HOEZO OPA-ROCK?

Zestien jaar geleden traden de Stones op in de Kuip. Jan Donkers versloeg het concert voor de Volkskrant. Toen al bogen talloze cultuurbeschouwers zich over de vraag: kan dit eigenlijk nog wel?...

TOEN LOU REED enkele maanden geleden werd gevraagd tot welke leeftijd een mens eigenlijk kon doorgaan met rock & roll maken antwoordde hij (en ik parafraseer uit mijn hoofd) dat die vraag academisch wordt als je het woord 'rock & roll' door het woord 'muziek' vervangt.

Wijze woorden. Zestien jaar geleden traden de Stones op in de Kuip in Rotterdam. Ze speelden toen al twee decennia rock & roll en talloze cultuurbeschouwers bogen zich ook toen, al dan niet professioneel, over de vraag: kan dit eigenlijk nog wel? Rock was een muziekvorm die dan weliswaar enigszins aan respectabiliteit had gewonnen, maar die nog zeer beslist met jeugd en opstandigheid werd geassocieerd. Kranten publiceerden smalende artikelen over Charlie Watts' grijze haren. Bill Wymans stramheid en Mick Jaggers fitness-regiem. Dit waren oudere heren die wanhopig jong bleven doen, zo luidde toch de consensus.

De Amerikaanse journalist David Dalton had net een boek gepubliceerd met de als enigszins provocerend geziene titel The Rolling Stones: the first twenty years. Het was een titel in de trant van Hitler, my part in his downfall, overlopend van ironie, want wie dacht er nu serieus dat er nog een decennium of meer op zou volgen? Ik niet, zal ik maar eerlijk zeggen.

De Volkskrant vroeg me toen het concert op 'een persoonlijke manier' te verslaan. Ze hadden gehoord dat ik een zoon van vijftien had, en er deden geruchten de ronde over ouders die met hun kinderen dit evenement gingen bezoeken. Zou ik. . .? Maar natuurlijk. Het was een tijdsbeeld, en ik deed daar maar al te gaarne verslag van. Ik schreef over de politie-agenten die in plaats van te rammen - zoals bij het eerste Stonesconcert in de jaren zestig - stonden mee te swingen op de muziek. Ik probeerde de lezer te vertederen door te beschrijven hoe ik mijn zoon als pasgeborene aan mijn - toen nog noodgedwongen dunne - Stones-collectie voorstelde. Ik haalde herinneringen op aan dierbare momenten die door de vroegste Stones-muziek van de jaren zestig waren begeleid, en ik concludeerde, wijsgerig: 'wie me toen had voorspeld dat ik ze nu zoveel jaren opnieuw zou (. . .) bewonderen zou op zijn minst op enig ongeloof hebben kunnen rekenen'.

En nu ontkom ik er niet aan die zin te parafraseren, want dat onwaarschijnlijke doet zich nu voor: wie me in 1982 zou hebben voorspeld dat de Volkskrant me zestien jaar later opnieuw voor een beschouwing zou uitnodigen zou niet op ongeloof hebben kunnen rekenen, nee, die zou ik voor gek hebben verklaard.

Maar de Volkskrant heeft gelijk. Op een Stones-party, zondag in het Amsterdamse Park Plaza, lag de gemiddelde bezoekersleeftijd onder de dertig; en die zoon van mij van toen, die volgt de Stones nu als verslaggever. Hoezo opa-opa? Het feit dat de Stones nog steeds actief zijn, nieuwe muziek maken en luisteraars van acht tot tachtig trekken, is een cultuurhistorisch fenomeen. Zonder me aan de woorden 'symbolisch' en 'metafoor' te willen bezondigen houd ik het er op dat hun voortgaande succesvolle bestaan hét bewijs is dat de rock geen kindermuziek meer is maar, in de woorden van Bernard Hulsman, 'een volwassen kunstvorm' met zijn eigen geschiedenis, zijn eigen hoogtepunten en blamages, zijn eigen onderscheidene genres en vooral: een uitzichtloos verre toekomst.

Hulsmans artikel verscheen naar aanleiding van de publicatie van het eerste nummer van het popliteraire tijdschrift Payola: toen ontstond er in Nederland een discussie onder critici over de vermeende belegenheid van dat blad. Menno Schenke formuleerde het aldus in het AD: 'Payola is een podium voor popliefhebbers met grijze haren', en andere critici waren al even denigrerend.

Bernard Hulsman komt de eer toe het intelligente laatste woord te hebben gehad in deze discussie. In NRC Handelsblad schreef hij dat de critici 'nog niet hebben begrepen dat goede popmuziek net zo onvergankelijk is als een opera van Mozart en dus nooit 'belegen' of 'ouwelijk' is. Ze hebben nog niet door dat popmuziek inmiddels een geschiedenis kent en een canon heeft gekregen waarover men niet uitgeschreven kan raken'.

Hulsman heeft gelijk natuurlijk; het enige punt waar ik het niet helemaal met hem over eens ben is dat het rebelse karakter van de rock-muziek 'is achterhaald'. Natuurlijk is er, om redenen van geriatrie en bankrekening, weinig jeugdige rebellie meer aan Stones, Neil Young en Bob Dylan te ontdekken. Maar in het genre an sich is de rebellie als houding nooit weggeweest en zal ook nooit verdwijnen. De beste pop van tegenwoordig is wel degelijk opstandig, al heeft die opstandigheid dikwijls iets nietverplichtends gekregen in de ogen van oudere beschouwers.

Wat mij betreft is een beter ijkpunt voor die oudere generatie iets dat ik altijd als een van de wezenskenmerken ben blijven zien, en wel een onverbeterlijke trouw aan het genre. Het is hier dat we het kaf van het koren scheiden, en de Stones vallen dan levenslang naar de goeie kant (daarom is het ook perfect dat Bill Wyman eruit is gestapt: wie eenmaal gaat tennissen met Willem O. Duys diskwalificeert zich levenslang als rocker). De Stones zijn onverbeterlijk zoals ook de meeste nog ouwere rockers als Little Richard en Jerry Lee Lewis dat bleven, hun verplichte periodieke boete-uitstapjes naar de gospel inbegrepen. Een rockzanger die het in zijn hoofd haalt met Pavarotti of Monserrat Caballé te gaan samenwerken is daarentegen instant ongeloofwaardig. En Michael Bolton was sowieso al een dubieus geval als rockzanger, maar sinds hij wanhopige pogingen doet een niewe carrière als opera-zanger van de grond te krijgen is niets anders dan een peilloos medelijden op zijn plaats.

De discussie over de ontwikkeling van de rock cirkelt dikwijls rond de vraag of een kunstvorm waarin het wiel telkens opnieuw wordt uitgevonden wel serieus te nemen is. Er doet zich op dit punt een scherpe polarisatie voor. Zelf ben ik van mening dat dat wiel niet vaak genoeg opnieuw kan worden uitgevonden, maar het lijkt me dat de vraagstelling aan actualiteit ernstig heeft ingeboet. De tijd dat rock & roll alleen maar het enfant terrible van de kunst was, alleen maar het onwettig kind van de blues en de country & western, is voorbij. Goede rock zal altijd op deze bronnen blijven voortbouwen, sterker nog, kán er niet zonder. Het valt aan elk nummer van de Stones af te horen.

Maar voor inspiratie houdt het daar allang niet meer op, en het soort mensen dat zich er door laat inspireren verandert ook. Een paar maanden geleden verscheen er een plaat waarop Chicano David Hidalgo (van Los Lobos) speelt en zingt samen met Britse folkie Martin Simpson en twee Vooraziatische muzikanten. Het is een plaat waarop het dodelijke predikaat 'interessant' van toepassing zou zijn en niet meer dan dat, ware het niet dat ze hun tri-continentale kruisbestuiving nadrukkelijk opdragen aan 'de Architecten van de Rock & Roll'. Repertoire van Jim Reeves, Merle Haggard, Richard Thompson en Hidalgo zelf; wie over zijn eerste verbazing heen is hoort een prachtig en gedurfd experiment dat visioenen van mogelijkheden openlegt. But is it rock? Natuurlijk, rock als volwassen kunstvorm, bewust van zijn bronnen en voor het overige grenzeloos, letterlijk.

Voor alle duidelijkheid: ik ga deze week niet naar de concerten van de Stones toe, zoals ik ook niet meer naar Neil Young of Bob Dylan ga. En zoals ik, om maar eens wat te noemen, het latere werk van Nabokov niet heb gelezen en niet denk ooit nog naar Pogorelich te gaan. Geen kwaad woord uit mijn mond over al deze mensen, maar ik heb ze vaak genoeg gezien, gelezen, gehoord, heb het beste uit hun werk gesavoureerd, ik koester de herinneringen. Beter dan toen wordt het wat deze kunstenaars - en talloze andere - betreft niet meer; dat is niet erg en geen reden aan hun bestaansrecht te morrelen en wat de rockers betreft zeker niet een motie van afkeuren. Maar als ik zou gaan zou het uit nostalgie zijn, en dat is een element dat ik graag wil proberen los te halen uit deze discussie. En: een concert van de Stones is ook eigenlijk allang geen rock-concert meer, maar een manifestatie als een Ajax-wedstrijd of De Drie Tenoren, iets waar je bij moet zijn geweest, met kaartjes van een zakenrelatie als pr-geschenk.

Desondanks: de Stones zijn de archetypische rockband, die elke keer als ze waren afgeschreven weer overeind kwamen met een instant-klassieke lp of cd. Maar als ik live-muziek wil horen spaar ik mijn energie, tijd en aandacht liever voor nieuwe ontdekkingen; voor oer-rock van alle tijden ga ik tegenwoordig liever naar Slobberbone uit Texas; voor muziek vanuit een manische, huiveringwekkende visie liever naar Johnny Dowd, een vijftigjarige verhuizer uit upstate New York; voor onbegrensd mooie storytelling ga ik luisteren naar de Friese Canadees Fred Eaglesmith. Als je naar de Nederlandse radio luistert zul je het niet en nooit geloven, maar rock is een kunstvorm geworden die dagelijks van gedaante verwisselt, die veel in beweging is en naar nieuwe uitingsvormen zoekt in zo ongeveer alle richtingen.

Ik weet waar ik het over heb. Ik heb zelf in het verleden zo om de vijf jaar besloten dat ik maar eens op moest houden met mijn bemoeienis met deze muziek, want: te oud. Pas korte tijd geleden bereikte ik het moment dat ik fier kon zeggen: dit is een kunstvorm die we ons nooit meer laten afnemen. Ondanks het feit dat hij een neiging tot debilisme en geluidstirannie in zich herbergt, ondanks het tapijt-bombardement dat de commercie op de creatieve elementen ervan loslaat en ondanks de neiging van de media - ook, nee vooral, de Nederlandse radio - beeld en aanbod ervan te versmallen en te verschralen.

Rock & Roll is here to stay zongen Danny & the Juniors al in 1958. Het was een liedje als een belachelijke strijdkreet, iets om de moed erin te houden, iets als 'San Marino Wereldkampioen' Wie had toen gedacht dat Danny & the Juniors het grootste gelijk van de wereld zouden krijgen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden