Interview Ellen Pieters

Hoe zet je Adèle Bloemendaal het beste neer? Door er precies zo uit te zien of door de juiste karakterschets?

In De Grote Drie kruipt actrice Ellen Pieters opnieuw in de huid van de diva, en zoekt daarvoor met name de gelaagdheid

Ellen Pieters goes Adèle Bloemendaal. Foto Marie Wanders

‘Die typische Adèle-lach? Nee, dat kost me geen enkele moeite, dat is alleen maar buitenkant. Net als die pruik en de make-up. Bij het imiteren van iemand, bij het zo goed mogelijk benaderen daarvan, gaat het om andere zaken. Ik pik er één ding uit, iets karakteristieks van degene die ik ga spelen. In het geval van Adèle waren dat eigenlijk twee dingen: haar humor dat mannelijke, dat stoere van haar’.

Ellen Pieters (54) speelde vorig seizoen de rol van Adèle Bloemendaal in de voorstelling De Grote Drie die vanwege bewezen succes de komende tien dagen terug is in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Daarin kwamen in een fictief verhaal drie vedettes uit de Nederlandse cabaret-, musical- en amusementswereld samen: naast Bloemendaal ook Jasperina de Jong en Conny Stuart, gespeeld door actrices die hun roemruchte personages zo goed mogelijk probeerden te imiteren. Vooral Pieters viel op door haar nagenoeg perfecte benadering van Adèle Bloemendaal, die brutale, schalkse, volkse, sexy en toch ook ongrijpbare artiest.

De Grote Drie, van links af: Frédérique Sluyterman van Loo als Conny Stuart, Ellen Pieters als Adèle Bloemendaal en Hanneke Drenth als Jasperina de Jong. Foto de grote drie

Hoe bereidt u zich voor op de rol van een personage dat iedereen kent?

‘Allereerst natuurlijk door alles over haar te kijken en te beluisteren, en met vrienden en collega’s te praten. Maar dus ook door iets specifieks van haar karakter eruit te tillen. Tijdens het repeteren zet ik haar vervolgens met grote streken neer, en daarbinnen kan ik mijn gang gaan. De valkuil bij het spelen van een bekend personage is dat je teveel blijft hangen in al te bekende dingen, dus bijvoorbeeld die lach van Adèle, dat moet je goed doseren. Uiteindelijk wordt die rol mijn visie op de persoon.’

Wat is die visie dan?

‘Dat ze twee kanten had, een vrolijke en een zwarte. Wij kennen Adèle vooral als die goedlachse, brutale meid maar ze had altijd een schild om zich heen. Wat daarachter zat, hebben maar weinig mensen gezien. Optreden was voor haar een gevecht tegen haar eigen twijfels, bijna een soort oorlog voeren met het publiek. Ze heeft als het ware van zichzelf een personage gemaakt. De Grote Drie moet het overigens vooral hebben van de liedjes en het amusement, maar ik probeer die andere kant van haar toch ook wat verdieping mee te geven.’

Dus een uiterlijke gelijkenis met pruiken en kleding is minder belangrijk?

‘Dat werkt natuurlijk mee, zeker wat betreft de herkenbaarheid voor het publiek. Mensen hebben een bepaald idee van iemand dus, daar moet je in zekere mate iets mee doen. Fysiek zit ik ook totaal anders in elkaar dan Adèle: zij was een grote, lange, knappe, struise vrouw, en ik ben klein en nogal rond, meer een tante Pollewop. Dus van de gelijkenis moet ik het niet hebben, daar moet ik wat tegenover stellen. Het gaat uiteindelijk om de invulling van de rol.’

Eerder al kroop u in de huid van De Zangeres zonder Naam, in de gelijknamige musical. Wat pikte u bij haar eruit?

‘Hoewel zij natuurlijk een groot zangtalent had en een grote schare fans, had ik weinig met haar repertoire. Ik vond haar nogal onsympathiek en op een bepaalde manier ook naïef. Het feit dat ze geen enkele zelfkritiek had, vond ik interessant. Ze scheen nogal benepen te zijn. Ken je die anekdote dat ze eens een keer gratis uit eten mocht en dat ze toen twee kreeften bestelde? Ze had ook altijd en Albert Heijn-tasje bij zich met haar sieraden erin omdat ze die niet thuis durfde te laten. Dat soort details vind ik dan belangrijker dan tien uur banden van haar bekijken.’

Van Ellen naar Adèle: stap 1. Foto Marie Wanders
Van Ellen naar Adèle: stap 2. Foto Marie Wanders
Van Ellen naar Adèle: de finishing touch. Foto Marie Wanders

Het Nederlandse theater kent veel biografische musicals en toneelstukken. André Hazes, Wim Sonneveld, Annie M.G. Schmidt, Toon Hermans, Ramses Shaffy, Liesbeth List - om er enkele te noemen. Is dat niet wat armoedig?

‘Ik vind dat geen armoede, nee. Het is juist goed dat een land zijn theaterhelden eert en zo hun werk en repertoire levend houdt. Zeker als dat mooie voorstellingen oplevert. Renée van Wegberg als Liesbeth List vond ik van eenzame hoogte, zo goed. En Alex Klaasen was als Toon Hermans van grote klasse.’’

U deed ook veel imitaties op televisie, in Kopspijkers bijvoorbeeld Rita Verdonk en Maxima. Werkt dat net zo als in theater?

‘Nee, televisie is: ziet het er goed uit?, klinkt het goed?, komen de oneliners goed over? Scoren dus, in korte tijd. Ik vond het trouwens erg leuk Verdonk te doen, want dat was in die tijd dat ze kinderen het land uit wilde zetten en daar wond ik me erg over op. Daarom heb ik haar flink aangezet gespeeld, zodat ze een echte heks werd.’

Is het voor een actrice niet interessanter een gewone rol te spelen dan iemand zo goed mogelijk na te doen?

‘Maar dat doe ik ook, hoor. In het nieuwe seizoen speel ik in Late Lente, een stuk van Jeremy Baker, een oudere jazzzangeres die is uitgerangeerd en nieuw geluk vindt bij een jongere vriend. Nee, het wordt geen Rita Reys, de musical haha, maar ik ga er wel in zingen. Ik speel graag in een komedie met een bitter randje. Ik denk ook niet dat ik gelukkiger zou worden als ik een vrouw in een concentratiekamp zou spelen.’’

De Grote Drie is te zien tot 22 juli in DeLaMar Theater Amsterdam. De première van Late Lente is op 1.10 in De Goudse Schouwburg.

De musicalcarrière van Ellen Pieters omvat ook de rol van vissersweduwe Kniertje in de musicalversie van Op hoop van zegen van Herman Heijermans. Eerder was ze te zien in Wat zien ik?! de musical die werd gemaakt naar de boeken van Albert Mol. Pieters deed veelvuldig mee aan het tv-programma Kopspijkers en op de radio in Spijkers met koppen. Ook is ze regelmatig te zien in NPO-programma’s als Het Klokhuis en De Gouden Eeuw.

Meer over