Boekrecensie Een orchidee tussen de aardappels

Hoon kon ‘anders dan de gemiddelde’ schrijver Louis Couperus niet raken ★★★★☆

Hij was anders, en dus een dankbaar onderwerp van spot. Toch liet Louis Couperus zich niet makkelijk beschimpen, blijkt uit een mooie verzameling prenten en anekdoten. 

H.T.M. van Vliet: Een orchidee tussen aardappels

Het was meteen raak. De jonge Louis Couperus (1863-1923) was goed en wel begonnen met publiceren (eerst gedichten, toen romans, verhalen en reportages) of er verschenen spotverzen, karikaturen, cartoons en anekdoten. Hij was een opvallende verschijning, een verzorgde dandy zoals Holland er geen tweede had, en een al even opzienbarend auteur, met een weelderige schrijfstijl en personages die de toenmalige grenzen der betamelijkheid leken op te zoeken.

Voor Een orchidee tussen de aardappels, zoals ook de expositie heet die vanaf dit weekend loopt in het Couperus Museum in Den Haag, heeft kenner H.T.M. van Vliet alle parodieën en prenten uit stoffige periodieken opgediept en chronologisch geordend. Het viel nog niet mee om deze uitzonderlijke auteur trefzeker te bespotten, zoveel is snel duidelijk. De al in verval geraakte Willem Kloos kwam in 1893 niet verder dan ‘O zoet, zelf-vergenoeglijk kind Couperus’, en dat Joh. W. Broedelet hem in 1909 in zijn satirische roman Hofstad opvoerde als Louis Poepjes, is ook een zwaktebod: ‘Louis Poepjes, Keutelland’s meest gevierde romancier, wandelde, in gecadanceerde heup-wieging, door de winkelstraten.’

In de aangehaalde anekdotes blijft hij overeind. Een vrouw vroeg hem op straat: ‘Wel, mijnheer Couperus, doet u ook wel eens iets aan sport in de open lucht?’ Couperus sprak: ‘Jazeker, mevrouw! Ik leg heel gaarne soms patience bij het open raam.’

Het mooist zijn de tekeningen waarop Couperus als precieus (oud) vrouwtje figureert, en ook is de Eline Vere-parodie van F. Bordewijk uit 1957 niet slecht: ‘Zo stond zij, wachtende de tram. Maar ach... toen hij aankwam in wolken stoom en met ordinair gebel van een besmeurde stoker... wat een massa mensen! Zo een volte had nimmer zij voor mogelijk gehouden.’

Tekening door onbekende, uit: De ware Jacob, 1908.
‘Mademoiselle Couperus’, tekening door Louis de Leeuw, 1917.
Tekening door Nibs, uit weekblad Uiltje, 1921.
Tekening door Frits Müller, 1996.

Slechts zelden is de kritiek steekhoudend. In 1922 maakte iemand een voordrachtsavond mee, en noteerde dat Couperus een buikje had, grijs was en klemtonen gek legde: ‘De menschen dachten telkens, dat het stuk uit was, toen hij er nog midden in zat, maar toen ’t wezenlijk uit was, waren ze allemaal blij, omdat ’t pauze was.’

Daartegenover staat een verslag uit 1915, dat de eigenaardigheden niet verdoezelt, maar tevens stelt: ‘Geen zweem, bij dat alles, van aanstellerij, die opzet veronderstelt. Toen ik bij ’t heengaan achter mij iemand hoorde spreken van geaffecteerdheid, trof mij dat als volstrekt onjuist: neen, ’t is geheel natuurlijk – alleen is Couperus’ natuur anders dan de gemiddelde. Hij brengt zijn artistieke verfijning over naar de zaken des dagelijkschen levens, en hij is bijna de eenige in Nederland, die dat consequent doet, ziedaar alles.’ 

Dat was, op zijn beurt, van deze anonieme scribent een verfijnde observatie.

H.T.M. van Vliet: Een orchidee tussen de aardappels – Louis Couperus bespot in woord en beeld

De Carbolineum Pers; 304 pagina’s; € 50,-.

Gelijknamige expositie in het Louis Couperus Museum, Den Haag. T/m 20/10.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden