Hotel de grote L

Sjoerd Kuypers lange carrière kende pieken en dalen. Na moeilijke jaren is hij beter op dreef dan ooit. Je wilt blíjven citeren.

Omringd door 'drie krankzinnige meiden en drie halfdode mannen' woont de moederloze Kos in het duinhotel van zijn vader. Het is voorjaar en het hotel krijgt een nieuwe naam, letter voor letter, ze zijn al bij de tweede L. Pas op het einde van het boek leren we waar die 'grote L' voor staat. Maar eerst maakt Kos nog even een bijna onmogelijk doelpunt voor de ogen van Isabel én een Ajax-scout. Kortom, het is zo'n dag 'om je naam met een spuitbus op de maan te zetten'. Van blijdschap krijgt zijn kettingrokende en bierdrinkende vader een hartaanval.

Dan gaat álles verkeerd. Vooral voor Kos, die het moet zien te redden met zijn drie rare zussen, van wie hij niets begrijpt. Hij lucht zijn hart op de oude taperecorder van Walput, de kok van het hotel. Het liefst zou hij God zelf spreken. 'Maar als God bestaat, heeft hij ook de meisjes geschapen en met zo iemand praat ik liever niet.'

Je kunt blijven citeren uit Hotel de grote L van Sjoerd Kuyper (1952). Liefde en dood, man en vrouw, seks en houden van, held zijn en niet durven, proza en poëzie, diepe gedachten en kolder: Kuyper gooit al zijn favoriete thema's door elkaar, in een wilde kruiwagenrace over een hobbelig traject. Dat heeft hij vaker gedaan, maar dit keer houdt hij alles binnenboord.

Want als Kuyper schrijft, dan is het op leven en dood. Gaat het niet goed met de schrijver, dan ook niet met zijn proza. En het gíng de afgelopen jaren een paar keer niet goed. Kuyper mag een virtuoos taaljongleur zijn, een feilloos evenwichtskunstenaar is hij niet.

Hij had ook wel wat te verhapstukken. Hij dacht, de 60 naderend, te mogen terugkijken op een mooi oeuvre van zo'n vijftig titels. Hoogtepunten waren Het zakmes (1981/1991), Majesteit, Uw ontbijt (1988), De rode zwaan (1996) en zijn zeer gewaardeerde serie voorleesboeken voor kleuters, waarvan Robin en God (1995) een Gouden Griffel kreeg. Toch bleek er ineens bijna niets meer van dat oeuvre te koop en hadden zijn uitgevers in zijn ogen alleen nog belangstelling voor nieuwe series die makkelijk in de markt liggen.

Kuyper heeft er in een geruchtmakende lezing geen geheim van gemaakt: ze konden allemaal zijn rug op, die uitgevers. Hij verdiende zijn geld liever met het maken van musicals en films. En dat was te merken. Over de boeken bij de films Morrison krijgt een zusje (2008) en Mijn opa de bankrover (2011) geen gemopper, maar serieus nieuw werk kwam er nauwelijks meer. Het malle voorlichtingssprookje voor pubers Het hart en het mes was in 2004 het dieptepunt. Alleen zijn gedichten bleven krachtig als altijd.

Twee jaar geleden verscheen er bij een nieuwe uitgever toch ineens weer een nieuw Robin-verhaal: O rode papaver, boem pats knal. Overrompelend vrolijk, ontroerend wijs, bulkend van geluk. Kort daarna kreeg hij, als om alles goed te maken, de Theo Thijssenprijs voor zijn hele oeuvre.

Toch leek er nog iets te ontbreken, al wist niemand wát precies. Tot vandaag dan, want nu is er Hotel de grote L. Kos heeft de innerlijke strijd, de worsteling die Robin mist, die kuyperiaanse drang om alles tegelijk te willen zijn: gelukkig en verdrietig, bang en moedig, vol branie en verlegen, held en kluns, leugen en waarheid, hoffelijke geliefde en stoere lul.

En hoe komisch de ontwikkelingen ook lijken, álles is dubbel en dubbelzinnig, tot de titel aan toe. De vader, die zo veel schulden heeft dat het hotel over een week failliet verklaard zal worden. De vier verliefde kinderen. Libbie is verliefd op de suïcidale dichter Felix. Briek op de aanvoerder van het Tuvaluaanse jeugdelftal. De kleine Pel op een zeerob. Kos moet alles in zijn eentje oplossen. Uiteindelijk doet hij dat door als een meisje verkleed met de pruik van zijn overleden moeder mee te doen aan dezelfde missverkiezing als zijn geliefde Isabel.

Is Hotel de grote L écht Kuypers allerbeste

? Dat blijft er in het hele boek om spannen, zo erg dat het lijkt of Kuyper het erom doet. Tegen het einde doemt zelfs de vrees op dat de schrijver het vele dat hij in gang heeft gezet niet meer kan beteugelen en zijn verhaal in gooi- en smijtwerk laat sneuvelen. Gelukkig maakt hij er precies dan razendsnel een glorieus eind aan.

Maar waar hebben we het over. Liever citeren we nog wat. 'Je kunt het leukste meisje ter wereld hebben, zet er twee andere bij en je hebt drie trutten.' 'Alsof je je hand in een croissant steekt.' 'Bij dieren zijn mannetjes ook de mooiste vrouwtjes.' Dit proza is onweerstaanbaar. Je kunt niet anders concluderen dan dat Kuyper een geboren schrijver voor puberjongens is, zij het een die daar kennelijk eerst 60 voor moest worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden