Hollywood meets Duiker

Geruisloos is de Amerikaanse restaurantketen Planet Hollywood neergestreken in Amsterdam, nota bene in een van de topstukken uit de Nieuwe Zakelijkheid: de oude Cineac-bioscoop van Duiker....

Maup Caransa sr. wacht ons op bij de ingang. De man die zo ongeveer het projectontwikkelen heeft uitgevonden, de man die zich na zijn ontvoering zelden meer in het openbaar vertoont, mr. Rembrandtsplein himself, staat daar in de voormalige Cineac-bioscoop ter verwelkoming in een zwarte jas met sjaalkraag, met hese stem. Een lijfwacht op eerbiedige afstand.

Hij glundert over zijn nieuwe aanwinst op horeca-gebied want de Amsterdamse Cineac is binnen vrijwel onherkenbaar veranderd in het filmrestaurant Planet Hollywood. Als puber is hij regelmatig in de Cineac Handelsblad binnengelopen voor het Polygoon-journaal, 'sterker nog, jongen, ik heb de Cineac gebouwd zien worden'. Zwelt er dan niet iets van trots op in zijn borst dat hij het als eigenaar van de schroothoop heeft weten te redden? Zeker, maar als bioscoop is hem - en hij gebaart naar de overkant van de Reguliersbreestraat in Amsterdam - Tuschinski liever. 'Tuschinski dat is theater, de Cineac was altijd een beetje armoe.'

Planet Hollywood is geland in Amsterdam, nota bene in een van de weinige monumenten van de Nieuwe Zakelijkheid binnen de grachtengordel. Het is het Hollywood-sprookje op aarde, het is de formule van Robert Earle, eerder met succes beproefd met de keten van de Hard Rock Cafés. Een etablissement dat de illusie wil wekken dat de gast boven zichzelf uitstijgt wanneer hij is omringd met het glitterpak van Elvis (nou ja, een van de) of de gitaar van Bill Haley. Bij Planet Hollywood zorgen de parafernalia van de filmsterren voor de glamour-ambiance.

Caransa heeft een tournee langs de vestigingen afgelegd. Orlando, Chicago, New York, Parijs, Los Angeles, en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die in de oude Lido-bioscoop in Parijs hem wel beviel. Maar deze, in de oude Cineac, is vermoedelijk wel de parel in de kroon. Daar zijn zijn Amerikaanse huurders inmiddels ook achtergekomen: waar ter wereld zetelt Planet Hollywood in een heuse bioscoop met een echt filmdoek?

Met de koop van dit pand, in het verleden eigendom van Cannon, heeft Caransa zijn imperium op en rond het Rembrandtsplein verder uitgebreid, en hij heeft, zegt hij, ook kunnen voorkomen dat een soortgelijke formule naast de Escape-discotheek op het plein zou neerstrijken. Twee filmplaneten hadden tot een sterrenslag geleid.

Het is aan Caransa te danken dat de Cineac er weer glanzend bijstaat, is de overtuiging van Diederik Dam die de restauratie heeft begeleid. Hij heeft zich tot in detail met de afwerking van het jonge monument bemoeid, met als belangrijkste trofee de mast voor de lichtreclame. Dat gevaarte van veertien meter hoog zal eind van de week op het dak gehesen worden, niet met de oude naam Cineac, maar met het blauw van de nieuwe gebruiker. Dam: 'Dat staketsel was allang afgebroken en de regel luidt dat je niet mag terugbrengen wat verdwenen is. Maar het is zo beeldbepalend voor het gebouw: het accentueert de ligging van de bioscoop op de hoek van de straat.'

Het architectenbureau Dam tekende al in 1988 in opdracht van Cannon een filmrestaurant in het toen kwijnende gebouw. Het economisch tij zat tegen. Een paar jaar lagen de werkzaamheden stil, terwijl Cineac zijn dagen sleet als riksbioscoop. De redding kwam toen Caransa als nieuwe eigenaar zon op een geschikte huurder voor het pand dat door architectuurliefhebbers en Monumentenzorg min of meer heilig was verklaard. Het is immers de enige nieuwsbioscoop die nog is overgebleven, deze schepping van Jan Duiker uit 1934.

De Cineac was en is, zo benadrukt Dam, nog steeds een constructief wonder: er is een tamelijk smalle kolom die werkt als een trekstang waaraan de balkons zijn opgehangen. Er zit een ingenieus ventilatiesysteem in het plafond en verwarmingsbuizen onder de luifel die de wachtenden buiten 'op temperatuur hielden'. Die leidingen zijn gerestaureerd en gereinigd, maar blijven buiten gebruik. Vermoedelijk is een dergelijke voorziening voor een restaurant niet nodig. De lift die de fietsen ooit in de kelder tilde, is hersteld maar verdrongen door de bieropslag.

Caransa kwam uit Amerika terug met een gegadigde: Planet Hollywood. Het is het geesteskind van Robert Earle, die daarvoor de filmsterren Sylvester Stallone, Arnold Schwarzenegger en Bruce Willis gestrikt. Zij zijn mede-eigenaar en overal ter wereld de ambassadeurs van dit concept. Dam: 'Het idee van een filmrestaurant was al bij ons geboren; het positieve is dat dat nu is gerealiseerd, hoewel anders dan wij hadden getekend. Het is een soort interieur dat, waar je ook komt, hetzelfde is; de vloerbedekking en de muren met een zebra-motief, de decorstukken en de filmprojectie en natuurlijk de memorabilia van de sterren, zijn de vaste ingrediënten.'

Dam concentreerde zich op de gevel, terwijl het Amerikaanse bureau Rockwell & Partners zich op het binnenwerk heeft gestort. Dat ging aanvankelijk niet van een leien dakje. Dam: 'Ze begrepen helemaal niet dat het een monument was en wat voor soort monument. De schetsen werden per fax de oceaan overgestuurd.' De wrijvingen konden niet uitblijven, de Stichting Redt Cineac met zijn zorgen over Duikers nalatenschap enerzijds en de freewheelende Amerikanen anderzijds. 'Maar ze zijn gaandeweg de rit gaan begrijpen dat ze ook de kwaliteiten van het gebouw konden benutten, in plaats van het als een last te beschouwen. Waarin je het interieur óók los kunt maken.' Want dat was de hoofdeis van Monumentenzorg: dat alles wat er met het gebouw zou worden uitgehaald reversibel moest zijn, dat wil zeggen terug te brengen in de oorspronkelijke staat.

Wat de buitenkant betreft is een resultaat van bijna 100 procent gehaald, meent Dam. De neonbuizen schieten weer over het boeideel; tussen de grijze stalen platen is een zo smal mogelijke voeg gelaten van vijf centimeter waardoor ze door temperatuursverschillen kunnen zetten. En de stalen raamprofielen omvatten nu dubbelglas: ze werden in Zwitserland geproduceerd en in Staphorst geassembleerd. 'Letterlijk elk schroefje is bediscussieerd, want het gebouw moest langer meekunnen dan het gedaan heeft.'

Het was een introverte bioscoop met twee 'kijkgaten', de cabine van de operateurs en de trap naar het balkon. Omdat er een doorlopende voorstelling werd gehouden, kon het publiek in- en uitlopen langs een ingenieus parcours van gangen, trappen en pijlen. Eén markante hoofdingang ontbrak. Voor een restaurant is een dergelijke opzet dodelijk. Dat moet, anders dan een cinema, communiceren met het passerende publiek. Daarom is in de afgeronde hoek een entree geboord, die zich met de koperen stangen duidelijk wil onderscheiden van Duikers sobere detaillering. Er staan twee jongens in rode jasjes om de bezoekers binnen te noden. Achter hen neemt de Amerikaanse regie de rol van Duiker over. En hoe.

Voor iedere leek mag er geen misverstand over bestaan wat de oorspronkelijke Cineac was en wat de inbreng van Planet Hollywood, had Dam gezegd, en niets is minder waar. Het is als een huwelijk tussen een gereformeerde en een katholiek, en er ligt ook nog een duivel op het kussen.

Amerikaans is de bediening, ook al geschiedt die met een plat Amsterdams accent. 'U moet seker vaiftien minuten wachten. Is dat een beswaor?' De jongelui draven met verhitte hoofden tussen de balkons en de keukens die naar een belendend pand zijn verbannen om de oude bioscoopzaal te sparen. De gerant en de hostessen in de zaal onderhouden een levendig walkie-talkie contact. Het interieur zelf is een kakofonie zoals alleen Amerikanen dat kunnen verzinnen, en dat begint al met een betegelde bar die een zwembad moet voorstellen. Voor de muur met zebramotieven slingert een bruingele lijst, die als steuntje dient voor onze bordkartonnen filmhelden.

En natuurlijk trekt het filmdoek de aandacht. We zien Stallone in actie, een reeks achtervolgings- en zoenscènes. Daartussendoor hangen de filmattributen, een rode bh van een onbekende sterretje uit een onbekende film, een smokingjasje van James Bond, en horrorkostuums in een vutrines als doodskisten. Het flaconnetje dat de liters bloed op de Pulp Fiction-acteurs deed spatten, heeft Amsterdam nu ook bereikt. Er is kortom alles aan gedaan om de aandacht van het bord af te leiden, en dat is maar goed ook want het eten lijkt bijzaak.

Een filmploeg had de scheepsspanten-constructie op het tweede balkon, nu een intieme science fiction-ruimte, aangezien voor 'typisch Duiker': 'zo industrieel'. Totdat Dam hen uit de droom hielp: gewoon mdf-plaat en niks constructiefs. Alles binnen is gipswand of mdf. Maar uiteraard wel brandveilig.

De kaart biedt hamburgers in een duurdere prijsklasse, een pasta waarvoor een Italiaan zich zou schamen en Mexicaanse schotels. Het is lang niet zo fast en zo goedkoop als McDonald's, ten bewijze waarvan de wijn mag dienen die speciaal uit de wijngaard van Gerard Dépardieu is geoogst. In deze proefweek nog niet voorradig. De Planet-organisatie pakt uit, zowel in bediening als in het stuitende interieur, maar bereikt zijn hoogtepunt op de toiletten. Daar staat een assortiment aftershaves, lotions, mondwaters paraat, waar een drogisterij jaloers op zou zijn. En er zijn opnieuw twee bedienden die het allemaal willen opspuiten. Zelfs de nagellak, de OB en het wattenstaafje zijn niet vergeten.

'Ik ben geen restauratie-architect', zegt Dam terwijl hij zijn tanden zet in een taaie tortilla. 'Gelukkig heb ik ook serieuze architectuurprojecten onder mijn hoede zoals een appartementencomplex aan de Grote Marktstraat in Den Haag. Maar er waren twee redenen om deze opdracht aan te nemen: de uitnodiging van Caransa en het gebouw van Duiker. Het is nu zó goed gerestaureerd dat het nu meer dan ooit financieel haalbaar is om er eens weer een bioscoop in te vestigen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden