Interview Ap Dijksterhuis

Hoogleraar en schrijver Ap Dijksterhuis: ‘Op reis ben ik net iets gelukkiger’

Zodra Ap Dijksterhuis thuiskomt van een reis, begint hij zich alweer te verkneukelen over zijn volgende buitenlandse avontuur en begint het ‘grote aftellen’. Tien à twaalf weken houdt hij het uit. Daarna krijgt hij ‘wegwee’. Niet dat hij thuis ongelukkig is. ‘Maar op reis ben ik net iets gelukkiger.’ En dat geldt voor (bijna) alle mensen, zegt de hoogleraar psychologie. ‘Reizen maakt ons gelukkiger, het houdt ons brein lenig, creëert extra tijd en ruimt vooroordelen op.’

Ap Dijksterhuis. Beeld Malou van Breefort

Ap Dijksterhuis kennen we van zijn populair-wetenschappelijke boeken Het slimme onbewuste (2007), Op naar geluk (2015) en Maakt geld gelukkig? (2018). Wie (niet) reist is gek heet een van zijn laatste boeken (2017). Daarin vlooit hij de wetenschappelijke literatuur na op het effect van reizen op onze geest. Behalve schrijver en reiziger is Dijksterhuis hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en eigenaar van een adviesbureau dat bedrijven en gemeenten helpt gedragsverbetering tot stand te brengen. Met als doel: minder zwerfvuil, minder fileverkeer, minder agressie, om maar wat te noemen. In het keukentje van zijn bedrijf in Nijmegen, waar dertig jonge gedragspsychologen in- en uit lopen, hijst Dijksterhuis (50, licht grijzend, het haar in een knot) zich op een hoge kruk voor een college over het genot van reizen.

Waarom worden we gelukkig van reizen?

‘Reizen, vooral naar een land dat verbaast of verwondert, werkt als een emmertje sop voor je brein. Als je nieuwe dingen ziet en beleeft, ruimt dat het mentale vuil op dat zich in je geest heeft opgestapeld: zorgen, verplichtingen, gedoe op het werk, overvolle mailboxen en al die onzin. Vroeger deden we vooral fysiek zwaar werk en moest ons lichaam zich herstellen als we vrijaf hadden. Nu doen we steeds meer mentaal zwaar werk en moeten we in onze vrije tijd met de bezem door de geest. Daarna kun je weer wat meer hebben. Reizen is niet voor niets steeds belangrijker geworden. Even je brein in de oerstand zetten: leven in het nu. Van minuut tot minuut en van dag tot dag. Daar komt bij dat je van verwondering oprecht blij kunt worden. Je kunt naar een documentaire kijken over de Grand Canyon, maar alleen in het echt is hij adembenemend. Het gros van de mensen vaart wel bij zulke ervaringen, behalve mensen die emotioneel instabiel zijn of bang. Die kunnen vaak beter thuisblijven.’

Hoogleraar sociale psychologie Ap Dijksterhuis op een van zijn reizen.

Hoe meet je of reizen gelukkig maakt?

‘Vrij simpel: door grote groepen mensen te vragen hoe gelukkig ze zijn en daarna te vragen of ze onlangs een buitenlandse reis hebben gemaakt. Mensen die kort geleden naar het buitenland op vakantie zijn geweest, zijn na thuiskomst gelukkiger dan voor de reis en gelukkiger dan de thuisblijvers. Dat zijn degelijke studies die rekening houden met het feit dat thuisblijvers misschien minder geld hebben of vanwege hun gezondheid niet weg kunnen - en daarom minder gelukkig zijn, niet omdat ze minder reizen. Met experimenten is ook aangetoond dat mensen alleen al door te lezen over een mogelijke buitenlandse reis, creatiever worden. Je houdt de geest lenig door nieuwe ervaringen op te doen, jezelf los te maken van je vertrouwde omgeving.’

Maakt het nog uit of we aan het strand gaan liggen of in de bergen gaan wandelen?

‘Ja, actieve vakanties zijn beter dan luie vakanties. Een exotische bestemming is effectiever dan een weekje strand, want daar blijft dat conflict met je baas in je hoofd spoken. Hoe groter de cultuurschok, des te krachtiger de mentale verfrissing. En lange reizen brengen meer teweeg dan korte. Wat we niet weten, is hoe lang het positieve effect aanhoudt. De pessimistische schatting is twee weken, maar ook dat hangt samen met de lengte van de reis. En onderzoek lijkt erop te wijzen dat je beter vier keer kort op vakantie kunt gaan dan één keer lang, maar dat weten we nog niet zeker.’

U gaat het liefst naar exotische bestemmingen. Waarom?

‘In steden als Calcutta en Caïro zijn zo veel prikkels: lawaai, kleuren, geuren en onverwachte situaties dat ik in een soort roes kom. Mijn brein en mijn zintuigen draaien dan op topsnelheid en dat voelt euforisch, high. Dit is geen wetenschap, maar eigen ervaring. Ik had het ook in Papoea. Je bent het vliegtuig nauwelijks uit of je weet je omringd door mannetjes die slechts gehuld zijn in peniskokers. En dichter bij huis: in Marokkaanse steden als Fes en Marrakech heb je ook het gevoel dat je in een andere wereld bent. Die binnensteden voelen 17de-eeuws aan.’

In Wie (niet) reist is gek schreef u vorig jaar dat reizen een manier is om je leven, gevoelsmatig, te verlengen.

‘Wij mensen houden op een subjectieve manier de tijd bij. Dat doen we niet met uren of minuten, maar aan de hand van nieuwe indrukken en ervaringen. Terugkijkend op een dagje thuis, voelt dat als een dag. Terugkijkend op een dagje Isfahan, kan dat aanvoelen als een halve week. De tijd wordt rekbaar. Nieuwe ervaringen rekken de tijd op als elastiek. Achteraf bezien dan. Ik ben net een week naar Noord-Korea geweest. Dat is zo nieuw en raar en onwennig dat het aanvoelt als een maand.’

Moeten we daarvoor altijd naar verre buitenland?

‘Nou, hier is het lastiger. In het westen doen we alles volgens strak geplande afspraken. We hebben de tijd als het ware laten bevriezen. Dat is handig voor een vlot draaiende economie en een geordende samenleving, maar het voelt niet fijn en niet ontspannen. Als je minder door de klok geregeerd wordt, heb je het gevoel dat je veel meer in een dag kunt doen.’

Is voor een psycholoog niet de mooiste tocht die je kunt maken de reis naar binnen?

‘Nee, ik vind mijzelf niet interessant. Als psycholoog kijk ik vooral om me heen. Een goede psycholoog is niet geïnteresseerd in zichzelf, maar in andere mensen. Misschien heb ik iets meer zelfkennis dan gemiddeld, want je weet als psycholoog domweg meer van mensen in het algemeen. En soms kun je op reis iets meer over jezelf leren, maar het grote voordeel van reizen is niet dat je jezelf leert kennen, maar dat je jezelf juist kwijtraakt. Dat je niet aan jezelf denkt, maar lekker naar de wereld om je heen kijkt. Misschien worden we er daarom gelukkig van.’

Hoogleraar sociale psychologie Ap Dijksterhuis op een van zijn reizen.

Reizen maakt mensen ruimdenkender. Waar blijkt dat uit?

‘We hebben het getest met het Oekraïne-referendum. Mensen die voor het handelsverdrag met de Oekraïne stemden, waren in meer landen geweest dan mensen die tegen hadden gestemd, ook als je corrigeert voor inkomen. Het ligt in de rede dat kennismaking met andere landen de angst voor het vreemde vermindert en vooroordelen opruimt. Veel tegenstemmers van het handelsverdrag voerden als argument aan dat de politiek in de Oekraïne zo corrupt is. Pas als je daar rondloopt, zie je hoe die politici ook in de Oekraïne gehaat worden. Hoe de mensen op straat gewoon iets van het leven willen maken. Hoe ze hun hoop gevestigd hebben op Europa.’

Welke vooroordelen bent u al reizende zelf kwijtgeraakt?

‘Dit jaar ben ik in mijn eigen vooroordelen over Noord-Korea getrapt. Ik had verwacht dat het streng land zou zijn, een stijve bedoening met strikte procedures, nors kijkende mensen en dat er weinig gelachen zou worden. Al op het vliegveld bleek de sfeer totaal anders. De douane was erg vriendelijk, ook al had iemand in het gezelschap een landkaart bij zich waar Noord-Korea op stond. Volgens de officiële leer is er maar één Korea is, dus die kaart werd in beslag genomen, maar dat ging heel verontschuldigend. Zo van: sorry, het is een beetje gek maar dit moet nu eenmaal. Onze gidsen waren heel spontaan en gingen ’s avonds mee bier drinken. De vrouwen waren zelfs een beetje flirterig. Totaal niet stijf of humorloos.’

Denkt u in Noord-Korea niet voortdurend aan de dingen die je niet te zien krijgt?

‘Tuurlijk. Je weet niet in hoeverre het beeld dat de gidsen ophangen, correct is. En als je honderden kinderen op een doordeweekse dag plezier ziet maken in een natuurzwembad vraag je je af of dat vrolijke tafereel in scène is gezet. Daar kom je dus niet achter. Het is ook de vraag of je naar zo’n land moet afreizen, want eerlijk is eerlijk, door ernaar toe te gaan, spek je de kas van dat regime. Maar ik ben ervan overtuigd dat landen als ze toerisme eenmaal toestaan, op den duur ontdooien. Want de mensen daar zijn niet gek. Het propagandapraatje was altijd dat wij in het Westen te arm zijn om ons fatsoenlijk te kleden. Alleen al door daar rond te lopen, ziet de bevolking dat de propaganda niet klopt. Blijkbaar hebben westerlingen wel geld om zich te kleden. En om te reizen.’

Ap Dijksterhuis. Beeld Malou van Breefort

Wat is de ultieme les van uw tochten door pakweg tachtig landen?

‘Dat mensen overal op de wereld goed beschouwd hetzelfde zijn. Er zijn culturele verschillen, maar elk mens wordt gedreven door de fundamentele behoefte aan liefde, vriendschap en veiligheid. We vermijden pijn en ongeluk. Dat verbindt ons. Daarom neem ik mijn zoon van 18 ook mee naar landen als Ecuador en Oeganda.’

Is het nog wel leuk om temidden van die drommen toeristen naar de Taj Mahal te gaan?

‘Als je oog in oog staat met de Taj Mahal snap je wel waarom zoveel mensen die ook willen zien. En de piramides zijn ge-wel-dig. Maar de plekken in de buurt van grote attracties zijn eenheidsworst. Die gaan allemaal op elkaar lijken, overal heb je een green bamboo-café. Wij Europeanen proberen dat soort plekken, waar iedereen is, te mijden. Chinezen willen juist naar plekken toe waar iedereen is. Dus als je naar Angkor Wat gaat, zie je voor de belangrijkste tempel een rij van een paar honderd meter met allemaal Chinese toeristen. Ga je naar een kleinere tempel 200 meter verderop, zie je niemand.’

Hoe kijkt u aan tegen het massatoerisme, de overlast bijvoorbeeld in Amsterdam, en de CO2-uitstoot door al die vliegreizen, ook door uzelf?

‘Als het enigszins kan, neem ik de bus of de trein, geen binnenlandse vluchten. Maar ik maak natuurlijk veel vliegreizen. Op dit vlak is mijn gedrag inderdaad niet zo groen. Maar het is een illusie te denken dat we in de toekomst minder gaan vliegen, minder toerisme krijgen. Het wordt alleen maar meer. Dus moet je investeren in het schoner maken van vliegtuigen. En steden als Amsterdam worden onder de voet gelopen. De gemeente zal het toerisme moeten reguleren en ervoor zorgen dat Amsterdam een woonstad blijft. Ik ben blij dat ik er niet meer woon. Ik woonde aan de Herengracht en zag regelmatig Britten ’s ochtends vroeg een wedstrijdje doen wie het verste kon pissen. Daar kon ik nog wel om lachen. Maar wat ik nu zie, vind ik te extreem.’

CV Ap Dijksterhuis

12 november 1968 Geboren in Zutphen.

1996 Promotie Universiteit van Nijmegen

1996-2006 Werkt bij Universiteit van Amsterdam.

2006 Hoogleraar bij de faculteit sociale wetenschappen Radboud Universiteit.

Dijksterhuis heeft een organisatieadviesbureau. Hij is gespecialiseerd in onderbewustzijn en intuïtief denken. Zijn onderzoek richt zich op het begrijpen en verhogen van geluk.

Dijksterhuis woont samen met Madelijn Strick, ook sociaal-psycholoog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden