Beschouwing Homograppen

Homograppen doen het onverminderd goed in cabaretland. Wat zegt dat?

Beeld Martyn F Overweel

De cabaretier met grappen over homo’s en kontneuken heeft de lachers op zijn hand. Waarom is de homograp zo’n constante in stand-up comedy? En evolueert-ie nog een beetje?

Voor zijn debuutvoorstelling Micha Wertheim voor beginners (2005) had cabaretier Micha Wertheim een PowerPoint-presentatie gemaakt die zijn publiek inzicht moest verschaffen in zijn werkwijze. Hoe kan een entertainer contact bewerkstelligen tussen hemzelf en de zaal? Beginnen over kontneuken is een bewezen manier om als comedian een lach te krijgen, constateerde Wertheim nadat hij op allerwillekeurigste wijze tegen een jongen op de eerste rij over kontneuken was begonnen en daarmee inderdaad een lach had geoogst. Er volgde een slide met een plaatje van een pik in een kont, en opnieuw een lach. ‘Of je het nu zegt of laat zien, mensen vinden het al-tijd prettig.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Anale penetratie is zoals iedereen weet niet voorbehouden aan welke geaardheid dan ook, maar hier leek Micha Wertheim zich te richten op de melige sfeer die ontstaat wanneer het gaat over homoseks. Homo's zijn al jaren een constante in stand-up comedy, onder een heleboel andere onderwerpen trouwens: kinderen (krijgen), religie, porno kijken en masturberen, relaties. Waarom, is de vraag. Dus niet, voor alle duidelijkheid: of het nog mag, een homograp maken. (Simpel: het mag.) Wel: wat wordt er eigenlijk gezegd, en is de homograp de laatste jaren nog geëvolueerd?

Louis C.K., Ricky Gervais, Theo Maassen, Roué Verveer, René van Meurs, Jochem Myjer, Najib Amhali, Patrick Laureij, Martijn Koning; voor zijn documentaire Pisnicht: the movie (VPRO), donderdag te zien op NPO 3, bekeek programmamaker Nicolaas Veul talloze fragmenten uit Netflix-specials en andere comedyshows. ‘Het is niet die ene grap. Het is de optelsom van al die grappen’, zegt hij in de film, waarin hij onderzoekt wat het effect is van opgroeien met homograppen, en waarom het voor veel mensen zo normaal is om ‘homo’ naar elkaar te roepen. ‘Het hoort eigenlijk gewoon al helemaal bij de cultuur. Een cultuur waarin homo's mogen trouwen, maar ondertussen vooral nog steeds om te gieren zijn.’

Directe aanleiding voor hem was het taaltumult dat vorig jaar ontstond rondom cabaretier en NRC-columnist Youp van ‘t Hek en zijn ‘pisnicht’. De cabaretier verdedigde zijn stokpaardje door te zeggen dat pisnicht net als poot en flikker geen scheldwoord is, maar ‘gewoon Amsterdams’. Verschillende ‘deugende fatsoensrakkers’, onder wie Nicolaas Veul, dachten daar anders over. Van 't Heks NRC-collega Rosanne Hertzberger benadrukte nog maar eens dat de discussie niet zozeer draaide om de vraag of hij wel of geen ‘pisnicht’ meer mocht zeggen: ‘Youp mag alles zeggen wat hij wil. De vraag is wie het nog grappig vindt.’

Nicolaas Veul houdt van harde grappen, zegt hij, ook van harde grappen over homo's. ‘Maar ben je echt een zeikerd als je sommige van die grappen ongevoelig en smakeloos vindt, of als je het ondertussen een beetje gehad hebt met de karikatuur van de verwijfde, slappe, vieze, kontneukende ander met poep op zijn pik? De betere homograp draait het perspectief volgens mij om. Die maakt niet de homo belachelijk, maar degene die moeite heeft met homo’s.’

In Meer van hetzelfde (deel 1), de voorstelling die Daniël Arends ook komend theaterseizoen nog speelt, zit een stuk waarin hij zegt dat hij helemaal niks begrijpt van homoseksuele mannen. Daarna volgt een langgerekte, expliciete sketch waarin hij met net iets teveel inlevingsvermogen blijk geeft van het het tegenovergestelde: hij kan zich wel degelijk een zéér gedetailleerde voorstelling maken van homoseks. Op dat moment is het, zoals hij het zelf zegt, ‘alsof de hele zaal door een gast wordt geneukt’. 

Waarom is dat zo hilarisch? Arends zegt te mikken op een ongemakkelijk gevoel. Hij wil de progressieve houding van zijn publiek op de proef stellen: ‘O ja mensen, vinden we homoseksualiteit echt zo normaal als we beweren? We zitten hier met z’n allen heel geëmancipeerd en ontwikkeld te doen, maar vinden we homo's écht helemaal oké? Waarom lach je dan nu, als je het zo normaal vindt? Ben je écht zo kinderachtig dat je om ‘pik in reet’ gaat zitten lachen? Dan zit er dus blijkbaar toch nog iets wat mensen ongemakkelijk vinden.’

Je kunt als comedian alleen het podium op als je erop durft te vertrouwen dat de zaal begrijpt waar je heen wilt, zegt Micha Wertheim. Maar een grap is altijd overgeleverd aan interpretatie. Als toeschouwer kun je je ook ongemakkelijk voelen door het wantrouwen van andermans interpretatie: lachen de andere mensen in de zaal om dezelfde dingen, en zijn dat de ‘juiste’ dingen, de bedoelde dingen? 

Buitenbeentjes 

‘Mensen verwarren het onderwerp van een grap met het doelwit’, zei Ricky Gervais in Humanity (2018), de stand-up show waarin hij probeert te ontleden waarom mensen de laatste tijd zo snel beledigd zijn door zijn grappen. Daniël Arends formuleert het net iets anders: ‘Grappen hebben de neiging om te doen alsof ze ergens over gaan, terwijl ze eigenlijk ergens anders over gaan. De homograp in de kleedkamer van een voetbalclub verschilt voor mij niks van een grap in diezelfde kleedkamer over een lekker wijf met dikke tieten, terwijl je als heteroman een vrouw en kind hebt. Ze gaan allebei over hetzelfde: kijk mij eens, ik ben een stoere gast en ik wil een lekker wijf neuken. Zó weinig kan zo’n grap met homoseksualiteit te maken hebben.’

En als hij het horloge van een jongen uit de zaal een ‘flikkerarmbandje’ noemt, zoals hij dit voorjaar deed in het Amsterdamse theater De Meervaart? Arends: ‘O ja, dat herinner ik me nog precies. Dat was slechte improvisatie. Ik wéét op zo’n moment dat ik een volle lach krijg. Ik zeg dan eigenlijk: hé, jullie zien deze gast niet van de voorkant, maar ik wel, en hij doet en zegt dingen die een beetje macho zijn en die volkomen in contrast staan met dat horloge. Het berust op de oude connotatie dat homoseksualiteit verwijfd is.’

Daar komt het in veel homograpgevallen op neer: gaat het over homo's, dan gaat het vaak over minder mannelijke, vrouwelijke eigenschappen. Wat zit daar achter? Micha Wertheim: ‘Mijn minst milde verklaring is dat veel comedians zelf buitenbeentjes zijn, en een van de manieren om aansluiting te vinden bij de groep is een andere groep marginaliseren.’ 

De heteroman is nu eenmaal de norm, in de comedywereld en daarbuiten, zegt Johan Goossens. Hij is net als Arends en Wertheim lid van Comedytrain, het stand-upgezelschap dat slechts een paar vrouwen telt en een enkele homo, onder wie Goossens. ‘Seks is een schakelpunt in hoe we macht verdelen. Even plat gezegd: de man neukt vrouwen, dus de vrouw heeft minder macht. Een manier om als man te laten zien dat je een mannelijke man bent is homo's bespotten. Die neuken met elkaar en laten zich neuken, hahaha! Homo’s bedreigen simpelweg door hun bestaan het idee van superieure mannelijkheid. En de betere homograp laat zien dat het ongemak daar vandaan komt. Cabaretiers als Kees van Amstel en Hans Dorrestijn kunnen bijvoorbeeld ook een vrouwonvriendelijke grap maken waaraan je hóórt dat zij vrouwen juist nodig hebben.’

De homo is vooral een dankbaar onderwerp in comedy omdat het werkt, denkt Goossens. ‘En makkelijk scoren gaat niet alleen over de comedian die op zoek is naar een lach, maar ook over het publiek dat die lach geeft. Goede comedians vragen zich af waarom een afgezaagde homograp werkt, en of ze daar achter willen staan. Want met een afgezaagde homograp ben je de vermeende inferioriteit van homo’s alleen maar aan het bevestigen.’

Zelf speelde Johan Goossens tot de zomer de reprise van zijn voorstelling Vlam, over de schaamte die we hebben als het over onze sekslevens gaat. Die voorstelling speelde hij eerst in Engeland, onder de naam Darkroom Diaries. Er was heel wat schroom te overwinnen voor hij gekleed in slechts een lederen tuigje met verhalen over zijn seksleven de provincie in durfde. Homofobe reacties krijgen zou erg zijn, geen lach krijgen óók. ‘Grapjes van een homo over zijn homoseksleven, daarbij is niet per se succes gegarandeerd.’ 

Een paar jaar geleden speelde hij met Theo Maassen in Den Bosch. ‘Het is toch bizar hoeveel verder ik kan gaan dan jij als het over seks gaat’, merkte Maassen toen op. Zelf is Goossens daar niet zo verbaasd over. ‘Ik snap wel dat je als heteroman niet zit te wachten op verhalen over homoseks. Het klopt dat ik mijn voorstelling hier en daar iets meer Avrotros heb gemaakt, in de hoop dat meer mensen aansluiting vinden bij mijn verhaal. Veel hetero's vinden hun eigen seksleven al ingewikkeld, laat staan wat die homo’s allemaal doen. Je zoekt dus toch naar een vertaalslag: homo’s zijn niet de maatstaf, en we zullen nooit de meerderheid worden. Ik denk niet dat er ooit een tijd komt dat iemand het leuk vindt om homo te zijn. Het zal altijd iets blijven dat je in eerste instantie liever niet had willen zijn.’

Beeld Martyn F. Overweel

Aan homograppen ergert hij zich eigenlijk alleen maar als ze gemakzuchtig zijn, uitgekauwd, cliché. ‘Wat een armoe, denk ik vaak. Bijvoorbeeld toen ik in New York een comedyclub bezocht en de ene na de andere comedian eerst hoogdravend zei heel erg achter het homohuwelijk te staan, om daarna tien afgezaagde grappen ten koste van homo’s te maken. Alles wat speelt in de maatschappij mag in het theater een plek hebben, dus ook homofobie, maar het siert je wel als je enig inzicht toont.’ 

De gevoeligheid die de laatste jaren rondom bepaalde thema’s is ontstaan leidt in het beste geval tot slimmere, beter doordachte grappen, denkt Micha Wertheim; de drempel om een goede grap te maken over seksueel misbruik is volgens hem hoger geworden. ‘Het theater is een plek waar je met je hoofd op plekken kunt komen waar je eigenlijk niet wilt zijn. Je moet tegenwoordig alleen dieper graven voor je ergens komt waar niemand anders bij durft, kijk maar eens wat er gezegd wordt op Twitter. Je ziet ook dat gemakzuchtige comedians die vroeger een uitgekauwde grap over homo’s maakten het onderwerp nu gemakzuchtig vermijden, of een heel koosjere boodschap verspreiden: homo’s, die moeten óók mee kunnen doen.’

Homofobe tweets 

De evolutie van de homograp zit ’m misschien vooral in het weerwoord dat homofobe of door de tijdsgeest ingehaalde grappen tegenwoordig krijgen. Zie Marc-Marie Huijbregts die Youp van ’t Hek een tik verkoopt in zijn oudejaarsconference door zich af te vragen of er ook scheldwoorden bestaan die expliciet bedoeld zijn om witte heteroseksuele mannen mee te schofferen, om maar gelijk ‘Youp van ‘t Hek’ als scheldwoord uit te proberen. 

Zie ook Pisnicht: the movie, van Nicolaas Veul. Het is belangrijk om op te merken dat cabaretiers niet in een vacuüm opereren, vindt hij. ‘Het woord ‘homo’, de stereotyperingen, een uitspraak als ‘Doe niet zo gay’, je hoort ze op scholen en het voetbalveld, op straat. Grappen, vooroordelen en homofobie lopen daar soms dwars door elkaar heen. Die cultuur staat niet los van de grappencultuur in het theater, kranten of tv, het legitimeert elkaar.’

De Amerikaanse komiek Kevin Hart zag eind vorig jaar af van het presenteren van de Oscars nadat hij in een kritiekstorm belandde over oude homofobe tweets. Het bekendste en meest bejubelde voorbeeld is de lesbische Australische comedian Hannah Gadsby, rondom wier show Nanette een zomer geleden een hype ontstond.

In het begin van haar voorstelling maakt Gadsby nog grappen over opgroeien in het conservatieve Tasmanië, waar homoseks tot 1997 strafbaar was, over haar uiterlijk en lesbiennes die geen gevoel voor humor hebben. Later legt ze uit waarom ze misschien beter kan stoppen met comedy. Ze waagt te betwijfelen of het genre wel zo geschikt is om haar verhaal over seksisme, misbruik en homofobie in te verpakken. Is humor, met z'n eeuwige opbouw naar de clou, niet vooral een effectief middel om spanningen en pijn weg te lachen? ‘Weet je wat zelfspot betekent als het van iemand komt die zich toch al in de marges van de samenleving bevindt? Dan is het zelfvernedering.’ 

Nanette werd zoals gezegd overladen met lyrische reacties, The New York Times noemde Gadsby ‘een belangrijke nieuwe stem in comedy’, maar haar show was ook voer voor discussie. ‘Ik merk dat ik echt kwaad ben omdat Gadsby comedy wegzet als een vorm waarin je niets aan de kaak zou kunnen stellen zonder aan jezelf voorbij te gaan’, schreef Katinka Polderman op Twitter. ‘Dat is zo dom. En helemaal als rode draad van een hele voorstelling.’ Johan Goossens viel haar bij. ‘Zij begint nota bene zelf met allemaal homofobe grappen, omdat ze blijkbaar vindt dat dat hoort. Daarmee onderschat ze het publiek.’

Ook Micha Wertheim was aanvankelijk kritisch: waarom gaf Hannah Gadsby comedy de schuld van haar worsteling? Inmiddels heeft hij zijn oordeel wat bijgesteld. ‘Als ik er welwillend naar kijk en haar het voordeel van de twijfel geef, en ik vind dat dat de opdracht van iedere criticus is, dan zie ik een theatrale act die gaat over hoe je je als minderheid verhoudt tot een publiek dat voor het grootste deel niet tot jouw minderheid behoort.’

En terwijl een deel van dat publiek altijd zal blijven lachen om ‘pik in reet’ vraagt een ander deel zich intussen misschien wel af: ja, wat is er eigenlijk zo prettig aan een grap over kontneuken?

Pisnicht: the movie

‘Bent u homo?’ Die vraag stelt programmamaker Nicolaas Veul mensen op straat in Pisnicht: the movie (VPRO), een persoonlijke documentaire waarin hij de Nederlandse tolerantie op het gebied van homoseksualiteit onderzoekt. De gesprekken die op gang komen zijn verrassend. Hoe is het om als homo op te groeien in een heterowereld, en welke denkbeelden zitten er achter homograppen? Pisnicht: the movie is donderdag 1 augustus om 21.00 uur te zien op NPO 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden