Column Peter Middendorp

Hoeveel complimenten heeft een mens nodig om zich tegen een kutopmerking beschermd te weten?

In het tijdschrift Ons Erfdeel las ik laatst een goede, slechte recensie over mijn roman, of andersom, dat was lastig uit te maken. De bespreker had een fout in het verhaal ontdekt. De hoofdpersoon beweerde een paar keer nadrukkelijk dat hij een goede vader was, maar in het boek zelf zag je daar volgens hem maar weinig van terug. Te weinig. Niets, kon je wel zeggen. Het tegendeel was eerder waar.

Nu kun je inderdaad zeggen dat er iets niet klopt: de hoofdpersoon geeft hoog op van zijn vaderschap, maar kijkt niet om naar zijn zoon en ziet van zijn dochter vooral de buitenkant. De vraag is nu: wie heeft hier gelogen, wie probeert ons hier een rad voor ogen te draaien, de hoofdpersoon of ik?

Drie jaar zweten als een rederijker en daarna ligt je lot in de handen van een uilenbal die het verschil tussen schrijver en verteller niet kent. Ik zou niet graag in andermans schoenen staan, zo is het niet, helemaal niet. Het leven is voor iedereen een pijpkaneel. Dit is gewoon het deel waar de schrijver aan zuigt.

Maar een belediging is het wel, als je zou willen, vergevingsgezind gesteld – ‘het zij hem vergeven, de roman biedt nog genoeg etc.’ – zodat je niet naar de redactie kunt rijden om de vriendelijke oude baas – want zo is het vaak wel – uit zijn bureaustoel te trekken.

Het is goed bedoeld, zo moet je maar denken. De kwetsuur komt uit een goed hart. Zelf denken ze ongetwijfeld dat ze je een plezier doen met zo’n stuk. Dat schreef de hoofdredacteur ook in een begeleidende brief. Zelf was ik nog niet toegekomen aan Ons Erfdeel van deze maand of van dit kwartaal, ik kreeg er eentje opgestuurd.

De tekst van het briefje luidde: ‘Het artikel op bladzijde zoveel zal zeker je belangstelling hebben.’ Nou, niet dus. Helemaal verkeerd ingeschat. Ik had dat blaadje liever niet in huis gehad. Het is een klap in je gezicht, iets te hard, van een oom, feestelijk verpakt. En nog een, páts – ‘Je ouders zullen wel trots zijn!’

Ik heb niets te klagen over recensies, anders had ik mijn mond ook wel gehouden – je mag alleen klagen als je niets te klagen hebt, anders ben je een slechte verliezer. Maar in het algemeen blijft het wonderlijk dat tien complimenten nog niet genoeg zijn om je humeur op peil te houden als je er ook een kutopmerking bij krijgt. Of twintig.

Het is de mysterieuze kracht van de kutopmerking, of misschien wel de relatieve zwakte van het compliment. Het roept in elk geval de vraag op hoeveel complimenten een mens eigenlijk nodig heeft om zich tegen een kutopmerking beschermd te weten.

En of we, als we het antwoord wisten, een stap verder zouden zijn, vooruitgang hadden geboekt, al was dat een vraag die je wel na ieder antwoord kon stellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.