Hoofdredacteuren en struikrovers

Rome,..

Er zit een ondraaglijke spanning tussen de brief van de hoofdredacteuren der Nederlandse kranten aan Ronald Plasterk (Forum, 15 december) en de uitkomst van het eerste onderzoek naar het geklungel en geknoei van de belangrijkste Nederlandse dagbladuitgever, PCM (Economie, 16 december).

De hoofdredacteuren slaan, in hun appèl aan de minister die ook verantwoordelijk is voor het mediabeleid, een hoge toon aan. En de onderzoekers trokken na hoe een vrije onderneming, die ook een instituut is met maatschappelijke verantwoordelijkheid, zo frivool kon omgaan met haar vermogen en haar feitelijke en morele verplichtingen.

In de brief zowel als in de rapportage overheersen somberheid. Maar die twee manifestaties van somberheid hebben betrekking op twee volslagen verschillende versies van dezelfde geschiedenis. Daar wordt de spanning tussen brief en bericht zo ondraaglijk, dat het vermoeden van schijnheiligheid zich opdringt.

Het gaat niet goed met veel van de Nederlandse kranten waarvoor de lezer betalen moet. Omdat er al niet veel van dergelijke kranten meer over zijn, kun je rustig stellen dat het niet goed gaat met de Nederlandse kranten. Sommige hoofdredacteuren beweren dat dat een wereldwijd fenomeen is. Aan die bewering kun je zien hoe slecht hoofdredacteuren andere kranten lezen. Of hoe drastisch zij hun netwerk van buitenlandse correspondenten al hebben ingekrompen. Want het is zelfbedrog: er zijn enkele landen waarin het slecht gaat met de betaalde dagbladen. Maar er zijn ook nogal wat landen waarvoor dat niet geldt.

De Nederlandse hoofdredacteuren wijten dat aan drie ontwikkelingen waar zij niets aan kunnen doen: de opkomst van internet, de huidige conjunctuur en de oneerlijke concurrentie van andere media op de advertentiemarkt. Internetgebruikers rekenen erop dat zij niets voor hun informatie hoeven te betalen. Maar internet als autonome nieuwsbron bestaat niet: het nieuws dat je van internet haalt, komt gewoon uit de krant. Alleen de distributietechniek verschilt. De krantenuitgevers hebben zelf besloten dat men bij deze nieuwe distributiewijze niets meer hoefde te betalen.

Met de economie gaat het beroerd. En de publieke omroepen worden door de staat onderhouden, terwijl zij daarenboven geld beuren voor de reclame die zij uitzenden.

De hoofdredacteuren maken zich daarom zorgen, niet alleen over hun baantjes en hun bladen, maar ook over de democratie. Die kan, beweren zij, het niet stellen zonder de controle door een vrije, onafhankelijke en scherpzinnige pers. De journalistiek moet de politici en de regering controleren, misstanden in publieke instituties aan de kaak stellen en meedenken over oplossingen voor prangende vragen. Bestond er geen onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek, dan konden de politici en bestuurders hun gang gaan – en dus hun slag slaan.

Dat de minister van Mediazaken daarom die onafhankelijke pers best eens wat minder onafhankelijk zou kunnen maken door haar te hulp te schieten, is in dat perspectief curieus. Het is ook eigenaardig dat de hoofdredacteuren nu ineens de overheid debet verklaren aan hun geldzorgen. De publieke omroep, gefinancierd uit de openbare middelen, bestaat al ruim driekwart eeuw (radio) en een halve eeuw (tv), en al meer dan een kwarteeuw maakt zij reclame waar zij geld voor vangt. Wat raar dat het principiële bezwaar van oneerlijke concurrentie nu pas gewicht in de schaal begint te leggen.

Met de principiële opvatting over de rol van de pers in een democratie kan men het zonder moeite eens zijn. Maar waarom speelt dat nu pas op? En hoe goed en hoe onafhankelijk zijn de kwaliteitskranten in Nederland eigenlijk? Als de hoofdredacteuren werkelijk zo principieel in de leer zijn, hadden zij dan niet wat eerder op hun strepen kunnen gaan staan?

Bijvoorbeeld toen hun uitgever PCM zichzelf uitleverde aan een ploegje Britse struikrovers?

Daar krijgt nu de Stichting Democratie en Media, indertijd de grootste aandeelhouder van PCM en inmiddels opnieuw, de schuld van. Maar het bestuur van een stichting die een gecompliceerde miljoenenonderneming bezit, heeft de kennis noch het inzicht om transacties als de verkoop van een compleet aandelenpakket aan een buitenlandse investeerder adequaat en evenwichtig te beoordelen. Dat wordt daarin gestuurd door de directie van het concern: managers, die voltijds in de weer zijn met het leiden van het bedrijf en met beoordelen van economische prognoses.

Die lui waren indertijd unaniem voorstander van beursgang van wat toen nog een ideële organisatie was. PCM gaf dagbladen uit op gezag van de grootste aandeelhouder, de Stichting Democratie en Media. Die stichting wilde precies wat de naam zegt: de democratie bewaken door het garanderen van een onafhankelijke, pluriforme en solide Nederlandse dagbladpers.

De managers hadden daar geen zin in. Het is geen geheim dat dat gezelschap indertijd bestond uit luchtfietsers en feestvierders. Geen van hen is slechter geworden van de verkoop van de aandelen. Integendeel: tegenwoordig rentenieren zij allemaal.

Die managers hadden hun zin nooit kunnen doordrijven zonder de instemming van de verschillende kranten die zij uitgaven. Dat waren – en zijn – de melkkoeien van de onderneming. Degenen die er leiding aan gaven en soms nog geven, hadden de verkoop gemakkelijk kunnen blokkeren. Ook de ondernemingsraden hadden daar korte metten mee kunnen maken.

Maar ook zij lieten zich bepraten met de lariekoek over de enorme voordelen van beursgang. De enkeling die zich, louter door zijn gezonde verstand te gebruiken, tegen die propaganda verzette, kreeg een publicatieverbod opgelegd en werd op een zijspoor gemanoeuvreerd.

Ineens is dat allemaal vergeten: de kranten moeten de democratie redden en daarom moet de democratie de kranten redden. De onafhankelijkheid en de diepgang, die geen gevaar liepen toen de struikrovers in de hal stonden, zijn thans waarden die verdedigd moeten worden.

Als bankiers en avonturiers hun hand kunnen ophouden, kunnen courantiers dat blijkbaar ook. ‘De democratie bewaken’ klinkt bovendien deftiger dan ‘de economie overeind houden’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden