AchtergrondVrouwen in Nederlandse kunstcollecties

Hoeveel oog hebben Nederlandse musea voor vrouwelijke makers?

Nederland, Amsterdam. 01-12-2019 De schaatsbaan op het museumplein voor het Rijksmuseum. Foto: Ramon van Flymen / Hollandse-HoogteBeeld Hollandse Hoogte / Ramon van Flymen

Hoe staat het met de balans tussen mannelijke en vrouwelijke makers in Nederlandse kunstcollecties? En wat gebeurt er om die te verbeteren?

Overzichten kunnen onbewuste oordelen verraden. Zoals in het standaardwerk History of Art van H.W. Janson in de eerste druk niet één vrouw besproken werd, zo kunnen ook tentoonstellingen een gebrek aan opmerkzaamheid voor vrouwelijke kunstenaars verraden. In de tentoonstelling High Society in het Rijksmuseum (2018) hing bijvoorbeeld niet één portret dat door een vrouw is gemaakt, terwijl er juist in dat genre veel goede voorbeelden zijn: Elisabeth Vigée-Le Brun, Thérèse Schwartze, Mary Cassatt, Sofonisba Anguissola en Cecilia Beaux zijn slechts enkele vrouwen die grote societyportretten schilderden. 

Als vrouwen niet worden geselecteerd voor tentoonstellingen, boeken en aankopen, kunnen ze uit ons geheugen verdwijnen. In 1984 was dit gebrek aan aandacht reden voor de oprichting van de kunstenaarsgroep Guerrilla Girls. In het Museum of Modern Art (MoMa) in New York was toen de hedendaagse tentoonstelling A Survey of International Art. 165 kunstenaars, van wie 13 vrouwen. De conservator voegde toe: ‘Elke kunstenaar die niet in deze tentoonstelling is vertegenwoordigd, zou zijn carrière moeten heroverwegen.’ Dat was het begin van de feministische kunstenaarsgroep, die beroemd werd met de poster uit 1989 met de tekst: ‘Do women have to be naked to get into the Met. Museum?’, en daarbij vermeldt dat in het Metropolitan Museum in New York minder dan 5 procent van de moderne kunst is gemaakt door een vrouw, terwijl wel 85 procent van de afgebeelde naakten een vrouw is. 

Ondanks het nog altijd voortdurende activistische onderzoek van de Guerrilla Girls, is de balans in musea niet verbeterd. Wel is er sinds kort opnieuw aandacht voor vrouwelijke makers en makers met een niet-westerse achtergond. Het MoMA in New York trok de balans naar 28 procent vrouwelijke kunstenaars in de nieuw ingerichte museumzalen. In 2007 was dit percentage nog 3,5 procent. Verschillende internationale musea maakten dit jaar bekend het aankoop- en presentatiebeleid aan te passen om meer ruimte te maken voor vrouwen. Tate in Groot-Brittannië, sinds 2017 geleid door Maria Balshaw, richtte de gratis toegankelijke zalen met kunst na 1960 in met louter vrouwelijke kunstenaars – hoewel de aankoopcijfers van het museum minder enthousiasme voor vrouwelijke kunstenaars laten zien; het besteedt 13 procent van het aankoopbudget aan vrouwelijke kunstenaars. Het Baltimore Museum of Art kondigde in augustus een quotum aan: in 2020 presenteert het alleen werk van vrouwelijke kunstenaars in de zalen en expositieruimten, en koopt het alleen werk van vrouwen aan. Het is een van de eerste musea die een aankoop- en presentatiequotum bekendmaakt. Musea van oude én moderne kunst toonden solotentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars en kunstenaars van kleur, vaak voor het eerst.

Onderzoek onder 28 musea

Reden voor de Volkskrant om een onderzoek te verrichten onder 28 musea met kunstcollecties in Nederland. Nederland telt internationaal gezien uitzonderlijk veel vrouwelijke museumdirecteuren. Hoe staat het met vrouwen in collecties in Nederland? We vroegen de 27 directeuren (in het Van Gogh Museum begint Emilie Gordenker per 1 februari, in haar plaats antwoordden de conservatoren), van wie 12 vrouwelijke, naar percentages werk van vrouwen in de collectie én in de tentoonstellingszalen. Daarnaast vroegen we naar beleid met betrekking tot het tonen en aankopen van vrouwelijke kunstenaars.

Uit het onderzoek blijkt dat drie musea quota hanteren: het Van Abbemuseum, Museum Arnhem en het Fries Museum (het laatste op het gebied van moderne en hedendaagse kunst). Charles Esche, directeur van het Van Abbemuseum, scherpte het bestaande beleid (50 procent van de aankopen moet door een vrouw zijn gemaakt) zelfs aan vanwege de lagere marktwaarde van vrouwelijke kunstenaars: ‘Sinds twee jaar hebben wij beleid om de helft van het aankoopbudget te besteden aan werk van vrouwen. Met alleen een evenwicht qua aantal en niet in geld vonden wij dat mannen nog steeds het leeuwendeel kregen.’ Museum Arnhem, dat de kroon spant in percentages vrouwelijke kunstenaars in de collectie – van de aankopen sinds 1990 is 80 procent gemaakt door vrouwen – heeft sinds 1982 beleid om in de collectie en presentaties minimaal voor de helft vrouwelijke kunstenaars te vertegenwoordigen. Het Fries Museum heeft het doel geformuleerd evenveel werk aan te kopen van vrouwen als van mannen. En, voegt conservator Hanne Hagenaars toe, ‘wat mij betreft mag er zeker wat meer werk van vrouwen worden aangekocht om de balans te herstellen’.

Naast de drie musea die een quotum hanteren, zijn er ook drie met geschreven beleid waarin ‘meer ingezet wordt op vrouwelijke kunstenaars’. Het Stedelijk Museum Amsterdam heeft bijvoorbeeld geen kwantificeerbaar beleid, maar formuleerde wel in 2018 dat in het tentoonstellingsprogramma meer wordt ingezet op vrouwelijke kunstenaars. ‘En uit tentoonstellingen komen aankopen voort.’ Het Amsterdam Museum heeft in het collectieplan het doel beschreven dat lacunes worden aangevuld in de collectie 20ste-eeuwse kunst. Het Stedelijk Museum Schiedam heeft beleid om rekening te houden ‘met representatie in gender en culturele achtergrond’.

Zeventien musea laten weten geen geschreven beleid te hebben, maar wel rekening te houden met balans. Ann Demeester van het Frans Hals Museum: ‘Het is geïnternaliseerd beleid, niet uitgeschreven. Afgelopen vijf jaar hadden we een gelijkwaardige balans in aankopen.’ Verschillende musea zeggen op dit moment te werken aan het beschrijven van nieuwe doelen. Zes musea hebben geen beleid voor representatie van vrouwelijke kunstenaars, drie daarvan geven als reden ‘alleen op kwaliteit te presenteren en aan te kopen’: het Rijksmuseum Amsterdam, Kunstmuseum Den Haag en Museum Voorlinden. Dat laatste museum toonde dit jaar tentoonstellingen van sterkunstenaars Yayoi Kusama en Louise Bourgeois.

Creatief zijn

Niet elk museum kan een evenwichtig aankoop- of presentatiequotum realiseren, al zou het willen. Voor musea van oude kunst is het onmogelijk de percentages gelijkwaardig te maken; je kunt geen kunstenaars tevoorschijn toveren die er niet waren. In het Mauritshuis laat vertrekkend directeur Emilie Gordenker weten zich bewust te zijn van de verschillen vanwege de schaarste aan vrouwelijke kunstenaars in de 17de eeuw. Wel streeft het museum naar diversiteit en kocht het in 2012 een stilleven van Clara Peeters aan. Directeur Marieke van Schijndel van Museum Catharijneconvent, dat christelijke kunst toont en een grote collectie middeleeuwse kunst heeft: ‘We weten dat veel vrouwen in ateliers meewerkten, maar die werden geleid door mannen. Maar het is wel een onderwerp dat we interessant vinden.’ De oplossing zoekt zij in het presenteren van vrouwelijke onderwerpen en een vrouwelijk perspectief, zoals de tentoonstelling over Maria vorig jaar, waarbij ook hedendaags werk van vrouwelijke kunstenaars hing, en een komende tentoonstelling over Maria Magdalena.

Musea hebben grote verschillen in aankoopbudget. Roos Gortzak, directeur van de Vleeshal: ‘In de jaren negentig was er actief aankoopbeleid. Nu komen de enkele aankopen voort uit het tentoonstellingsprogramma van het museum.’ Ze voegt toe dat becijferen ook problemen met zich meebrengt: ‘We hebben bijvoorbeeld werk van kunstenaars die zich niet thuis voelen in de binaire gendercategorieën, zoals Freddie Mercado of Marlow Moss. Waar breng je die onder in een grafiek over mannelijke en vrouwelijke kunstenaars?’

Verschillende musea benadrukken de rol van vrouwen in het ontstaan van het museum, zoals Singer in Laren, dat werd opgericht door Anna Singer-Brugh, en het Kröller-Müller Museum, dat ontstond door de collectie van mecenas en verzamelaar Helene Kröller-Müller. Ook het Van Gogh Museum, met ruim 500 schilderijen waarvan 210 van Vincent van Gogh, heeft met een percentage van 3 procent weinig vrouwen. Conservator Lisa Smit: ‘Representatieve werken van vrouwelijke impressionisten als Mary Cassatt of Eva Gonzalès zijn zeldzaam. Als conservatorenteam houden wij de markt continu in de gaten en wachten we met geduld op een mooie kans.’ Wel zegt het museum de rol van de vrouw aandacht te willen geven, zoals met de uitgave van de biografie van Jo van Gogh-Bonger: ‘Mede door haar inzet is Vincent van Gogh een van de bekendste kunstenaars ter wereld geworden.’ Het Rijksmuseum, dat geen cijfers heeft van vrouwelijke kunstenaars in de kunstcollecties en op zaal, zegt dat het balans zoekt door projecten met moderne kunstenaars als Louise Bourgeois en Bridget Riley.

Lees hier meer van de serie Transition Twenties

Van massamedicijn naar maatwerk: de precisiegeneeskunde rukt op.
De patiënt van de toekomst zal steeds vaker een doelgericht geneesmiddel krijgen. Aan dat precisiewerk hangt wel een stevig prijskaartje.

Zelfrijdende auto? Rij nog maar even zelf
Reken niet te veel op de grote revolutie van de zelfrijdende auto. Evengoed zal er genoeg veranderen.

Insectenburgers maken weinig kans, maar wat gaan we wel eten in de jaren twintig?
De kansen voor kweekvlees, vegan ribs, puree uit de printer, ‘functional foods’ of – veel verder weg – brandnetels.

Gaan we nu eindelijk van vrouwelijke kunstenaars houden?
Eeuwenlang – ook, of nee: júíst in de 20ste eeuw – zijn vrouwelijke kunstenaars doelbewust genegeerd, verzwegen, niet op waarde geschat. Nu is alles anders, toch? Wat hebben de jaren twintig voor hen in petto?

Hoe een pleister de zorg op stelten zette – en misschien weer gaat zetten
Een slimme pleister kan helpen de zorg van het ziekenhuis naar thuis te verplaatsen. Daarbij moeten nog wel de eenvoudigste dingen worden uitgevogeld.

Wordt dit het decennium waarin roken de genadeklap krijgt?
De komende jaren belandt roken nog verder in het verdomhoekje, al blijft de tabaksindustrie een geduchte tegenstander.

Contant geld wordt schaars en dat is niet zonder risico
Cashloos betalen maakt de afhankelijkheid van de commerciële banken groter. Om een crisis te voorkomen zijn alternatieven gewenst. Zoals direct digitaal geld van de centrale bank.

Ongemakkelijke vragen bij de (langverwachte) doorbraak van virtual reality
Als virtual reality het komende decennium eindelijk doorbreekt, zijn er ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Want ‘virtuele’ betasting kan akelig echt voelen.

In de jaren twintig zal vooral het liberale element van de democratie onder druk komen te staan
De schaduw van de vorige jaren twintig valt vaak over het hedendaagse debat, met populisten als nieuwe fascisten.

Wie hip wil zijn in de twenties, hult zich in dikke, duurzame, donkerbruine capes
Hoe lopen we er het komende decennium bij? Moderedacteur Cécile Narinx voorziet veel dikke, wijde, donkerbruine kleding vol technologische snufjes. En, verrassing: draagschaamte wordt een ding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden