Essay Anna Enquist

Hoe vrouwelijke auteurs kunnen ontsnappen aan de minachting

Kunnen vrouwelijke auteurs zich in hun late werk bevrijden van alle verwachtingen die hun worden opgelegd? Anna Enquist (74) vond het antwoord in haar lezing als coreferent tijdens de Van der Leeuw Lezing op 22 november. Hier een verkorte versie van haar betoog.

Maria Lassnig: Du oder Ich (2005). Beeld Maria Lassnig Foundation

Vlak voor zijn dood schreef literatuurwetenschapper Edward Said over het late werk van kunstenaars. Hij maakte een tweedeling: de groep die sereen en rustig tot het einde doorgaat op de ingeslagen weg en de anderen die juist gaan dwarsliggen. Deze kunstenaars kiezen op het moment dat zij hun medium totaal beheersen voor een eigenzinnige, moeilijke route waarbij ze zich van hun publiek vervreemden. Glenn Gould, die niet langer voor publiek wilde spelen, Beethoven, die zich in zijn late werk losmaakte van de geijkte structuren. Said noemt allemaal mannen. Kunnen vrouwen zich ook in hun late werk ontworstelen aan de vastgelegde patronen?

Van de Oostenrijkse schilderes Maria Lassnig bestaat een verschrikkelijk schilderij, een zelfportret. Naakt en haarloos zit Lassnig op een stoel, in elke hand een pistool. Het ene richt zij op de toeschouwer, het andere op haar eigen hoofd. Du oder Ich, heet het werk. Na in haar vroege oeuvre duidelijk haar best te hebben gedaan te worden geaccepteerd door haar mannelijke collega’s ging aan het eind van haar leven het roer om, en begon zij een serie ‘drastische schilderijen’: over de kinderen die zij nooit kreeg, over een reuzin die de torens van Manhattan verplettert. Keiharde, extreem deprimerende werken. In Du oder ich verbeeldt Lassnig volgens mij de keuze tussen de mannelijke en de vrouwelijke positie. De man gaat nietsontziend op zijn doel af en ruimt iedereen uit de weg die hem dat belet. De vrouw trekt zich terug en doet zichzelf liever geweld aan dan dat ze iemand tot last is. Moord of zelfmoord. 

Ik weet dat ik generaliseer. Dat zal nog wel erger worden maar het is nodig om de gedachtegang duidelijk te krijgen. Uiteraard bestaan er mannen die níét moorden en vrouwen die van zelfvernietiging niets moeten hebben. Maar ik wil kijken naar de structuur van het kunstenlandschap, de grote lijn. Ik concentreer me op de wereld van de literatuur.

Deugdzaam

Vrouwen moeten deugdzaam zijn en vooral zorgen dat er niet over ze wordt gesproken, valt te lezen in de beroemde lijkrede van Pericles. Toen al. Zijn opinie is nog steeds van kracht. In een interview met Trouw zegt Maxim Februari: ‘In de literatuur voel je de minachting van mannelijke schrijvers voor zowel hun vrouwelijke collega’s als voor hun lezers wanneer dat vrouwen van boven de 50 zijn.’ Mannelijke recensenten zijn geneigd hele oeuvres af te doen als ‘vrouwenboeken over vrouwendingetjes’ en lijken geen oog te hebben voor de universele betekenis waarnaar zo’n oeuvre verwijst. Neem het werk van Anne Tyler: een vrouw van middelbare leeftijd met een schort aan staat in haar keuken in Baltimore te peinzen. Er gebeurt niet veel, maar als je goed leest, gaat het over trouw en ontrouw, vechten of vluchten, dood en leven – net als in mannenboeken, maar hier op het niveau van het aanrecht en niet op de snelweg, de beursvloer, het slagveld.

Waarom kunnen vrouwen zich zo moeilijk handhaven in de mannenwereld? Voor het wereldkampioenschap vrouwenvoetbal sprak ik met de bondscoach Sarina Wiegman, die in de KNVB tot grote hoogte is opgeklommen, altijd verkerend in mannengroepen. ‘Je moet je mond houden’, zei zij Pericles na, ‘en pas wat zeggen als je werkelijk iets toe te voegen hebt.’ Zij moet dus het eigen gedrag in de gaten houden en de al dan niet bewuste minachting trotseren.

Trotseren van minachting hoort niet bij het gedragsrepertoire van meisjes. Een meisje moet zich juist aanpassen aan wat er van haar wordt verwacht en moet een zuiver gevoel hebben voor de impliciete eisen die opvoeders en omgeving aan haar stellen. De ander de ruimte geven, een aantrekkelijke indruk maken. Niet rivaliseren, niet boos worden, niets vernielen. Natuurlijk zijn er over de jongen evengoed verwachtingen, maar die liggen in lijn met het gedrag dat later tot succes zal leiden: concurreren, winnen, doorzetten en durven. 

Voor dit verschil in opvoeding is tegenwoordig gelukkig veel aandacht. Jongens moeten leren hun gevoelens te verwoorden, meisjes moeten in bomen klimmen. Dit streven is goedbedoeld, maar blijft aan de oppervlakte, omdat het voorbijgaat aan onbewust verlopende identificatieprocessen. Woordeloos vereenzelvigt het meisje zich met de moeder, niet eens zozeer met moeders daden – want de huidige moeder studeert en werkt – maar vooral met de al dan niet bewuste moederlijke emoties: schuldgevoel over dat werken, angst om de vader te overtreffen, onvermogen om van succes te genieten. Het meisje, de toekomstige schrijver, internaliseert deze waarden en zo worden ze de tralies van een kooi die haar gevangen zal houden, net zoals die van de socialisatie en de minachting dat doen. Minachting die overigens ook van vrouwen komt, want die zitten in dezelfde kooi gevangen en kijken misprijzend naar hun zusters die eruit willen.

Hoe kun je ontsnappen?

Zorgen

In de bloei van haar leven is de vrouw omringd door mensen voor wie zij moet zorgen, die zij ter wille moet zijn en door wie zij zich beoordeeld voelt. Ouders, partner, kinderen. Helpt het als deze banden losser worden of wegvallen? Ik weet het niet. De normen en geboden van de moeder zitten in het hoofd van de schrijver, ze zijn geïnternaliseerd en zullen niet verdwijnen als de moeder sterft. 

En de kooi van de begeerlijkheid? De Amerikaanse schrijver Siri Hustvedt schrijft dat zij het als een opluchting heeft ervaren geen object van begeerte meer te hoeven zijn. Een beetje verdrietig ook, maar vooral bevrijdend. Eindelijk wordt zij om haar intellect gewaardeerd. Een gedachtegang die logisch klinkt, maar in de praktijk kan tegenvallen. ‘We hebben allemaal levenslang het fijnstof ingeademd van de sociale discriminatie die ons omringt’, schrijft  de socioloog Abram de Swaan in zijn boek Tegen de vrouwen. De ervaring is dat een vrouw behoedzaam te werk moet gaan als ze haar mening over het voetlicht wil brengen. Dat doet ze dan ook vaak verontschuldigend, haar betoog larderend met faalmomenten en onzekerheden, om maar niet te dominant over te komen. 

De sleutel tot het bereiken van autonomie ligt voor de ouder wordende schrijfster in het onderkennen van de rolmodellen. Bewustwording van de neiging tot aanpassen en geen aanstoot geven, maakt de weg vrij naar het eigen echte gevoel. Weten wat je ten diepste wilt en voelt is de eerste stap; daarna is het zaak je niets aan te trekken van de verwachtingen van anderen en hun commentaren op het nieuwe gedrag, het nieuwe boek. Dit proces is pijnlijk. Ingaan tegen de gevestigde rol geeft angst. De schrijver kan deze stap vaak pas zetten als ze helemaal aan de grond zit en in een heftige crisis verkeert, een schokkende gebeurtenis die een breuk in het leven veroorzaakt. Het is alsof na die breuk niets haar meer iets kan schelen en ze eindelijk haar eigen taal vindt, kan schrijven wat ze echt wil.

Crisis

Voor Rachel Cusk was de geboorte van haar eerste kind zo’n life event, en, wat later, haar echtscheiding. Het resultaat: twee keiharde, eerlijke boeken die een storm van kritiek en commentaar hebben opgeroepen. Jane Gardam schreef haar meesterwerk, de trilogie over Old Filth, nadat zowel haar man als haar dochter was gestorven. 

Een crisis kan de vrouwelijke auteur dus verlossen uit de kooi waarin ze zit opgesloten. Dit proces kan zeker gefaciliteerd worden door psychotherapie, want het doel daarvan is eveneens om daadwerkelijk in gesprek te komen met jezelf en de angst die dat oproept te overwinnen. De beloning ligt in de authenticiteit en eigenzinnigheid van het werk dat uit dit gesprek ontstaat.

Mijn kleindochter van 5 jaar staat bij de hoge glijbaan in het zwembad. Daar mag ze eigenlijk nog niet af. Peinzend kijkt ze me aan en zegt: ‘Ga ik durven?’ Dan denkt ze zwijgend na. Ze gaat in gesprek met zichzelf, onderzoekt haar verlangens, haar gevoelens. Kennelijk komt ze tot een conclusie, want ze klimt omhoog en zoeft dan triomfantelijk naar beneden, naar het water waarin ze zo graag wilde zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden