Analyse Holland Festival

Holland Festivalleider Ruth Mackenzie neemt dit jaar afscheid, wat kreeg ze voor elkaar?

Holland Festivalleider Ruth Mackenzie neemt dit jaar afscheid. De Volkskrant wikt en weegt haar 4-jarig bewind.

Ruth Mackenzie. Beeld Linda Stulic

Ruth wie? Dat was de reactie van de verzamelde journalisten die op die 28ste juni 2013 in het Muziekgebouw aan het IJ aanwezig waren. Die middag maakte Holland Festival-voorzitter Martijn Sanders de benoeming bekend van de opvolger van Pierre Audi. Als artistiek leider van het Holland Festival (HF) had Audi tien jaar achtereen de touwtjes strak in handen gehouden en hij genoot aanzien vanwege zijn eminente smaak, internationale netwerk en de kwaliteit van zijn eigen producties bij De Nederlandse Opera. Als opvolgers waren ook in deze krant de nodige namen genoemd – van Johan Simons tot Guy Cassiers. Maar het werd dus de Britse Ruth Mackenzie, met een a tussen de M en de c, en met een kleine k.

Geen kunstenaar, zoals Audi en diens voorganger Ivo van Hove, maar een manager. Hier een volstrekt onbekende naam, maar met een aanzienlijke staat van dienst in eigen land, meest recent als directeur van het vernieuwende digitale kunstplatform The Space, en eerder als hoofdverantwoordelijke voor het culturele programma rond de Olympische Zomerspelen in Londen in 2012. Een bijzondere verschijning, zo bleek op die presentatie, met die gesoigneerde grijze kuif, het kordate voorkomen subtiel opgesierd met artistieke elegantie. Op die presentatie gaf Mackenzie meteen een beginselverklaring: ‘Ik wil graag dat kunst gezien wordt als voeding voor de mens, als bouwsteen voor ons bestaan, en natuurlijk als iets om ons mee te vermaken.’ Mooie woorden, maar de pers keek voorlopig de kat uit de boom. 

Martijn Sanders had al verklaard dat het festival niet radicaal zou veranderen, maar Mackenzie zette wel opvallende eigen accenten. Ze maakte het HF publieksvriendelijker, ging samenwerken met musea en beeldend kunstenaars, en verspreidde het festival succesvol over de hoofdstad, met als locaties niet meer alleen cultuurtempels als Concertgebouw, Stadsschouwburg en Muziektheater, maar ook een buurthuis in Bos en Lommer en een loods in Amsterdam-Noord.

De Volkskrant beschouwt de vier nieuwe tendensen die het tijdperk-Mackenzie kenmerken. 

Toegankelijkheid

Haar eerste daad van vernieuwing: weg met die ontoegankelijke huisstijl en die vreselijke vuistdikke festivalbrochure, het ondoorgrondelijke ‘bijbeltje’ van Pierre Audi. Want toegankelijkheid was Mackenzies mantra en daar kon het festival best een dosis van gebruiken. Al mocht toegankelijkheid in haar visie nooit ten koste gaan van kwaliteit. ‘Elitair’ was in haar optiek geen scheldwoord, maar gewoon synoniem voor ‘het beste’ en ‘de top’. En haar droom voor het festival was dat méér mensen toegang zouden krijgen tot die hoogwaardige, ‘elitaire’ kunst. ‘Kom en treed toe tot de elite', verkondigde zij opgewekt. Onder Mackenzies leiding nam het aantal gratis evenementen (voorheen alleen de opera op filmscherm in het park) dan ook substantieel toe. Ook zette zij in op publieksparticipatie en (digitale) interactie. Het openingsfeest van haar eerste editie in 2015 konden liefhebbers live hun eigen woonkamer in ‘streamen’.

Digitale kunstvormen

Mackenzie loodste het festival de 21ste eeuw binnen, met een sterkere nadruk op digitale kunstvormen. Computergames, virtual reality en online festivalactiviteiten kregen een plaats in het programma, in lijn met Mackenzies werkzaamheden bij The Space. Dat resulteerde in 2015 zelfs in ’s werelds eerste virtuele pop-opera, The End, met in de hoofdrol het onnoemelijk populaire Japanse hologrammeisje Hatsune Miku. Vooraf opwinding alom, maar artistiek viel de productie helaas tegen. Toch droegen zulke accenten bij aan de hoognodige vernieuwing en actualisering van het festival.

Talent van eigen bodem

Anders dan haar voorganger, die wel erg hechtte aan een intussen gedateerde internationale avant-garde uit de jaren tachtig en negentig, bleek Mackenzie oog te hebben voor theatertalent van eigen bodem, van een iets jongere generatie. Zo programmeerde het festival de laatste jaren producties van Wunderbaum, De Warme Winkel en Eric de Vroedt, naast nimmer veronachtzaamde vaste gasten als Peter Brook, Romeo Castellucci en Anne-Teresa de Keersmaeker.

Politiek bewustzijn

Bovendien voorzag zij de voorheen vaak wat willekeurige programmering, waarin alleen het credo ‘topkwaliteit’ leidend was, van een thematische rode draad en, belangrijker, van politieke en maatschappelijke urgentie. Met thema’s als ‘The edges of Europe’ (2016), een focus op democratie in 2017 en ‘Borders and boundaries’ als richtlijn in 2018 gaf Mackenzie blijk van een breed internationaal politiek bewustzijn, en een besef van de rol van kunst en kunstenaars te midden van grote maatschappelijke veranderingen.

Op haar eerste persconferentie stelde ze dat het festival politiek geladen en urgent zou moeten zijn, zoals het dat in het oprichtingsjaar 1947 ook was, en daaraan heeft ze zich steeds gehouden. Ook de programmering van dit jaar kent uitgesproken politieke producties, zoals End Credits van Steve McQueen, over de Amerikaanse heksenjacht op communisten in het McCarthy-tijdperk, het hartroerende vluchtelingendrama Saigon, Romeinse Tragedies van Toneelgroep Amsterdam, de antikapitalistische retroparabel JR van FC Bergman en de dansproductie Legacy, over vrouwenemancipatie in Ivoorkust. Vluchtelingen, feminisme, discriminatie en vervolging; kunstenaars staan anno 2018 weer midden in de maatschappij, en het Holland Festival dus ook. Goddank.

Wellicht dat Mackenzie met deze accentverschuivingen niet meteen méér bezoekers voor het festival won. De cijfers van 2015, haar eerste editie, toonden zelfs een flinke dip. Dat hing deels samen met een bescheidener programmering na de royale afscheidseditie van Audi, maar ook met het feit dat trouwe bezoekers in het algemeen, en die van het Holland Festival in het bijzonder, niet zo dol zijn op verandering. Maar de laatste twee edities tonen weer een opwaartse lijn. Daarbij: de koers-Mackenzie sprak onmiskenbaar een jonger publiek aan en zette het festival bovendien in andere stadswijken en bij andere bevolkingsgroepen nadrukkelijk op de kaart, zoals ook het opwindende concert in 2015 van de Turkse popdiva Candan Ercetin in Carré bewees. Daarin toonde Mackenzie zich een onmiskenbare kunstdemocraat.

Die instelling leidde tot haar grootste succes bij het festival, dat haar tijdperk vermoedelijk zal overleven: de HF Proms, naar voorbeeld van The Proms in The Royal Albert Hall in Londen. Vijf concerten van een uur in het statige Concertgebouw, waar de stoelen uit de zaal zijn verwijderd en de sfeer hangt van een festival. En elk concert kost slechts een tientje. Met de Proms realiseerde Mackenzie precies de door haar zo vurig gewenste combinatie van artistieke kwaliteit en toegankelijkheid.

Ook als ‘Gids’ in de Volkskrant-bijlage Sir Edmund vorig jaar laveerde zij vrolijk heen en weer tussen cultureel elitair en ‘doe maar gewoon’ – wel naar de architectuurbiënnale in Venetië, maar ook lekker eten in die lawaaiige tent van Kaagman & Kortekaas. Elke nieuwe presentatie nam ze de aanwezigen meer voor zich in met haar charmante beginners-Nederlands. Ambitieus, maar benaderbaar; dat gold niet alleen voor het festival, maar ook voor Mackenzie zelf. Binnenkort zal dat Nederlands overigens plaatsmaken voor Frans, want Mackenzie wordt artistiek directeur van het Théâtre de Chatelet in Parijs.

In Amsterdam kiezen ze volgend jaar voorlopig voor twee kunstenaars aan het roer: William Kentridge en Faustin Linyekula, een interimoplossing. Zolang het festival de verworvenheden van Mackenzie koestert, biedt dat in elk geval hoop voor de toekomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.