Hoofdredacteur met knipselrubriek

Regelmatig zinspeelde Rinus Ferdinandusse op zijn ontslag, maar het kwam er nooit van. Uiteindelijk duurde zijn tijd bij Vrij Nederland 37 jaar....

Voor de pershistoricus die de naoorlogse geschiedenis van Vrij Nederland onder handen krijgt, wordt het een lastige klus vast te stellen hoe vaak Rinus Ferdinandusse, hoofdredacteur van het blad van 1969 tot 1996, heeft overwogen ontslag te nemen. Martin van Amerongen, bijna twintig jaar lang naast Ferdinandusse op de VN-burelen, waagt zich niet aan een schatting. 'De verzuchting ''nou, dan ga ik maar'', lag op zijn lippen bestorven. Het lag dan vaak op mijn weg om hem op andere gedachten te brengen.'

In 1984 vertrok Van Amerongen, na bijna twee decennia VN, omdat in zijn ogen de 'vitaalste periode' van het blad voorbij was. Ferdinandusse en hij hadden behoord tot de Gideonsbende van talentvolle journalisten die in de jaren zestig en zeventig met veel succes tegen het establishment hadden geschopt. De 'sekte', zoals Ferdinandusse hen eens liefkozend omschreef, was in de jaren tachtig volgens Van Amerongen verworden tot 'een gezelschap dames en heren van middelbare leeftijd, lijdend aan collectieve hoogmoed'.

Van Amerongen greep de kans om hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer te worden en verliet de sekte. Ferdinandusse, in 1959 aangetreden als redacteur, bleef. De daarop volgende periode kan achteraf als het breukvlak in de moderne VN-geschiedenis worden beschouwd. Want het midden van de jaren tachtig zouden, na de gouden jaren zestig en zeventig, de periode van een diepe val worden.

Ferdinandusse moest meemaken hoe zijn redacteuren elkaar naar het leven gingen staan en hoe hij de feitelijke leiding over het blad kwijtraakte aan zijn adjunct-hoofdredacteur, Joop van Tijn. Niettemin bleef hij en vermeed hij de vut. Ook in de laatste tien jaar gaf hij zich voor de goede zaak, het wekelijks produceren van een zo goed mogelijk blad. Een opdracht waar hij op zijn eigen, onnavolgbare wijze een bijdrage aan leverde. Uiteindelijk maakte hij 37 dienstjaren vol, alle ontslagdreigementen ten spijt.

Hoe serieus die dreigementen waren, viel voor de omgeving van Ferdinandusse nooit exact vast te stellen. Sfinxachtig, gesloten als een Zeeuwse oester, ondoorgrondelijk, dat zijn de typeringen die vriend en vijand van hem geven. De hoofdredacteur zelf bevestigt die karaktertrek nog eens door bij zijn afscheid er het zwijgen toe te doen.

'Ook tegenover zijn meest intieme vrienden heeft hij, denk ik, altijd iets afstandelijks gehouden. Die ruimte heeft Rinus nu eenmaal nodig', stelt Jan Blokker.

Samen met Ferdinandusse en Dimitri Frenkel Frank was Blokker begin jaren zestig de drijvende kracht achter het satirische tv-programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer. Wanneer Blokker zich zorgen maakte over de kwaliteit van de uitzending als geheel, schoot Ferdinandusse te hulp met de suggestie een eigen, kleine conference te doen. 'En dat werkte. Hij vertelde dan grappen, keek streng in de camera, met een blik van: jullie zullen godverdomme lachen, en wist dat dan ook voor elkaar te krijgen.'

Met anti-establishmentcabaret op televisie en dezelfde journalistieke lijn bij Vrij Nederland beleefde Ferdinandusse zijn beste jaren. De redactie van het vroegere verzetsblad bestond uit een kleine groep jonge, talentvolle journalisten als Ferdinandusse, Van Amerongen, Igor Cornelissen en Joop van Tijn. Zij waren twintigers en dertigers die de tijdgeest uitstekend aanvoelden en een hechte eenheid vormden. Ferdinandusse omschreef die sfeer, in een interview als volgt: 'Er was een kleine sekte van een man of zes, zeven, en we maakten de krant en er was geen hiërarchie. We waren zo bezig een krant te maken, dat de paar conflicten die men onderling had, vanzelf onder tafel gingen.'

In zijn eigen journalistieke werk kreeg zijn hang tot grappenmakerij vaak de voorkeur boven de bloedserieuze benadering. Graafwerk naar schandalen vond Ferdinandusse een levensnoodzaak voor het blad, maar het spitten zelf was niets voor hem.

Humor was voor Ferdinandusse, afkomstig uit een gereformeerd Zeeuws gezin, een overlevingsstrategie, veronderstelt Blokker. 'Met zijn grappen heeft hij zijn verleden klein gekregen.' Het blad bood hem er volop ruimte voor, onder meer in de vorm van one-liners voor de rubriek Terzijde en in de door hem bedachte, en ook als hoofdredacteur eigenhandig geredigeerde rubriek Geknipt voor U, een wekelijkse verzameling van bizarre krantenkoppen en -stukjes.

De 'eigenwijze Zeeuwse dwerg', zoals de geuzennaam luidde die Ferdinandusse zich eens eigen maakte, werd in 1969 hoofdredacteur. De keuze leek logisch. Behalve zijn grappen en zijn stukken over zijn favoriete onderwerpen films en detectives, bestond zijn bijdrage aan het blad uit het leveren van ideeën en het inspireren van redacteuren. 'Hij was een ideeënmachine, een raskrantenmaker', aldus VN-redacteur Marc Josten.

Ferdinandusse had een hekel aan hiërarchie en leidinggeven, maar dat werd in die jaren niet als een bezwaar gezien. Bijna integendeel. De meeste VN-redacteuren hadden er zelf ook een bloedhekel aan en genoten van de vrijheid die de hoofdredacteur hen liet. Ter verdediging van die opstelling kon Ferdinandusse zich beroepen op het unieke redactiestatuut, waarin de leiding over het blad aan het personeel werd toevertrouwd. De hoofdredacteur was slechts de uitvoerder van het door de redactie vastgestelde beleid.

Van Amerongen wilde zich nog wel eens ergeren aan het gebrek aan leiding. 'Redacteuren leefden hun eigen fascinaties regelmatig uit over de hoofden van hun lezers. Wanneer (onderzoeksjournalist) Rudie van Meurs met aflevering zeventien over iemand als Zwolsman kwam, die toen al een oude, afgeschoten man was, hield Ferdinandusse hem niet tegen.'

Bij problemen, die zich ook in de gouden jaren wel eens voordeden, had Ferdinandusse een onnavolgbare aanpak. Hij was er de man niet naar om met de vuist op tafel te slaan, maar koos voor 'wegen der geleidelijkheid die niet altijd even duidelijk waren', typeert Van Amerongen. 'Wanneer wij als redactie vonden dat columnist Nico Scheepmaker te veel op routine dreef en Rinus hem voor een gesprek bij zich riep, kon het gebeuren dat Scheepmaker bij vertrek vrolijk melding maakte van een salarisverhoging.'

'Rinus geeft geen opdrachten, zet geen koers uit, bepaalt geen beleid, regeert niet. Opdracht, koers, beleid, regeren: het zijn allemaal begrippen die niet bij hem passen', zo vatte Joop van Tijn in zijn, vorige week in VN gepubliceerde, afscheidsstuk tamelijk genadeloos de leidinggevende capaciteiten van Ferdinandusse samen.

Zijn omzichtige aanpak van problemen leidde tot niet al te grote ontsporingen, zolang het voorspoedig ging met het blad. In de jaren zeventig scoorde het blad journalistiek nog steeds uitstekend, onder meer dankzij de politieke verslaggeving van Joop van Tijn, legendarische interviews van Bibeb en de onthullingen over alles wat naar rooms-katholiek machtsmisbruik zweemde van Rudie van Meurs. In 1980 behaalde VN zijn recordoplage van 120 duizend exemplaren en was de redactie uitgedijd tot circa dertig man.

Daarna zette het verval in. De oplage daalde, redacteuren werden ontslagen. Ferdinandusse zag zich steeds meer gedwongen tot het soort harde beslissingen dat hij liever vermeed te nemen. Het redactiestatuut gaf hem het argument om dat ontwijkende gedrag vol te houden. Dat statuut legde het personeelsbeleid immers in handen van het personeel zelf. De consequentie van die structuur en de houding van Ferdinandusse waren wel dat Vrij Nederland in een wespennest veranderde.

'Het angstaanjagende van dat systeem was dat allerlei minkukels de overhand konden krijgen,' observeert Blokker. Van Amerongen noemt het een 'pervertering van de bedrijfsdemocratie', waar Ferdinandusse nooit tegen heeft durven optreden. Blokker is het daarmee eens. 'Hij heeft nooit geroepen: en nu gaan we weer aan journalistiek doen in plaats van politburootje spelen.'

De ervaringen van Lisette Lewin bij VN illustreren de aard van de problemen. Als redactrice van NRC Handelsblad maakte zij in 1977 de overstap naar VN, dat voor haar op dat moment 'bij uitstek de exponent van de intelligentia' was. Daar rekende zij Ferdinandusse, die zij vanwege zijn 'besmuikte humor' mocht, ook toe. Maar Lewin raakte steeds meer teleurgesteld in haar nieuwe hoofdredacteur. Ferdinandusse zei veel waardering voor haar werk te kunnen opbrengen, maar greep niet in toen zij het mikpunt van collectieve hoon werd. Leden van de redactie namen op de wekelijkse vergaderingen consequent haar mediarubriek Het Wereldje onder vuur.

Lewin: 'Een aantal mensen had het op mij voorzien. Tegen mij persoonlijk zei Ferdinandusse wel dat hij dat ontzettend vond, maar hij is nooit in het openbaar voor mij op de bres gesprongen. Dan ben je in mijn ogen geen goede hoofdredacteur.'

Lewin was in 1981 een van de eerste vertrekkers bij het blad. Van Amerongen volgde in 1984, toen de meest bloedige gevechten nog moesten uitbreken. Van Tijn verliet in het najaar van 1985 Den Haag om als adjunct-hoofdredacteur de leiding van het blad te versterken. Daarna liepen de interne spanningen hoog op. Eind 1986 was een groot aantal redacteuren opgestapt, onder wie, tot jongere garde behorende, redacteuren als Frits Abrahams en Gerard Mulder.

'De redactie was groot genoeg geworden om in kampen uiteen te vallen', luidt de beknopte verklaring die Van Tijn voor het bloedbad geeft in zijn afscheidsstuk voor Ferdinandusse. Ook wijst hij beschuldigend naar andere media, die volgens hem belust waren op 'hun misselijke wraakje' op het gerenommeerde VN.

'Wij hadden kritiek op de inhoudelijke stagnatie van het blad', zo blikt Gerard Mulder op het conflict terug. 'De formule was sleets geworden. Iemand als Bibeb had mooie tijden gekend, maar was een karikatuur van zichzelf geworden. De dagbladen maakten katernen met dezelfde ideeën als VN. Dat baarde ons zorgen, maar de hoofdredactie en een meerderheid van de redactie antwoordde dan: ''Wij doen het toch beter dan de kranten.'''

Volgens Mulder deelde Ferdinandusse die overtuiging van eigen superioriteit. Het interne debat blokkeerde. 'Ferdinandusse heeft de interne discussie niet tegengehouden, maar beslist ook niet aangemoedigd', stelt hij vast. Blokker signaleert zelfs een 'raar totalitair kantje' aan het blad. Blokker: 'Je mocht er nooit met een vinger naar wijzen. In mijn ogen was die superioriteitsgedachte gebaseerd op niet veel meer dan het eigen geloof daarin.'

Voor Ferdinandusse waren die gebeurtenissen in het midden van de jaren tachtig een slag. Van Tijn ontpopte zich als de puinruimer, die met zijn emotionele en dwingende stijl de tegenpool van Ferdinandusse was. Na de ontslagronde trok Van Tijn steeds meer hoofdredactionele taken naar zich toe. Hij leidde voortaan de redactievergaderingen en bepaalde wat er in welke volgorde in het blad kwam. Al vermeldde het colofon dat Ferdinandusse de hoofdredacteur was, in feite werd het blad in de afgelopen tien jaar door Van Tijn, nu ook zijn officiële opvolger, geleid.

In de jaren na de crisis van 1986 hield Ferdinandusse zich op zijn geheel eigen manier staande. Hij beleefde plezier aan het schrijven over zijn aloude hobby's, thrillers en film, en ontpopte zich in zijn rubriek Gedachten op dinsdag als criticus van de journalistiek. Die rubriek was typisch Ferdinandusse. Op een plek waar andere weekbladen een gewichtig hoofdredactioneel commentaar afdrukken, gaf hij zich over aan kleine, soms wat grotere bespiegelingen, veelal met een krantenbericht als opstap en altijd doorspekt met grappen.

Ferdinandusse bleef inspirerend voor redacteuren die hij mocht, en wist daarbij ook tot de jongere garde door te dringen. Van de vorige generatie mag Gerard Mulder dan niet meer on speaking terms met Ferdinandusse zijn, hij voelt zich nog altijd aan hem schatplichtig. Zijn biografie over VN-oprichter Van Randwijk en het boek De val van de Rode Burcht, over de geschiedenis van De Arbeiderspers, komen voort uit het brein van Ferdinandusse, die hij ervoer als stimulerend en inspirerend. Ik houd een tweeslachtig gevoel over hem.'

Van de jonge VN-redacteuren herinnert Marc Josten zich hoe zijn stukken over Europa aanvankelijk leidden tot cynisch commentaar van Ferdinandusse: 'We schrijven voor Vrij Nederland, en niet voor Vrij Europa.' Maar nadat Ferdinandusse had vastgesteld dat die Josten wel deugde, vond de redacteur voortaan een stroom aan krantenknipsels over Europa in zijn bakje.

Deugen of niet deugen, goed of fout - die schematische manier van denken over zijn redacteuren typeert de scheidend hoofdredacteur misschien nog het meest. Ferdinandusse behoort tot het soort mensen dat er trots op is nooit Duits te hebben gesproken en dat principieel weigert een Volkswagen als bedrijfsauto te accepteren. Zo was hij ook over zijn collega's. Er viel tamelijk eenvoudig vast te stellen wie bij Ferdinandusse goed viel en wie slecht. Tegenover derden noemde hij de goeden bij hun voornaam en de rest bij hun achternaam - een manier van denken die Blokker 'heel typerend' voor VN als geheel vindt. Zo heeft Ferdinandusse als hoofdredacteur langs tal van ondoorgrondelijke wegen zijn stempel op het blad gedrukt.

Bij zijn afscheidsspeech, vorige week in het Stedelijk Museum, beperkte Ferdinandusse zich tot de van hem bekende zelfspot. De zaal lag nog een keer aan zijn voeten, toen hij beschreef hoe hij als 65-jarige een beroep denkt te kunnen doen op de ouderencoördinator die de stadsdeelraad van Amsterdam-Zuid heeft ingesteld. Over het blad, zijn blad, geen woord. Sommige zaken zitten te diep om het er zo maar in het openbaar over te hebben.

Fokke Obbema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.