Hollands macht in waterverf

Johannes Vingboons kwam nauwelijks Amsterdam uit en toch schilderde hij zo’n beetje de hele wereld. Niet zozeer voor de scheepvaart, meer voor de pronkkamers van de deftige lieden.Door Eric Hendriks..

De boomgaarden rechts op bijgaande kaart van Banda Neira getuigen stil van het drama dat zich op dit en andere Banda-eilanden afspeelde. Jan Pietszoon Coen, gouverneur van Nederlands Indië sinds 1618, vond het niks dat de bevolking van deze Molukse eilanden de fel begeerde muskaatnoten niet exclusief wilde verkopen aan de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC).

Dus huurde Coen Japanners in die de dorpshoofden onthoofdden. De rest van de bevolking van vijftienduizend personen werd ook gedood, vluchtte of werd als slaaf verkocht. Kolonisten, VOC-veteranen vaak, bezetten de muskaatboomgaarden – de perken. En o, ironie, ook deze ‘perkeniers’ verkochten weleens nootmuskaat buiten de VOC om als zij een hogere prijs konden bedingen.

Johannes Vingboons (1617-1670), die deze kaart van Banda Neira schilderde, is nooit op de Molukken geweest. Maar als kaartenmaker in Amsterdam tekende en schilderde hij de hele wereld, voor zover die door Nederlanders werd aangedaan dan wel veroverd. Het pas verschenen boek Land in Zicht, samengesteld door kunsthistorica Martine Gosselink, bevat 255 voorbeelden van Vingboons werk. De verhalen erbij tonen vooral de grilligheid van de Nederlandse expansie in de Gouden Eeuw.

Want de veroveringen van de pioniers uit de Lage Landen waren allesbehalve bestendig. Voortdurend werd er oorlog om gevoerd met andere mogendheden. De beschrijvingen ervan laten tegelijkertijd zien dat de wereld van de Nederlandse handelaren, van VOC en West-Indische Compagnie (WIC), aanzienlijk groter was dan het bekende rijtje Indië, Ceylon, Zuid-Afrika, West-Afrika, Brazilië, Suriname, Antillen en Manhattan.

Neem Loanda, gesticht door de Portugezen in 1575. Vanuit de binnenlanden van Angola werden zilver en slaven naar deze stad gevoerd en de Nederlanders van de WIC wilden die plaats wel hebben. Dat lukt in 1641, maar de opbrengst van de handel viel tegen en het onderhoud bleek duur. In 1648 werd de stad toch maar aan de Portugezen overgedragen, samen met de andere vestigingen aan de Angolese kust en op São Thomé.

In het Caribisch gebied ging het onder anderen tegen de Spanjaarden. Op Porto Rico wonnen de Nederlanders aanvankelijk, maar leden ze later een smadelijke nederlaag. Op Tobago dwongen de Spanjaarden vooraanstaande Nederlandse kolonisten op de plantages te werken ‘moedernaeckt den meesten deel, gelijck de negers ende Indiaensche slaeven met meer slaeghen als eten’.

Tientallen van zulke verhalen staan in het boek, overgeleverd uit reisverslagen en andere documenten. Maar hoe kwam Vingboons, die bij zijn leven nauwelijks Amsterdam uit kwam, aan de informatie voor zijn beeldend werk? Wat gebeurde er met zijn kaarten?

Johannes Vingboons had een eigen studio, maar werkte vaak voor de beroemde familie Blaeu, kaartenmakers voor de VOC. In de kantoren van vooral die VOC droegen stuurlieden, kooplieden en andere opvarenden van de grote handelsschepen de informatie aan die ze ter plekke aan vreemde kust hadden verzameld, getekend ook. Gewone kaarten waren dat, maar ook stads- en landschapsgezichten waarop te zien was hoe al al die exotische havens en veroveringen eruitzagen. Ter oriëntatie van de scheepsbemanningen.

Op basis van die informatie maakte Vingboons zijn eigen soort oevre. Gestileerde tekeningen en aquarellen, zeshonderd in getal, vaak met de exotische stads- en landschapsgezichten als onderwerp. Deze werken werden voor een groot deel helemaal niet gebruikt voor navigatie. Ze dienden om te pronken in de huizen en paleizen van rijke lieden die met hun wandkaarten en atlassen wilden tonen dat ze mannen van de uitdijende wereld waren. Vingboons had er goede klanten aan, ook al was hij geen echte schilder.

De Medici

De Medici
Veel materiaal kwam bij vorsten en uiteindelijk in bibliotheken en archieven terecht. De bibliotheek van De Medici’s in Florence bijvoorbeeld, bezit 67 kaarten van Vingboons, die in 1667 in Amsterdam werden aangeschaft door prins Cosimo de Medici. Ook de Biblioteca Apostolica Vaticana bezit Vingboons-werken, net als de Nationale Bibliotheek van Frankrijk en die in Wenen. Verder kon het Nationaal Archief in Den Haag materiaal voor het boek leveren.

De Medici
Voor de manier waarop Vingboons te werk ging, maakte het weinig uit wat precies de status was van de gebieden of de steden die hij weergaf – hoe lang ze in het bezit van de Nederlanders waren, bijvoorbeeld. Zo is de plattegrond van Recifio, op een smal Noordoost-Brazilliaans schiereiland, heel nauwkeurig. Spoedig werd het stadje te klein en bouwden de Nederlanders Mauritsstad op het vasteland, door een brug verbonden met Recifio. Toch bleven de Nederlanders maar 24 jaar, voordat de WIC-soldaten hier capituleerden voor de Portugezen.

De Medici
Ook in Noord-Amerika was tijdelijkheid troef. Nederlanders bevoeren daar de SuydRivier – nu de Delaware – voor het eerst in 1614. Het werd de zuidelijke grens van Nieuw-Nederland, bekend van Manhattan. In 1638 kwam het gebied bij de rivier tijdelijk aan Zweden, en werd dus Nieuw-Sweden genoemd (zie kaart). Nadat de Nederlanders in 1655 opnieuw naar de Delaware oprukten, werden de plaatselijke indianen beschreven. Hun huwelijken, zo luidde de kwalificatie van een reiziger, ‘en hebben geen Clem (..) ende licht verlaetten sij haer Wijcven’.

De Medici
Ook Vingboons liet weleens iets weten over de plaatselijke bevolking. Zo tekende hij Hottentotten (Khoikhoi) uit de Kaapprovincie, een gebied dat aanzienlijk langer in Nederlands bezit was dan Nieuw-Nederland – dat ging al in 1667 naar Engeland. Het woord Hottentot is afgeleid van ‘stotteraar’ en inderdaad, schrijft reiziger Frank van der Does, hun spraak ‘is eenen gelijck ofte men een deel Calcoense hanen hoorden raesen, daarvan gy weynich anders cont hooren als clocken ende fluyten’.

De Medici
Niet overal waar de Nederlanders kwamen om te handelen, konden zij de bevolking naar hun hand zetten, onderdrukken of decimeren. In China, Japan en deels India, mochten ze wel handelsposten stichten, maar onder de voorwaarden van de plaatselijke heersers. Die hadden fraaie steden en paleizen en ook die tekende Vingboons, zoals het sultanspaleis van Visiapour, India, dat af en toe door Nederlanders werd aangedaan.

De Medici
En die Indiërs waren bepaald geen Hottentotten, voor hen paste respect, vond koopman Gelynssen de Jongh. De hindoe-koopmansstand van Brotchio, schrijft hij, ‘is seer verstandigh ende correct op haer reeckenen, seer naugeset, begeerlijck ende seer geltgierich’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden