recensie rootsfestival

Hoera voor de countryrevival: zelfs David Crosby (77) klinkt als herboren

Hoe het kan dat een stokoud genre, en een van de oerbronnen van de popmuziek, ineens als een veulen over onze festivalweiden dartelt? Het zal met muzikale mode en tekenen des tijds te maken hebben. Maar feit is dat de wereld – en dus ook Nederland – de afgelopen jaren kan juichen bij een frisse country-revival.

David Crosby op de eerste editie van het Americana festival Once In A Blue Moon. Foto Ben Houdijk

Er is een nieuwe generatie liedschrijvers opgestaan die het oergenre nieuwe glans geeft en vanuit de tokkelende gitaren weer belangwekkende verhalen vertelt – want daar is de country nu eenmaal voor uitgevonden.

Country is hot, misschien wel omdat we in deze razendsnelle mediatijden ook wat minder oppervlakkige verhalen nodig hebben. En muziek om de gedachten eens bij te laten gaan. Hoe dan ook: de country-, roots- en americanafestivals duiken overal weer op, net zo snel als ze anderhalf decennium geleden uit de festivalagenda verdwenen. In Utrecht heeft festival Ramblin’ Roots wortel geschoten, en in Enschede vieren we volgende week Tuckerville.

Gelukkig heeft Amsterdam nu ook weer een jaarlijks rootsfeestje, dat zaterdag wordt afgetrapt in de gepaste omgeving van het Amsterdamse Bos. Het overzichtelijke festivalterrein, met drie podiumtenten, loopt vol voor een programma dat bedachtzaam lijkt samengesteld. We zien oude helden die het stokje doorgeven aan jonge country-aspiranten: helemaal in de stijl van de Amerikaanse rootsmuziek dus, die van generatie op generatie moet worden doorgegeven. Of zoals de Amerikaanse liedschrijver MC Taylor van de band Hiss Golden Messenger zingt in het aangrijpende nummer Southern Grammar, bij schitterend in elkaar stekende gitaren: ‘Teacher, come teach me another way to be happy.’

Magische country

Op Once in a Blue Moon staan twee jonge country-acts die elk op een eigen manier naar het verleden reiken. Sam Outlaw (36) uit Aberdeen, South Dakota, is een echte traditionalist, die een kunst maakt van het zo nauwkeurig mogelijk naspelen van de grote Amerikaanse country uit de jaren zestig en zeventig. Outlaw gaat dus ook gekleed in denim en westernblouse, en heeft bovendien een rode zakdoek om zijn nek geknoopt.

Maar net als je daar zo je bedenkingen bij gaat verzinnen, speelt Outlaw die weer uit je hoofd. Want wat een magische country laat hij door de tent stromen. Zijn stem is donker, scherp en zuiver, maar Outlaw heeft bovendien een superluxe band achter zich staan, met drie gitaren én een pedal-steel-guitar. De man achter dat apparaat is een oude meester: de 68-jarige Greg Leisz, die speelde met de helden van de klassieke Amerikaanse pop, van Emmylou Harris tot Jackson Browne en Bruce Springsteen.

In de cover Someday Soon, een countryhit van Judy Collins uit 1968, nemen de huilende snaren van Leisz de zachte vocale melodieën over, om ze als zeilbootjes over een kalme zee door de tent te laten varen. We sluiten de ogen en staan in de countryhemel.

Sam Outlaw Foto Ben Houdijk

En daar blijven we, bij een magistraal concert van de 27-jarige zangeres Courtney Marie Andrews uit Phoenix, Arizona. Ook zij staat met één been in het muziekverleden, omdat haar stem zich nu eenmaal laat vergelijken met die van de grote zangeressen uit de gouden country-jaren. Maar Andrews heeft gelukkig sterk eigen liedwerk, dat gedragen wordt door een uitstekend ingespeeld bandje, met elektrische gitaar en toetsen.

Overweldigend mooi is het nummer Near You, waarin Andrews vanuit koele observaties koers zet naar een uitbarsting van waarachtige pijn, waarin vooral haar gebroken hoge noten – en de scheurende Fender Stratocaster – de ziel aan reepjes scheuren.

Crosby’s tweede adem

Maar de sensatie van het festival komt écht uit vervlogen tijden, van een man die niemand hoeft na te doen. De rockende folkzanger David Crosby (van The Byrds en natuurlijk Crosby, Stills & Nash) ramt er een show uit die niemand had zien aankomen. Crosby is 77, en lange tijd ernstig ziek geweest. Zijn laatste platen zijn niet om over naar huis te schrijven. Maar in het Amsterdamse Bos vindt Crosby een tweede adem. Hij draait uiteraard een greatest-hits-set af, maar hij zingt nummers als Guinevere en Long Time Gone alsof hij ze net heeft geschreven. Een beetje schor, maar scherp en gemeen.

Zijn band, met de geweldige toetseniste en zangeres Michelle Willis, rockt als een gek, en het klassieke protestnummer Ohio van Neil Young wordt een aanklacht tegen politiegeweld die ineens eng actueel klinkt, puur en alleen omdat Crosby het zo fantastisch zingt. 

‘Luister nog één keer naar me’, lijkt Crosby te willen zeggen. ‘Want wijsheid komt met de jaren.’

Kinderziekten

Een nieuw, groots opgezet festival loopt niet gelijk gesmeerd, dat hadden de bezoekers van Once in a Blue Moon ook niet verwacht. Maar toch werd er flink geklaagd over het kennelijk te beperkte aanbod van eten, waarvoor de festivalgangers soms bijna een uur in de rij moesten staan. En compleet optreden overslaan om een stuk pizza te bemachtigen: dat kan niet de bedoeling zijn.

Verder was er uiteraard gedoe met munten – altijd maar weer die munten. Bij het retourneren van munten voor geld, op weg naar de uitgang, bleken halve munten niet te worden uitgekeerd. Het argument: daar doen wij niet aan. Een beetje vreemd. Dat gaat volgend jaar vast anders.

Van hartverscheurende Americana tot dansbare Countrypop in de prachtige en unieke setting van het Amsterdamse Bos. Foto Ben Houdijk
De Honky Tonk, een van de drie podia in het Amsterdamse Bos. Foto Ben Houdijk
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.