Analyse Beppie Kraft

Hoe werd Beppie Kraft de koningin van het carnavalslied?

Elk jaar proberen tientallen artiesten het: een carnavalshit scoren. De Maastrichtse Beppie Kraft (72 ) had hit na hit en is de onbetwiste koningin van het ‘carnavalsleedsje’. Hoe dat is gelukt? Door niet over carnaval te zingen, bijvoorbeeld. 

Beppie Kraft bij voetbalclub RKVVL/Polaris. Beeld Sas Schilten

Vraag een carnavalvierende Limburger om vastelaovend in een paar woorden te vatten en je hebt grote kans dat het woord verbroedering valt. Of pekskes, de kleurrijke kostuums die ieder jaar weer bij elkaar worden gegrabbeld. En zangeres Beppie Kraft.

Vanaf komend weekend staan de grote optochten met praalwagens op de agenda. Geen optocht in Limburg zonder de liedjes van Kraft die (altijd in Maastrichts dialect gezongen) uit de speakers schallen; geen marktplein of zaal van formaat zonder Kraft op het programma (in het carnavalsseizoen geeft ze dagelijks wel drie optredens); geen carnavals-verzamelalbum zonder In d’n hiemel of De nach is nog zoe laank, twee van haar vele klassiekers.

De liedjes van Kraft worden al vijftig jaar provinciebreed omarmd. Een hele prestatie, want ieder dorp telt ten minste één, maar meestal meerdere carnavalsartiesten die een poging doen een hit te scoren. De belangrijkste jaarlijkse carnavalsliedjeswedstrijd van Limburg, het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer (LVK), had alleen dit jaar al 215 inzendingen.

Beppie Kraft (72) is daarmee de grande dame van het Limburgse carnavalslied. Een titel waar ze nooit op uit is geweest. ‘Mijn liedjes hebben een lach en een traan. Ik beschouw ze als levensliedjes, ze zijn nooit speciaal voor carnaval geschreven’, zegt ze aan de telefoon. ‘Het zijn de carnavalsvierders zelf die mijn liedjes tot carnavalshits hebben gedoopt. Van daaruit is het gegroeid.’

Experts Henk Hover en Lex Uiting begrijpen wel waarom Krafts levensliedjes zo in de smaak vallen bij carnavalsvierders. Hover presenteert al jarenlang muziekprogramma’s bij de Limburgse radio- en televisiezender L1. Hij schrijft zelf ook carnavalsliedjes. Uiting was in 2017 de stadsprins van Venlo en is de maker van de carnavalshit Nao ’t Zuuje. Uiting is dagelijks op tv te zien als sidekick bij de talkshow RTL Late Night met Twan Huys.

Wat maakt de liedjes van Beppie Kraft zo geschikt voor het carnaval?

1. Carnavalsloze teksten

‘Het liefst zing ik met humor en simpele woorden over de grote onderwerpen in het leven, zoals delen en liefhebben. Woorden als bier of alaaf zul je niet gauw in mijn teksten horen’, zegt Kraft.

Impliciet gaan de teksten van Kraft daardoor juist veel over carnaval, zegt presentator Hover: ‘Beppie zingt over het goede leven, blij zijn met wat je hebt en, zoals in het liedje Zoe’nen daag, het idee dat je iedere dag moet vieren.’ Die thema’s leven tijdens carnaval enorm. ‘Door de eenvoud en humor hoor je in haar muziek de bevestiging dat carnaval meer is dan een plat feest. Kraft zingt over datgene waar carnaval echt om gaat.’

Oud-stadsprins Uiting: ‘Beppie zingt over normale mensen met normale levens en normale gevoelens. Dat past bij een volksfeest als carnaval. In haar liedjes verkitscht ze die gevoelens door ze ietwat te overdrijven. Veel mensen zullen zich in haar muziek herkennen.’

Met haar teksten over het leven onderscheidt Kraft zich van de grote groep carnavalsartiesten (sla de carnavalsplaylists er maar eens op na) die alleen over het carnavalsfeest zelf zingt.

Bij een optreden bij een dameszitting in café au Mouton Blanc, Maastricht. Beeld Sas Schilten

2. Arrangementen: traditioneel met een twist

De sound van Krafts liedjes is te omschrijven als traditioneel-carnavalesk. Instrumenten als de accordeon en koperblazers op de voorgrond zorgen voor het feestelijke daar-komt-de-fanfare-gevoel. Beppie Krafts grootste hits zijn walsjes. Door het kalme tempo is het walsritme ideaal om met z’n allen op heen en weer te wiegen of, zoals ze in Limburg zeggen, te sjoenkele – wat echt bij carnaval hoort.

Ook typerend voor een Beppie Kraft-liedje is een sterke meezingmelodie. ‘Daar heb ik een neusje voor’, zegt Kraft. ‘Of ik nu op vakantie ben of op de dorpsmarkt bij mijn tweede huis in Spanje, ik ben er altijd alert op of ik ergens een melodie hoor die ik kan gebruiken.’ Een goede melodie is het halve werk, zegt Kraft. ‘Wanneer je een zaal gemakkelijk kunt laten meezingen, weet je dat ze het naar hun zin hebben.’

In een aantal van haar liedjes hebben Krafts arrangeurs wat extra’s toegevoegd aan het traditionele geluid. Dat zit ’m in de orkestrale klanken, bijvoorbeeld in de wals In d’n hiemel, waarvan de melodie is afgeluisterd van een Spaanse serenade – lenen is gangbaar in het carnavalsgenre. Het begint al met die oosterse melodie waarmee de strijkers (zeer zeldzaam in carnavalsmuziek) het lied introduceren. Even later, in het refrein, dartelt plotseling een fluitloopje voorbij en klinkt een harp.

Voeg daar de bescheiden dosis galm van Krafts stem en de echo van andere stemmen op de achtergrond aan toe; uit de totaalklank klinkt grootsheid – volgens Uiting op het symfonische af – die atypisch is voor het doorgaans met bescheiden instrumentatie uitgeruste carnavalslied. Die grootsheid zet het sentiment van met z’n allen opgaan in het feest nog eens dubbeldik aan.

In de arrangementen doorklinkt de visie van Krafts vader, de arrangeur en componist Sjeng Kraft. ‘Bij feest- en carnavalsmuziek zijn sierlijke, met oog voor detail opgenomen arrangementen altijd als overbodig beschouwd. De budgetten waren er te laag voor, en het was toch ‘maar’ feestmuziek; wie zou het wat uitmaken of je een mooi fluitloopje hoort of niet? Mijn vader zei halverwege de vorige eeuw al dat feestmuziek ook arrangementen van niveau verdient, ingespeeld door professionele musici. Ik ben dankbaar dat ik die visie dankzij mijn vaste arrangeurs Conny Peters en Joep Servais in mijn eigen muziek altijd heb kunnen uitdragen.’

3. Vakvrouw

‘Zangers van carnavalsliedjes zijn vaak niet de beste vocalisten’, zegt oud-stadsprins Lex Uiting. ‘Belangrijker is dat je kunt entertainen.’

Beppie Kraft kan goed zingen en is een geboren entertainer. Hover: ‘Ik heb me er altijd over verbaasd hoe uit zo’n klein vrouwtje zo’n geluid kan komen. Beppies stem is direct, krachtig en altijd zuiver. Ze kan zo’n feesttent met gemak hebben. Ze traint haar stem dan ook het hele jaar door. Dat doet ze al vanaf haar tienerjaren, toen ze voor het label van Johnny Hoes teksten en koortjes moest inzingen.’

Een geoefende zangstem mag dan niet de standaard zijn, ze heeft wel toegevoegde waarde. Waar andere carnavalsartiesten het van hun feestelijke kledij en talent voor gangmaker op de bühne moeten hebben, kan Kraft met de uithalen van haar warme stem ook ontroeren.

‘Daarnaast voelt Beppie precies aan wat een zaal nodig heeft. Tijdens haar optreden bepaalt ze wat het volgende nummer zal zijn’, zegt presentator Hover. Kraft: ‘Vlak voor een optreden kijk ik altijd de zaal in. Zit de stemming er al goed in, dan begin ik met een uptempo-liedje. Dit weekend speel ik op een bejaardenzitting (een feestelijk carnavalsprogramma, red.). Ik weet dat ouderen goed naar teksten luisteren, dus zal ik rustig beginnen en dan de grootste meezingers uitkiezen.’

Bij een herenzitting in het Maastrichtse theater de Bonbonniére. Beeld Sas Schilten

4. Mascotte

Hoewel het Kraft er aanvankelijk niet om te doen was carnavalsicoon te worden, heeft ze zich daar met de jaren toch aan gewijd. 

‘Toen mijn liedjes steeds meer gedraaid werden tijdens carnaval, werd ik ook steeds meer gevraagd om in die periode op te treden. Al jaren speel ik alleen nog in de maanden rondom carnaval. Dan treed ik zoveel op als ik kan. Ik heb zelf dus bijgedragen aan het beeld van Beppie Kraft als carnavalsartiest.’

Oud-stadsprins Uiting: ‘Dat zij al zo lang op zo’n overtuigende manier uitblinkt in het genre, maakt haar een soort mascotte van het carnavalslied. Daarom wil je door niemand liever dan Beppie je carnavalsfeest op z’n kop laten zetten, als ze de hele tent De nach is nog zoe laank laat meezingen.’

Het carnavalslied in ontwikkeling

Sinds een aantal jaar worden steeds meer invloeden uit de popmuziek in carnavalsliedjes verwerkt. Illustratief is het liedje Nog Efkes van het duo Bjorn & Mieke, dat dit jaar de derde plek behaalde op het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer. De muzikale motor in Nog Efkes zijn de dreunende, anthem-achtige drums. Door het opvallend hoge tempo en de subtiele synthesizers heeft Nog Efkes veel weg van een opgewekt popliedje. De professionele videoclip versterkt dat idee.

Vroeg Kraftwerk

Beppie Kraft heeft zich niet altijd beperkt tot zingen in het Maastrichts dialect. In de jaren zestig en zeventig zong Kraft liedjes en koortjes in voor Telstar, de platenmaatschappij van zanger, componist en producer Johnny Hoes. Zoek voor de aardigheid het liedje Jij hebt me bedrogen eens op. Kraft zong dit liedje (in het Nederlands!) voor Corry Konings in. Konings’ versie haalde later de Top 40.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden