Hoge toon van het debat verdrukt de inhoud

Wie iets zegt over de toon van het debat zou de inhoud ervan negeren. Zo verdedigde ook De Telegraaf zich na de 'asielplaag'-kop. Maar wat is er tegen een gesprek over de toon?

Beschuldigingen worden onklaar gemaakt door te zeggen: je bent te boos of te emotioneel, naar jou ga ik mooi niet luisteren. Beeld Rhonald Blommestijn

O gaan we het weer over de toon hebben? Je kunt erop wachten, zeker als het over een gevoelig onderwerp - lees: immigratie, islam - gaat, vroeg of laat begint iemand over de toon. En dan kun je weer wachten op het antwoord: zeur niet over de toon.

Dit keer is het De Telegraaf die met dat argument kritiek probeert te smoren. Vorige week zaterdag stond in die krant een stuk over economische migranten uit 'veilige landen' als Marokko en Algerije die een reeks asielaanvragen doen in verschillende Europese lidstaten. Het is ingewikkeld om deze groep terug te sturen zolang thuislanden niet meewerken aan hun terugkeer, schreef De Telegraaf.

Boven dat stuk had een eindredacteur de kop 'Kansloze asielplaag ongehinderd verder' gezet. Op sociale media ging veruit de meeste aandacht uit naar die vette letters. Hoe haalde de koppenmaker het in zijn hoofd om een groep te ontmenselijken tot 'plaag', alsof het te verdelgen ongedierte betrof?

De keuze voor het woord 'asielplaag' was een keuze voor haatzaaien, vonden critici; De Telegraaf faciliteerde vreemdelingenhaat, en niet voor het eerst. 'Asielplaag' werd voorgegaan door 'asieltuig' en 'asielaso's'.

Terwijl adverteerders op Twitter werden opgeroepen hun samenwerking met het dagblad stop te zetten (#StopXenofoobTelegraaf), klonk er ook luide kritiek op de kritiek. Trek eens van leer tegen falende instanties, in plaats van een vormkwestie aan te kaarten! De Telegraaf maandag in het hoofdredactioneel commentaar: het debat in Nederland gaat vaak meer over 'de gebezigde toonhoogte rond dit fenomeen' dan over 'de aanpak van de problemen zelf'.

De dynamiek is inmiddels bekend. Heb je moeite met andermans krachttermen en maak je er een opmerking over, dan kun je een opgeheven (middel)vinger terug verwachten. Je neemt je gesprekspartner en zijn boodschap niet serieus, is het verwijt. Of: je hebt kennelijk geen argumenten meer om inhoudelijk op kritiek in te gaan. Wie ben jij trouwens, politiek correcte wegkijker/deugmens/Gutmensch, om te bepalen wat een fatsoenlijke toon is? Einde gesprek.

Wie het waagt de toon erbij te halen, is af, lijkt de redenering. Maar waarom zou je het eigenlijk niet mogen hebben over de toon? Iedereen die wel eens discussieert, weet dat de toon van invloed is. Kun je niet praten over asielproblematiek én over de hoge toon waarop het debat over dit thema wordt gevoerd?

Stijlmiddel

Peter Jan Schellens, emeritus-hoogleraar taalbeheersing van het Nederlands, vindt dat het en-en moet zijn. Want niet alleen de inhoud doet ertoe, ook de manier waarop het wordt gebracht is van invloed. Toen hij vier jaar geleden vertrok bij de Radboud Universiteit Nijmegen wijdde hij zijn afscheidsrede aan de toon van het debat. Hij onderzocht daarvoor de invloed van intensiverend taalgebruik en drogredenen op de overtuigingskracht.

Een krachtige toon schept alleen duidelijkheid als degene die 'm bezigt niet doorslaat in de overdrijvingen, zegt hij. Een felle woordkeuze overtuigt volgens hem alleen mensen die het toch al met je eens zijn, en mogelijk is het een effectief stijlmiddel om bijna-medestanders in het publiek te mobiliseren. Een hoge toon aanslaan is, zoals Schellens het zegt, 'vooral effectief in een preek voor eigen parochie'. En het helpt als de zender van een boodschap gezaghebbend is in de ogen van de ontvanger.

Kortom: wie anderen wil overtuigen, moet nadenken over zijn of haar toon. En daar zit misschien wel een probleem: want willen we elkaar nog overtuigen?

Eind december uitte columnist Bas Heijne zijn zorgen over de staat van dat debat in een essay in NRC Handelsblad. 'Het gaat om visies die steeds vijandiger tegenover elkaar staan - en er is nauwelijks debat. Alle debat, alle strijd, krijgt hier onmiddellijk de trekken van een afrekening in het milieu. Wie er deugt - en vooral wie er niet deugt.'

Het probleem, schreef Heijne, is niet de toon van het debat. 'Het probleem is dat er alleen nog maar toon is, en geen debat.' Ofwel: pas wanneer de toon in de drukbezochte, vrij toegankelijke meningendistributiecentra verandert, wordt er weer een debat met open vizier mogelijk. Een debat, om preciezer te zijn, waarin een waaier aan standpunten duidelijk tegenover elkaar komt te staan en iedere deelnemer zich serieus genomen voelt.

De analyse van Heijne: 'We moeten het publieke debat terugveroveren op het geschreeuw, op het gesjoemel met woorden, op de opportunistische paaipolitiek die haar eigen beloften niet nakomt, op de spin, op de intimidatie, op het infantiele gedrein. Anders krijgen de puberpolitici, de haters, de wraakzuchtigen het voor het zeggen, anders laten we het debat geheel en al aan hen over.'

Niet neutraal

Nu wordt de toon er vaak bij gehaald om niet op kritiek in te gaan. Actrice en programmamaker Anousha Nzume was een van de mensen die zich op Twitter uitsprak tegen de asielplaag-kop en opriep tot een boycot van de krant, 'zolang De Telegraaf de xenofobe koppen niet zou aanpassen'. Ze mengt zich met grote regelmaat in discussies over racisme. 'Taal is niet neutraal', zegt Nzume, 'taal kan mensen ophitsen en daarom is het noodzakelijk om erover te discussiëren.'

Het is toch ook mogelijk een probleem te noemen, vindt zij, zonder haatdragende woorden te gebruiken? 'Ik vind het raar dat vervolgens het argument van de toon er wordt bijgehaald om het debat over deze woordkeuze af te kappen. Inhoudelijke antwoorden op kritische waarom-vragen geeft De Telegraaf niet.'

Ook Volkskrant-columnist Elma Drayer begrijpt de verontwaardiging. Asielplaag is een naar woord, vindt Drayer, die in haar columns vaak het publieke debat analyseert. 'Je mag het gebruiken, natuurlijk, maar het is smakeloos. Iedereen is al zo aangebrand tegenwoordig. Ga als pers niet mee in het aanwakkeren van onbehagen. Het is een kwestie van beschaving en fatsoen om op je woordkeuze te passen.'

'Maar', zegt ze ook, 'degenen die de asielplaag-kop hebben aangekaart, de activistische hoek op Twitter, zijn dezelfde mensen die zich op hoge toon druk maken over racisme. Als ze zelf op hun taalgebruik worden aangevallen, roepen ze: tone policing, je moet naar ons luisteren! Dat is een tikje ironisch.'

Tone policing is overgewaaid uit Amerika, waar een fel debat over de toon wordt gevoerd. Vooral uiterst linkse activisten en opiniemakers die strijden tegen racisme en voor vrouwenrechten worden daar vaak op hun toon aangepakt, om ze de mond te snoeren. Beschuldigingen worden onklaar gemaakt door te zeggen: je bent te boos of te emotioneel, naar jou ga ik mooi niet luisteren. Hou op met die 'toonpolitie' antwoorden de activisten daarop.

Kalm aan, is vaak het advies: ze hebben heus een punt, maar ze zouden het anders moeten verwoorden. Maar wie wat wil veranderen in de maatschappij doet dat zelden kalm aan. Tone policing wordt op Wikipedia beschreven als een 'antidebat', gebaseerd op een drogreden. Tone policing is het einde van een debat, nooit het begin. Ook hier een excuus om niet op argumenten in te gaan.

Zoals vaker gebeurt met nieuwe terminologie uit het Amerikaanse debat (vooral over racisme) waait dit woord nu over naar Nederland, waar gek genoeg ook rechts de toonpolitiekaart trekt. Neem de reactie van Ebru Umar, in een interview in Volkskrant Magazine, op de vraag of haar boodschap niet verloren gaat in het lawaai dat ze maakt: 'Als mensen je willen wegzetten als irrelevant, zeggen ze dit als eerste: je maakt lawaai.'

Ook bij Annabel Nanninga moet je niet met 'een kwestie van fatsoen' aankomen. 'Heeft geen boodschap aan gekwetsten', schrijft The Post Online-columnist in haar bio op Twitter. En boven aan haar profiel prijkte lange tijd een plaatje van komiek Toon Hermans met de ironische boodschap: 'Denken we wel om de Toon mensen?'

Fatsoensargument

'Enerzijds vind ik dat de toon er niet toe zou moeten doen', zegt Nanninga. 'Anderzijds zie je dat het alleen maar over de toon gaat als je die niet een beetje matigt. Als De Telegraaf-koppenmaker zou je dan bijna denken: ik kan het beter aanpassen als het anders zijn doel voorbij schiet.' Toch vindt ze 'gezeik over de toon' vermoeiend en een vervelend 'fatsoensargument': 'We moeten praten zoals we gebekt zijn.'

Zelf zag ze geen kwaad in het woord 'asielplaag'. 'De kop gaat specifiek over een criminele groep. De 'kansloze asielplaag' die hier wordt benoemd, betreft niet een Syrisch gezin dat net onder het puin van Aleppo vandaan gekropen is.'

Ja, Nanninga is van de hoge toon. Niet omdat ze mensen op de kast wil jagen, zegt ze zelf, of om medestanders in het debat te pleasen. 'Ik spaar niemand. Ik heb kritiek op Wilders en op moslims. Hoe ik schrijf, is hoe ik denk. Ik hou van harde grappen. Het is geen effectbejag.'

Het door haar gebezigde woord 'dobberneger', daar staat ze dus nog steeds achter. 'Het is een prima woord voor een column en niet bedoeld om de mensen om wie het gaat uit te lachen. De context was juist dat het een groot probleem is dat die sloebers in de Middellandse Zee verdrinken.'

Nanninga vindt niet dat de toon het debat in de weg zit. 'Het probleem is de schijnbare objectiviteit waar we aan vasthouden in Nederland. Iedereen weet dat De Telegraaf een kleur heeft, en dat de Volkskrant weer een andere kleur heeft. In Amerika zijn de media eerlijker over partijdigheid. Daar ontwikkelt elk medium een natuurlijke eigen toon. Hier doen we verkrampt: het nieuws moet droog worden gebracht.' De Telegraaf trekt zich daar minder van aan, redeneert Nanninga. Die krant houdt van smeuïg, vet taalgebruik. 'Asielplaag past daarbij.'

Nanninga weet dat een hoge toon die kampvorming versterkt, en vooral effectief is als je preekt voor eigen parochie. Een hypocriet mechanisme, noemt ze het. 'Youp van 't Hek en Maarten van Rossem hebben later ook gezegd dat 'dobberneger' een leuk woord is, in een column en op tv. Die mogen dat dan weer wel zeggen, want die zijn van een correcte signatuur.' Het is voor haar geen reden haar toon te matigen, ook al weet ze dat ze daarmee haar publiek beperkt. 'Ik schrijf ook niet per se om mensen te overtuigen.'

Luisteren

Wie dat wel wil, zou op zijn minst na moeten denken over de toon. De bereidheid om naar mensen met een andere mening te luisteren neemt af zodra de toon wordt aangezet, er overgeneralisatie plaatsvindt en er op de man wordt gespeeld, zegt emeritus-hoogleraar Schellens.

'Als samenleving zijn we gebaat bij een publiek debat dat niet gestoeld is op geknetter over en weer, maar waarin alle argumenten op een heldere manier gehoord kunnen worden.'

De grenzen zijn vaag, erkent hij. 'Iedereen moet die zelf bepalen. Het ideale debat bestaat daarom niet. Maar als je doel is om tegenstanders aan te spreken en te overtuigen, dan moet je ze serieus nemen. Dat doe je door naar hun argumenten te luisteren, niet door hard op de man te spelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden