Hoeveel begrenzing heeft een samenleving nodig

Hoeveel begrenzing heeft een samenleving nodig, vraagt Paul Scheffer zich af naar aanleiding van de vluchtelingencrisis. Een concreet antwoord blijft uit, maar de materie wordt wel fijn inzichtelijk gemaakt.

Foto Hollandse Hoogte

Er zijn Europeanen die gelaten reageren op de schrijnende beelden van vluchtelingen die ons geregeld via televisie en kranten bereiken. En er zijn mensen, voornamelijk te vinden in de duistere krochten van sociale media, die de foto van een verdronken kind juichend ontvangen. Maar voor een overgrote meerderheid van de Europeanen geldt nog altijd dat de beelden hen niet onberoerd laten - terwijl diezelfde meerderheid tegelijkertijd grote weerstand voelt tegen onbeperkte opname van vluchtelingen.

Daarmee laat de vluchtelingencrisis onze 'morele verlegenheid ten aanzien van grenzen', zoals Paul Scheffer (1954) dat noemt in zijn essay De vrijheid van de grens, beter dan ooit zien: de ongemakkelijke afweging tussen het openen van grenzen voor mensen in nood en het stellen van grenzen om binnenlandse spanningen te voorkomen. In zijn essay vraagt Scheffer, al meanderend door de geschiedenis van Europa en de uitdagingen waar Europeanen voor staan, zich af hoeveel begrenzing een beschaving nodig heeft. Hij maakt de problematiek knap inzichtelijk, maar een concreet antwoord blijft uit.

Zestien jaar geleden baarde Paul Scheffer opzien met Het multiculturele drama - over de sociale achterstanden van nieuwkomers en het falende integratiebeleid van de overheid. De vrijheid van de grens, uitgegeven ter gelegenheid van de Maand van de Filosofie, is een uitwerking van zijn essay De exodus en ons geweten dat vorig jaar werd gepubliceerd in NRC Handelsblad.

Toenemende agressie

Als mensen met een liberale houding niet over grenzen willen nadenken, waarschuwt Scheffer in het eerste hoofdstuk, dan komt er een moment dat mensen met een autoritaire houding die grenzen gaan trekken - goedschiks of kwaadschiks. Scheffer noemt landen als Duitsland en Zweden als voorbeeld, waar het toenemende risico van agressie 'een bijna dagelijkse werkelijkheid' is. Het morele vacuüm zal bovendien worden opgevuld door populistische partijen, denkt Scheffer. Zelf spreekt hij overigens liever van 'protectionistische' partijen. Want, zo betoogt hij, 'als iets bij veel verkiezingen in Europa heeft weerklonken, dan is het wel een roep om bescherming'.

Sterk is het hoofdstuk over open grenzen, waarin Scheffer de vier meest gebruikte argumenten van voorstanders opsomt: de morele verplichting (je kunt mensen letterlijk niet in de kou laten staan), het eigenbelang (Europa zou economisch baat kunnen hebben bij de komst van vluchtelingen), onmacht (de grenzen zijn toch niet meer te controleren) en het internationale recht (dat ons dwingt om meer vluchtelingen op te nemen dan wij aankunnen). Scheffer betoogt vervolgens overtuigend waarom op die argumenten, die volgens hem onderling soms zelfs strijdig zijn, veel valt af te dingen.

Verborgen vitaliteit

De laatste twee hoofdstukken zijn ingeruimd voor een verkenning langs oplossingen die de Europese Unie kan bieden om de binnengrenzen te overwinnen en de buitengrenzen te bewaken. Die oplossingen blijken zo eenvoudig nog niet: de tegenstellingen binnen de Europese Unie zijn groter dan ooit, en met de toenemende druk op de Europese buitengrenzen voorspelt Scheffer een herleving van binnengrenzen.

In dat licht brengt verdere uitbreiding van de Europese Unie bepaalde risico's met zich mee. Toch wijst Scheffer ook op de 'verborgen vitaliteit' van Europese samenlevingen. Zo heeft een Europese samenleving gemiddeld genomen een lage mate van corruptie, een redelijk functionerende rechtsstaat en steekt de urbanisering gunstig af tegen de situatie in de rest van de wereld. Kortom: het uitgangspunt moet het besef van die vitaliteit zijn, en niet zozeer het verval. Dat kan alleen, concludeert Scheffer, als de buitengrenzen beter worden beschermd - 'want zonder een gemeenschappelijke grens is het idee van gedeeld Europees burgerschap moeilijk voorstelbaar'.

Nieuw zijn Scheffers argumenten en overwegingen niet, maar het is fijn dat hij ze in het kader van het thema van de Maand van de Filosofie even voor ons op een rijtje heeft gezet.