Hollands glorie in Rhodesië

Nederlanders, je vindt ze overal. En als je ze niet meer vindt, zijn ze er wel geweest. Neem Zimbabwe, waar president Robert Mugabe heeft besloten een einde te maken aan de macht van de blanke boeren....

BLANKE boeren werden tot nu toe gedoogd in Zimbabwe. Zij zorgden met de export van tabak, rozen, fruit en peultjes steeds voor bijna de helft van de inkomsten uit het buitenland. De meesten van deze vierduizend blanke boeren stammen uit Zuid-Afrika of het vroegere moederland, Engeland. Er zijn de laatste jaren Nederlandse fruit- en bloemkwekers bijgekomen, maar er zijn ook nog planters die van de oude Tropische Landbouwschool in Deventer komen. Zij wilden ooit naar Indonesië, maar mochten van Soekarno niet komen.

De eerste keer dat ik, ruim twintig jaar geleden, naar Zimbabwe, het toenmalige Rhodesië, ging, ontmoette ik planters die in het vroegere Nederlands-Indië waren geboren en getogen. Zij waren er eind jaren vijftig uitgegooid. Een van hen vertelde dat, toen zij berooid in Nederland aankwamen, 'Den Haag' een paar alternatieven in de aanbieding had: Brazilië, Zuid-Afrika en Rhodesië. 'Ik dacht: Rhodesië lijkt me wel wat. Ik belde mijn vrouw, die met de kinderen bij haar moeder op een bovenhuisje zat, om te zeggen dat we naar Rhodesië gingen. Toen ik thuis kwam lag de Bosatlas op tafel, maar we konden Rhodesië niet vinden.' Geen wonder, want het land van belofte lag in Afrika, niet in Latijns-Amerika zoals ze dachten.

Met overheidssubsidie kon de planter emigreren, en toen hij acht jaar later zijn eigen bedrijf kon kopen, riep Ian Smith in 1965 de onafhankelijkheid uit van de Britse kolonie. Smith, zoon van een zendeling en tijdens de Tweede Wereldoorlog RAF-piloot in Europa, wenste Rhodesië niet als andere koloniën over te dragen aan de inheemse bevolking. Rhodesië zou de wereldopinie trotseren en de christelijke beschaving ten koste van alles verdedigen. 250.000 blanken onder wie 2500 Nederlanders voelden zich het uitverkoren volk dat moest vechten tegen een goddeloze overmacht. Rhodesië telde vijf miljoen Afrikanen. De blanken hebben het vijftien jaar, tot 1980, volgehouden.

Nederland had pas heel laat begrepen dat apartheid in Zuid-Afrika niet deugde en steunde van de weeromstuit in 1965 Engeland als eerste in de veroordeling van de blanke rebellen. Nederland liep voorop met een internationale boycot; de handel met Rhodesië werd verboden en het aanbod van de Nederlandse tabakshandelaren om de Rhodesische tabaksveiling naar Nederland te verplaatsen ging dus niet door. Maar ja, Neer-lands bloed kruipt waar het niet gaan kan. Reeds Hugo de Groot, de grondlegger van het internationaal zeerecht, sprak recht wat krom was. Rhodesië vormde geen uitzondering. De tabak kwam toch wel in Nederland.

Toen ik die eerste keer met de filmer Hans Keller in Rhodesië kwam, gonsde het bedreigde land van energie en ondernemingslust. De lichtreclame van Philips straalde over de hoofdstad Salisbury (nu Harare) en de Koninklijke Shell had zijn benzinestations gemoderniseerd. Er stond een nieuwe fabriek van Van Leer en ook DAF had een speciale vertegenwoordiger naar Rhodesië gestuurd.

Het grote succesnummer van het illegale Rhodesische leger was de hippo, een ter plekke ontworpen en gebouwde pantserwagen die bestand was tegen landmijnen. Zonder hulp van DAF, Philips en Shell was de hippo met zijn uiterlijk van een zeepkist er nooit gekomen, werd mij dankbaar door Ian Smith verzekerd. Een piloot, zoon van een Nederlands planter, vertelde mij jaren later vol trots dat er gedurende de vijftien jaar van internationale boycot iedere week een vliegtuig uit Eindhoven was gekomen met onderdelen, drop en Hollandse haring om het moreel hoog te houden. Ofschoon Rhodesië niet aan zee ligt, vonden Nederlandse zeevaartmaatschappijen het plotseling interessant om een kantoor in Salisbury te openen. Daar voorzagen zij de tabak en andere exportgoederen van valse papieren.

De ambassade was gesloten, het bord met het 'Je Maintiendrai' was van de muur gehaald en in de gang gezet bij de achterdeur, waar een zaakwaarnemend diplomaat de Nederlanders behulpzaam te woord stond. Wie in vreemde krijgsdienst treedt, verliest zijn Nederlandschap, maar dat gold niet voor Nederlanders die in het Rhodesische leger vochten. Zij werden 'gedwongen' dienst te nemen en dat was voor hen een grote opluchting. Nederlanders lieten in die dagen graag hun bedienden een oranje sjerp over het witte uniform dragen en spelden de Nederlandse leeuw op de fez. Het herinnerde aan de bezettingstijd, toen koningin Wilhelmina vanuit Engeland het volk moed insprak.

Oud-Indischgasten vroegen zich af of blanken beter met de Afrikanen omgingen dan ze indertijd met de Javanen deden. De een vond van wel, de ander van niet. De discussies liepen hoog op. Maar iedereen was het er over eens dat zij met hun grote huizen, zwembaden en personeel een levensstandaard verdedigden die zij in Nederland nooit konden bereiken: 'Ik had alleen maar mulo.'

Een tabaksplanter vertelde me een paar jaar geleden dat hij 'er natuurlijk van overtuigd was geweest dat Ian Smith gelijk had. We voelden ons verwant aan de Amerikaanse kolonisten die zich op de Boston Tea Party, net als wij, los scheurden van Engeland. Je vocht niet voor jezelf, je vocht voor Rhodesië.'

De planter was in Indië was geboren, had in een Jappenkamp gezeten en werd uitverkoren tot het vermaarde elitekorps, de Selous Scouts. F.C. Selous was de legendarische ontdekkingsreiziger en jager op groot wild die in 1890 Cecil Rhodes door het land leidde dat de naam Rhodesië kreeg. Selous verwierf grote bekendheid met zijn boeken, waarin hij onder meer vertelde hoe hij zijn eerste olifant doodde en genoot van het hart dat hij op een houtvuur roosterde.

De Rhodesiërs voelden zich, meer dan de Zuid-Afrikanen, pionier en jager die de natuur moesten bedwingen en orde in de chaos brengen. Baden Powell werd vooral door Rhodesië geïnspireerd. De planter vertelde met nostalgische melancholie over zijn avonturen als Selous Scout. Hij haalde een foto te voorschijn van een olifant die de guerrilla's in hun zinloze vernietigingdrang hadden doodgeschoten en achtergelaten. 'Een tragisch gezicht', zei hij verontwaardigd. 'Zo'n mooi dier.' Maar als militair bewonderde hij ook vaak de moed en intelligentie van de vijand, bijvoorbeeld de student die ze eindelijk na lange achtervolging in de bush te pakken hadden gekregen. 'Een alleraardigste jongen, vol idealisme. Maar ja, oorlog is oorlog. Je kon hem niet mee nemen.'

Toen tenslotte duidelijk werd dat het blanke minderheidsregime niet te redden was, overwoog hij volgens het principe van de verschroeide aarde alles om zich heen te verbranden en vernietigen, maar hij deed het niet. Hij bleef en sprak, toen ik hem een paar jaar geleden op zijn plantage ontmoette, met groot respect over zijn voormalige aartsvijand, Robert Mugabe. 'Welke president, welk land zou dulden dat ik hier in mijn huis openlijk mijn oorlogsherinneringen als Rhodesian soldier aan de muur heb hangen?'. Het aantal Nederlanders in Zimbabwe is tot een paar honderd gereduceerd.

De tabaksplanter had zich met het enthousiasme en de dankbaarheid van de bekeerling geworpen op de ontwikkeling van Zimbabwe, het nieuwe land. Hij bouwde huizen voor het plantage-personeel, hij en zijn vrouw adopteerden Afrikaanse kinderen wier ouders waren gestorven of spoorloos verdwenen, zij ijverden voor de uitbreiding van de plaatselijke school en het ziekenhuis, en geloofden bovenal in de noodzaak tot integratie.

Hij vertelde ook dat herverdeling van het land noodzakelijk was. In de koloniale tijd was de vruchtbare, hooggelegen grond met zijn paradijselijk klimaat - ongeveer de helft van het hele land - de Europeanen toegewezen. De barre, ongezonde laaglanden waren voor de Afrikanen.

Herverdeling heeft sinds de onafhankelijkheid op de agenda gestaan, maar de aarzelende pogingen om land aan de arme boeren te geven zijn vanwege wanbeheer en corruptie mislukt.

De enorme werkloosheid, de sterk verslechterende economie en sociale onrust hebben de weinig geliefde president Mugabe gedwongen tot zijn besluit om 1503 boerderijen met een oppervlakte van ruim vijf miljoen hectare, (bijna de helft van het voormalig blanke grondgebied) komende zomer te onteigenen. Engeland moest maar voor de kosten opdraaien, maar Tony Blair toont geen enkel koloniaal schuldgevoel. De vakbonden vrezen dat de boerderijen aan partijbonzen zonder enige kennis of ervaring worden gegeven en dat tienduizenden landarbeiders hun werk zullen verliezen. Mugabe heeft de boeren gewaarschuwd niet naar de rechter te gaan, omdat de Afrikanen, die indertijd van hun land waren verjaagd, ook niet naar een rechter konden. Zoals het kolonialisme zelf, verlopen de naweeën bitter en weinig elegant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden