Hoer, heldin of heilige?

Dat het ruim een eeuw heeft moeten duren vóór een plotseling opduikend tekstfragment tot een heuse hype leidde, mag gerust een godswonder heten....

Het zouden delen uit het Evangelie van Maria (Magdalena) blijken te zijn. Niet dat de inhoud – woorden van wijsheid opgetekend uit de mond van een joodse rabbi die Jezus werd genoemd – zo opzienbarend was. Maar dat dit evangelie op naam stond van een vrouw, was ongekend, zelfs als de auteur niet werkelijk de genoemde Maria zou zijn geweest. Evangeliën droegen mannennamen. Vrouwen dienden te zwijgen in de kerk.

In 1945 werd bij Nag Hammadi in Midden-Egypte een kruik gevonden met 52 stokoude documenten, die meer licht op deze zaak zouden gaan werpen. Maar het duurde tot de jaren zeventig van de vorige eeuw vóór die teksten integraal waren vertaald in het Engels. En intussen bleef het stil.

Een van die teksten, het Evangelie van Philippus, bevatte een in potentie schokkende ontdekking rond de relatie tussen Jezus en dezelfde Maria Magdalena die postuum een evangelie naar zich vernoemd kreeg. Zij was wellicht meer geweest dan zomaar een lid van het gevolg van de rondtrekkende Jezus. In het gevonden Filippus-evangelie werd zij Jezus’ metgezellin genoemd. De Koptische vertaler had het Griekse woord koinonos laten staan, dat zoveel als ‘liefdespartner’ betekent, een woord met een duidelijk seksuele connotatie.

Maar nog kraaide er geen haan naar, al stelde William E. Phipps in een boektitel uit 1970 de zijns inziens retorische vraag Was Jesus Married? Uiteraard was Jezus getrouwd geweest, meende hij. En de joodse onderzoeker Schalom Ben-Chorin wist in 1973 zelfs overtuigend te beargumenteren dat een rondreizende rabbi in die tijd onmogelijk niet gehuwd kon zijn. Maar nog had het grote publiek geen weet van een mogelijke liefdesrelatie tussen Jezus en Maria Magdalena.

Pas toen Dan Brown in 2003 zijn De Da Vinci Code wereldkundig maakte, sloegen de stoppen door. Het vervolg is bekend: Browns boek werd een wereldwijde bestseller, die inmiddels is verfilmd, en het Vaticaan kwam pontificaal in opstand tegen de duivelse ideeën van Dan Brown. Maar wat, vraagt een normaal mens zich in gemoede af, verklaart die lange stilte, gevolgd door zo’n plotselinge eruptie van bijval en weerstand?

Is dit stilzwijgen het gevolg geweest van het kennelijk succesvolle complot van de kerk tegen het gnosticisme en diens ketterse visie op Jezus als een wijze, maar voorts gewone man van vlees en bloed? Was de tijd nog niet rijp voor de idee van een gehuwde Jezus die een normaal liefdesleven leidde met Maria Magdalena? Of was het tot voor kort gewoon te bizar voor woorden dat er ergens op de wereld mogelijk nog nazaten van de Van Nazaretjes zouden rondlopen?

Het kon niet uitblijven. In de slipstream van De Da Vinci Code verschijnen plotseling tal van boeken waarin pogingen worden ondernomen deze vragen te beantwoorden, en vooral ook de rol en de positie van Maria Magdalena in het leven van Jezus te belichten.

Een daarvan is De vrouw die Jezus liefhad van Jacob Slavenburg. Dat er sprake is geweest van een complot is voor deze auteur zonneklaar. De kerkvaders hebben er alles aan gedaan om ieder spoortje seksualiteit in de heilsboodschap uit te bannen. Daarom kreeg de ene Maria, moeder van Jezus, een maagdelijke bevalling toegemeten, terwijl de andere, Maria Magdalena, de rol van prostituee en boetvaardig zondares kreeg toebedeeld.

Over de historische wortels van de vrouwvijandigheid in de katholieke kerk schreef Slavenburg in 1997 het bijtende, maar goed gedocumenteerde boek De mislukte man. Slavenburg publiceerde twee jaar eerder Het evangelie van Maria Magdalena en is bovendien een van de twee vertalers die in 2004 de Nag Hammadi-geschriften in het Nederlands uitbrachten. Hij ziet Jezus niet als de bleke halfgod die de kerk van hem maakte, maar als een gewone Galileër van eenvoudige komaf, die rond zijn zeventiende trouwt met Maria uit Magdala, een gelukkig gezinsleven leidt en mogelijk één of meer kinderen krijgt, tot hij zich door Johannes de Doper tot leider en leraar laat uitroepen. Pikant detail: de bruiloft te Kana, waar Jezus water in wijn veranderde, zou zijn eigen huwelijksfeest zijn geweest! Slavenburg is een betrouwbare bron, al zit zijn persoonlijke hang naar het esoterische een nuchtere beschouwing van zijn feitelijke argumentatie soms in de weg.

Dat laatste is niet het geval in De geliefde discipel van Esther de Boer, die evenals Slavenburg eerder over Maria Magdalena publiceerde. De Boer houdt het zakelijk. Aan de hand van vroegchristelijke teksten toetst zij de verwarrende beeldvorming rond de mysterieuze Maria M. op haar houdbaarheid. De kerkelijke visie op Maria als hoer en boetvaardig zondares vindt geen grond in de bronnen. En een huwelijk met Jezus acht zij uitgesloten. Er is wel sprake van een complot, aldus De Boer, maar niet van de kerk alleen. De hele cultuur waarin die kerk opereerde, was vrouwonvriendelijk, want gedomineerd door mannen. Een merkwaardige cirkelredenering, want juist de kerk is in hoge mate bepalend geweest voor die cultuur.

Maar wat net als bij Slavenburg ook bij De Boer overeind blijft is de gedachte dat Maria Magdalena ‘de apostel der apostelen’ was, een ingewijde, die de mannelijke discipelen als het erop aankwam nog wel een lesje wist te leren. Voor een Vaticaan dat nog altijd geen vrouw in het ambt duldt, is alleen dat al tegen het zere been.

Ook Lisette Thooft stelt zich in haar Jezus & Maria Magdalena mét Slavenburg en De Boer op het standpunt dat de commotie rond de De Da Vinci Code illustratief is voor het einde van de door de kerk in stand gehouden fictie dat seks zonde is en de vrouw primair een seksueel wezen. Wat dat betreft was de tijd dus inderdaad rijp voor een doorbraak, aldus Thooft, die haar boek Een mythe van liefde en vrijheid als ondertitel meegaf.

Want mythes zijn het, al die verhalen rond Jezus en Maria M., maar wel nuttige en noodzakelijke mythes, die voortdurend zullen blijven veranderen, omdat ze ons helpen onze plaats in ruimte en tijd te bepalen. Thooft schetst de ontwikkeling van de mythevorming die religie heet, tenslotte als een blauwdruk van ons aller seksuele evolutie.

Zoveel tijden, zoveel culturen, zoveel mythes. Hoer, heldin of heilige, niets is zeker. Maar Maria Magdalena is blijkbaar door de eeuwen heen de verbeelding blijven prikkelen. En dat is meer dan er van haar tijd- en kleurloos gebleven naamgenote kan worden gezegd.

Jacob Slavenburg: De vrouw die Jezus liefhad – Maria Magdalena: Het ontkende mysterie. Walburg Pers;160 pagina’s; € 19,95. ISBN 90 5730 396 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.