Reconstructie

Hoe vermeend antisemitisme schrijver Abdelkader Benali tot ongewenst spreker op 4 mei maakte

null Beeld Studio V
Beeld Studio V

Opgerakelde foute, in veel ogen antisemitische opmerkingen van schrijver Abdelkader Benali leiden ertoe dat hij zich in januari terugtrekt als spreker van de beladen 4 mei-lezing. Is hij mikpunt van een campagne? Speelt zijn Marokkaanse afkomst een rol? Had zijn excuus het debacle kunnen voorkomen? Een reconstructie.

‘Er is een hetze gevoerd’, schrijft auteur Abdelkader Benali op 21 januari op Twitter. ‘Laster verspreid. Om iemand monddood te maken. Ik heb daar niet aan toegegeven maar ik wil niemand kwetsen. Feit is wel dat er is georkestreerd.’

Enkele uren eerder heeft de schrijver zich teruggetrokken als auteur van de 4 mei-lezing, die jaarlijks in de Nieuwe Kerk wordt voorgedragen voorafgaand aan de twee minuten stilte op de Dam.

Aanleiding voor zijn besluit zijn enkele uitspraken en tweets die Benali deed over Joden en die op sociale media zijn opgerakeld. Benali wordt op Twitter en Facebook uitgescholden en bestempeld als antisemiet. Joodse organisaties zijn boos, niet alleen op Benali maar ook op het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dat zou hebben nagelaten om vooraf zijn doopceel te lichten.

Hoe kon de kwestie zo ontsporen, wat heeft Benali precies gezegd en getweet en wat heeft zich achter de schermen afgespeeld?

Betrokken partijen zijn op hun hoede. Benali wil alleen per mail meewerken aan deze reconstructie. ‘Dan houd ik controle over mijn uitspraken’, schrijft hij. ‘Alles wordt op een goudschaaltje gewogen.’ Esther Voet, de hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW), die op Twitter stelling nam tegen Benali, zegt haar telefoongesprekken met de Volkskrant op te nemen. Het Comité 4 en 5 mei reageert niet op concrete vragen en mailt alleen een verklaring met informatie die al vrijwel volledig bekend was.

Abdelkader Benali Beeld Valentina Vos
Abdelkader BenaliBeeld Valentina Vos

Eind oktober 2020

Gerdi Verbeet, voorzitter van het Comité 4 en 5 mei, belt Benali met de vraag of hij bereid is de 4 mei-lezing te geven. Benali is een ideale kandidaat voor het Comité. Ten eerste omdat hij zich in het verleden betrokken heeft betoond bij de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Zo sprak hij in 2017 de 4 mei-lezing uit voor Studium Generale, een afdeling van de Universiteit Utrecht die podiumactiviteiten organiseert. Hij vertelde daarin dat hij op de lagere school in Rotterdam jaloers was op vriendjes van wie de opa en oma de oorlog hadden meegemaakt − Benali is geboren in het Marokkaanse Rifgebergte.

Die migratieachtergrond vormde een tweede pluspunt. Het Comité wil andere bevolkingsgroepen bij de herdenking betrekken, zal Verbeet later op de radio zeggen. Twee op de drie van de eerste generatie niet-westerse migranten is twee minuten stil op 4 mei, bleek uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2020. Onder Nederlanders zonder migratieachtergrond is dat negen op de tien.

Benali ziet nog een reden voor de uitnodiging, schrijft hij in zijn nog te verschijnen essay De stilte van de ander. Vorig jaar trok de Joodse schrijver Arnon Grunberg in zijn lezing de parallel tussen discriminatie van Joden en die van Marokkanen.

‘Het is ook logisch’, zei Grunberg, ‘dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de 20ste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden. Als ze het over Marokkanen hebben, hebben ze het over mij.’

Benali schrijft in zijn essay dat ‘de uitnodiging van het comité direct voortvloeide uit het betoog van Grunberg. Doordat Grunberg zich identificeerde met Marokkanen moest een Marokkaan gevonden worden die zich kon identificeren met Grunberg. Dat was zo klaar als een klontje.’

Benali is vereerd door de uitnodiging. De lezing, die sinds 1992 plaatsvindt, is eerder gegeven door literaire grootheden als Harry Mulisch, Anna Enquist, Remco Campert en Marga Minco. Ook is het een kans om een brug te slaan tussen Joden en moslims, twee bevolkingsgroepen waarvan hij al langer hoopt dat ze niet alleen óver elkaar praten, maar ook mét elkaar. Samen met onder anderen de Joodse columnist Natascha van Weezel sprak hij bij door Joden en moslims bezochte dialoogavonden, die werden georganiseerd door de gemeente Amsterdam. Wel maakt Benali zich zorgen over uitspraken die hij eerder gedaan heeft. Die zullen toch niet naar boven komen?

In 2006 had hij in Libanon tegen oorlogsjournalist Harald Doornbos gezegd dat hij zich verbaasde over de grote hoeveelheid Joden in Amsterdam-Zuid. ‘En het vervelendste is: het zijn zoveel joden! Amsterdamse joden. Je voelt je als Marokkaan nauwelijks op je gemak. Het lijkt Israël wel.’

Harald Doornbos Beeld ANP
Harald DoornbosBeeld ANP

Doornbos schreef over die uitspraken in 2010 in HP/De Tijd, nadat hij in de Britse krant The Guardian een artikel had gelezen van Benali, waarin die schreef dat hij zich zorgen maakte over het opkomende racisme in Europa. De toon van dat artikel, vond Doornbos, was in tegenspraak met hun gesprek in Libanon.

Het stuk in HP/De Tijd bleef Benali achtervolgen. Zodra hij zich op sociale media mengde in een debat over Israël, noemden tegenstanders hem, verwijzend naar het stuk, een antisemiet. Op verzoek van Benali verwijderde HP/De Tijd twee jaar later, in 2012, het artikel van de site. Toch blijft het stuk circuleren.

Benali twijfelt of hij het Comité 4 en 5 mei over de uitspraken tegen Doornbos moet informeren, maar doet dat niet. ‘Moest ik van een mug een olifant maken?’, reageert hij per mail. ‘Ik dacht ook: zo’n organisatie heeft alles goed uitgezocht.’

null Beeld Studio V
Beeld Studio V

18 januari 2021

In een persbericht maakt het comité bekend dat Benali de lezing gaat geven. Samen met Verbeet vertelt hij erover in het programma Spraakmakers op Radio 1. ‘De 4 mei-voordracht en de twee minuten stilte zijn eigenlijk het belangrijkste niet-religieuze ritueel van Nederland’, zegt Benali via een videoverbinding. ‘Om op die plek te mogen staan, om iets te mogen zeggen (...) daar word ik even stil van.’

Benali zegt dat zijn lezing onder meer zal gaan over mensen die de overheid in de steek laat, zoals vluchtelingen in het Griekse vluchtelingenkamp Moria en slachtoffers van de kindertoeslagaffaire. Presentator Carl-Johan de Zwart vraagt daarop of Benali zich kan voorstellen dat het suggereren van een verband tussen die kwesties en 4 mei heftige reacties gaat oproepen. ‘Het zijn twee dingen van een andere orde’, zegt De Zwart. Benali maakt duidelijk dat de verwijzingen impliciet zullen zijn.

Ze spreken over de achtergrond van Benali. Zo zegt Verbeet dat het mooi is om te laten zien dat ook mensen zonder Nederlandse grootouders deze lezing kunnen geven. Aan het eind van het gesprek vraagt presentator De Zwart of Benali rekening houdt met felle reacties, omdat ‘iemand met Marokkaanse roots de 4 mei-voordracht gaat doen’. Benali: ‘Er zullen reacties zijn. En ik zet Twitter dan ook uit vandaag.’

Benali krijgt gelijk. ‘Walgelijk om *Marokkaan* de 4 mei-lezing te laten houden!’, schrijft publicist Bernadette de Wit (3.194 volgers), bekend van haar anti-moslimretoriek, twee uur later op Twitter. Het is niet de enige tweet over Benali’s afkomst. Tientallen anderen feliciteren hem. Benali leest alleen de positieve reacties.

Dat waar Benali bang voor is, gebeurt om drie uur. Twitteraar ‘Johannes’ citeert uit de opmerkingen van Benali tegen Doornbos (‘Het lijkt Israël wel. Heel irritant allemaal. Zoveel joden, dat voelt gewoon gek aan’) en verwijst naar een blog waar nog fragmenten van het stuk te vinden zijn. Johannes heeft 279 volgers.

Vijf minuten later deelt ‘Elise de Windt’ − ruim tienduizend volgers − zijn tweet. ‘Abdelkader Benali is de zoveelste provocerende middelvingerkandidaat voor de 4 mei-lezing’, schrijft zij erbij. ‘Uiteraard voorgedragen door het al jaren linksactivistische @Comite4en5mei.’

Het comité kreeg eerder kritiek over ‘4 mei’. Het voornaamste punt van ergernis is dat de herdenking te breed zou worden, waardoor de nadruk op de slachtoffers van de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog verwatert. In 2012 kondigde het comité bijvoorbeeld aan dat een 15-jarige scholier een gedicht zou voordragen over zijn oudoom die zich bij de Waffen-SS had aangesloten. Na massale verontwaardiging trok het comité dat plan in. Het bericht van De Windt wordt ruim driehonderd keer geretweet. Een soortgelijk bericht van Niels Rietbergen (bijna 1.500 volgers) wordt later op de dag bijna duizend keer geretweet.

19 januari 2021

De cartoonist Ruben L. Oppenheimer deelt ’s ochtends om kwart over negen het bericht van Rietbergen met zijn 27 duizend volgers. ‘Is die 4 mei-lezing soms een strafopstel voor holocaust-wappies?’, schrijft hij, verwijzend naar een digitale aanvaring die hij in 2016 had met Benali. Oppenheimer had destijds de van antisemitisme beschuldigde auteur Dyab Abou Jahjah getekend als een wolf die zich hult in de huid van een biggetje dat hij net geslacht heeft. NRC weigerde die cartoon te publiceren en Benali schreef over Oppenheimer dat ‘die cartoonist zich in de nazitijd werkelijk zou hebben uitgeleefd’. Dat viel slecht bij de Joodse Oppenheimer, van wie de halve familie in de Tweede Wereldoorlog in concentratiekampen is vermoord.

Esther Voet Beeld Jeroen Hofman
Esther VoetBeeld Jeroen Hofman

GeenStijl schrijft in een artikel dat het comité met de keuze heeft geblunderd. Het weblog verwijst naar uitspraken die Benali in 2014 in Het Parool over Hans Teeuwen heeft gedaan. ‘Hij vindt dat hij oorlog tegen de islam voert’, zei hij over de cabaretier. ‘Prima. Maar dan kun je tegen de verkeerde aanlopen. Dat is geen reden om hem niet te voeren, maar er kan een gek opstaan en − páf. Ik zou vooral in Oud-Zuid blijven als ik hem was.’

‘Ruben Oppenheimer heeft helemaal gelijk’, schrijft Esther Voet ’s middags op Twitter. Voet is een uitgesproken en prominente Joodse stem: de journalist was, voordat ze hoofdredacteur werd van het NIW, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI).

Ook andere Joodse organisaties zijn bezorgd over de aanstelling. Maar Eddo Verdoner, voorzitter van het Centraal Joods Overleg (CJO), wil nu vooral weten of Benali de uitspraken over Joden in Amsterdam-Zuid daadwerkelijk heeft gedaan.

Vier leden van het comité, onder wie Verbeet, houden ’s middags telefonisch overleg met Benali. Hij vertelt dat hij de uitspraken inderdaad heeft gedaan. Hij was dronken en hij bedoelde het ironisch, zegt hij. Het gevoel overheerst dat het overwaait, zo herinnert Benali zich, maar de stemming is ook bedrukt: de kou moet uit de lucht.

Ze stellen een actieplan op. Eerst maakt Benali een belronde langs het Cidi, CJO en NIW, spreken ze af. Daarna geeft hij een interview aan Het Parool. Het comité zegt dat Benali daarin zijn excuses moet aanbieden. Daarmee gaat hij akkoord.

null Beeld Studio V
Beeld Studio V

20 januari 2021

Benali belt eerst met Hanna Luden, directeur van het Cidi. Ze stelt zich op als een klankbord, volgens Benali. Luden zegt dat ze meteen gelooft dat Benali niet antisemitisch is, maar zijn uitspraken rieken daar wel naar en hebben Joden gekwetst. Daarom, zo raadt zij Benali aan, moet hij er volledig afstand van nemen in het Parool-interview. Bewijzen dat je geen antisemiet bent is niet makkelijk, voegt ze toe. ‘Je moet bewijzen dat je zus geen hoer is terwijl je niet eens een zus hebt. Juist daarom moet je duidelijk afstand nemen.’

Ook het gesprek met Verdoner van het CJO verloopt kalm. Verdoner zegt dat hij zich ongemakkelijk voelt, ook omdat uit de tweet van Oppenheimer is gebleken dat Benali het voor de vanwege vermeend antisemitisme omstreden Abou Jahjah heeft opgenomen. Het tragische van de uitspraken tegen Doornbos, vindt Verdoner, is dat er helemaal niet zoveel Joden meer in Amsterdam-Zuid wonen: ze zijn in de Tweede Wereldoorlog gedecimeerd. Maar voordat hij conclusies trekt, wil ook hij het Parool-interview afwachten; betoont Benali daarin ondubbelzinnig spijt over zijn uitspraken?

Direct na de inauguratiespeech van de Amerikaanse president Joe Biden belt Benali met Voet, die eerder die middag Onno Hoes, een van de twee Joodse comitéleden, had gebeld om haar beklag te doen over de keuze voor Benali. De toon van Voet is anders dan die van Luden en Verdoner. Feller. Het was ‘meer een boutade dan een gesprek’, volgens Benali. Voet zei onder meer dat ze in de zomer van 2014, tijdens de Derde Gaza-oorlog, een ‘dossiertje’ heeft bijgehouden van tweets van Benali, waarin hij fanatiek stelling nam tegen Israël. Benali maakt daaruit op dat hij in de gaten wordt gehouden. ‘Ben ik een antisemiet?’, vraagt Benali op enig moment. ‘Ik ga niet zeggen dat jij een antisemiet bent’, reageert Voet, ‘maar dat jouw uitspraken tegen Harald Doornbos antisemitisch waren, staat buiten kijf’.

Voet zegt tegen Benali dat ze vooral boos is op het Comité. Dat is ze al langer. Na het ‘SS-gedicht’ in 2012 zouden meerdere Joodse organisaties bij het Comité hebben aangedrongen op nauwer contact, zodat dit soort pijnlijke voorvallen in de toekomst worden voorkomen. Maar het Comité heeft daar nooit gevolg aan gegeven, zeggen Voet en Hanneke Gelderblom van het Overleg Joden, Christenen en Moslims (OJCM). Het CJO wordt regelmatig geraadpleegd door het Comité, zegt Verdoner, maar was niet geïnformeerd over de uitnodiging aan Benali.

Contact tussen het comité en Joodse organisaties is hoognodig, zegt Voet, want het comité zelf zit niet bepaald met zijn haarvaten in de Joodse gemeenschap. Bestuursleden Onno Hoes en Marianne Hirsch Ballin hebben een Joodse achtergrond. Voet: ‘Maar mevrouw Hirsch Ballin is bij ons totaal niet bekend en ook Onno Hoes spreekt heel weinig kernleden van de Joodse gemeenschap.’ Ze vervolgt: ‘Als er standaard twee militairen in het comité zitten, hoe moeilijk is het dan om ook standaard twee betrokken Joden te vragen?’

Natascha van Weezel is het daarmee eens, maar vraagt zich wel af wie dan precies zitting moeten nemen. ‘Als die personen afkomstig zijn van de Joodse organisaties, praat het comité bijvoorbeeld niet met mij. Om maar aan te geven: wij Joden vormen helaas een kleine gemeenschap (ongeveer 40 duizend mensen, red.), maar wel met verschillende geluiden. En de oorlog is zó’n gevoelig onderwerp. Je kunt het nooit helemaal goed doen.’

De samenstelling van het twaalfkoppige comité, waarin onder anderen Kim Putters (directeur Sociaal en Cultureel Planbureau) en onderzoeker Nikki Sterkenburg zitten, raakt een explosief punt van discussie: hoe centraal moet de Holocaust, waarbij driekwart van de Joodse bevolking in Nederland is vermoord, staan bij de Dodenherdenking? ‘De Holocaust, de grootste en meest industriële genocide, is een van de grootste rampen uit de recente geschiedenis’, zegt Eddo Verdoner. ‘Die moet een ijkpunt blijven tijdens de herdenking.’

Maar Verdoner is het, net als Voet overigens, eens met historicus Ewoud Sanders, die in 2012 schreef dat de ‘Dodenherdenking geen exclusieve Jodenherdenking’ moest zijn. Ook omgekomen Nederlandse verzetshelden, burgers en militairen moeten worden herdacht. ‘Maar we bereiken nu het punt waarop we ook een krans gaan neerleggen voor iedereen die zijn teen heeft verstuikt op missie in Mali’, zegt Ruben Oppenheimer. De herdenking, zo heerst de gedachte, wordt ‘ontjoodst’, zoals schrijver Robert Vuijsje het in een opiniestuk in NRC schreef, en de ‘SS-lezing’ uit 2012 is daar niet het enige voorbeeld van.

Op 4 mei 2020 zag Vuijsje bij de voorstelling Theater na de Dam in de Stadsschouwburg Nederlandse artiesten van Surinaamse, Antilliaanse, Indische, Marokkaanse en Afro-Amerikaanse afkomst. Joden zag hij niet. (De artistiek leider van Theater na de Dam, Jaïr Stranders, is wel Joods.)

Toen Vuijsje in 2018 Verbeet aansprak op de ‘ontjoodsing’ van de herdenking, zou ze hebben gezegd dat 4 mei niet ging over de 102 duizend vermoorde Joden in ons land, die waren daar slechts een onderdeel van en ‘moesten niet te groot worden gemaakt’, schreef Vuijsje in NRC.

Als Benali hoort dat de woede van Voet zich voornamelijk richt op het comité, overweegt hij sterk zich terug te trekken. ‘Ik begreep dat het niet om mij ging, maar om een oorlog met het comité. En ik wilde niet in dat vuurgevecht zitten.’

Om half zeven publiceert Het Parool het interview met Benali. Hij erkent daarin dat hij de uitspraken tegen Doornbos heeft gedaan. ‘Maar je moet het in de sfeer zien waarin we zaten’, zegt Benali tegen de krant. ‘Er was oorlog, er waren bombardementen en we lagen op de grond, ik dronk een wijntje. We bliezen stoom af tijdens die borrel. Ik zei het in een dronken bui. Het was zwarte humor, ironie en meligheid, achteraf gezien misplaatst.’ Ruiterlijke excuses blijven uit.

‘Dit was een heel grote gemiste kans’, zegt Luden. Dat hij dronkenschap als verzachtende omstandigheid aandraagt, helpt niet. ‘Dronken mensen en kinderen spreken de waarheid’, zegt Voet. Terugblikkend noemt Benali het ‘stom’ en ‘koppig’ dat hij niet zijn verontschuldigingen heeft aangeboden. ‘Maar het voelde alsof ik door een hoepel moest springen.’

‘Het wrange is dat ik dit soort grappen ook weleens maak’, zegt Natascha van Weezel over de gewraakte uitspraken. ‘Maar ik mag het zeggen, want ik ben Joods.’ Van Weezel kent Benali als iemand die ‘helemaal niets’ tegen Joden heeft. ‘Misschien voelde hij zich daardoor vrijer om iets over ze te zeggen. Met een klein clubje zaten we voordat corona uitbrak op scholen en in buurthuizen om Joden en moslims bij elkaar te brengen. Zou hij dat doen als hij antisemitisch was geweest?’

Ook een andere passage in het interview leidt tot ergernis bij Joodse organisaties. Benali zegt dat zijn lezing zal gaan over een achteroom die als soldaat was geronseld door de Spaanse dictator Franco. Voet: ‘Dit is gewoon het SS-gedicht revisited: ja, die achteroom was ook jong en onwetend. Ik dacht dat de boodschap dat we op 4 mei de slachtoffers herdenken, inmiddels wel bij het Comité was aangekomen.’ Benali pleit ervoor om de herdenking in een breder perspectief te plaatsen. ‘Deze tijd vraagt erom. Bovendien is het logisch, want de Tweede Wereldoorlog was een wereldoorlog waarin indirect mijn voorouders ook een schakeltje zijn geweest.’

Die avond duikelt Diederik Smit, medewerker van Zondag met Lubach en columnist op Radio 1, twee tweets van Benali op uit 2013, en herplaatst ze op Twitter. ‘Als ik op vrijdag de joden van zuid naar de sjoel (synagoge, red.) zie gaan denk ik: klein Jeruzalem. Is dat antisemi?’ schrijft Benali in de ene. In de ander: ‘Toen ik in Am-Zuid ging wonen viel me de aanwezigheid van Joden op.’

‘Hij herhaalt hier gewoon zijn opmerkingen uit 2006’, zegt Voet. ‘En hiervan kun je toch moeilijk zeggen dat hij ze heeft gemaakt toen hij dronken en ironisch is geweest.’ Benali snapt niet wat er antisemitisch aan is. ‘Ik ben in Jeruzalem geweest, zag orthodoxe Joden, ik zag orthodoxe Joden in Amsterdam − klein Jeruzalem.’

Natascha van Weezel wijst naar het gebrek aan context op Twitter. ‘Misschien schrijft iemand tienduizend tweets (Benali schreef 67 duizend tweets, red.) met mooie boodschappen, maar zijn er vijf tweets die zouden kunnen bevestigen dat iemand mogelijk antisemitisch is.’ Ook zegt ze dat een mens kan veranderen. ‘Die tweets zijn zeven jaar oud. Ik durf niet te kijken naar wat ik toen heb getweet.’

null Beeld Studio V
Beeld Studio V

21 januari

De kwestie is ’s ochtends trending topic op Twitter. Van Weezel schrijft dat Benali ooit een zwarte grap heeft gemaakt en dat hem dat niet meteen een antisemiet maakt. ‘Hij lijkt me juist een prachtige spreker voor de 4 mei-lezing.’

Later nemen ook schrijver Henk Spaan (‘Zou het feit dat Benali een al of niet belijdend moslim is, iets met dat gecancel te maken kunnen hebben?), NRC-columnist Lotfi El Hamidi en oud-Kamerlid Zihni Özdil het voor Benali op. Frits Barend stelt dat, als Benali zich terugtrekt, ook Gerdi Verbeet moet opstappen. Harald Doornbos biedt in een verklaring aan Benali zijn excuses aan. ‘Het lijkt er sterk op in dit gepolariseerde internettijdperk dat je niks doms meer mag doen’, schrijft hij. ‘Ook als het geen halsmisdaad is maar gewoon dat: iets doms.’

Opperrabbijn Binyomin Jacobs schrijft een stuk voor het NIW. Kop: ‘Dat zo’n figuur mijn familie moet gaan herdenken’.

Nadat Benali een discussie op de radio tussen Zihni Özdil (vóór lezing van Benali) en Ruben Oppenheimer (tegen lezing van Benali) heeft gehoord, besluit hij in de middag per mail zijn excuses aan te bieden aan Oppenheimer. ‘Ik wil even aangeven dat ik ten tijde van die tweet niet wist dat je nazaat bent van Holocaust-slachtoffers’, schrijft Benali. ‘Wat je met de excuses doet laat ik aan jou, het kan zijn dat je ze te laat vindt. Dat begrijp ik.’

Oppenheimer accepteert de excuses, schrijft hij aan Benali, maar vindt ze inderdaad laat en bovendien obligaat, omdat ze pas komen nu Benali het middelpunt is geworden van een rel. Gelooft hij dat Benali niet wist van zijn Joodse achtergrond? ‘Dat vind ik moeilijk’, zegt Oppenheimer nu. ‘Als hij de waarheid spreekt − en dat is onaardig om te zeggen − is Benali minder ontwikkeld dan ik dacht. Oppenheimer is een zeer Joodse naam. Van Shlomo Goldstein verwacht je ook niet dat die in een kerk hosties staat uit te delen.’

Benali voert rond drie uur een telefoongesprek met leden van het comité, onder wie Verbeet. Zij concluderen dat de storm niet is gaan liggen: Joodse organisaties blijven kritisch, op sociale media houdt de commotie aan. Benali houdt daarop de eer aan zichzelf en trekt zich terug. Later zal Verbeet op de radio suggereren dat ze anders mogelijk de uitnodiging had ingetrokken.

Benali noemt drie redenen voor zijn besluit. Ten eerste wil hij niet in een ‘vuurgevecht’ tussen Joodse organisaties en het Comité zitten. Ook hoopt hij te voorkomen dat nabestaanden van Holocaust-slachtoffers op 4 mei aan de controverse rondom Benali zouden denken, in plaats van aan hun vermoorde familieleden. En hij vreest − nadat hij al 48 uur het middelpunt is van een ‘verstikkende polemiek’ − voor de veiligheid van zijn familie.

Benali is tevreden met zijn besluit. Er valt een last van zijn schouders en hij voelt zich vrij. ‘Een van de beste beslissingen uit mijn carrière.’

Maar Benali is nog zeer geëmotioneerd. Als de Volkskrant hem vraagt om een reactie over zijn besluit, appt hij dat hij ‘kapot’ en ‘verdoofd’ is. Intussen roert hij zich op Twitter, in steeds fellere bewoordingen. In een van de tweets suggereert hij dat er een hetze is gevoerd en dat er ‘is georkestreerd’. Het blijft onduidelijk wie Benali beschuldigt.

Esther Voet zit ‘pislink’ naar haar scherm te kijken. Ze gaat ervan uit dat Benali op haar doelt. ‘In wezen zegt hij daar: zie je wel, het is een complot.’ De suggestie van een complot ligt gevoelig binnen de Joodse gemeenschap, die daar al eeuwen op antisemitische gronden van wordt beschuldigd.

CJO-voorzitter Verdoner is ook niet blij met de tweets. ‘Hij wekt hiermee de indruk dat een groep hem tegenhoudt om wie hij is en niet om zijn standpunten. Dat strookt niet met de gedachte dat hij verkeerde dingen heeft gezegd.’

Navraag bij Benali leert dat niet Voet, maar GeenStijl volgens hem achter de ‘hetze’ zou zitten. Het weblog schreef twee artikelen over de kwestie, maar pas nadat anderen erover hadden getweet. Volgens Benali laat GeenStijl ‘geen moment gelegen om te spinnen en te sarren jegens mij, vooral wanneer het politiek geladen thema’s betreft’.

22 januari

Verbeet belt ‘’s ochtends in bij het Radio 1-programma Spraakmakers. Ze zegt daarin dat ze geen weet had van de uitspraken van Benali toen ze hem vroeg voor de 4 mei-lezing. Ook zegt ze het jammer te vinden dat Benali haar niet vooraf heeft gewaarschuwd over zijn uitspraken. Als hij dat wel had gedaan, had hij ‘voor mij nog alle recht van spreken gehad, maar niet op 4 mei in de Nieuwe Kerk’.

Verbeet concludeert dat het in de toekomst helaas noodzakelijk zal zijn om mogelijke 4 mei-sprekers vooraf te screenen. Desgevraagd zegt Verbeet, die aan haar laatste jaar als voorzitter bezig is, dat ze niet van plan is op te stappen.

26 januari

Benali spreekt in een interview met Trouw onder meer over het telefoongesprek dat hij op 20 januari met Voet voerde. ‘Ze vertelde mij ook dat het Cidi sinds de Gaza-oorlog in 2014 een dossier over mij bijhoudt’, aldus Benali tegen Trouw. Dat klopt niet, weet Voet. Voet heeft in het telefoongesprek, dat ze ongevraagd heeft opgenomen, gezegd dat ze in 2014, dus niet sinds 2014, een dossiertje heeft bijgehouden met daarin een aantal tweets van Benali.

Voet corrigeert hem per tweet. Benali reageert hier niet op en Rosanne Hertzberger neemt zijn bewering een paar dagen later over in haar column in NRC. ‘Zo wilde het (Cidi, red.) hem op heterdaad kunnen betrappen.’

Terugblikkend schrijft Benali dat hij Voet verkeerd heeft geïnterpreteerd. ‘In haar tweet schreef ze over een map, maar in ons gesprek had ze het dus over een dossiertje. Dat suggereerde dat ze me langer volgde.’

8 februari

Schrijver Roxane van Iperen vervangt Benali, schrijft het Comité 4 en 5 mei. Van Iperen is vooral bekend van de bestseller ‘t Hooge Nest. Dat is de naam van een villa in ‘t Gooi die tijdens de oorlog fungeerde als onderduikadres, gerund door de Joodse zusjes Brilleslijper. Van Iperen woont er sinds 2012.

Voet is enthousiast over de keuze (‘Prachtig boek’), maar stelt dat ze ook Nederlanders met een migratieachtergrond geschikt vindt. Bijvoorbeeld burgemeesters Ahmed Aboutaleb en Ahmed Marcouch, Kamervoorzitter Khadija Arib en schrijvers Özcan Akyol en Mano Bouzamour.

Ook Luden en Verdoner zouden die keuzen interessant vinden. Oppenheimer niet per se. Hij vindt afkomst ‘totaal onbelangrijk’ en heeft de indruk dat Benali vooral op basis daarvan gekozen is. ‘Uit wat Verbeet heeft gezegd, bleek vooral dat ze iemand zochten die zou voorkomen dat 13-jarige Marokkaanse jongens met kransen gingen voetballen, zoals in 2003 gebeurde.’

Voordat deze kwestie begon, stonden veel Joden en moslims al huiverig tegenover elkaar, zegt Van Weezel. ‘Op scholen waar ik lesgaf zag je angst en gevoelens van minderwaardigheid. Zowel moslims als Joden zeiden over elkaar: zij moeten ons niet. Terwijl ze elkaar helemaal niet kennen. Nu kun je ook weer horen dat Joden Marokkanen niet willen. Kijk maar wat er met Benali is gebeurd, zeggen ze dan.’ Het frustreert Van Weezel. ‘Ik ben al zes jaar bezig om de boel bij elkaar te krijgen. Samen met Abdelkader trouwens.’

Haar Marokkaanse kennissen vroegen zich af waarom Benali meteen tot antisemiet wordt bestempeld en zeggen dat hij geen kans kreeg van de Joodse gemeenschap. ‘Die heeft het imago gesloten te zijn’, zegt Van Weezel, ‘altijd met de oorlog bezig te zijn en met Israël.’ Enerzijds baalt Van Weezel ervan. Anderzijds noemt ze de gevoeligheid en de angst voor antisemitisme gerechtvaardigd. Zoals de Joodse acteur Jeroen Krabbé naar aanleiding van de rel zei tegen het NIW: ‘Wij hebben lange tenen, en terecht.’

Dat de rel ook het begin kan zijn van iets positiefs, bewijzen Oppenheimer en Benali. Voor een artikel in de Vlaamse krant De Standaard spraken ze twee uur met elkaar. Nog steeds is Oppenheimer van mening dat Benali niet geschikt was om de lezing dit jaar te geven. ‘Los van elkaar vond ik zijn opmerkingen niet zo schokkend. Maar het was een optelsom: er kleefde te veel aan hem waar hij niet tijdig afstand van had genomen. Dat heeft hij wél gedaan in het gesprek met mij, dat respectvol en scherp verliep. Ik hoop dan ook dat hij volgend jaar weer wordt gevraagd. Niet vanwege zijn afkomst, maar vanwege zijn interessante ideeën.’

Wie worden op 4 mei herdacht?

Herdacht worden op 4 mei ‘al diegenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen of vermoord en allen die zijn omgekomen in oorlogssituaties en bij vredesoperaties na de Tweede Wereldoorlog.’ Er worden die dag vijf kransen gelegd voor specifieke groepen slachtoffers. De eerste is voor vermoorde verzetsstrijders. De tweede voor de Joden, Sinti en Roma die in concentratiekampen zijn vermoord. De derde is voor anderen die door oorlogsgeweld, uitputting en honger om het leven zijn gekomen. De vierde is voor burgers die zijn omgebracht of omgekomen in Azië, tijdens of vlak na de Japanse bezetting. De vijfde is voor alle militairen en koopvaardijpersoneel in Nederlandse dienst die zijn omgekomen tijdens of na de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Joodse organisaties

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) is een Joodse belangenorganisatie. Het in 1865 opgerichte Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) is het oudste opinieblad van Nederland en verschaft informatie aan en over Joden. Het Centraal Joods Overleg (CJO) is een Joodse koepelorganisatie. Het Overlegorgaan Joden, christenen en moslims (OJCM) komt op voor de godsdienstvrijheid.

Aanvullingen en verbeteringen

In een eerdere versie van dit stuk stond dat bij Theater na de Dam ‘één afkomst ontbrak, ook bij de theatermakers achter de schermen: geen Joden’. Dat citaat, overgenomen uit een opiniestuk in NRC, klopt niet: de artistiek leider van Theater na de Dam is Joods.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden