Cultuurtips Herfst 2018

Hoera voor de herfst! Cultuurtips voor najaar 2018

Van venijnige fotografie van de superrijken tot een glansrol voor de striptease, via het huwelijk van Rembrandt en Saskia: het laatste kwart van 2018 is een cultuurseizoen om naar uit te kijken.

Vasalis, altijd vandaag

Dichter M. Vasalis had de naam een kluizenaar te zijn, maar ‘schijnt een heel levendig en grappig mens te zijn geweest’ volgens Nettie Blanken, die een voorstelling over haar maakte, vanaf september te zien: Vasalis, altijd vandaag.

Vasalis, altijd vandaag door VanderVlugt&Co Foto VanderVlugt&Co

Haar meisjeshandschrift staat nog in het bundeltje. En bij het openslaan van Vergezichten en gezichten (1954) valt een vergeeld krantenknipsel op de grond. Actrice Nettie Blanken (71) raakte al op de middelbare school verslingerd aan de poëzie van Vasalis (pseudoniem voor Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans), aangestoken door het enthousiasme van haar toenmalige lerares Nederlands. ‘Ik was 16 en vond het direct geweldig. Die tegenstelling tussen wanhoop en geluk. Tussen individuele vrijheid en maatschappelijke gebondenheid. Die fascineerde mij mateloos.’

Voor haar op tafel, in haar met boeken gevulde appartement in Amsterdam, liggen naast de vuistdikke biografie door Maaike Meijer, alle dichtbundels van Vasalis uitgestald. Het zijn er maar vier. ‘Dat blijft een raadsel. Waarom ze na die eerste uitgaven wel is blijven schrijven maar nooit meer iets heeft willen publiceren. Ondanks veelvuldig aandringen van haar uitgever. Durfde ze niet meer, omdat haar werk door collega’s ‘familiegeslijm’ is genoemd? Wilde ze niet meer? Of was ze niet tevreden?’

M. Vasalis (1909-1998), psychiater, dichter en moeder van drie kinderen, was wars van publiciteit en publieke belangstelling. Hoewel ze een van de meest geciteerde dichters is in rouwadvertenties (‘het werd, het was, het is gedaan’), bleef ze zelf het liefst buiten beeld, om haar privéleven te beschermen en haar praktijk, patiënten en kinderen niet te belasten met beroemdheid. Daardoor kleeft aan haar nog steeds het imago van een mythische, zwaarmoedige kluizenares. Maar is die geheimzinnigheid wel terecht?

Samen met acteur Bram van der Vlugt (84) en diens zoon componist/saxofonist Floris van der Vlugt (37) speelt Blanken dit najaar in dertig steden de voorstelling Vasalis, altijd vandaag. Gerardjan Rijnders regisseert de nieuwe tekst van Janine Brogt, waarin de acteurs en muzikant jongleren met Vasalis’ biografie, haar imago, haar poëzie, haar taal en haar humor. En met de begrippen tijd en theater, want ook daarover gaat Vasalis, altijd vandaag (‘Ik droomde dat ik langzaam leefde… langzamer dan de oudste steen.’). Floris van der Vlugt (‘Haar poëzie was nieuw voor mij’) creëert live een soundtrack op sax, basklarinet, synthesizer en percussie. Blanken: ‘We denken nog over contactgeluiden van glasgerinkel. Er wordt namelijk wel een flesje wijn opengetrokken en een sigaret opgestoken. Vasalis hield daarvan.’

Vasalis, Altijd Vandaag door VanderVlugt&Co, tournee vanaf 15/9. Première 12/10 in De Goudse Schouwburg.

Fototentoonstelling Generation Wealth 

Spijkerharde fotografie van schaamteloze rijkdom: hoe kwam fotograaf Lauren Greenfield überhaupt binnen bij de superrijken? Verwonder je vanaf september in Den Haag bij Generation Wealth.

Jackie (41) en haar vriendinnen met Versacehandtassen tijdens een besloten opening van de Versacewinkel, Beverly Hills, 2007. Foto Lauren Greenfield / Fotomuseum Den Haag

Hoe kríjgt ze het voor elkaar? Het is niet zo dat de Amerikaanse fotograaf en documentairemaker Lauren Greenfield (52) haar onderwerpen esthetisch en flatteus in beeld brengt. Integendeel: Greenfield fotografeert graag van heel dichtbij, vaak een beetje van boven, en gebruikt keihard, nietsontziend flitslicht, dat neuzen en voorhoofden doet glimmen en felle kleuren nog harder doet schreeuwen dan in het echt. Ze vangt mensen op momenten dat ze bepaald niet op hun mooist zijn, haar werk is eerder maatschappijkritiek dan objectieve documentaire. Dus nogmaals: hóé krijgt ze het in vredesnaam voor elkaar om op deze manier al 25 jaar lang de huisfotograaf van hedonistisch Amerika te zijn en waarom heeft ze nog altijd het vertrouwen van de rich & famous? Het antwoord moet haast wel zijn dat Greenfields brutale blingblingbeeldtaal naadloos past bij het beeld dat die puissant rijke mensen van zichzelf willen uitdragen. Dat, en het feit dat elke vorm van aandacht mooi is meegenomen.

Het Fotomuseum Den Haag presenteert in september Greenfields nieuwste project: Generation Wealth. In 2012 kregen we al een voorproefje in de vorm van The Queen of Versailles, haar ontluisterende, krankzinnige documentairefilm over Jackie Siegel, getrouwd met de dertig jaar oudere David. We zien haar druk bezig met de bouw en inrichting van hun nieuwe huis in Florida, een soort replica van Versailles, tijdens de financiële crisis van 2008. Siegel is ook van de partij in Generation Wealth. De hoogblonde vrouw staat te telefoneren in haar met kinderen en protserige meubels gevulde woonkamer (of een van de tien woonkamers, whatever), met een kleuter op de heup die apathisch chips naar binnen werkt. In Greenfields genadeloze flits lijkt ze op een wassen beeld.

De fotograaf flikte het opnieuw. Generation Wealth (behalve een fototentoonstelling bestaat het project uit een film en een boek) laat zien hoe de American dream, de belofte dat je het ooit net iets beter zou hebben dan de buurman, door de snelle economische groei en de globalisering van de laatste decennia nachtmerrieachtige proporties aanneemt. Het is niet langer de buurman met wie je moet wedijveren; het zijn de Kardashians, de oliesjeiks uit Dubai, de Russische en Chinese superrijken die staan te golfen in hun appartementen en zichzelf behangen met goud.

Greenfields foto’s doen precies wat ze moeten doen. Spijkerhard tonen ze een schaamteloze wereld. Ze zijn afgrijselijk om te zien en tegelijkertijd voeden ze je innerlijke voyeurist; begin je eenmaal met kijken, dan kun je niet meer stoppen. Net zoals geld werkt eigenlijk. Je wil alleen maar meer.

Lauren Greenfield: Generation Wealth. 15/9 t/m 3/2 in Fotomuseum Den Haag. 

Cabaret

Er heeft zich een nieuwe bestseller bij het Grote Rijtje Namen gevoegd, vanaf september op tournee: Patrick Laureij.

Patrick Laureij Foto Jennifer Kunes

Jochem Myjer, Youp van ’t Hek, Ronald Goedemondt, Hans Teeuwen; het Nederlands cabaret kent al jaren een vertrouwd rijtje komieken die hun grotezalentournees binnen de kortste keren weten uit te verkopen. Dit jaar is er een nieuwe bestseller bijgekomen: Patrick Laureij, de 36-jarige Rotterdammer die op tournee gaat met zijn tweede soloshow, getiteld Nederlands Hoop.

Laureij, wiens act wordt gekenmerkt door zijn streetwise uitstraling, Rotterdamse tongval en verrassende humor, zag zijn populariteit snel stijgen na zijn winst van cabaretfestival Cameretten in 2013. Hij toerde door het land met debuutshow Dekking hoog, stond solo in poptempel Paradiso en vormde het voorprogramma van zangeres Anouk tijdens haar concerten in 2017 in de Ziggo Dome.

En nu liep het dus storm bij de kaartverkoop van show nummer twee. Volgens impresariaat Bunker Theaterzaken zijn 80 van de 110 voorstellingen al uitverkocht. De verkoop was bij veel theaters ‘een gekkenhuis’, met lange (digitale) wachtrijen en shows die binnen een uur vol zaten. Het Oude Luxor Theater in Rotterdam organiseerde zelfs een speciale Laureijverkoop, één dag voor de start van de reguliere voorverkoop.

Kijk, dan ben je als cabaretier dus heel lekker bezig. Nu maar hopen dat Laureij niet onder de druk bezwijkt en net zo’n speelse, geestige show neerzet als in zijn geslaagde debuut. De komiek lijkt er in ieder geval nuchter genoeg voor. Ja, toch?

Nederlands Hoop door Patrick Laureij, tournee vanaf 17/9. Première op 14/12 in het Oude Luxor Theater, Rotterdam.

Dans / Beeldende Kunst

Krisztina de Châtel, de grande dame van de choreografie, raakte geïntrigeerd door de denkbeelden van stedenbouwkundige Edward Soja en maakte een installatie: The Third Space.

Lines 1978 van Krisztina de Châtel. Lichtsculptuur/decor door Jan van Munster. Foto Bob van Dantzig

Het is op de dag af haar 75ste verjaardag. Choreograaf Krisztina de Châtel is net thuis van een bootreis op de Donau, in haar geboorteland Hongarije. In haar met kunst gevulde appartement in Amsterdam vertelt De Châtel over haar idee achter The Third Space, een door de Nederlandse Dansdagen bedacht pop-updansmuseum in het Maastrichtse Bureau Europa. Op verzoek van het festival presenteert De Châtel hier vijf weken lang foto’s en video’s van haar dansoeuvre en zeven kunstwerken die speciaal voor haar choreografieën zijn ontworpen.

Maar dat niet alleen. Na decennia te hebben samengewerkt met schilders, vormgevers en kunstenaars als Jan van Munster, Conrad van de Ven en Peter Struycken, debuteert De Châtel nu zelf met een beeldende installatie, geïnspireerd op het filosofische gedachtengoed van de Amerikaanse stedenbouwkundige en geograaf Edward Soja. Deze hoogleraar planologie probeerde met het idee van deThirdspacede beschrijving van onze ruimtelijke omgeving uit te breiden met (steeds veranderende) mentale, maatschappelijke en sociale ervaringen.

Toch durft De Châtel zich zeker nog geen beeldend kunstenaar te noemen: ‘Ik denk ruimtelijk en visualiseer een droombeeld van mij. Een trap met een twist, als metafoor voor het leven.’ Geen trap naar de hemel, haast ze zich te zeggen. ‘Niks goddelijks. Wel een met een kronkel om boven jezelf uit te stijgen en alles vanuit een ander perspectief te ervaren.’

Een trap, zegt de choreograaf, biedt talloze mogelijkheden voor dansfrasen, zoals ritmisch stijgen, dalen, rollen en kruipen. De Châtel paste het toe bij gelegenheidsvoorstellingen op locatie. Nu is het aan de toeschouwer om het ritmisch effect van de intervallen in The Third Space zelf te ervaren. ‘Bewegen mag’, lacht ze. Klinkt er ook muziek? ‘Nu je het zegt. Daar ga ik over nadenken.’

Jeugdtheater

Een zwaar onderwerp licht gebracht, voor kinderen, vanaf eind september: lol maken met racisme en xenofobie in De knettergekke wereld achter het raam van Sadettin Kirmiziyüz.

De knettergekke wereld achter het raam door De Toneelmakerij en Trouble Man Foto Jan Hoek

Een uitspraak van Nelson Mandela zette theatermaker Sadettin Kirmiziyüz (36) op het spoor zijn eerste jeugdvoorstelling (8+) te maken. Over racisme nog wel; zonder dat grote woord te gebruiken. De knettergekke wereld achter het raam behandelt een pittig onderwerp op ludieke, bonte manier, met reïncarnatie, verkleedpartijen, poppen en hulp van het publiek.

Xenofobie en racisme zijn grote onderwerpen. Hoe leg je die uit aan kinderen?

‘Ad de Bont schreef voor ons een modern sprookje waarin een rood meisje en een blauwe jongen mogen reïncarneren in een wereld die wit, geel of groen kan zijn. Ze krijgen keuzen voorgelegd en ontdekken de grote gevolgen van kleine verschillen. Ze belanden terloops en speels in ongemakkelijke situaties.’

Zoals?

‘Stel je voor, het rode meisje zit op een bankje. De blauwe jongen zegt: ‘Jij bent vies want jij bent rood.’ Het meisje vraagt: ‘Waarom denk jij dat?’ Antwoord: ‘Omdat mijn moeder dat zegt.’ Na zo’n explosief beginnetje, kan in De knettergekke wereld soms een toenadering volgen, soms niet.’

Hoe zijn de acteurs gecast?

‘Jessie Wilms speelt het meisje, zij is Vlaams en roodharig. Ik ben Oosters en kaal en speel de jongen. Zichtbare verschillen genoeg. Wij willen onderzoeken op welk moment kinderen die verschillen opmerken en wat ze daarbij denken.’

Welke uitspraak van Mandela heeft je geïnspireerd?

‘Toen hij overleed kwamen allerlei mooie citaten van hem voorbij, zoals dat geen kind racistisch wordt geboren. Hij zei het zo: ‘Niemand wordt geboren met haat voor een persoon met een andere huidskleur, achtergrond of geloof. Een mens leert haten.’ Ik heb zelf een zoontje van 4 en vraag mij af wanneer en hoe dat leren haten dan een aanvang neemt.’

De knettergekke wereld achter het raam (8+) door De Toneelmakerij en Troubleman. Regie: Paul Knieriem. Première 22/9, De Krakeling, Amsterdam. Tournee t/m 25/11.

Muziek

Een Bowiësque, ongrijpbaar en volstrekt eigenzinnig popfenomeen met een nieuw album (september) en een zonder twijfel licht vervreemdend optreden (oktober): Christine and the Queens

Toen de Franse Héloïse Lettissier in 2012 op vakantie in Londen de club Madame JoJo’s binnenwandelde lag de toen 24-jarige behoorlijk met zichzelf overhoop. Er was een travestietenshow gaande en bij het zien van de dragqueens op het podium werd er voor de zangeres, danseres en choreografe in spé veel duidelijk. De oplossing voor haar worsteling met identiteit, gender en seksualiteit lag ineens voor de hand. Ze moest zichzelf een podiumpersoonlijkheid aanmeten, een naam om achter te verschuilen. Dan zou ze alles kunnen roepen en zingen wat haar onder eigen naam zo zwaar viel.

En dus heette Lettisier vanaf toen Christine and the Queens. Zes jaar later lijkt ze die naam te hebben afgekort tot Chris, de titel van haar eind september te verschijnen tweede album. Een plaat waar internationaal veel van wordt verwacht, want Christine and the Queens is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een heus popfenomeen.

Eerst was het vooral Frankrijk dat voor haar viel toen ze in 2014 het album Chaleur Humaine uitbracht. Gaandeweg raakte ook de rest van Europa in de ban van de hoogst originele mengvorm van elektronica, pop, disco en chansons. De nummers zijn vooral door Letissier in haar eentje gemaakt, verscholen achter de naam die een complete band suggereert.

Haar stem klonk enigmatisch, een beetje onderkoeld. De beats knisperden, de elektronische baslijnen striemden en de melodieën waren soms melancholiek en dan weer uitbundig. En dan waren er nog de spectaculaire live-shows. Christine liet zich ook in Nederland op festivals als Lowlands (2015) en Best Kept Secret (2016) omringen door groepjes dansers en betoverde het publiek met haar extravagante choreografieën net zo hevig als met haar muziek.

Wat we zagen en hoorden was een zangeres voor wie identiteit en seksualiteit vloeibare begrippen waren. Genderbending is niks nieuws in de popmuziek, van David Bowie tot Prince en Lady Gaga hebben grote popsterren ermee gespeeld. Christine and the Queens zette deze traditie op geheel eigen wijze voort.

Nu, na een stilte van een paar jaar zijn de haren tot jongenskapsel verknipt en heet ze Chris. Chris doet opnieuw alles alleen.

Samenwerking met door haar platenmaatschappij aangedragen grootheden als Mark Ronson (producer van Amy Winehouse en ook medeverantwoordelijk voor de wereldhit Uptown Funk) en Damon Albarn (voorman van Blur en Gorillaz) liep op niets uit.

Héloïse Letissier alias Christina and the Queens alias Chris laat zich door niemand sturen. Voorlopig maakt het haar tot een van de interessantste popfenomenen van deze tijd.

Christina And The Queens: Chris. Because/Caroline. Verschijnt 21 september.

Christina And The Queens. AFAS Live, Amsterdam, 13 oktober.

Theater

Huilen, huilen, huilen, huilen, huilen moest iedereen bij de overrompelend succesvolle roman A Little Life, en dat was niet alléén maar goed. Prima dus dat het zijn specialisme is boeken te verbeteren voor toneel: Ivo van Hove bewerkt het tot Toneelgroep Amsterdams Een klein leven.

Heel Holland Huilt, dat was volgens literair criticus Arjan Peters het effect op de natie van de roman Een klein leven van Hanya Yanagihara. Het was ook steevast de mededeling van weer een kennis die het boek met klem aanraadde: Ik kon niet ophouden met huilen.

In de bijna 800 pagina’s dikke bestseller, die een periode van 40 jaar overspant, staat de vriendschap centraal tussen Jude, Willem, JB en Malcolm – ambitieuze jongens in New York. Gaandeweg zoomt Yanagihara steeds verder in op de ongrijpbare Jude, die een schimmig verleden heeft en lijdt aan onverklaarbare fysieke kwalen. In het ontrafelen van Judes gruwelijke geheimen stapelt de schrijfster de kommer en misère torenhoog op.

De NRC-recensent: ‘Ik heb jaren niet meer zo ongenadig om een boek gehuild.’

Toch valt er wel het een en ander op het boek af te dingen. Het is onnodig breed uitgesponnen, ongeloofwaardig in zijn Hollywood-clichés over New York, en larmoyant op het hysterische af, met die onmatige opeenstapeling van geweld, seksueel misbruik, automutilatie en andere ellende. Bovendien kun je vraagtekens plaatsen bij de nogal onmachtige, fatalistische strekking ‘dat sommige mensen niet te helpen zijn’.

Maar ook voor de sceptici is het goed nieuws dat toneelregisseur Ivo van Hove met Toneelgroep Amsterdam op 23 september de wereldprimeur heeft van een bewerking. Want Van Hove heeft intussen ruim ervaring in het verbeteren van boeken. Hij deed het met De dingen die voorbijgaan, waarbij hij de wijdlopige, archaïsche Couperus efficiënt comprimeerde tot een onverbiddelijk griezelsprookje.

En zijn belangrijkste wapenfeit op dit gebied is The Fountainhead, naar de kwestieuze roman van Ayn Rand waarin zij egocentrisme idealiseert en solidariteit beschimpt. Van Hove vlakte succesvol haar al te scherpe kantjes af en bracht evenwicht in het geheel; van programmatische karikaturen maakte hij mensen van vlees en bloed. Zo loodste hij Rand omzichtig langs de afgrond van haar ideologie.

Vermoedelijk zal hij Een klein leven op vergelijkbare wijze bijschaven. Dat er onvermijdelijk moet worden ingekort, is mooi. En de casting is er alvast een om van te watertanden, met Maarten Heijmans als Willem, Majd Mardo als JB en Mandele Wee Wee als Malcolm. Ramsey Nasr, die een Louis d’Or won voor zijn fijnzinnige vertolking van Howard Roark in The Fountainhead, geeft gestalte aan de enigmatische Jude. Verheugend.

Een klein leven van Hanya Yanagihara in regie van Ivo van Hove bij Toneelgroep Amsterdam, vanaf 20/9 in Internationaal Theater Amsterdam. Première 23/9.

Architectuur

Het licht bizarre Waterloopbos, ooit waterstaat-experimentengebied, is rijksmonument én onontdekt natuurgebied ineen. En dat krijgt nu de imposante, retrofutursistische waterslagbak als entree. Eind september opent dit Deltawerk // van RAAAF en Atelier de Lyon.

Cultuurtips _ waterloopbos _ (c) Raaaf Cultuurtips _ 24 augustus _ illustraties Claudie De Cleen _ Tarief V6 voor de reeks Foto Raaaf / Claudie De Cleen

Het sprookjesachtige Waterloopbos, een voormalig openluchtlaboratorium waar tussen 1951 tot 1996 in enorme schaalmodellen ontwerpen voor waterbouwkundige projecten werden getest, is een van de beter bewaarde geheimen van Nederland. Vanaf 27 september gaat dat veranderen, want dan wordt de nieuwe, grootse entree tot het 120 hectare grote terrein – een beschermd natuurgebied en sinds 2016 rijksmonument - geopend. Voortaan betreed je het ‘openluchtmuseum’ via het kunstwerk Deltawerk //, een ontwerp van RAAAF en Atelier de Lyon. Het betreft de verbouwing van het voormalige golfbassin, een 250 meter lange betonnen bak die diende als testlocatie voor de Deltawerken. Met als doel het maken van een onverwoestbare delta, experimenteerden ingenieurs hierin met metershoge tsunami-golven.

De afgelopen maanden zijn ontwerpers dit monument van de Nederlandse strijd tegen het water met brute kracht te lijf gegaan. De golfslagbak, die verstopt was onder een dik pakket aarde, is volledig uitgegraven en opengezaagd. De 27 platen die uit de betonnen muren gezaagd zijn – 6 meter hoog, 80 centimeter dik – zijn gekanteld, als gigantische luiken, zodat je vanuit de entree het natuurgebied inkijkt en naar de andere schaalmodellen toe kunt lopen.

Met de realisatie van Deltawerk // wil opdrachtgever Natuurmonumenten het Waterloopbos op de kaart zetten als een toeristische trekpleister die zich kan meten met de Afsluitdijk en de Deltawerken. Maar het kunstwerk stelt bovenal een kritische vraag: is het streven naar onverwoestbaarheid houdbaar? Het Waterloopbos is immers een rijksmonument in verval. Een groot deel van de schaalmodellen is door planten overwoekerd. Juist dat verval draagt bij aan de bijzondere sfeer. Normaal wordt cultureel erfgoed geconserveerd, RAAAF denkt dat deze methode niet meer werkt in de 21ste eeuw. Omdat het veel geld kost, maar ook omdat het nieuwe denkbeelden vaak in de weg staat.

Eerder zaagden de ontwerpers een bunker door, om de ruimtelijke kwaliteiten van de vele bunkers die Nederland rijk is zichtbaar te maken. Dat bouwwerk werd, paradoxaal genoeg, dankzij die ingreep een rijksmonument. Deltawerk // hebben ze aangegrepen om een nieuwe aanpak uit te proberen: actieve ruïnevorming. De grootsheid van de golfslagbak blijft voelbaar, maar de natuur zal het monument langzaamaan overnemen; de platen zullen over 30 jaar begroeid zijn met mos en varens.

Deltawerk//Ontwerp: RAAAF en Atelier de LyonAdres: Rijksmonument Waterloopbos, Voorsterweg 36, Marknesse
Opening: 27 september

Pop

De jaren tachtig worden alom gezien als zijn minst boeiende periode, maar deze uitgave in oktober is zó goed gemaakt, dat het niet anders kan dat er een herwaardering volgt: de box-set Loving the Alien van David Bowie.

1983 was David Bowies commerciële topjaar: Let’s Dance, China Girl, zijn succesvolste tournee. Veel fans vinden de eighties zijn minst interessante periode. Waarom moeten we de box-set Loving the Alien (1983-1988) tóch kopen, straks in oktober?

1. De Bowie-boxen zijn écht anders.

Box-sets zijn vaak manden met schillen. Zelfs bij fanatieke fans staan ze hoofdzakelijk mooi te wezen in de kast.

De huidige serie Bowie-boxen is écht anders. Hier worden geen kliekjes uit de pan geschraapt, maar wordt Bowies oeuvre per tijdvak op voorbeeldige wijze gecompleteerd: verzameld werk en biografie ineen, met complete albums die nooit eerder verschenen en allerlei los spul samengebracht.

Zo grondig als de drie eerdere boxen waren, wordt Loving the Alien (1983-1988) ook. Genoeg reden om je te verkneukelen.

2. Eindelijk een live-album uit de eighties.

Liveregistraties uit de jaren zeventig en 2010 waren er al, maar juist van Bowies succesvolste tournee, de Serious Moonlight Tour (1983), verscheen nooit een lp-registratie (wel een concertfilm).

Nu zit Serious Moonlight in de box, een live-dubbelalbum uit 1983 dat op de plank bleef liggen en waarop Bowie zijn verse wereldhits inbedt in werk van bijna alle eerdere platen.

Bowie is 36 jaar en op de top van zijn kunnen als bühne-artiest, hij heeft een geweldige band om zich heen staan en sleept zijn oude werk een nieuwe tijd binnen. Onmisbaar.

3. Nieuwe versie van een mislukte plaat.

De zwakke opvolgers van Let’s Dance (1983) zitten in de box, maar hier wordt gestreefd naar postume rehabilitatie van het verguisde Never Let Me Down (1987).

In 2008 vroeg Bowie Mario McNulty om het nummer Time Will Crawl te remixen. Het resultaat beviel hem. ‘O, konden we dat hele album maar zo opnieuw doen’, zei hij.

Dat heeft McNulty nu gedaan: een nieuw album rond Bowies vocalen. Nepstrijkers zijn vervangen door echte, synthesizerblazers door echt koper. Muzikanten speelden hun partijen opnieuw in. Het resultaat (Zeroes, 2018 staat al op Spotify) klinkt spectaculair anders.

4. Hij deed toch wel veel leuks in die tijd.

Op de Re:Call-cd is alles uit de jaren 1983-1988 samengebracht dat niet op de albums staat, zoals de duetten met Mick Jagger (Dancing in the Street) en Tina Turner (Tonight). Maar ook muziek uit de films Absolute Beginners en Labyrinth (1986) staat erop, de soundtracks van een Bowie-tijd die toch leuker was dan je onthouden had.

David Bowie: Loving The Alien (1983-1988). Parlophone/Warner. Verschijnt 13 oktober. Box-set van 11 cd’s of 15 lp’s. Inhoud op davidbowie.com.  

Beeldende kunst

Rembrandt tekende zijn vrouw Saskia zó vaak, dat je vanzelf nieuwsgierig raakt naar haar biografie en haar positie in het huwelijk in het bijzonder. Dat treft: Rembrandt en Saskia zijn in Leeuwarden eind november de rode draad in de tentoonstelling Liefde in de Gouden Eeuw in het Fries Museum.

Saskia en profil in kostbaar kostuum (detail), 1633-1642. Foto Ute Brunzel / Gemäldegalerie Alte Meister, Kassel

Rembrandt en Saskia trouwden op een middag in juli. Het was warm en zonnig. Later trok het dicht. In het Friese kerkje waar de plechtigheid plaatsvond, had de halve familie van de bruid zich verzameld: haar zussen, hun echtgenoten, een aan één oog verminkte kennis. Van de bruidegom was er niemand. Dit gebeurde in de zomer van 1634. Die was net zo droog als de huidige.

Na de trouwerij: het huwelijk. Rembrandt was als schilder al doorgebroken in Amsterdam, de nog thuis wonende Leeuwarder burgemeestersdochter volgde hem naar die stad. Ze trokken in bij haar volle neef en Rembrandts handelspartner, Hendrick Uylenburgh. Die bezat een huis aan de Jodenbreestraat, waar veel kunstenaars woorden. Later kochten ze het belendende pand. Ze kregen over de jaren vier kinderen, van wie alleen de laatste, Titus, bleef leven. Saskia stierf op haar 29ste. Haar man, die nooit níét tekende, portretteerde haar zeker honderd keer.

Het eerste portret dat Rembrandt van haar maakte was drie dagen na hun verloving, een zwierige tekening in zilverstift van de aanstaande met een hoed met bloemen, alles zon en zomer; het laatste portret toont haar op haar sterfbed, slapend. Daartussen zien we allerhande Saskia’s: op schoot, aan het raam, verkleed als herderin of figurerend als Flora, Delilah of welke bijbelse vrouw Rembrandt op dat moment maar onder handen had. Men herkent haar aan haar wollige haar (Saskia leek altijd net onder de douche vandaan te komen) en het babyvet rond haar kin. Ze was wellicht de beroemdste muze van de 17de eeuw en zeker de fraaist vereeuwigde.

Terwijl ik dit schrijf, merk ik dat mijn beeld van Saskia een beetje mistig blijft. Ja, ze zou een eigengereide jonge vrouw zijn geweest, en ze zou niet te moeilijk zijn geweest waar het de centen betrof, maar dat is de geijkte informatie – ik wil nieuwe dingen over Saskia weten. Hoe bracht ze als begin-twintiger haar dagen door, daar in de kleine, jachtige metropool. Wat hield haar bezig wanneer de boodschapjes in huis waren? Waren Rembrandts vrienden haar vrienden? Deed ze, zoals gesuggereerd is, diens boekhouding? Hoe lag ze bij Flinck, Bol en de rest van de gang?

Het Fries Museum wijdt ter afsluiting van Leeuwarden Culturele Hoofdstad en als aftrap van het Rembrandtjaar (in 2019) in november een expositie aan het huwelijk in de zeventiende eeuw; met in het bijzonder het huwelijk in de hogere echelons. Alle rituelen rond hofmakerij worden uit de doeken gedaan, van aarzelende flirt tot scheidingspapieren. Rembrandt en Saskia vormen hierbij de rode draad. Er zal ook aandacht zijn voor Saskia’s rol en positie. Ik verheug me erop.

Rembrandt en Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw, Fries Museum, Leeuwarden, vanaf 24/11  

Burlesque

De geraffineerde kunst van het weglaten: in oktober wordt striptease in Carré naar een hoger plan getild door Dita Von Teese.

Striptease alleen voor mannen leuk? Vergeet het maar. De koningin van het burlesketheater, de Amerikaanse stripper Dita Von Teese, beweert dat haar publiek voor 80 procent uit vrouwen en leden van de lgbt-gemeenschap bestaat. Want burleske, een pikante vorm van variété waarin striptease centraal staat, is tegenwoordig meer glam dan geil, meer sexy dan seksueel. Waar burleske aan het begin van de 20ste eeuw voornamelijk bedoeld was om de hitsigheid van het herenpubliek op te poken, bewijst Von Teese, grootmeesteres in de kunst van het weglaten, hoe je voor alle gezindten smaakvol kan ronddobberen in een champagneglas.

Eerder dit jaar in de Las Vegas Review Journal: ‘Mijn missie is om het idee te veranderen over wat een striptease nu eigenlijk is. Om humor te combineren met elegantie en verfijning.’

En het resoneert. Sinds de jaren negentig is er in Amerika een burleskerevival waarvan Von Teese de bekendste ster is. Alle lichaamsvormen mogen nu worden gevierd en ook drag heeft een plekje gekregen. In oktober komt Von Teese met haar show The Art Of The Teese naar Nederland en presenteert struisvogelveren, jarretels en vintage oh la la in het Amsterdamse Carré.

Op jonge leeftijd al raakte ze in de ban van burleske. Toen Von Teese nog als pijnlijk verlegen, onopvallende tiener, Heather Sweet genaamd, in de Amerikaanse Midwest woonde, raakte ze gefascineerd door de vrouwen in jarenveertighollywoodfilms. Sweet wilde ook met weelderige curven, rode lippen en op hoge hakken door het leven stappen. Dat retro glamourideaal bleek kunstmatig, dus haalbaar en Von Teese modelleerde zich naar de beroemde fifties pin-up Bettie Page.

Nu is ze in alle opzichten een selfmade woman. Vanaf begin jaren negentig, toen ze aan de randen van de porno-industrie werkte als stripper in fetisj- en bondagefilms, heeft Von Teese altijd de – ahum – touwtjes in handen gehouden. Ze heeft een lingerielijn, haar eigen parfum, was de muze van shockrocker Marilyn Manson, met wie ze korte tijd getrouwd is geweest, en heeft een album opgenomen met de Franse zanger/producer Sébastien Tellier, die heeft gewerkt met onder andere de band Air en Daft Punk. Ze denkt met 45 jaar nog niet aan pensioen. Misschien als ze 50 wordt, zei ze in The Guardian. ‘Dan ga ik als Marlene Dietrich in zo’n lange kralenjurk zingen voor al mijn dames en al mijn gays.’

Dita Von Teese in The Art Of The Teese, 12 en 13 oktober in Carré, Amsterdam.

Beeldende kunst

Hij is misschien nog wel meer beeldend kunstenaar dan filmmaker, en in die hoedanigheid minstens even verontrustend: David Lynch, in het Bonnefantenmuseum.

David Lynch in zijn studio. Foto David Lynch / Claudie De Cleen

Bizar, bevreemdend en toch ook weer o zo herkenbaar. Hoe moet je anders het cinematografische oeuvre van David Lynch typeren. Grotesk? Nachtmerrieachtig? Wrede sprookjes voor volwassenen? Soaps bevolkt door maniakalen?

David Lynch, inmiddels 72, de maker van cult-klassiekers als Eraserhead, Blue Velvet, Mulholland Drive en vooral Twin Peaks.

Maar wat blijkt: de Amerikaanse regisseur, met zijn typerende witte kuif en steevast met een sigaret in zijn knuist, blijkt ook een beeldend kunstenaar te zijn. Sterker, hij was opgeleid als kunstenaar, in Philadelphia, en schildert en tekent en knutselt misschien wel meer dan hij ooit heeft geregisseerd. En wat hij tekent en schildert en knutselt is even bizar, bevreemdend, grotesk, nachtmerrieachtig, wreed en volstrekt over the top als zijn films.

Neem de collage van een vrouwtjesaap met slappe borsten, zittend op bed met een broodmes in haar hand, waaromheen Lynch de tekst plakte:

Woman with broken neck and electric knife speaks to her husband. Change the fuckin’ channel Fuckface.

Precies wat je zegt, een gezellig onderonsje. Andere personages en objecten die zijn werk bevolken: Blauwbaard, jongetje met ontbrande lucifers, pistolen, verbrande tronies. Er steekt altijd wel iets uit het oog en in een oor. Lynch’s favoriete materialen: gesmolten plastic, zwarte (uitgelopen) inkt, zand.

De collages mogen associatief tot stand zijn gekomen, de man moet een verontrustende geest hebben. Noem het surrealistisch, maar dan van een duister soort dat in Europa nauwelijks voorkomt. Zelfs niet bij Francis Bacon of de onlangs overleden Armando die toch bekend werd met zijn verkoolde landschappen.

O gruwel, dat wordt dus uitzien naar de allereerste museale presentatie van Lynch in Nederland, komend najaar.

David Lynch. Bonnefantenmuseum, Maastricht. 30/11 t/m eind april.

Mode

Dat is prima getimed van het Gemeentemuseum Den Haag: net nu de #MeToobeweging tot de catwalk begint door te dringen een tentoonstelling over de opkomst van de vrouw aan het modehuizenroer, van Chanel tot Kawakubo: Femmes Fatales.

Ontwerpen van Mary Katranzou Foto Petrovsky & Ramone / Gemeentemuseum Den Haag

De tentoonstelling Femmes Fatales had bijna niet beter getimed kunnen zijn. Veel modemerken maakten de afgelopen seizoenen goede sier met een statement voor vrouwenrechten. Een bekend voorbeeld is het T-shirt van Dior uit de zomercollectie van 2017 met het opschrift ‘We should all be feminists’, een uitspraak die refereert aan de bekende TedX-toespraak van de Nigeriaanse schrijver Chimamanda Ngozi Adichie, een van de aanvoerders van de huidige feministische golf. Maria Grazia Chiuri, creative director van Dior en de ontwerper van het veelbesproken T-shirt, zet deze winter in op truien met de tekst ‘C’est non, non, non et NON’. Chiuri zei in interviews dat haar engagement is aangewakkerd door de #MeToo-beweging, de opmars van Trump en de protestmarsen die door vrouwen zijn georganiseerd.

Ze is niet de enige ontwerper die met maatschappelijke thema’s aan de haal gaat. Angela Missoni promoveerde in de najaarscollectie van vorig jaar de gebreide ‘pussy hats’, een protest tegen Trumps seksisme, van de straat naar de catwalk. Sterke vrouwen zijn een thema in de mode; ‘Merkel beats Melania’ kopte de Volkskrant ruim een jaar geleden al boven een bespreking van de vrouwenmodeshows in Milaan.

In de tentoonstelling Femmes Fatales is werk van sterke vrouwen in de mode te zien. Van Coco Chanel, die door tijdgenoot Paul Poiret nog minachtend ‘dat naaistertje’ werd genoemd, tot Rei Kawakubo, van het merk Comme des Garçons – oftewel: net als jongens.

‘Het is nauwelijks nog voor te stellen hoe de eerste vrouwelijke ontwerpers zich staande moesten houden in een mannenwereld’, zegt Madelief Hohé, conservator mode van het Gemeentemuseum Den Haag. ‘Tot de afschaffing van de gilden, na de Franse revolutie, was het kleermakersvak een mannenambacht en werkten vrouwen als wollen- of linnennaaisters aan vrouwengarderobes. Nu zijn vrouwelijke ontwerpers aan het hoofd van een modehuis gemeengoed. In deze tentoonstelling laten we zien wat hun invloed is, of ze anders ontwerpen dan mannelijke collega’s en wat hun visie op mode is.’

Femmes Fatales: 17/11 t/m 24/3. Gemeentemuseum Den Haag. 

Theater

In november gaat in Haarlem een volgens ons niet minder dan een fonkelende, rake, moderne toneelklassieker in première: Judith Herzbergs Kras, in de opvoering van Toneelschuurproducties.

‘Ik ben de zilveren theelepeltjes ingetrouwd.’ Dat zegt Ina, hoofdpersonage in het toneelstuk Kras van Judith Herzberg. In dat ene zinnetje ligt eigenlijk alles verborgen: haar eenzaamheid, haar tragiek, haar onbeduidendheid. Eenvoudig meisje trouwt met kunsthandelaar uit een beter milieu, krijgt kinderen, omringt zich met zilveren schalen en bestek, en aan de muur hangt een schilderij van Turner. Maar ze is nooit echt gelukkig geweest, ze heeft zich stilletjes gevoegd in de rol van vrouw en moeder – van de bruidsjurk regelrecht het harnas van de echtelijke verplichtingen in. En dan ineens is ze alleen: man weg, gescheiden, kinderen het huis uit. ‘Weet je, alleen zijn, dat kostte me een hele tijd om dat te leren, om daar plezier in te krijgen. Maar om het weer af te leren, dat gaat helemaal niet.’

Over zo’n soort vrouw en haar familie schreef Herzberg in 1989 Kras, een tragikomedie die in première ging bij Maatschappij Discordia met de Vlaamse Viviane De Muynck in de rol van Ina. Meteen daarna pakte Toneelgroep Amsterdam het stuk op, in regie van Gerardjan Rijnders, met Ann Hasekamp in de hoofdrol. Daarna is Kras een beetje weggestopt in de vaderlandse toneelbibliotheek en nauwelijks meer gespeeld. Maar dit najaar komt er een nieuwe versie, bij Toneelschuurproducties in Haarlem, in regie van Paul Knieriem, een van de jongere theatermakers van dit moment. De rol van Ina wordt dan gespeeld door Marlies Heuer.

Meteen al in de eerste scène zet Herzberg de zaak op scherp. Ina zit midden tussen een enorme hoeveelheid zilveren soepterrines en juskommen. Er is ingebroken en oudste dochter Do is bij haar moeder om te helpen de troep op te ruimen. Maar die inbreker blijft komen, elke nacht, en telkens weer dat omgekieperde zilvergoed, en telkens weer die kinderen die komen opdraven, naast Do ook Ina’s drie zonen en hun aanhang. Is die inbreker echt? Of is dit Ina’s schreeuw om aandacht, haar manier de kinderen bij zich te houden? Wie is Ina eigenlijk, anders dan een van de naamloze vrouwen voor wie Herzberg in Kras een monument heeft opgericht? Heel onnadrukkelijk laat de schrijfster zien dat ook de jongere generatie vrouwen zich schikt in een afhankelijke positie.

Kras is origineel van opbouw, schitterend eenvoudig van taal, ongrijpbaar ook. Net zoals de situaties dat zijn: doordat de kinderen allemaal een beetje vreemd zijn, hangt in dit toneelstuk alles een beetje uit het lood. Dat begint al op bladzijde 1, waarin de personages worden omschreven: ‘Do - oudste dochter, ongetrouwd. Topsecretaresse en kampioen steno en typen; William - oudste zoon. Dik. Kunsthandelaar in de zaak van de vader; Agnes - Williams vouw. Zonder Beroep. Opzettelijk lief’. Voor acteurs moeten dit soort karakters een feest zijn om te spelen.

De première van Kras is half november. Die maand ontvangt Judith Herzberg ook de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren uit handen van koning Willem- Alexander. Geen grotere eer voor haar lezers en het theaterpubliek dan de heropvoering van Kras.

Kras, vanaf 15/11. Premiere Toneelschuur, Haarlem

Musical

Een musical die in de oorspronkelijke Amerikaanse versie lauw werd ontvangen, werd in elke nieuwe variant doorontwikkeld, en nu heeft de Nederlandse editie de ambitie tot internationaal voorbeeld te dienen, inclusief ene ernstig verbeterd handje: The Addams Family.

De cast van de Nederlandse versie van musical The Addams Family, met centraal Johnny Kraaijkamp en Pia Douwes Foto Margot de Heide

Een avond vol grote shownummers, macabare humor en griezelige special effects. Dat zijn de ingrediënten van spektakelmusical The Addams Family, die zijn eerste Nederlandse versie krijgt. Alle excentrieke, spookachtige familieleden, bekend uit de strips van de Amerikaanse tekenaar Charles Addams en diverse films, zijn van de partij. De ijskoude moeder met gothic-uiterlijk Morticia (Pia Douwes), de gepassioneerde pater familias Gomez (Johnny Kraaijkamp), de bizarre, uit het graf opgestane ‘ome’ Fester (Tony Neef). Ook het handje genaamd Thing, dat druk gebaart maar waar geen lichaam aan vastzit, zal zijn opwachting maken op het toneel.

Dat zwevende handje is nog wel een uitdaging voor het Nederlandse creatieve team. Toen Jon van Eerd, de Nederlandse vertaler en bewerker, naar Manchester afreisde om de Britse tourproductie te zien, was hij niet bijster onder de indruk van de rol van het handje aldaar. Van Eerd: ‘Het was knullig gedaan, met een hand die door een gat in het decor werd gestoken. Ik zei tegen de Nederlandse producent: dat kan toch wel beter? Ze waren het met me eens en hebben nu een heel bijzonder special effect beloofd.’

Wel werd Van Eerd in Engeland direct overtuigd door de liedjes van de Amerikaanse componist Andrew Lippa: ‘De voorstelling zit vol met showstoppers met een echte Broadway-sound. Briljante liedjes met snelle teksten vol humor, die voor mij een hele kluif waren om goed te vertalen. Ik heb gelukkig de vrijheid gekregen om de vele Amerikaanse verwijzingen om te zetten naar Nederlandse situaties. Het verhaal draait nu om een keurige familie uit de Achterhoek. De familieleden schrikken zich kapot als ze op visite gaan bij hun nieuwe schoonfamilie de Addams.’

In het buitenland was de musical niet direct een succes. De originele Broadway-productie in 2010 kreeg vooral negatieve recensies, maar werd door de aansprekende titel wel heel goed bezocht in New York. Er volgden talloze internationale producties, waarin steeds verder werd gesleuteld aan het script en de liedjes. Ook Van Eerd kreeg ruimte om het script naar zijn hand te zetten en scènes te schrappen of toe te voegen: ‘Het is ons streven om de perfecte versie te maken, zodat de Nederlandse versie als voorbeeld kan gaan dienen voor nieuwe producties in andere landen.’

De drukbezette Jon van Eerd (57) is zelf niet te zien in de musical. Hij speelt dit seizoen al de hoofdrol in een ander stuk, de door hem zelf geschreven komische musical Charley, die een week na The Addams Family in première gaat. Had hij anders ook niet aan The Addams Family mee willen doen? ‘O ja hoor, die rollen van vader Gomez of oom Fester hadden mij best leuk geleken. Maar ik vind dat ze het nu fantastisch gecast hebben.’

The Addams Family, regie Paul Eenens, tournee vanaf 19 november, première op 2 december in Nieuwe Luxor Theater, Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.