Tentoonstelling Mode

Hoog tijd en lang niet vanzelfsprekend: alleen vrouwelijke ontwerpers geëxposeerd

Haags Gemeentemuseum toont vijf eeuwen emancipatie tussen baljurk en punkshirt.

Bewuste chaos van stylist Maarten Spruyt: Protest & Engagement is een zaal vol opstandige vrouwen, van suffragette tot Cancil Brexit-aanhanger. Beeld Gemeentemuseum Den Haag/Alice de Groot

Het vreemde is: het werd nooit eerder gedaan. Niet in Nederland, niet in de rest van de wereld. Die ene New Yorkse tentoonstelling die werk van Miuccia Prada en Elsa Schiaparelli met elkaar verbond daargelaten. Of eigenlijk niet eens, want dat was geen thematentoonstelling.

Dus toen Madelief Hohé, conservator mode en kostuum van het Haags Gemeentemuseum, op het idee kwam een tentoonstelling over louter vrouwelijke ontwerpers te maken, en ze onderzoek ging doen naar eerdere, soortgelijke projecten, vond ze niets. En was ze stomverbaasd, en nóg vastberadener om het zelf wel te gaan doen, en grondig ook.

Elsa Schiaparelli, 1932. Beeld Getty Images

Het moment dat ze dat idee kreeg was dik twee jaar geleden. De Italiaanse ontwerper Maria Grazia Chiuri was net aangesteld als hoofdontwerper van het prestigieuze Franse huis Dior – sinds de oprichting altijd door mannen bestierd. Tijdens Chiuri’s eerste catwalkshow verschenen modellen in T-shirts (T-shirts!! Bij zo’n deftig modehuis!) met daarop de tekst ‘We should all be feminists’, opgetekend uit de mond van de Nigeriaanse feminist Chimamanda Ngozi Adichie. Niet dat Chiuri zelf van huis uit nou zo’n fervent feminist of activist was, maar haar positie bij Dior zette haar aan het denken. Ze besefte dat het haar taak was de erfenis van Monsieur Dior te vertalen naar het nu. Naar vrouwen van nu, gemaakt door een vrouw van nu.

De jaren tachtig, een gunstige periode voor ontwerpers als Vivienne Westwoord, krijgen apart aandacht op de tentoonstelling. Beeld Gemeentemuseum Den Haag/Alice de Groot

En niet dat Madelief Hohé van het Haags Gemeentemuseum nou zo’n fervent activist is, ze is wel een scherp observator. Er gebeurt hier iets, dacht ze, hier heb ik een gloeiend actueel modethema te pakken. En verdomd, in de jaren dat ze onderzoek deed naar het thema gebeurde het een na het ander dat haar gelijk onderstreepte. Het leek wel een sneeuwbal, vertelt ze bij de perspresentatie van Femmes Fatales. Eerst waren er de Dior-shirts die driftig gekopieerd werden door de high street-ketens (niet erg, vond Chiuri, het laat zien dat de boodschap belangrijker is dan het label). Toen waren er de roze mutsen met oortjes (pink pussy hats) tijdens de Women’s March én op de catwalk van Angela Missoni. Diezelfde maand werd er voor het eerst in de geschiedenis bij Givenchy een vrouw aangesteld als artistiek directeur. Toen volgde #MeToo, daarop weer de Time’s Up-beweging, waarna het gros van de gasten in het zwart naar het gala van de Golden Globe-uitreiking kwam, waar Oprah geëmotioneerd sprak over een nieuwe dag aan de horizon.

Mode, zo bleek uit Hohés onderzoek, is al eeuwenlang vervlochten met vrouwenrechten. Ver voordat Coco Chanel het korset adieu zwaaide, waren Franse modedames al druk bezig hun plek en hun vrijheid op te eisen. In de 18de-eeuw vond er zelfs een ware moderevolutie plaats. In een notendop: naaisters, die lager aangeschreven stonden dan mannelijke kleermakers en letterlijk alleen mochten naaien en niet knippen, pikten niet langer dat ze geen deel mochten uitmaken van de kleermakersgilden. In 1675 richtten ze hun eigen gilde op, maar nog steeds werden ze achtergesteld: luxe vrouwenkleding met baleinen mochten ze beslist niet maken, dat was aan de heren kleermakers voorbehouden.

 Toen de zwangere kleermaakster Marie Thérèse Sermoise dat in 1725 stiekem toch deed, werd ze zodanig afgetuigd door een groep kleermakers dat ze een miskraam kreeg. Twee jaar later kregen vrouwen alsnog het recht om met baleinen te werken, in 1781 kregen ze het monopolie op het maken van vrouwen- en kinderkleding, en mochten ze voor het eerst ook een paar herenkledingstukken maken. De mannen stonden schaakmat.

In de historische zaal: guillotine en hoofdloze man, omringd door 18de-eeuwse galajaponnen. Beeld Gemeentemuseum Den Haag/Alice de Groot

Nou ja, zo zijn er legio verhalen te vertellen over de diepte- en hoogtepunten uit de vrouwenemancipatie. Het interbellum dat goed en vrij was, de naoorlogse jaren die weer een stuk schraler en strenger bleken. De swinging sixties met Mary Quants brutale minirokken. De jaren tachtig die gunstig uitpakten voor vrouwelijke ontwerpers als Rei Kawakubo, Donna Karan en Vivienne Westwood. Volgens een artikel uit The New York Times uit die tijd, zo weet Hohé, was die opmars van de vrouwelijke ontwerpers te danken aan de aidsepidemie: omdat investeerders het veiliger vonden om met vrouwen te werken dan met (veelal homoseksuele) mannelijke ontwerpers. Schokkend, vond kostuumhistoricus Valerie Steele. In haar studie Women of Fashion: Twentieth Century Designers uit 1991 schreef zij: ‘If women are to succeed in fashion, it cannot be over the dead bodies of men.’

De grote constante in al die verhalen is wel dat vrouwen uit die achtergestelde positie en de minachting die ze ten deel viel grote strijdlust en kracht putten. Dat ze luisterden naar hun eigen hart en handen, keken naar hun eigen lijf. Dat ze kleren maakten die zeiden: ‘Hier ben ik en dit vind ik ervan’ – denk aan Vivienne Westwoods punkpakken en Katherine Hamnetts beletterde shirts. Mode waarin ze stappen konden maken en konden zwaaien met spandoeken in de gebalde vuisten. Girls just wanna have fun-damental rights, staat er op een van de vele houten protestborden in de expo. En op de muur staat gekalkt, in enorme kapitalen: Buy less, choose well, make it last.

Femmes Fatale in Gemeentemuseum Den Haag. Beeld Gemeentemuseum Den Haag/Alice de Groot
Okergele zalen met japonnen en avondjurken in het Gemeentemuseum Den Haag. Beeld Gemeentemuseum Den Haag/Alice de Groot

Een andere constante in de tentoonstelling is de inrichting, bedacht door stylist en tentoonstellingsmaker Maarten Spruijt, dé specialist op dit gebied in Nederland. Je ziet en voelt hoeveel lol hij heeft gehad met het maken ervan. Het hoefde nu eens niet binnen de lijntjes. Júist niet, want het gaat over opstandige vrouwen die barrières willen slechten en de barricaden opgaan, wat zich in de zaal vertaalt in stellages van panlatten, golfplaten en steigerbuizen, in props als kogelsnoeren, mattenkloppers en rollen met spijkerstrips. Geestige vondsten, in de historische zaal: een hoofdloze mannenpop in een 18de-eeuws kostuum onder een kartonnen guillotine, omringd door dames in breedgeheupte galajaponnen. In de zaal met jassen: poppen op superhoge voetstukken die gezusterlijk elkaars hand vasthouden. En in de zaal ‘op de huid’: een installatie met strijkplanken en -bouten.

T-shirt van Dior met de tekst ‘We should all be Feminists’, Parijs 2017. Beeld Chiara Ferrangi

Denk niet dat de tentoonstelling een rommeltje is, ze eindigt en begint in een minimalistische, witte ruimte. Bij de entree is er een soort keuken waar iets borrelt en bruist. Op een scherm wordt Oprahs Golden Globes-toespraak steeds opnieuw vertoond. Waar het wel chaos is, in de grote zaal met het thema ‘Protest & Engagement’, is dat bewust. Rijen breed en hoog staan daar tientallen opstandige vrouwen bij elkaar, van suffragette tot baas in eigen buik-strijder, van tuinbroekdrager tot Cancel Brexit-aanhanger. Allemaal op verschillende poppen. ‘Dat zou ik normaal gesproken niet zo snel doen’, zegt Spruijt, ‘maar hier past het juist, het gaat immers om individualisme.’

De jurken van Coco Chanel, Jeanne Lanvin en Jeanne Paquin uit de jaren twintig staan in kabinetten van golfplaten, waarmee de twenties hun eigen privéfeestje krijgen. Het licht schijnt via de discobol door de golfplaten heen; een bijzonder onrustig effect, wat weer refereert aan de beweging van die tijd: women’s movement, roaring twenties.

De zalen met avondjurken en sculpturale japonnen zijn minder onrustig. Omdat je niet de barricaden opgaat met een couturejurk heeft Spruijt de muren daar okergeel in organische vormen laten schilderen, gecombineerd met gestileerde zwarte buizen. ‘Het gaat daar’, zegt hij, ‘niet  om zachtheid, maar om de kracht van verleiding.’

Mrs President

Ver vóór Hillary Clinton en Claire Underwood fantaseerde de Amerikaanse ontwerper Donna Karan over een vrouw in het Witte Huis. Haar campagne voor voorjaar 1992 was getiteld ‘In Women We Trust’ en toonde een goedgeklede brunette die in de reclamefoto’s de eed ­aflegde, telefoneerde in het Oval Office en uit Air Force One stapte, omringd door geüniformeerde secondanten. Het ­model was de toen 34-jarig Rosemary McGrotha, de fotograaf Peter Lindbergh – het thema is nu actueler dan ooit.

Coco Chanel, 1935. Beeld Man Ray

133 stuks heeft Spruijt in totaal een plek gegeven. Het resultaat is een dijk van een expositie, die zelfs een scepticus die vooraf vragen stelde over het nut van tentoonstelling over louter vrouwelijke ontwerpers weet te overtuigen. Een expositie die energie geeft en aan het denken zet: dit is de kracht van mode en dit is wat vrouwen voor andere vrouwen kunnen (en moeten!) doen.

Wat het grote verschil is tussen mannelijke en vrouwelijke ontwerpers? ‘Als je als vrouw kleren maakt voor andere vrouwen, dan gaat mode niet alleen over hoe je eruit ziet’, zegt Maria Grazia Chiuri in de catalogus. ‘Het gaat over hoe je je voelt en denkt.’

Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode. Gemeentemuseum Den Haag, 17/11 t/m 24/03. Daarna in aangepaste vorm onder de naam Wonder Women in Modemuseum Hasselt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.