Het was een poëtisch gevoel, besefte hij, het verdroeg geen benadering.'

Een poging dus. Meer dan het verhaal is er niet. Een groter verband ontbreekt omdat het verband tussen de dingen de schrijver zelf is. Precies dat is de charme van deze Campert. Hij is volop aanwezig maar zodra je denkt dat je hem te pakken hebt, ontglipt hij je in vertelsels over films, verloren liefdes en de honger naar succes als je jong bent. Waar is Campert , vraag je je af na zo'n intermezzo, maar dan dringt het door: Campert zit in Hôtel du Nord. Totaal en volledig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden