Bespreking Marten en Oopjen – Portret van een huwelijk

Hoogendijks nieuwe docu is niet zo goed als die over het Rijks zelf, maar toch het kijken waard

Het gesteggel om twee Rembrandts levert een vermakelijke documentaire op. Vooral de manier waarop Taco Dibbits en Wim Pijbes zijn geportretteerd in de film Marten en Oopjen – Portret van een huwelijk, is genieten geblazen.

Rembrandts portret van Marten Soolmans. Beeld Rijksmuseum

Is van een uit de hand gelopen museumverbouwing een steengoede documentaire te maken? Regisseur Oeke Hoogendijk bewees het met Het Nieuwe Rijksmuseum, dat prijzen won in binnen- en buitenland. Haar vierluik – de eerste twee delen verschenen in 2008, het vervolg vijf jaar later – schopte het zelfs tot een bioscoopversie.

Nu is er weer een Hoogendijk met het Rijks in een hoofdrol. In Marten en Oopjen – Portret van een huwelijk (met een lengte van 55 minuten stukken korter) staat het getouwtrek centraal tussen Frankrijk en Nederland over de portretten die Rembrandt in 1634 maakte van het huwelijkspaar Marten Soolmans en Oopjen Coppit.

Beide schilderijen hingen jarenlang in de slaapkamer van Éric de Rothschild, telg van een puissant rijke bankiersfamilie. Het is knap dat Hoogendijk de mediaschuwe Fransman voor de camera heeft weten te krijgen, en nog wel in zijn met kunst volgestouwde huis in Parijs. Zijn charmante commentaar is een van de hoogtepunten in de documentaire.

Tot zijn verdriet, zo verhaalt hij, moesten de door zijn grootvader gekochte Rembrandts van de hand worden gedaan. Met een grijns op zijn gezicht: ‘Er bestaat een gruwelijk ding, zelfs in Holland, dat belasting heet.’ Zijn broer, eigenaar van een van de portretten, had geld nodig om een flinke som ‘schenkbelasting’ te kunnen betalen.

Éric de Rothschild besloot de doeken en bloc te verkopen; hij wilde niet dat Marten en Oopjen, die al heel hun geschilderde leven bij elkaar hingen, gescheiden zouden worden. Tot zijn verbazing gaf Fleur Pellerin, de Franse minister van Cultuur, begin 2015 ongewoon snel een exportvergunning af. Protest was het gevolg; de Rembrandts hadden voor Frankrijk behouden moeten blijven.

Het Rijksmuseum in Amsterdam wilde de portretten dolgraag inlijven, maar de vraagprijs van 160 miljoen euro lag ver buiten het bereik van de kunstinstelling, die net een recordaankoop van 22,5 miljoen had gedaan voor het beeld Bacchant van Adriaen de Vries. Een gezamenlijke aanschaf met het Louvre lag meer voor de hand, reden waarom Wim Pijbes, directeur van het Rijks (en een van de hoofdrolspelers in Het Nieuwe Rijksmuseum) naar Parijs afreisde. Beide musea besloten geld te gaan zoeken.

Éric de Rothschild.

Na enkele maanden bleek de fondsenwerving in Nederland zo goed te lopen dat het Rijks de ambitie verlegde naar een dubbelaankoop, ook omdat het museum intussen een koopoptie op beide portretten had weten te verkrijgen. Deze vorderingen lokten een tegenzet van cultuurminister Pellerin uit, die in eigen land nog steeds onder vuur lag. De Franse socialiste stuurde samen met haar Nederlandse ambtsgenoot Jet Bussemaker (PvdA), die niet geloofde dat het Rijks erin zou slagen 160 miljoen bij elkaar te brengen, een brief aan De Rothschild waarin de mogelijkheid van een gezamenlijke aanschaf werd geopperd.

In de documentaire is Pijbes laaiend over de manoeuvre van Bussemaker, die zijn strategie zou hebben doorkruist. Zelf is hij ook niet zonder zonden: na vijf maanden van geheime fondsenwerving verklapte hij in een radio-interview dat het een ‘realistische droom’ is dat zijn museum beide portretten zou verwerven. Dat nieuws werd meteen internationaal opgepikt.

De onthulling had een onverwacht effect; vrijwel alle fractieleiders in de Tweede Kamer besloten in een nationalistische opwelling dat de twee Rembrandts naar Nederland moesten komen; de regering werd opgedragen de 160 miljoen op te hoesten. Toen dit geheime besluit kort daarna uitlekte, was het helemaal hommeles met Parijs.

De Fransen legden 80 miljoen op tafel, met de mededeling dat een Nederlandse dubbelaankoop niet zou worden toegestaan. Om een diplomatieke rel te voorkomen, besloten beide landen op 30 september 2015 tot een gezamenlijke aanschaf en het per toerbeurt tonen van de portretten in het Louvre en het Rijks.

Daags daarna zat Pijbes voor de camera van Hoogendijk, boos. ‘Als we hadden doorgepakt (…) hadden we ze hier gehad.’ Beide schilderijen zouden voorgoed naar Amsterdam zijn gekomen, stelt hij, als Bussemaker niet was bezweken onder de Franse druk.

Het is een gemis dat in de documentaire geen weerwoord van Bussemaker zit. Acht maanden later oordeelde Pijbes een stuk milder. Tegenover de Volkskrant, bij zijn afscheid als Rijksmuseum-directeur, zei hij dat het verstandig was dat de minister de optie van een gezamenlijke aankoop had opengehouden, ook omdat het bijeenbrengen van 160 miljoen nogal ambitieus was. ‘Ze heeft het spel op haar manier goed gespeeld. Haar voorstel was een prachtig terugvalscenario.’

Wim Pijbes.

Om nog een reden stelt Marten en Oopjen – Portret van een huwelijk teleur, al kan dit Hoogendijk moeilijk worden verweten. Voor Het Nieuwe Rijksmuseum mocht de regisseur tien jaar de verbouwing van de kunstinstelling op de voet volgen. Dat leverde uitzonderlijk materiaal op. De slag om de portretten vond helaas plaats achter de schermen. De nieuwe documentaire is een op interviews gebaseerde reconstructie, die tamelijk laat komt en niet veel nieuws bevat.

Toch is het genieten geblazen, vooral door de montage die Het Nieuwe Rijksmuseum ook al zo onweerstaanbaar had gemaakt. Zo schakelt Hoogendijk knap tussen de brisante beweringen van Pijbes en de onopgesmukte observaties van Taco Dibbits, de directeur collecties die hem in 2016 zou opvolgen.

Dibbits is de reden, zo onthult De Rothschild, waarom hij het Rijks zowel Marten als Oopjen gunde. ‘Ik hou van Taco omdat hij een gepassioneerde verzamelaar is.’ Door loslippigheid van Pijbes, een lek in politiek Den Haag en vrees voor slechte betrekkingen met Frankrijk mislukte de dubbelslag. Dibbits: ‘We hadden ze in stilte moeten kopen.’

Marten en Oopjen – Portret van een huwelijk, maandag 23 september, 20.55 uur op NPO 2.

Portret van Oopjen Coppit. Beeld Rijksmuseum

Documentaires van Oeke Hoogendijk (1961)

Een gelukkige tijd (1998)

The Holocaust Experience (2002)

Het Nieuwe Rijksmuseum (2013)

Marten en Oopjen  – Portret van een huwelijk (2019)

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden