Hoor de muze op een warme julidag

In 1989 legde uitgever Maurits Rubinstein op band vast hoe dichteres Fritzi ten Harmsen van der Beek eigen werk voordroeg....

AMSTERDAM Vooral dit beeld is hem bijgebleven: Fritzi ten Harmsen van der Beek, 62 jaar, in een prieeltje te Garnwerd, Groningen, omgeven door bloeiende struiken en bomen vol blad. Er cirkelen vlinders om haar heen. Dan gebeurt het.

De dichteres blaast hem, een jongeling van 24, vanaf de palm van haar hand een kus toe. ‘Het was de volmaakte idylle.’

Het is 31 juli 1989 en Maurits Rubinstein, directeur van de pas opgerichte uitgeverij van cassettebandjes waarop auteurs hun eigen werk voorlezen, heeft zijn AKG-microfoon op het statief gezet. De zware Revox-bandrecorder loopt.

Goedemorgen, hemelse mevrouw Ping/

is U de zachte nacht bevallen, hebben de on-/

deugende, geheimzinnige planten naar behoren/

gegeurd en zijn hopelijk geen van uw overige/

zuigelingen aan de builenpest bezweken?

(Uit: Goede morgen? Hemelse mevrouw Ping, een gedicht voor haar neerslachtige poes)

Die zomermorgen heeft Rubinstein na een tocht met zijn Bedford bestelbusje uit Amsterdam aangeklopt bij het 18de-eeuwse arbeiderswoninkje, waar Fritzi ten Harmsen van der Beek al jaren een teruggetrokken bestaan leidt. In zijn achterzak zit een briefje met een selectie uit Fritzi’s kleine en veelgeprezen oeuvre. De bloemlezing is gemaakt door zijn tante Renate. ‘Je moet wat gedichten van haar opnemen’, had ze tegen hem gezegd. ‘Dat zou heel bijzonder zijn.’ De twee vrouwen waren bevriend.

Hoe bijzonder het was, zou vooral achteraf blijken: het geluid van haar licht hese stem waarmee ze haar eigen poëzie declameert, zou op een enkel gedicht na haar laatste publieke levensteken zijn. Ze overlijdt bijna 20 jaar later, op 4 april 2009, 81 jaar oud, in een verzorgingstehuis. Op 12 april van dit jaar verschijnt het luisterboek Ze schrijft met haar stem (het citaat is van Adriaan Roland Holst) bij uitgeverij Rubinstein, met de opnames uit de julimaand van 1989. De erven, vrienden van toen, hebben toestemming gegeven.

Zonder reserves
Voor Maurits Rubinstein is het min of meer vanzelfsprekend dat ze meewerkt als hij in de smalle Burgemeester Brouwerstraat staat. Ze had zonder reserves door de telefoon laten weten dat hij welkom was. Hij was immers het neefje van Renate, en hij had zijn aan multiple sclerose lijdende tante al meermalen in de auto voor een bezoek naar Groningen gebracht.

Vanzelfsprekend was het allerminst. Veel uitgevers waren hem voor geweest in Garnwerd, met afwisselend vriendelijke en uitdrukkelijke verzoeken of ze haar werk opnieuw wilde laten publiceren, en met de vraag of er misschien nog wat nieuws in het vat zat, na de bundels Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten; Wat knaagt?; Neerbraak; en Kus of ik schrijf – de laatste verzameling gedichten was in 1975 verschenen. Maar ze verbood heruitgaven en had haar rechten teruggenomen van De Bezige Bij. Wie haar werk zocht, moest naar het antiquariaat. Tot publieke optredens liet ze zich ook al zelden verleiden: ze had in 1985 nog op de Nacht van de Poëzie in Utrecht gestaan en hetzelfde jaar in café Hammingh in haar eigen Garnwerd, met Jan Eijkelboom en J.P. Guépin.

De roerige voorgeschiedenis is hem evenmin bekend. Fritzi ten Harmsen van der Beek was in de jaren vijftig en zestig het middelpunt van de kunstenaarskolonie in het afbladderende landhuis Jagtlust in Blaricum, waar de Amsterdamse avant-garde van toen dronk, danste, dronk, zonde en vrijde. Ze was in 1971 in Garnwerd beland, nadat de Gooise villa gaandeweg steeds leger was gelopen, aftakelde en uiteindelijk zelfs ontruimd moest worden. Vrienden vonden voor haar het plekje op het Groningse platteland; het was een reddingsactie.

Rubinstein, nu 45: ‘Noem het wereldvreemd. Noem het naïef. Ik wist er niks van. Ik had alleen haar gedichten wel eens gelezen, het is leuke taal. Maar eerlijk gezegd: ik begreep er geen snars van. Nu nog niet, eigenlijk.’

Zijn onwetendheid moet ertoe hebben bijgedragen dat ze instemde met de opnames. ‘Natuurlijk, ik was Renate’s neefje. Dat hielp. Maar ik heb ook nergens op aangedrongen, ik kende de hele historie niet. Het was niet benauwend voor haar. Dat maakte verschil.’

Hoofd op hol
Wat tot dan toe wel vooraf was gegaan: ‘allergenoeglijkste’ uren tijdens de bezoeken met zijn tante aan Fritzi, met hazewindhond en poes in haar rommelige huishouden. Op een vergeeld granieten aanrecht stond steevast gebruikte vaat (‘het was nogal een zwijnenstal’), in het huiskamertje snorde de potkachel en in het achtertuintje woekerden planten vrijuit (’het was bepaald geen Engels rozenperkje’). Wat hem ook is bijgebleven: onmiddellijk diepgravende gesprekken over literatuur.

Rubinstein: ‘Het was een mooie vrouw. Geen filmdiva, maar ze fladderde echt om je heen. Je voelde je welkom, je was meteen thuis. Ik kan me voorstellen dat ze veel mannen snel het hoofd op hol bracht.’

Gezellig is het ook op die warme julidag. Het is Fritzi die voorstelt buiten opnames te maken; daar voelt ze zich het meest op haar gemak. Hij heeft geen bezwaar. Het is de tijd dat hij de voorleessessies graag een documentair karakter geeft. Bij Maarten ’t Hart knapperde het houtvuur, bij Rutger Kopland trokken vliegtuigen over, bij Annie M.G. Schmidt lieten de poezen zich horen.

De Revox draait in haar tuin en in het prieeltje bij het dorpshuis. De twaalf uitgekozen gedichten staan er in één keer op. Aan een enkele hapering of verspreking, vogelgekwetter en hoorbare verschuivingen van het statief van de microfoon tilt Rubinstein niet zwaar. ‘Je hoort ruimte.’ Het is halverwege de middag als hij zijn spullen opbergt.

De opnames verschijnen dat jaar op cassette, winkelprijs 16,95 gulden. De titel, Krasse taal, is van Fritzi. Er worden er zo’n 500 van verkocht. Rubinstein: ‘Geen commercieel succes. Maar mijn hele uitgeverij was toen geen commercieel succes.’

Waar hij voor de cassette zorgvuldig alle buiten de poëzieteksten gemaakte opmerkingen wegsneed, keren ze terug op de cd. Zo vertelt Fritzi voordat ze aan Interpretatie van het uitzicht begint, dat bij het overlijden van Adriaan Roland Holst op de tv beelden zijn uitgezonden waarop ‘Jany’ dit zwaar melancholische gedicht voorleest in haar tuin. ‘Denkt iedereen dat het een gedicht van Roland Holst is. Niemand heeft erbij gezegd dat-ie mij stond te declameren, de prins der dichters, of de koning, of weet ik veel. Vind je dat niet komiek?’

De laatste strofe klinkt, vol pronte klinkers:

Want al mijn vijvers liggen dicht, mijn paadjes raken

zeer vertrapt, de schuwe schepselen hebben mijn struikgewas verlaten, mijn heerlijkheid ligt braak. O keer, keer

welluidende wind, verliefde regen weer tot aan mijn haveloze heuvelen.

Dan volgt een plotselinge verzuchting: ‘Ik word ziek van poëzie, zeg.’ Na een ander gedicht: ‘Ik vind dit eigenlijk een beetje slecht einde.’

Rubinstein: ‘Bij leven zou je dit niet snel laten staan, zo’n blik achter de schermen. Maar nu is het wel verantwoord. Het voegt echt iets toe, het zegt iets over haar. Voor ons was het een voorwaarde om de opnames opnieuw uit te brengen.’

Vrolijkheid en verval
Wat is hem opgevallen, bij herbeluistering? ‘Het is een mooie, charmante stem. Levendig, vol vrolijkheid. Maar je hoort wel verval. Ik weet zeker dat ze die dag niet had gedronken. Maar soms zet ze een boog in, en die wordt dan niet afgemaakt. De dynamiek verdwijnt onderweg. Ze slikt ook stukjes van woorden in. Alsof er watten in haar mond zitten.’

Het raakte hem wel. Achteraf, zegt hij, achteraf had ik natuurlijk veel meer moeten opnemen. Die julidag is ook de laatste dag dat ze elkaar hebben ontmoet. Ruim een jaar later sterft tante Renate. Fritzi is niet op haar begrafenis. Er volgde nog een enkel telefoongesprek met Fritzi, laat op de avond. ‘Het spijt me echt, dat ik niet nog meer ben langs geweest.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden