Valika Smeulders

InterviewValika Smeulders

Hoofd Geschiedenis van het Rijksmuseum: ‘Op kritiek moet je eerst kauwen, je moet het niet direct doorslikken’

Valika SmeuldersBeeld Judith Jockel

Het Rijksmuseum in Amsterdam wil ‘meerstemmig’ worden. Het nieuwe hoofd Geschiedenis Valika Smeulders legt uit hoe het museum dat gaat aanpakken.

Als Valika Smeulders en ik in de tuin van het Amsterdamse Rijksmuseum zijn neergestreken onder de bladeren van de vleugelnootboom waar het zonlicht doorheen speelt, daagt me dat hier iets niet onopgemerkt kan blijven. In vijftien jaar tijd sprak ik voor de Volkskrant drie directeuren, vele conservatoren en andere experts in het Rijksmuseum over hun werk. Ik werd verwelkomd in hun mooie kamers, op hun mooie ateliers en in het mooie depot, om uitleg te krijgen hoe zij het daar doen. Smeulders is de eerste die me uitnodigt hier te spreken, met een blik van buitenaf op de kathedraal van de kunst. Hier zijn de geuren anders door de grote variatie aan planten en kruiden om ons heen, hier is het licht beweeglijk, hier is frisse lucht en klinkt de rumoerigheid van langzaam uit corona loskomend Amsterdam op de achtergrond. Dit moment dringt z’n symboliek vanzelf op.

Smeulders’ expertise is de blik van buitenaf, zal ze vertellen, en de verandering die het museum de afgelopen tijd heeft gemaakt is om voor die blik open te staan, haar binnen te laten en in alle afdelingen te laten doordringen. Het museum wil meerstemmig worden, zoals dat heet, en koos Valika Smeulders als nieuw hoofd Geschiedenis. Ze begon woensdag, 1 juli, de dag van Keti Koti.

‘Als we op mijn kamer hadden gezeten, had ik de foto op mijn bureau van mijn overgrootouders kunnen laten zien’, zegt Smeulders. ‘Omdat ik het fijn vind om ze bij me te hebben in het museum. Het zijn mensen die nooit in een museum zouden zijn gekomen. Je ziet op die foto mijn overgrootmoeder, ze is een donkere vrouw uit Suriname en ze heet MacDonald. Haar grootvader was een plantagehouder, hij heeft afschuwelijke dingen gedaan met de mensen in zijn bezit, hij kreeg vijf kinderen met een tot slaaf gemaakte vrouw, Sophia van Bunschoten, dat is mijn betbetovergrootmoeder. Mijn overgrootvader is Chinees. Ik ben geboren op Curaçao, mijn ouders zijn geboren in Suriname. Aan mijn voorouders zie je dat zij op hun beurt ook weer overal vandaan kwamen. Dus in mij komen al die etniciteiten samen, de hele koloniale geschiedenis van Nederland; ik heb geen keus, het zit er allemaal in.’

We zullen het hebben over schaamte en schuld, witte mannen en onzichtbare vrouwen, mensen wier geschiedenis niet automatisch werd opgeschreven en die geen dure objecten nalieten voor museumzalen. Over een actualiteit vol protesten die het museum dwingt tot reflectie, en objecten die horen bij een volk aan de andere kant van de wereld.

Eerst maar even: wat is meerstemmigheid?

‘Binnen musea betekent het dat we meerdere verhalen vertellen, vanuit verschillende achtergronden. Dat is het, niet ingewikkelder.’ 

U maakt met collega’s een grote tentoonstelling over slavernij, die in februari 2021 opent. Slaafgemaakte mensen hebben weinig spullen nagelaten. Hoe kan het museum hun verhalen vertellen?

‘Musea zijn van oudsher plekken van grandeur, onze collectie is opgebouwd uit de collecties van rijke burgers. Dus die is nooit gemaakt om de geschiedenis van andere mensen te laten zien. Maar als je goed zoekt, kom je er wel. 

‘We hebben gekozen om immateriële collecties in te duiken. Ik heb bijvoorbeeld oude interviews gehoord uit het begin van de 20ste eeuw. Als je bejaarden hoort spreken over hun grootouders die in slavernij leefden, ben je dicht bij de ervaring in de 18de eeuw.’

Ik kan me er nog niet veel bij voorstellen, orale geschiedenis in een museumzaal. Wat ga ik zien als ik de zaal binnenloop?

‘We laten bijvoorbeeld een kaart zien die is getekend door koloniale soldaten die probeerden de mensen die uit slavernij waren gevlucht terug te halen, in Suriname. Daar heb ik twee vrouwen bij gehaald die afstammen van de groep waarop werd gejaagd. Toen we in het depot stonden en zij die kaart zagen, waren ze met stomheid geslagen vanwege het contrast met de geschiedenis die zij hadden meegekregen. Hun ouders hadden verteld over gevechten tegen de kolonisten en hoe ze een eigen samenleving hebben gesticht. Dus kun je met die kaart een volwaardiger geschiedenis aansnijden, als je ook die vrouwen hoort vertellen, op audiotour.’

Ik zie nog steeds een zaal met een kaart voor me.

‘Wil je op zoek naar persoonlijke verhalen van mensen die geen dure objecten hebben nagelaten, dan kom je in de archieven terecht. Maar met archieven kom je er nog niet. 

‘Naast de kaart laten we iets anders zien dat je niet vaak in musea tegenkomt: rijst. Het is rijst die door vrouwen is meegenomen toen ze vluchtten van de plantages, zodat ze een zelfvoorzienende samenleving konden opzetten. Het bijzondere is dat deze rijst genetisch te traceren is tot Afrika, waar de slaafgemaakten oorspronkelijk vandaan kwamen. Zij namen vanuit Afrika al rijstzaden mee om, als ze konden vluchten uit hun gevangenschap, voor zichzelf en hun gemeenschap te kunnen zorgen. Die strategische aanpak van vrouwen die vooruitdachten, vind ik erg mooi. We weten dit via orale geschiedenis.’ 

Wat maakt een slavernijtentoonstelling nodig?

‘Het is nationale geschiedenis. 250 jaar van het verleden van Nederland kun je niet onder het tapijt schuiven. Het is nodig omdat we het te veel veronachtzamen, er te weinig onderzoek naar is gedaan, het te weinig in onderwijs terecht is gekomen en het te weinig in musea is getoond. Wat je nu ziet, is dat de samenleving ons erop gaat corrigeren. Dus ja, we hebben een inhaalslag te maken, en daar werken we aan. En ik hoop eigenlijk dat na deze tentoonstelling duidelijk is dat het er gewoon bij hoort, ook permanent in het museum.’

Valika Smeulders promoveerde op de verschillen in de manier waarop musea controversiële of pijnlijke geschiedenis laten zien, en welke bezoekersgroepen dit trekt. Komen er vanzelf meer mensen uit de groepen die er een persoonlijke band mee hebben? Dat bleek niet het geval; mensen hebben niet meteen het vertrouwen dat een museum hun geschiedenis in beeld kan brengen, als die musea dat nooit eerder hebben gedaan. Een van Smeulders’ conclusies was dat musea een structurele band moeten opbouwen met nieuwe publieksgroepen.

Daarnaast onderzocht ze verschillen in de herdenkingen en vieringen van het slavernijverleden in alle landen die verbonden zijn aan Nederland. Die verschillen zijn groot. In Nederland, waar slavernij officieel nooit werd toegestaan, waren er relatief weinig mensen van kleur en is confrontatie met slavernijgeschiedenis weinig zichtbaar. In Suriname leven voornamelijk nazaten van mensen die onderdrukt of slaafgemaakt waren, en weinig nazaten van slavenhouders: Hollanders hadden er plantages, maar woonden veelal in Nederland. Zij herdenken vanuit verbondenheid van alle etniciteiten die onderdrukt werden. Terwijl op Curaçao de plantagehouders juist permanent op het eiland woonden en de bewoners na de slavernij een manier moesten vinden om zich tot elkaar te verhouden, en het land bovendien nog altijd tot het koninkrijk behoort.

Is Curaçao meer te vergelijken met de Verenigde Staten, waar voormalige slavenhouders en slaafgemaakten samen een nieuwe samenleving moesten vormen?

‘Ja, ze zijn veroordeeld tot elkaar. En bij het zichtbaar maken van de geschiedenis, speelt ook een rol dat Curaçao sterk gericht is op toerisme. Er werd lang gezegd: we moeten de toeristen niet lastigvallen met pijnlijke geschiedenis, die hebben daar helemaal geen zin in, ze komen voor het strand. Toen heeft een eigenwijze Nederlandse ondernemer (Jacob Gelt Dekker, red.) daar een museum neergezet en bleek slavernij als centraal thema populair onder toeristen. Daardoor realiseerde de sector zich dat je je wel degelijk kunt verhouden tot moeilijke geschiedenis.’

Hoe doe je dat? In Nederland zijn we er niet zo goed in.

‘Heel lang hebben musea alleen het mooie laten zien, het glorieuze en de rijkdom. Maar kijk naar de literatuur, naar films en theater. Daar zijn we gewend om niet alleen een zoet verhaal te zien. Niemand vindt een romantisch verhaal interessant als de heldin en de held niet ook een tijdlang verliezen, of lijden. Dus waarom zouden we in musea niet ook veel complexere verhalen kunnen tonen?’

U stuurt nu aan op een herdefinitie van musea.

‘Ik vind het heel belangrijk dat we verder kijken dan we tot nu toe hebben gedaan, en meer laten zien dan het leven van de rijkste, meestal mannelijke bovenlaag. Je hoeft het museum niet te herdefiniëren, en we gebruiken nog steeds dezelfde objecten, maar om meer te doen heb je wel kennis van buiten het museum nodig.’

Valika SmeuldersBeeld Judith Jockel

Moet er ook iets weg? Sommige mannen op de portretten in het Rijksmuseum zijn dezelfde die nu buiten het museum worden besmeurd, als standbeeld. Vraagt de actualiteit van Black Lives Matter om aanpassingen in het museum?

‘We moeten er wel wat mee, ja. Niet in de zin dat je ze moet weghalen, zoals je ook niet de standbeelden moet weghalen, maar we moeten de context duidelijker maken, veel kritischer zijn. We willen bredere informatie geven, verschillende aspecten van hun leven...’

...hoor ik u nu zeggen dat het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen gewoon moet blijven staan?

‘Ik vind maatwerk belangrijk. Ik twijfel wel aan het behoud van Coen, die in zijn tijd al zeer werd bekritiseerd om zijn wrede gedrag. Maar je zou aan de hand van Coen ook duidelijk kunnen maken welke verschrikkingen er zijn begaan. Ik wil dat we het maatschappelijk debat voeden door meer informatie te geven en onderzoek te doen naar wat we te weinig hebben verteld.’ 

Maar dan staat dat beeld er nog steeds. Een beeld op een sokkel is een daad van verering.

‘Voor een deel – waarmee je aangeeft: deze mensen werden in de 19de eeuw op een voetstuk gezet. Maar er moet wel een verhaal bij.’

Ik denk niet dat iedereen die zo’n beeld ziet, het als manifest ziet van hoe we in de 19de eeuw over het vaderlands verleden dachten.

‘Daar moet je context bij geven, inderdaad. En er moeten ook beelden worden toegevoegd. Van mannen die vochten tegen slavernij en vrouwen die voor gelijke rechten vochten.’

Hebt u begrip voor het recente neerhalen van standbeelden van Columbus, in verschillende steden in de Verenigde Staten?

‘Ja. Ik heb in mijn studententijd in 1992 in Mexico gewoond en daar werd toen vijfhonderd jaar ‘ontdekking’ gevierd. Er werd toen al veel over gediscussieerd of je wel kunt spreken van een ‘ontdekking’, en over ‘de precolumbiaanse tijd’. Dat standbeelden van Columbus er nog steeds staan, dertig jaar later, en dat ze nog steeds niet van context zijn voorzien, is voor mij ook heel raar en...’

...vermoeiend?

‘Nou ja.’

Ik kan me voorstellen dat u dan ook denkt: het schiet gewoon niet op.

‘Ik denk niet dat we ooit alle lessen hebben geleerd, er klaar mee zijn en alles weten. We komen nu wel sneller tot de kern, er is ontwikkeling, en over twintig jaar zal het toch weer anders zijn.’

Meerstemmigheid betekent ook meer aandacht voor vrouwen. Vrouwelijke geschiedenis is niet in het museum terug te zien.

‘Mijn handen jeuken om meer te kunnen laten zien. Er is een werkgroep opgezet om meer kunst en geschiedenis van vrouwen te tonen. In de samenleving is de helft vrouw. Hun levens zijn niet voldoende beschreven, dat is natuurlijk van de zotte, hoe hebben we dat kunnen doen? Dus het voelt ook als: hèhè, eindelijk.’ 

Ik kan me voorstellen dat u hierbij niet wilt wachten op een gat in de programmering, maar de museumzalen wilt aanpakken. Wanneer gaat de bezoeker het daar zien?

‘Kan ik nog niet zeggen. Er wordt aan gewerkt. Ik ben net begonnen, hè?’

Nog een ontbrekend perspectief: het Joodse. Joden hebben ruim vierhonderd jaar invloed op de cultuur in Nederland. Eén generatie geleden werd 10 procent van de Amsterdamse bevolking gedeporteerd, honderdduizend mensen uit heel Nederland, 80 procent van hen werd vermoord. Zowel van de cultuur als van deze recente geschiedenis is nauwelijks iets te zien in het Rijksmuseum.

‘Goed punt. Dit zou ik hetzelfde willen aanpakken als bij de slavernijgeschiedenis: samenwerken met aparte instellingen die hierin expertise hebben. Hier in het Rijksmuseum moeten de perspectieven samenkomen.’

De Holocaust is nu samengevat in één kampjas, op zaal.

‘Joodse cultuur was er altijd, is te weinig getoond, en antisemitisme steekt steeds weer de kop op. Dat zouden we veel beter moeten laten zien.’

Zoals ook de nieuwe canon weer aantoont, is de omgang met het Nederlands verleden een voortdurend punt van discussie, dat evenveel zegt over hoe wij over onze gezamenlijke identiteit denken als over het verleden. Het Rijksmuseum werd bij heropening in 2013 gemunt als museum van Nationale Geschiedenis, en nam de beslissing om kunst en geschiedenis voor het eerst integraal te laten zien. Zeven jaar geleden was dat nog vanuit het perspectief van het glorieuze Holland, de koopmansgeest; nu is het tijd voor gedeeld verleden. Dat maakt de functie van hoofd Geschiedenis een gevoelige: die moet zich constant verhouden tot de gepolariseerde actualiteit.

Een van de discussies die al jaren speelt, gaat bijvoorbeeld over eigenaarschap van objecten die uit andere landen komen. Soms zijn ze duidelijk onteigend of geroofd van een volk, soms is het veel complexer om te achterhalen wat precies de herkomst is. In maart 2019 werd op initiatief van Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Nationaal Museum van Wereldculturen, het manifest Return of Cultural Objects: Principles and Process gepubliceerd, met richtlijnen voor claims en een protocol voor het beoordelingsproces. Het Rijksmuseum had twee jaar eerder al zelf het initiatief genomen tot meer onderzoek naar objecten in de eigen collectie.

U bent als hoofd Geschiedenis verantwoordelijk voor onderzoek naar de herkomst van meerdere objecten in de collectie van het Rijksmuseum. Hoe gaat u daarmee om, en gaan er objecten terug?

‘Het onderzoek loopt inderdaad. Het is misschien goed om te zeggen dat ik ook lid ben van de commissie die onder leiding van Lilian Gonçalves de minister adviseert over restitutiebeleid. De overheid neemt uiteindelijk de beslissing of een object wordt gerestitueerd.’

U hebt een dubbelrol. Is dat lastig?

‘Nee, ik vind het heel goed om niet vast te zitten in rollen. Ik ben jaren onafhankelijk adviseur en onderzoeker geweest, ik ken het perspectief van buiten het museum en van binnenuit.’

Wat is uw visie?

‘Volgens mij moeten we verder kijken dan alleen bij wie het object hoort, en samenwerken. Als iets bijvoorbeeld is gemaakt in opdracht van de West-Indische Compagnie, maar door iemand in een ver land, wie is dan de eigenaar, en hoe deel je het? Gelukkig kunnen we nu veel meer, virtueel en online, in het delen van kennis.

‘Complexiteit zit er vaak in dat wij hier in grote musea mogelijkheden hebben die veel musea in andere landen niet hebben, dus kun je je afvragen of het wel fair is om te zeggen: we droppen het object daar, en succes ermee. Jagen we musea dan niet te veel op kosten? Hebben we niet een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het behoud?’

Ik begrijp uw punt over samenwerking. Maar als puntje bij paaltje komt, wil een land soms een object terug. De rest van de Lombokschat uit Indonesië, bijvoorbeeld, waarvan een deel in 1977 werd teruggegeven en een deel nog in het Rijksmuseum is. Of het kanon van het koninkrijk Kandy in uw collectie, dat in 1765 door de VOC in Sri Lanka werd buitgemaakt na plunderingen. Dat zijn duidelijke gevallen, en landen zeggen: we willen het terug, want het is van ons.

‘Ja, dan valt er natuurlijk over te praten, nogal wiedes.’

Maar zolang je praat, is het object hier.

Uiteindelijk is de vraag: wie heeft zeggenschap over het eigendom? Dat onderzoeken we zorgvuldig, samen met instellingen in die landen. En ook mensen met wortels uit die landen hier in Nederland worden erbij betrokken.

‘Maar ik denk dat het ongemak hierover voor een groot deel bij ons ligt. Wíj vragen ons af of de objecten hier nog wel horen. En daar moeten we ons nu even bij neerleggen, want elk object vereist maatwerk. We denken misschien: als we er nu van af zijn, is het klaar; maar gedeelde geschiedenis is niet een eenvoudig rekensommetje dat zo is opgelost.’

En als het ongemak niet alleen hier ligt, maar ook daar? Niels Mathijssen van De Groene Amsterdammer sprak de experts in Sri Lanka die bij een werkbezoek met uw voorganger hadden gesproken. Zij hebben geen twijfel waar het object thuishoort: in Sri Lanka.

‘Mijn doel is rechtvaardigheid. We willen weten waar het thuishoort en hoe er correct mee om te gaan, en dat gaan we niet eenzijdig beslissen.’

Valika SmeuldersBeeld Judith Jockel

Het museum gaat een nieuwe tijd in, met als het aan u ligt een invoeging van de pijnlijke delen van onze geschiedenis. Veel museumbezoekers zijn op leeftijd en wit. U kent de wrijving in de samenleving. Wat wilt u de bezoeker meegeven die denkt: moet ik me nu schuldig voelen?

‘Ik vind schaamte en schuld totaal niet nodig. Dit gebeurde honderden jaren geleden. Niemand die nu leeft, heeft daar direct verantwoordelijkheid voor. Maar waar je wel verantwoordelijkheid voor hebt, is je te informeren over wat zich heeft afgespeeld. Omdat het voor de samenleving wel belangrijk is. Je kunt niet de glorieuze kant van de geschiedenis vieren zonder dat je er rekenschap van geeft dat die niet voor alle mensen gold. Ik zou willen dat de bezoeker het tot zich neemt, empathie heeft en weet dat er meerdere kanten zijn.’

Schaamte en schuld zijn wel een realiteit, collectieve schaamte is er. Voor heel veel mensen zijn excuses belangrijk geweest, kijk naar koning Willem-Alexander die onlangs in Indonesië excuses aanbood namens Nederland en sprak over de beslissingen van zijn grootmoeder, op 4 mei. Als ik nog even mag terugkomen op uw eigen geschiedenis: u vertelde over een voorvader die een wrede slaveneigenaar was.

‘Ja, ik heb geen keus, het zit er allemaal in. En het heeft weinig zin dat ik me schaam voor mijn voorvader Alexander MacDonald.’

Heeft het nooit ongemakkelijk gevoeld?

‘Jazeker, toen ik erachter kwam. Ik wist dat er plantagehouders onder mijn voorouders zijn, het zijn er meerdere. Maar toen ik over deze hoorde, kwam het wel even heel hard binnen.’

Want een stukje in u is een stukje van hem.

‘Ja. Maar de mens is niet perfect. En ik ook niet. Ik zou ook niet perfect zijn als ik alleen maar donkere voorouders had gehad.’

Er gaan reacties komen op de slavernijtentoonstelling, en misschien ook op nieuwe perspectieven en informatie in de museumzalen.

‘We kunnen het niet alleen maar doen om door iedereen bejubeld te worden. We moeten het doen uit eigen overtuiging, om te prikkelen, en te informeren. Als mensen verrast zijn, is dat goed, als mensen het niet meteen aannemen ook. Ik wil vooral dat we mensen aan het denken zetten.’

Verrast en niet meteen aannemen lijkt zacht uitgedrukt, in deze tijd van haat op sociale media.

‘Eh (schraapt haar keel), ja. Natuurlijk vind ik dat lastig, want we werken met veel liefde en doen veel onderzoek. En we zetten het elastiekje echt wel strak voor onszelf, we zijn heel ambitieus. Natuurlijk wil je dat mensen het begrijpen. Maar het hoort bij de huidige samenleving dat er grote verschillen van mening zijn en dat je die ook meer hoort.

‘Op kritiek moet je eerst kauwen, niet direct doorslikken. En kijken wat je er een volgende keer mee kunt.’ 

Aanvullingen en verbeteringen: in een eerdere versie van dit stuk stond foutief dat premier Rutte onlangs in Indonesië spijt betuigde namens Nederland. Het was echter niet Mark Rutte, maar koning Willem-Alexander die in maart bij zijn bezoek aan Indonesië excuses aanbood voor het Nederlandse geweld in in het verleden.

Valika Smeulders (Curaçao, 1969)

1993 Afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden, in Talen en Culturen van Latijns-Amerika.

2011-2020 Eigenaar Pasado Presente, onderzoek en presentatie van het koloniale verleden en erfenis.

2012 Gepromoveerd aan de Erasmus School of History, Culture and Communication, Erasmus Universiteit Rotterdam.

2016-2020 Postdoc-onderzoeker, Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde.

2017-2020 Conservator Geschiedenis, Rijksmuseum Amsterdam.

Vanaf 1 juli 2020 Hoofd Geschiedenis, Rijksmuseum Amsterdam.

Valika Smeulders woont in Den Haag met haar partner en zoon.

Diversiteit in musea

‘Enorm fijn dat het geteld is en op papier staat. Het betekent hopelijk dat gebrek aan diversiteit onder museumpersoneel niet meer wordt ontkend. Je ziet nog steeds dat het idee leeft dat je er niets aan kunt doen, dat het nou eenmaal zo is. De feiten liggen er nu en we moeten ons ertoe verhouden. Nu kunnen we er serieus aan gaan werken.’

Valika Smeulders over het onderzoek door NRC (17 juni) over diversiteit in 21 Nederlandse kunstmusea, waaruit blijkt dat van de 231 museummedewerkers op verantwoordelijke kunstposities er 6 een niet-westerse achtergrond hebben (2,6 procent).

Lees ook

Beelden zijn gebeiteld in steen, maar de geschiedenis niet. Kunstredacteur Wieteke van Zeil over de nieuwe beeldenstorm
Met het neerhalen van standbeelden wordt niet alleen geschiedenis vernietigd, maar ook geschiedenis gemáákt. Kunstredacteur Wieteke van Zeil steunt de beweging, en vraagt zich tegelijk af: wat als dit Michelangelo’s waren geweest?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden