Interview Morris Kliphuis

Hoornist en componist Morris Kliphuis: 'De grootste les die ik in New York leerde is dat ik een Europeaan ben'

Eigenlijk, zegt hoornist en componist Morris Kliphuis (31), is de hoorn niet geschikt om jazz mee te spelen. Het instrument reageert relatief traag en de klank komt aan de achterkant eruit; het geluid bereikt het publiek indirect. Dit maakt de hoorn geschikt om lange klanken te produceren. 'Maar voor traditionele jazzstijlen als bebop, met veel en korte noten, is de hoorn nogal onpraktisch.’

Morris Kliphuis

Heel gek is het dus niet dat het aantal professionele jazzhoornisten wereldwijd op twee handen te tellen is. Kliphuis is één van hen.

Alle muzikale projecten waarbij Kliphuis de laatste jaren betrokken is geweest, werden door publiek en critici bejubeld. Kenmerkend voor die projecten is dat ze verrassen door hun eigenzinnige klank of bezetting, dat ze ruimte bieden aan improvisatie en genres overstijgen zonder dat het gezocht of geforceerd klinkt.

Zo’n typisch Kliphuis-project is Kapok, een trioformatie met Remco Menting op slagwerk en Timon Koomen op elektrische gitaar - basgitaar ontbreekt. Alle drie de Kapokkers studeerden jazzmuziek. Maar de sound van Kapok is een combinatie van klankkleuren uit Afrika, Amerikaanse rootsmuziek, springerige indierock en elektronische bliepjes, samengebracht tot één waarachtig geheel.

In februari verscheen Mirabel, het vierde album van Kapok.

Mirabel bestaat alleen uit improvisaties. Waarom?

‘We hadden drie albums gemaakt en merkten dat de muzikale mogelijkheden in onze samenstelling, met onze instrumenten, uitgeput raakten. Er moest iets veranderen.

‘Ik kocht een dure synthesizer, Remco een vibrafoon. Timon probeerde een baritongitaar uit (een lager gestemde elektrische gitaar, red.). Daardoor zagen we weer mogelijkheden: met zijn vibrafoon kon Remco nu ook harmonische dingen spelen, en niet alleen ritmische. Ik op mijn synthesizer kon baslijnen verzinnen en klooien met geluiden die ik met mijn hoorn niet maken kon.

‘Met deze nieuwe klanken bedachten we een aantal composities voor ons nieuwe album.’

Eenmaal in de studio, in juni 2017, veranderden jullie van plan.

‘Ruben Samama, die het album produceerde, zei in de studio meteen: gooi die composities overboord en improviseer vrijuit, dat klinkt veel waarachtiger. Het was betere muziek, hoorde en voelde hij. Beter dan de composities.

‘Daar stonden we dan. In een dure studio, voor vijf dagen afgehuurd. Het idee van enkel improviseren vond ik aanvankelijk doodeng. Ik ben ook componist, dus het meest planmatig van ons drieën. Nu was er geen plan meer. Dat moest ik accepteren.

‘Ik dacht ook: ik ben hoornist, maar voelde bij die improvisaties vooral de behoefte om synthesizer of kornet te spelen. Dadelijk is er een Kapok-album zonder hoorn. Gaan mensen dat stom vinden? En hoe gaan we dit live aanpakken? Tegelijkertijd wist ik dat Ruben gelijk had. Middenin het maakproces is het lastig oordelen over je eigen product.’

Je koos bewust voor jazzmuziek. Hoe raakte je wegwijs in het genre?

‘Als kind was ik eigenwijs. Ik deed m’n hoorn-oefeningen niet, en na drie noten van papier te hebben gespeeld verzon ik zelf iets om te spelen. Ik ontdekte dat in jazz ruimte was voor zulk gedrag; zelf dingen verzinnen, mogen afwijken.

‘Op het conservatorium kreeg ik jazz- en improvisatieles van een saxofonist. Een hoornist met een jazzachtergrond was er niet. Later in mijn studietijd heb ik in New York les genomen bij John Clark, een van de weinige grootheden die jazz op hoorn speelt.

‘De grootste les die ik in New York leerde is dat ik een Europeaan ben. Jazz is heel Amerikaanse muziek, oorspronkelijk een vrijheidsuiting van een onderdrukte zwarte minderheid. Het geeft die muziek een unieke energie. Maar ik ben gewoon een jongen uit Hilversum, opgegroeid met een moeder die Bach, Strauss en Purcell speelt - Europese muziek - en een vader die Europese literatuur vertaalt.

‘Het voelde daarom niet eerlijk het jazzidioom gewoonweg over te nemen in mijn muziek. Ik wilde mijn eigen muzikale taal ontwikkelen.’

Je speelde in het orkest van trompettist Kyteman, componeerde een liederencyclus voor een ensemble met zangeres Nora Fischer, het Ragazze strijkkwartet, en teksten van Lucky Fonz III. In 2017 schreef je voor de North Sea Jazz compositie-opdracht Dimlicht, uitgevoerd door een mix van pop- en jazzmuzikanten. Wat hebben die projecten gemeen?

‘De muzikanten die erbij zitten vormen een eigen mening over wat ze spelen, passen er hun belevingswereld op toe. Wanneer ik zelf iets componeer, geef ik muzikanten de ruimte iets anders te spelen dan wat ik heb bedacht. Zo gebeuren dingen die ik in mijn eentje niet kon voorstellen, en hoor je de persoonlijkheid in de muziek. Dat is toch vet?’

18 mei The Secret Diary of Nora Plain, De Vereeniging Nijmegen

22 mei The Secret Diary of Nora Plain, Operadagen Rotterdam

1 juni Ledenconcert Morris Kliphuis, Splendor Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden