Hof verklaart twee doeken van Ploeg-schilder Jan Altink vals

De omstreden Ploeg-schilderijen Reitdiep en Pic de Luc zijn niet door schilder Jan Altink (1885-1971) gemaakt, maar vals. Dat heeft het gerechtshof in Assen dinsdag bepaald. Daarmee komt een eind aan een langslepende juridische procedure die de geschiedenis inging als de affaire-Altink. De vermoedelijke vervalser, Cor van L., heeft mogelijk veel meer valse Ploeg-schilderijen in omloop gebracht.

Kunstverzamelaar Jan Meijering met de doeken die door de rechter als vals werden beoordeeld. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Het is voor het eerst dat een Nederlandse rechter oordeelt dat schilderijen vals zijn. Het gaat niet om kopieën, maar om unieke werken die als authentiek zijn verkocht. Experts vermoeden dat er veel valse kunst wordt verhandeld. Aangiften zijn echter een zeldzaamheid; het leveren van bewijs is zo moeilijk dat gedupeerden hun werk liever doorverkopen dan dat ze naar de politie stappen. Het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie bereidt een internationaal congres voor over kunstvervalsing naar aanleiding van deze zaak.

Gerechtigheid
De aanklager in de zaak, kunstverzamelaar Johan Meijering uit Groningen, noemt het 'eindelijk gerechtigheid' dat Van L. twintig jaar na de eerste aangifte 'eindelijk is ontmaskerd als oplichter'. Met dit vonnis komt volgens Meijering een einde aan 'de vertroebeling van het unieke Nederlands cultureel erfgoed van De Ploeg'.

Tijdens de rechtszaak toonden onafhankelijk experts onder meer aan dat de verf op een van de omstreden doeken in 1978 op de markt kwam, terwijl Jan Altink in 1971 is overleden. Van andere doeken blijkt de verf overeen te komen met verf op het palet in Cor van L.'s atelier.

Van L. laat in een reactie weten dat hij 'niet kon weten dat de werken waren vervalst'. Hij ontkent ze zelf te hebben geschilderd, maar volhardt in zijn weigering duidelijkheid te geven over de herkomst. Het Openbaar Ministerie is een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar de schilder en de herkomst van zijn schilderijen. De gewezen tekenleraar Cor van L. (1942) schildert 'lyrisch'-impressionistische schilderijen in de traditie van De Ploeg, een Gronings kunstenaarscollectief dat zich vooral in de jaren twintig profileerde met im- en expressionistische verbeeldingen van het Noord-Nederlandse landschap. Van L. werd in 1992 opgepakt na aangiften van veilinghuisexperts dat hij valse Altinks had vervaardigd en verspreid. Dertig schilderijen werden bij hem in beslag genomen en hij zat vier dagen vast. De schilder werd in 1995 vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs en schadeloos gesteld voor zijn detentie. Hij kreeg zijn schilderijen terug.

Taxatierapport
Vier jaar later kocht amateur-kunstverzamelaar Johan Meijering tien van die omstreden schilderijen, zonder het besef dat ze mogelijk vals waren. Hij betaalde 23 duizend euro voor zeven Altinks, twee Dijkstra's, een Wieger 'en een vervalst taxatierapport'. De prijs was laag, stelde Van L., omdat Meijering een goede vriend was en de schilder zelf dringend geld nodig had om zijn dak te repareren.
Bij latere taxatie werd de echtheid van een van de schilderijen in twijfel getrokken. Een conservator van het Groninger museum en twee Ploeg-deskundigen bevestigden daarop Meijerings vrees: geen van de tien werken zou authentiek zijn. 'Vervangingswaarde: 0 euro', oordeelden zij.

Daarop begon ook Meijering tegen Van L. te procederen, in de zogeheten 'Tweede Altink-affaire'. Van de tien schilderijen bracht hij er vijf in als processtuk, waarvan hij meende te kunnen bewijzen dat ze vals zijn. Van twee doeken staat die fraude nu, dertien jaar later, onomstotelijk vast, stelt het hof in Assen. Van drie andere, Gronings Landschap, Blauwborgje (beide Altinks) en Roggestompen (van Ploeg-schilder Johan Dijkstra) kan de valsheid 'niet met honderd procent zekerheid worden vastgesteld', aldus het hof.

Onrecht
Voor verzamelaar Meijering is de zaak met dit vonnis niet afgedaan. Hij gaat door met zijn 'strijd tegen onrecht' en denkt van veel meer schilderijen te kunnen aantonen dat ze vals zijn. 'Dit is heel slecht voor kunstenaars, verzamelaars, de kunsthandel en de museale wereld', zegt hij.

Hij hekelt evenwel het feit dat het strafrechtelijk onderzoek naar Cor van L. zich 'alweer' beperkt tot enkele doeken, terwijl Meijering van veel vermoede vervalsingen aangifte heeft gedaan. Als reden voor die beperking is een gebrek aan menskracht en financiële middelen bij politie en justitie gegeven, zegt Meijering. Het OM in Assen was dinsdag niet bereikbaar voor commentaar.

De Ploeg, 'geluksbeleving van licht, kleur en ruimte'
Expressionisten in de Groningse klei waren ze. Met een naam als geschut: een pikhouweel in de geboortegrond. Het Groningse kunstlandschap moest worden ontgonnen, zo zeiden de leden dat. De schilders van De Ploeg maakten portretten en brachten het Groningse landschap in beeld, op een manier die even wild als jong, even gretig als vastberaden, en even realistisch als beeldend was.

Het zijn figuratieve kunstwerken, maar de heldere kleuren wijken vaak af van de werkelijkheid en geven uitdrukking aan de emotionele beleving van het onderwerp. In de sterkste schilderijen van De Ploeg zie je 'het elementaire Groningse landschap, weergegeven in een geluksbeleving van licht, kleur en ruimte', schreef kenner Jos de Gruyter midden 20ste eeuw.

De Ploeg
Zes leden richtten in 1918 De Ploeg op; vijf mannen en een vrouw. Jan Altink (1885-1971) was de veelschilder - alleen al in de periode die algemeen wordt gezien als zijn sterkste tijd, 1924-1927, maakte hij meer dan tachtig schilderijen. Maar hij wisselde eveneens van medium - hij was ook grafisch kunstenaar en maakte onder meer reclamewerk voor V&D - en van schilderstijl.

Zoals bij veel kunststromingen en groepen, bijvoorbeeld CoBrA, had De Ploeg een korte periode van onderscheidend werk waaraan hun roem te danken is, waarna vele jaren van schilderen in een relatieve marge volgden.

De vooroorlogse Ploegtijd is de meest gewaardeerde. Het is expressionistisch werk. Sommige Ploegleden gingen ook een constructivistische weg op, kunst waarbij de emotionele beleving iets minder op de voorgrond stond en mathematische systemen en ordening belangrijk werd. Anderen experimenteerden met materiaal door verf van bijenwas en benzine te maken. 'Benzinerelles' werden de aquarellen van benzineverf genoemd.

De Ploeg haalde inspiratie uit de Duitse beweging Die Brücke, met collectief werkende kunstenaars als Ernst-Ludwig Kirchner, Max Pechtsein en Emil Nolde. De Ploeg en Die Brücke hadden gemeen dat de Noorse expressionist Edvard Munch hun grote voorbeeld was.
Het werk van Jan Altink is gevoelig voor vervalsing omdat hij zijn schilderijen niet documenteerde, weinig signeerde en in veel verschillende stijlen werkte gedurende zijn carrière. Er was toen hij in 1971 stierf ook geen erfgenaam die zich over zijn oeuvre ontfermde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.