HOEDERS van een stervende traditie

De verdwijnende badhuizen in China symboliseren in Zhang Yangs tweede film Shower het verlies van een oude cultuur. De ontmoetingsplekken, waar maatschappelijke verschillen wegvallen omdat iedereen bloot is, maken plaats voor hoogbouw....

EEN openbaar badhuis is veel meer dan een openbaar huis om te baden. Het is de plek waar je sociale contacten op peil houdt. Je komt er vooral om te praten, te roddelen. En je kunt er ook nog een bad nemen en je laten masseren. Dat was al zo in de oud-Romeinse thermen. Het geldt ook voor de laatste openbare badhuizen van China.

De laatste. Want China's oude badhuiscultuur moet wijken voor de vooruitgang. De levensstandaard gaat omhoog, de westerse invloed neemt toe, de mensen willen meer hygiëne en privacy. Maar met elk gesloopt badhuis gaat ook een web van relaties kapot. De economische vooruitgang heeft een zware sociale prijs, zo toont Xizhao (Douche), die buiten China Shower heet.

Het is de tweede film van de regisseur Zhang Yang, een jonge, bedeesde man. 'Ik ben opgegroeid', zegt hij, 'in een hutong, zo'n traditioneel woonerf in Peking. Mijn vader nam me vaak mee naar het badhuis. Op de plaats van ons huis staat tegenwoordig een flat van zes verdiepingen. En het oude badhuis is tegen de vlakte. Over zo'n badhuis heb ik altijd al een film willen maken.'

Shower was in het voorjaar klaar. Op het festival van Toronto kreeg hij de kritiekprijs, in San Sebastián de prijs voor de beste regisseur. In november was in Peking de Chinese première. Kort daarop volgde in Thessaloniki de prijs voor de beste film. Shower is al over de hele wereld verkocht, behalve aan Iran en India. De kosten, 350 duizend dollar, zijn er dubbel en dwars uit.

Het is de derde film van producent Peter Loehr. Met zijn onafhankelijke productiebedrijf is deze jonge Amerikaanse workaholic doende de Chinese cinema te vernieuwen. 'We maken low-budgetfilms met jonge regisseurs voor jonge mensen uit de stad, over situaties en in omgevingen waarmee het publiek zich onmiddellijk kan identificeren', zegt hij.

Op de première in China getuigden de emoties dat het aan mogelijkheden tot identificatie niet ontbrak. Behalve dan bij de futuristische beginbeelden: een volautomatische badcel waarin de bader onder handen wordt genomen door computergestuurde sproeiers, zeepmachines en borstels. Een wasstraat voor mensen.

Het traditionele badhuis waarin de film speelt, is precies het tegenovergestelde van deze steriele cel. Het is een ruimte vol pratende, douchende en badende mannen. Sociale verschillen vallen weg op een plek waar iedereen bloot of bijna bloot is. Het is de ideale omgeving om een paar oerrelaties neer te zetten: die van vader en zoon, man en vrouw, vriend en vijand, vrienden onder elkaar.

In het badhuis wordt gezongen, geleuterd en gekeven. Het geheel wordt liefdevol bestierd door Meester Liu en zijn debiele zoon. Tussen het boenen der ruggen en het masseren der lijven door hebben ze met elkaar kinderlijke pret. Dan verschijnt de oudste zoon, een streber die het in booming city Shenzhen heeft gemaakt. De verloren zoon ondergaat thuis een katharsis en hervindt zijn wortels.

Het badhuis is het oude China, waar de mensen elkaar beschermden en de boze buitenwereld buitensloten. Een schuwe jongen durft onder de douche uit volle borst O sole mio te zingen. Een achtervolgde schuldenaar vindt bij Meester Liu bescherming. Om een impotente stamgast te helpen, arrangeert Liu een romantische ontmoeting.

De gags volgen elkaar op en accentueren de ondertoon van nostalgie. De buitenwereld is niet meer te weren. De wijk moet plaatsmaken voor hoogbouw. Onbewust pleegt Meester Liu een verzetsdaad: hij sterft in een bassin van zijn eigen badhuis. De debiele zoon huilt hartverscheurend. Maar de twee broers zetten het bedrijf samen voort, totdat de afbraak niet meer is tegen te houden.

Het badhuis in Peking waar de film is opgenomen, ging kort na de beëindiging van de opnames tegen de vlakte. 'We kunnen de snelle maatschappelijke veranderingen niet tegenhouden', zegt regisseur Zhang Yang, 'maar traditionele waarden als vriendschap en goede relaties met de buren moeten behouden blijven'.

Formidabele acteurs brengen die boodschap over. De veteraan Zhu Xu, in China bekend van films, tv-series en toneelstukken, speelt een ontroerende Meester Liu. De oudste zoon is Pu Cun Xin, een van China's populairste toneelspelers. De achterlijke zoon is een sublieme rol van Jiang Wu. Hij speelt zijn rol zo overtuigend, dat een filmcriticus zich afvroeg of hij in het gewone leven ook gestoord is. Dit blijkt niet het geval. 'Ik heb mijn dochtertje van twee geobserveerd', zegt hij, 'om te weten hoe je moet lopen, lachen en verbaasd zijn als een kind. Zij heeft mij die rol geleerd.'

Regisseur Zhang is een geboren Pekinees. Op de toneelschool leerde hij voor regisseur. Hij deed de regie van het toneelstuk The Kiss of the Spider Woman in het Chinees en daarna van underground muziekvideo's. Zijn eerste film, Spicy Love Soup van 1997 over vijf losjes verbonden liefdesdrama's van Chinese stadsbewoners, vestigde direct zijn naam. Het was in 1998 na Titanic de best bezochte film in China.

Het script voor Shower komt mede uit Zhangs koker. Het grootste probleem bij de opnamen was de preutsheid van de meeste acteurs. Zhang wilde in het badhuis geen kleren zien, maar de spelers vonden het niet leuk bloot voor de camera te moeten verschijnen. Hij overwon hun bedeesdheid door zelf het voorbeeld te geven als de blote gebruiker van de in de studio gebouwde lichaamswasserette.

De blootheid in Shower is van een zeldzame kuisheid. Toch moesten er van de censuur vijf minuten worden uitgehaald. In Spicy Love Soup waren vierenhalve minuut weggeknipt: een scène waarin twee middelbare scholieren verliefd worden. Ze raken elkaar niet eens aan, maar volgens de censoren geeft liefde op die leeftijd geen pas.

'Als je de censuur wilt passeren', zegt Zhang nuchter, 'vermijd je sommige gevoelige zaken. Je concentreert je meer op de menselijke gevoelens. Ik ga mijn tijd niet verspillen aan films die niet door de censuur komen, waardoor niemand ze kan zien.'

Als stedeling filmt Zhang Yang bij voorkeur het stadsleven, anders dan regisseur Zhang Yimou. 'Die komt van het platteland en plattelandsproblemen spreken hem aan. Mij niet zo.' De beste Chinese films van de laatste tijd, of ze nu over de stad gaan of het platteland, hebben één ding gemeen: ze gaan over alledaagse, herkenbare problemen.

'De Chinese jongeren zijn films over de armoede op het platteland moe', denkt producent Peter Loehr. 'Historische films kennen ze onderhand ook wel. Er was niets meer wat ze nog wilden zien. De mensen gingen steeds minder naar de bioscoop. Van de stapels Chinese films die er elk jaar werden gemaakt, leverden er maar twee of drie winst op.'

Loehr is 32, even oud als regisseur Zhang Yang en acteur Jiang Wu. Sinds elf jaar woont hij in Azië, de laatste vier jaar in China. Hij spreekt vloeiend Mandarijn en is getrouwd met een Chinese. Na zijn studie internationale politiek en Japans ging Loehr aan de slag bij een groot Japans productiebedrijf. Hij organiseerde optredens van rockbands, regelde tv-programma's, produceerde zelf tv-series. 'Ik vond tv te snel, ging documentaires produceren en films importeren. In Taiwan heb ik in twee weken 120 tv-series verkocht. Maar het waren steeds andermans projecten. Ik wilde eigen dingen gaan doen.'

Die eigen dingen vond hij in China. 'Ik was gaan houden van de Chinese film en ik kende veel jonge regisseurs die niet aan de bak konden komen.' Een sponsor gaf hem een jaar vrij om Chinees te leren, investeerders te vinden en contacten te leggen. In 1997 richtte hij IMAR op. Bij China's eerste onafhankelijke filmbedrijf werken nu twintig man. Loehr wilde goedkope films maken van jonge regisseurs, zonder supersterren en special effects. Iedereen verklaarde hem voor gek: 'Ze zeiden dat niemand naar films van onbekende jonge regisseurs zou gaan, en dat maar twee soorten Chinese films het in het buitenland goed doen: Zhang Yimou-producten en films die in China verboden zijn.'

Loehr moest behalve de productie ook zelf de distributie en marketing doen. Met de eerste productie, Spicy Love Soup, reisde hij 28 steden af. Alleen Chengdu, Shanghai en Peking wilden de film hebben. Toen hij daar een succes werd, wilde iedereen hem alsnog. Met de winst konden twee nieuwe films worden gemaakt, A Beautiful New World (over een boerenjongen die in een loterij een flat in Shanghai heeft gewonnen die nog niet gebouwd blijkt te zijn) en Shower.

'Al het geld dat binnenkomt gaat direct naar de volgende productie', zegt Loehr. 'We hadden zes films gepland. Het zijn er nu al acht. Shower kan het bedrijf voor lange tijd stabiliseren. We hebben nog nooit verlies gemaakt, maar dat kan veranderen. Met Chinese films maak je óf kleine winst óf groot verlies. Een tussenweg is er niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden