Hoogleraar houdt rekening met hoon om boek over 'gendergevoelig taalgebruik'; Seksisme raakt aan gevoelige zenuw

In haar vandaag verschenen boek De oorbellen van de minister breekt taalkundige Agnes Verbiest een lans voor het 'demasculiniseren' van de taal....

Van onze verslaggeefster

Janny Groen

LEIDEN

Hoon verwacht ze, ridiculisering en trivialisering. Agnes Verbiest, hoogleraar taalkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden, heeft zich mentaal voorbereid op een golf van negatieve kritiek op haar nieuwste boek De oorbellen van de minister, dat vanaf vandaag in de boekwinkels ligt.

Ze beseft dat ze met haar uiteenzetting over seksistisch taalgebruik een gevoelige zenuw raakt in de maatschappij. Haar eigen studenten kunnen soms hun woede al niet onderdrukken en beschuldigen haar van moralisme en indoctrinatie. Verbiest vermijdt dan ook doelbewust de term 'taalseksisme'. Ze heeft het liever over 'gendergevoelig formuleren'.

Eigenlijk vreest ze dat de discussie over gendergevoelig taalgebruik parallel zal gaan lopen aan die over politieke correctheid. 'Dat debat op Amerikaanse universiteiten was aanvankelijk een hele goede zaak. Het gebeurt vaak onbewust, probeerde men aan te tonen. Politiek correct taalgebruik moest de onderhuidse discriminatie zichtbaar maken.' Maar al snel werd de stroming van twee kanten aangevallen: 'De progressieven spraken van dwingelandij. De starren meenden van doen te hebben met radicalinski's. Het begrip kon daardoor niet meer normaal worden gehanteerd; het werd een beladen term.'

Of ze dit lot voor het woord gendergevoeligheid kan voorkomen, weet ze niet. Ze kan slechts benadrukken dat ze helemaal niets wil opleggen en dat ze niemand aan de schandpaal wil nagelen. Verbiest heeft zelfs begrip voor degenen die haar beschuldigen van muggenzifterij en roepen 'wat zeur je nou'.

Want hoe schadelijk is het nu eigenlijk dat we mannen aanspreken als collega en uitsluitend vrouwen als collegaatje, dat we geen vrouwelijke pendant hebben voor timmerman, met de kreet kom op jongens ook meisjes bedoelen en dat - andersom - geen jongen zich aangesproken voelt als de meiden worden aangemoedigd. Hoe vreselijk is het dat we bij mannen spreken over edele delen en bij vrouwen over schaamdelen, dat een lichtzinnige man luchthartig is en een lichtzinnige vrouw licht van zeden?

Hoe erg is het dat het wemelt van de gezegden met mannen en er geen directe tegenhangers voor vrouwen voorhanden zijn: op de man af, aan de man brengen, zijn leed manmoedig dragen, poëzie voor de gewone man, iemands zegsman zijn. . .

'Ik heb tijd en ruimte nodig om te kunnen overtuigen', zegt Verbiest. 'Degenen die na tien bladzijden mijn boek neerleggen, zullen waarschijnlijk aanstoot nemen aan mijn gezeur over vrouwelijke verkleinwoordjes en over de asymmetrische man/vrouw-verhouding. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik de volhouders, degenen die het boek helemaal uitlezen, voor me zal winnen. Die zullen beseffen dat een dagelijkse onderdompeling in taalseksismen, vooral omdat het zo vanzelfsprekend en onopvallend gebeurt, niet zonder effect kan blijven.'

Een incident op zich is niet schrijnend, benadrukt ze. 'Natuurlijk is het niet erg als iemand collegaatje zegt. Zelf bezondig ik me ook nogal eens aan seksismen. Wie niet? We moeten het allemaal doen met de taal die er is, die we niet zelf hebben gemaakt. Maar taal is niet statisch. Waar het mij om gaat is een proces van bewustwording in gang te zetten, te laten zien dat in taal te vaak de mannelijke norm vanzelfsprekend is. Dat taal onderhuids, onopgemerkt, een voertuig kan zijn van kwalijke, seksistische gedachten.'

Ze kan de - soms dubieuze - kracht van taal niet duidelijker illustreren dan met een verwijzing naar ons geworstel met de juiste term voor joden. 'Dan blijkt hoe gevoelig we met woorden kunnen zijn. Een jodenstreek, in de zin van zoals joden die altijd leveren, stond vroeger gewoon in het woordenboek. Dat kan helemaal niet meer, dat beseft iedereen nu. Maar we zijn er nog niet uit. Is hij een jood, jood of joods? Zijn zij joden of joodse mensen, joodse Nederlanders of Nederlandse joden? Het ligt heel subtiel. Het hanteren van de juiste term wordt, terecht, niet onbelangrijk geacht. In die zin wil ik ook het belang van gendergevoelig taalgebruik onderstrepen.'

De titel van haar boek, De oorbellen van de minister, vindt ze een vondst omdat hierin zo duidelijk wordt aangegeven hoe gedachtensturend taal kan zijn. 'Bij minister denk je eerst aan een man. Maar nee, deze minister draagt oorbellen, dus moet het een vrouw zijn. Als ik oorbel had gebruikt, was het geslacht van de minister in het midden gebleven. Want een man met één oorbel, dat kan. Maar oorbellen worden slechts door vrouwen gedragen. De titel laat je eerst even met je gedachten scharrelen.'

De hoogleraar is geen voorstander van een lijst met voorgeschreven beroepsnamen. Ze vindt niet dat altijd een vrouwelijke tegenhanger moet worden gebruikt. Verbiest heeft geleerd. Over vrouwelijke en mannelijke beroepennamen schreef ze in NRC Handelsblad in 1978 een artikel en werd toen genadeloos bespot en geridiculiseerd. 'Ik zie de vrolijke lijstjes al weer voor me: slager-slaagster, en de geslachtsneutrale varianten van groenteman en timmerman: groentepersoon, timmer.

'De Taalunie heeft er al wel over vergaderd, op verzoek van België. Franstalig België heeft een lijst opgesteld met voorgeschreven vrouwen- en mannenbenamingen. De Vlamingen willen een dergelijke lijst voor de Nederlandse taal. Ik zeg: niet doen, niks forceren. De gedachten gaan nu uit naar een lijst met drie mogelijkheden in de trant van loodgieter, loodgietkracht, loodgieterin. De gendergevoeligen kunnen dan kiezen.'

Maar zelfs van keuzemogelijkheden is ze geen voorstander. 'Als de tijd er rijp voor is, vinden we zelf wel een woord. Daar hebben we geen deskundigen voor nodig. Wie probeert te forceren, maakt zich onnodig kwestbaar.'

Een feministische scherpslijper is Verbiest allang niet meer. Ze heeft geleerd dat het verstandiger is om strategisch te opereren. Dus spreekt ze nog van de feminisering van de maatschappij, hoewel ze demasculinisering een gepaster term vindt. Met dat woord geef je immers veel duidelijker aan 'dat tot voor kort de maatschappelijke norm voor honderd procent mannelijk was en dat daar nu een paar procentjes vanaf gaan'.

Maar met demasculinisering jaag je slechts de mannen tegen je in het harnas en daar, betoogt Verbiest, schiet je niets mee op. Uiteindelijk zullen ook mannen gendergevoelig moeten gaan formuleren. Opdat uitspraken als 'je laat je toch niet door zo'n wijffie in de luren leggen' uiteindelijk taboe worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden