Hoe Vos het doet, blijft een raadsel

Daar komt het muzikaal intermezzo, gekleed in glitterjurk afgezet met oranje franje. Zonder muziek wordt het niks, had 'meneer Vos' gezegd en vandaar dus dat actrice Saskia Mees het publiek vrijdagavond enthousiast vergast op een moppie Bach, Beethoven en Chopin, maar bovenal: een komische noot....

Haar gehoor in het Appeltheater lacht, vrolijk en welwillend bijeengekomen voor de feestelijke presentatie van In de Arena, het schrijversdebuut van Erik Vos; een reflectie, zoals de auteur in zijn nawoord duidt, op vijftig jaar theater maken. Bij de ingang de voormalige paardentramremise ligt het klaar, in grote rode stapels; straks zal Erik Vos signeren. De oprichter van Toneelgroep De Appel is weer even middelpunt van de club die hij voorjaar 1997 - na 25 jaar - verliet.

'Ik ben nu op een leeftijd dat anderen het moeten overnemen', zei hij bij zijn afscheid. 'Alles heb ik meegemaakt: het gevecht om de subsidies, het gevecht om een eigen theater, het gevecht met de stukken en met de acteurs. Het wordt echt tijd dat ik wat anders ga doen.' Hij was al begonnen aan de uitwerking van wat In de arena zou worden: zijn theaterherinneringen. Ze zijn luchtig opgeschreven, humoristisch vaak; korte hoofdstukken waarin theatergeschiedenis en persoonlijke observaties, twijfels, beslissingen en opmerkelijke dialogen elkaar afwisselen.

Overwegend chronologisch van opzet geeft In de arena een historisch en tegelijk persoonlijk overzicht: van Vos' eerste toneelpassen als vierjarige roodgemutste kerstkabouter in het santorium van zijn vader, via zijn Parijse leertijd bij mime-kunstenaar Etienne Decroux, de ontmoeting met schrijfster Inez van Dullemen (die zijn levensgezellin werd) de Amsterdamse toneelschool, zijn tijd met kindertoneelgroep Arena, de Nederlandse Comedie en actie Tomaat, buitenlandse producties, de oprichting van De Appel, tot en met Oidipous, zijn afscheidsregie bij het gezelschap.

Een heel aantal van de mensen met wie Erik Vos gedurende die jaren samenwerkte, zit vrijdag in de zaal. Zij weten al, zegt voormalig staatsscretaris (en goede bekende van Vos) Aad Nuis in zijn feestrede schertsend, dat Erik Vos de meest zachtmoedige, meegaande, begrijpende, onzekere democratische regisseur is die je ooit hebt meegemaakt - zoals mag blijken uit In de arena. Alle gekheid op een stokje dan: het is, aldus Nuis, wel een zelfbewust boek, maar geen ijdel boek, zoals het ook 'wél ernstig is, maar nóóit zwaarwichtig'. Het lijkt heel argeloos geschreven, 'alsof je er improviserend op los vertelt, en pas langzamerhand merk je hoe vernuftig het in elkaar steekt'.

Lof dus van Nuis die besluit met een kwinkslag over ambtenaren - ooit voorkwam hij stopzetting van subsidie aan De Appel - en een kleine kritische kanttekening: Vos kan acteurs in een bepaalde richting dirigeren, maar hóe hij dat precies doet, daarover is hij niet helemaal helder in zijn boek. 'Je weet dat je een groep kunt bezielen; maar hoe dat nou eigenlijk gaat is een raadsel waar jij pas bij stilstaat als het bij uitzondering niet lukt. Zoals bij de Duitsers.'

Aan 'de Duitsers', acteurs en medewerkers van de Schaubühne in Berlijn, is een hilarisch hoofdstuk gewijd dat begint met: 'April 1994, Duitsland. Aan die periode denk ik liever niet terug.' Het is een verslag van Vos' pogingen Goldoni's Trilogie der Sommerfrische te ensceneren, waarbij hij stukloopt op een muur van bureaucratie, onbegrip en onwil.

Appel-acteurs van het eerste uur Carol Linssen en Sacha Bulthuis kunnen hun lachen niet bedwingen bij dit hoofdstuk. Na Nuis zijn ze het kleine podium opgeklommen om beurtelings passages uit het boek voor te dragen. Goldoni in Berlijn vormt de uitsmijter.

'Algehele consternatie', noteert Vos wanneer hij in het Duitse theater in een waterpartij is beland. 'Ik richt mij op en sta met druipend regiescript midden in het water, ik doe alsof er niets aan de hand is en voer een act op door onverstoorbaar mijn regienotities op te lezen. Niemand lacht. Iets waarvan ik denk dat het humoristisch is, werkt hier kennelijk niet.'

De regie wordt uiteindelijk afgebroken. 'Ik ga naar huis en ik kom nooit meer terug', vertolkt Bulthuis Vos' ferme besluit.

Rest een dankwoord van de ontroerde auteur, die verklapt dat hij eigenlijk had willen zeggen dat zijn vrouw Inez In de Arena had geschreven. Zij vond dat niet zo'n leuk grapje, hij zag ervan af. Zodat de avond eindigt met een onverwacht ernstige noot: maak er wat van, zegt de zeventigjarige Vos tegen zijn dierbaren, 'Wees creatief, ook als ik er niet meer ben, want het gaat sneller dan je zou wensen, dan ik zou wensen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden