Media tv-recensie

Honderdduizenden mensen hebben ooit gedacht dat Remco Campert alleen tegen hen sprak

Remco Campert werd 89 en even was de oude schrijver overal: in een nieuw boek, in radio-odes en twintig minuten in Pauw.

‘Laatst heb ik weer een heerlijk avondje televisie zitten kijken. Het is en blijft een prachtige uitvinding. Ik trof het wel bijzonder, want welk kanaal ik ook aanfloepte, nergens werd iets vertoond dat ook maar enige kwaliteit had. En daar knapt de mens van op.’ (‘Cultuur’, uit Eetlezen, 1987)

Een paar weken geleden werd Remco Campert 89. Gevorderde leeftijd, voor iemand van 17. Afgelopen week verscheen er bovendien een portret (géén biografie), geschreven door Mirjam van Hengel. Een knipperend ogenblik, heet dat boek. Prima gelegenheid om van iets ouds nieuws te maken. In de krant, op de radio, op tv. Van Hengel schoof onder meer aan bij Kunststof, bij Pauw en, gisteren, bij VPRO Boeken. Op de radio werd vorige week elke nacht een ode aan de dichter voorgelezen. De kranten puilden uit van Campert.

Bij Pauw, dinsdag, werd Van Hengel geassisteerd door Jan Mulder en Kees van Kooten. Zij komen al een halve eeuw bij de dichter thuis, bellen en schrijven met hem en kennen hem daarmee bijna net zo goed als ik, die het met zijn werk moet doen. Men nam er de tijd voor. Twintig minuten lang scheerden de anekdotes over tafel. De meeste kende ik, uit de fraaie ­Campert-special van Opium uit 2013, uit het schitterende Verloop van jaren uit 2016, of gewoon: uit de verhalen, de columns en de gedichten. Voor veel kijkers ­waren ze nieuw, knapperig als vers brood. ­Tenslotte droeg Kees van Kooten een gedicht voor, uit het hoofd, over hoe het voelt te ontdekken dat er zoiets bestaat als Campert.

De VPRO pakte het stevigst uit: behalve die dagelijkse odes en het fijn-kalme zondagochtendgesprek van ­Jeroen van Kan met Van Hengel in Boeken, tuigde de omroep ook nog een speciale Campert-website op. Een tijdlijn, een leven om doorheen te scrollen. Oude interviews, korrelige filmpjes, hoorspelen en foto’s van een blik die zeventig jaar onveranderd is gebleven.

Soms lees je iets en je voelt: die schrijver heeft het tegen mij alleen. Je voelt je speciaal, even, tot je er achter komt dat die iemand helemaal niet alleen tegen jou sprak. Liever was je alleen gebleven, op jezelf aangewezen in de bewondering, die daarmee iets heroïsch zou krijgen. Maar ja.

Honderdduizenden mensen hebben ooit gedacht dat Remco Campert alleen tegen hen sprak. Voor al die mensen – het klinkt veel, maar we zijn een armetierige minderheid, doelgroeptechnisch – zijn er radio-odes, interviews en twintig minuten Pauw. Wie weet hoorde dinsdag iemand die ode van Van Kooten en dacht: die man heeft het tegen mij. Of volgde één enkele kijker Jan Mulders raad op en schafte De Familie Kneupma aan. Die momenten, waarop de tv zijn achteruitkijkspiegels uitklapt, zich kortstondig ontworstelt aan de greep van het nu, waarop je iets hoort waarvan je niet wist dat het bestond, die momenten, die zo schaars zijn, maken tv tot het soort uitvinding waar een mens van opknapt.

V’s televisierecensententeam bestaat uit Julien Althuisius, Hanna Bervoets, Gidi Heesakkers, Haro Kraak en, deze week, Frank Heinen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.