Hoe voorkomen orkesten dat hun musici doof worden?

De Volkskrant maakte een rondgang in eigen land

Sinds 2008 moeten Europese orkesten een inschatting maken van niveaus waaraan de musici worden blootgesteld. Beeld Getty Images / bewerking Studio V

Merlijn Kerkhof

Meerdere orkesten zijn al aangeklaagd wegens gehoorschade van hun musici, hoe is dat te voorkomen?

Een straaljager op 300 meter afstand. Een luchtalarmsirene van dichtbij. Zo hard moet het orkest van het Londense Royal Opera House hebben geklonken bij een repetitie van Richard Wagners Die Walküre in 2012. Christopher Goldscheider (45) zat er als altviolist middenin – en hield er naar eigen zeggen onherstelbare gehoorschade aan over. Door de ‘akoestische shock’ van 137 decibel, te danken aan de 18 koperblazers, zou hij niet meer kunnen spelen, laat staan van muziek kunnen genieten.

De altviolist spande een rechtszaak aan: hij zou alleen al 750 duizend pond aan inkomsten zijn misgelopen. Twee weken geleden stelde de rechter hem in het gelijk. Britse orkesten vrezen nu voor een precedent – Goldscheider is bepaald niet de enige orkestmusicus met gehoorklachten.

Hoe is de situatie in Nederland? Wat doen orkesten eraan om hun musici tegen gehoorschade te beschermen? De Volkskrant maakte een rondgang.

Gehoorbeschermers

Ook in Nederland zijn er rechtszaken over gehoorschade geweest. Zo werd Het Gelders Orkest in 2009 aansprakelijk gesteld voor het gehoorverlies van een cellist. ‘Terwijl wij toen het braafste jongetje van de klas waren’, zegt Wiebren Buma, die sinds 2016 directeur is. ‘Weet je dat wij het eerste orkest waren dat gratis oordoppen verstrekte?’

Desgevraagd zeggen alle orkesten beschermers aan te bieden; iedere organisatie heeft wel een afspraak met een audicien. Die ‘otoplastieken’ kunnen op maat worden gemaakt en worden steeds geavanceerder: zo is het mogelijk verschillende filters aan te brengen. Er zijn ook slimme apparaatjes die pas bij een bepaald geluidsniveau in werking treden. De ene musicus wil meer demping dan de andere.

Geluidsschermen

Ze staan vaak verdekt opgesteld. Meestal zijn ze zwart en zou je ze voor een lessenaar aan kunnen zien. Maar bij grote producties staan de podia vaak vol met schermen die het geluid absorberen. Meestal zijn ze van hout en piepschuim met daarover stoffen bekleding. ‘Maar we hebben het perfecte scherm nog niet ontdekt’, zegt Marja Verhoogt, hoofd personeelszaken van het Concertgebouworkest. ‘We bieden ze in verschillende vormen aan, bijvoorbeeld ook krom zodat iemands hoofd kan worden afgeschermd.’

Experimenteren met podiumopstelling

Het maakt nogal uit of een trombone (koperblazers en slagwerkers zijn de grootste boosdoeners) in je oor tettert vanaf één of drie meter afstand. Dus is de afstand idealiter wat groter – zeker bij zware programma’s. Marja Verhoogt: ‘We breiden zo mogelijk het podium uit, dan zijn maatregelen zoals schermen ook minder nodig.’

Voorlichting geven

‘Het is een misvatting dat de gehoorschade vooral komt door incidentele pieken’, zegt Verhoogt. ‘Een constant hoog volume, dat is schadelijk. Wat wij onze musici mee willen geven, is om hun oren genoeg rust te geven. Als je na een zware repetitie in het stadsverkeer bent, doe dán je oordoppen in. Studeer niet te luid, let op de akoestiek thuis.’ Kortom: alles begint bij bewustwording.

Voor jonge musici is dat nog weleens een uitdaging. ‘Die zijn vaak harder geluid gewend, van het uitgaan bijvoorbeeld. Ze denken vaak: dit is een probleem van de ouderen. Maar als de AOW-leeftijd omhoog blijft gaan en je moet tot je 67ste doorspelen, dan moet je er nu echt al op gaan letten.’

Zorgen dat het bespreekbaar wordt

Als musicus ben je afhankelijk van je gehoor. Toegeven dat het minder wordt, is moeilijk: gehoorverlies is tegelijk gezichtsverlies. Maar een taboe is het inmiddels niet meer, weet Roland Kieft, directeur van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor.

‘Het is zo belangrijk dat we erover praten’, zegt Kieft. ‘Ik heb in het verleden echt mensen zien omvallen, musici voor wie geluid pijn ging doen. Tien jaar geleden was je een zeikerd als je als musicus je vinger opstak. Dat is voorbij. We hebben zelfs mensen aangewezen om erop te letten, die hun vinger opsteken bij te hoog volume.’

Afspraken met dirigenten

Veel orkesten hebben ook in hun contracten staan dat dirigenten op het volume moeten letten. Roland Kieft: ‘En tegen componisten die voor ons schrijven zeggen we: zo’n orkest is een snoepwinkel, maar ga er prudent mee om.’

Spreiding van programma’s

Ook de programmeurs van de orkesten houden zich ermee bezig. Wiebren Buma (HGO) stuurt een lijst door met inschattingen van geluidsniveaus van orkestwerken. Sinds 2008 moeten Europese orkestwerkgevers een inschatting maken van niveaus waaraan de musici worden blootgesteld.

Sommige programma’s zijn groen en dus niet te zwaar voor het gehoor (Claude Debussy’s Jeux is prima te doen), sommige vuurrood (Gustav Holsts The Planets). ‘Na zo’n belastend programma zoeken we bewust iets lichts op’, zegt Buma. ‘En de ruimte is belangrijk. Een Mahler-symfonie doen we niet in de Hanzehof in Zutphen, die zaal is gewoon te klein.’

En hoe zit het dan met musici die vanuit een orkestbak opereren? Het Nederlands Philharmonisch is het orkest dat de meeste opera’s speelt bij De Nationale Opera in Amsterdam. ‘Wij vragen de opera om onze programma’s zoveel mogelijk te spreiden’, zegt adjunct-directeur Maria Mennen. ‘Bij zware producties laten we ook extra strijkers mee repeteren, dan kunnen we rouleren.’

Symposium

Als het aan Roland Kieft ligt, gaat er iets structureel veranderen. ‘Een keer was ik bij een uitvoering van ons en zag ik dat zowel musici als mensen in het publiek otoplastieken in hadden. Toen dacht ik: hier klopt toch iets niet?

‘We zijn gewend, zelfs verslaafd geraakt aan hard geluid. We weten dat zo’n Sacre du printemps van Stravinsky in zijn tijd een stuk zachter moet zijn geweest, omdat de instrumenten zijn doorontwikkeld. We moeten het met elkaar dus ook hebben over de esthetische kant. In september organiseren we met de orkesten een landelijke dag om dit te bespreken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.