BESCHOUWING

Hoe verhoudt Westworld zich tot het roemruchte basismateriaal?

De sf-western Westworld, een cultfavoriet uit 1973, is tot een glanzende, volwassen serie bewerkt. Het oorspronkelijke topidee is verrijkt - maar gaat er ook iets verloren?

Rodrigo Santoro.

De finale van de sciencefictionfilm Westworld (1973), over een levensecht wildwestpark waarin androïde cowboyrobots op hol slaan, staat, gok ik, bij veel jochies die in de jaren zeventig en tachtig kantoor hielden voor de televisie in de top-10 van Beelden Die Je Nooit Meer Kwijtraakt. De in zwarte hoed en overhemd gestoken Yul Brynner is daarin de hardnekkigste van die kwaaie robots; met ijzige ogen en een geamuseerd glimlachje blijft hij onvermoeibaar en vastberaden zijn slachtoffer achtervolgen, een sullige snor die een leuke vakantie dacht te beleven. Snormans bedenkt ten einde raad een hinderlaag - hij houdt zich voor dood in de control room en weet zo een fles zoutzuur in het gezicht van de robot te smijten. Ziedaar het top-10-beeld: het hoofd van Brynner waar rookpluimen uitkomen, terwijl aan weerszijden vanonder zijn hoed de huid van zijn gezicht af borrelt - terwijl hij, en nu komt het, duidelijk níét van zijn stuk is gebracht. AAAH!

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Yul Brynner in Westworld (1973).

De film, waarvan vanavond de serie-remake in première gaat op HBO, gaat daar nog tweemaal overheen. In de grote traditie van het-monster-dat-maar-niet-dood-wil duikt er nog een totaal verkoolde Brynner op - ook al niet minder vastberaden en, als engste van de hattrick aan griezelbeelden, een Brynner waar het gezicht is afgevallen, zodat je plotseling (en 'plotseling' is hier een sleutelwoord) oog in oog staat met de moederbordachtige holte achter het gezicht. Ik staarde als klein kereltje in een afgrond, in het grote niets van mijn oerangsten, kleiner wil ik het eigenlijk niet maken.

Westworld maakte op meer kijkers indruk. Het zou zo'n film worden die bij de bioscooppremière wisselend werd ontvangen ('hartstikke goed' - Variety, 'zielloze pulp' - The Village Voice), maar gaandeweg in statuur zou groeien, met een vaste plaats in de allertijdenlijstjes van sf-films en favoriete slechteriken. Regisseur James Cameron entte het vastberaden loopje van de killer robot in zijn Terminator 2 overduidelijk op Yul Brynners langzame dreiging. Westworlds schrijver-regisseur Michael Crichton (1942-2008) slaagde erin om het met een kleine variatie op zijn succesformule (robots eruit, dino's erin) te schoppen tot een heuse Steven Spielbergklassieker: Jurassic Park.

Westworld, vanaf vandaag op HBO (dat vanaf januari stopt, maar daarna door Ziggo wordt aangeboden).

Thematisch stinkend rijk

En als royaal slot aan de popculturele zegetocht heeft Westworld nu dus de chique seriebehandeling gekregen. Grote man achter die serie is de achtenswaardige Jonathan Nolan, die als schrijver al veel samenwerkte met zijn nog iets beroemdere broer Christopher, van Memento tot de Batmanfilms The Dark Knight en The Dark Knight Rises. Samen met zijn vrouw Lisa Joy Coleman schreef hij de serie en hij regisseerde de eerste en laatste aflevering van het eerste seizoen. Anthony Hopkins, Jeffrey Wright (Basquiat, Boardwalk Empire), een schitterend gegroefde Ed Harris, James Marsden (X-Men) en zij uit Borgen, Sidse Babett Knudsen, zijn de A-sterren; 58 miljoen dollar is het budget. Met andere woorden, dit is opnieuw een grootse productie die kan worden bijgezet in het fonkelende firmament van het Gouden Tijdperk Van De Televisieserie, zoals we dat nu beleven.

En dan is het aardig om te kijken hoe de serie zich verhoudt tot het roemruchte basismateriaal. Niet om uit te maken wat nou beter is, dat zijn doorgaans nogal schoolse en zinloze exercities. Maar leg je ze naast elkaar, dan komt er toch iets bovendrijven wat de tv-serie, nu we zo'n vijftien jaar in dat Gouden Tijdperk zitten, toch een beetje laat liggen.

Al moeten we eerst en vooral constateren dat Westworld-de-serie, afgaande op de eerste vier afleveringen die we konden zien, fantastisch indringend, spannend, verontrustend en vooral thematisch stinkend rijk is. Nolan weet in het idee van een amusementspark waarin superwelgestelden zich te buiten kunnen gaan aan seks en geweld met hyperrealistische wildwestrobots een verbazingwekkende gelaagdheid aan te brengen. Hij weeft een aantal grote actuele vragen des mensdoms in het materiaal en laat het niet gemakzuchtig-kunstzinnig bij wat vragen alleen: hij maakt ook de mogelijke antwoorden en dilemma's inzichtelijk.

Westworld (2016). Beeld Hollandse Hoogte

Als je, bijvoorbeeld, zoals pretparkschepper Anthony Hopkins, steeds maar realistischer androïden maakt, die in hun emoties en gebaartjes steeds minder van mensen zijn te onderscheiden, op welk moment begint dan je verantwoordelijkheid voor het welzijn van je schepsels? De wetenschappers die de control room bemannen verschillen er nogal over van mening - de een blijft erop hameren dat de robots alleen artificiële, gescripte emoties hebben die niet echt zijn, de ander kan het niet laten zich het lot van de droids aan te trekken. En je merkt al snel dat je als kijker ook deelgenoot wordt van deze boeiende ethische haarkloverij - als je ziet hoe sympathieke robotpersonages bruut worden verminkt, neergeschoten, verkracht en aan stukken gesneden kun je niet anders dan met ze te doen hebben.

Grote vraag 2: op welk punt van de ontwikkeling van computers kunnen we precies spreken van kunstmatige intelligentie? En als de androïden eenmaal zelfstandig kunnen denken, kunnen we ze nog onder controle houden? En op wiens schouders rust de verantwoordelijkheid van de risico's - kun je dat aan de wetenschappers overlaten? Als je ziet hoezeer - en hoe begrijpelijk - Hopkins' personage geobsedeerd is door de vooruitgang denk je: nee. Maar waar bevindt zich dan een ethische instantie die kan beslissen wat wel en niet geoorloofd is?

Dan, op een heel ander plan, maakt het echtpaar Nolan er ook nog een aardige religieuze verhandeling van. De robots, waarvan er een aantal beginnende trekken van een bewustzijn lijken te vertonen, kampen met aandoenlijke twijfels over hun schepping. Zo vindt er eentje een foto die een van de rijke bezoekers kennelijk heeft laten vallen, waarop een meisje te zien is tegen een 21ste-eeuwse stadsachtergrond. De robot, opgesloten in zijn gefabriekte laat 19de-eeuwse wereldje raakt er helemaal van in de war en ligt er een nacht van wakker. Een schok als ware het een mystieke ervaring; hij raakt er prompt van in een existentiële crisis. Ook andere robots beginnen het gevoel te krijgen dat er meer is dan de wereld waarin ze leven en gaan op zoek naar een bestaan daarbuiten, of naar hun schepper, of naar hun roeping die ze ergens menen waar te nemen.

Anthony Hopkins.

Suspension of disbelief

En dan scoren de Nolans ook nog diverse punten binnen het thema 'verhalen vertellen'. In Westworld krijgen we te zien hoe alles tussen de robots in het park gescript is - auteurs schrijven allerlei plotlijntjes die de robots maar hebben uit te voeren, op hier en daar wat improvisatie na, maar ook dat vermogen tot improvisatie is in de breinen van de robots voorgeprogrammeerd. Hun wereld is een bijna volledig bedachte wereld, opdat de menselijke bezoekers veilig en gecontroleerd, zonder dodelijke gevolgen of andere ongemakken, naar believen in zo'n plotlijntje kunnen stappen.

Intrigerende vondst is dat de serie Westworld, anders dan de film, voor grote gedeelten de avonturen van de robots volgt - in talloze scènes komt geen menselijk personage voor. Raar, eigenlijk: je wéét dat die avonturen van de robots verzinsels zijn, want dat wordt je keer op keer ingepeperd met de scènes waarin je de scriptschrijvers in de control room van het pretpark ziet vertellen dat ze het ook maar verzonnen hebben. En tóch laat je je meeslepen. De Nolans spinnen op die manier een glashelder betoog over het aloude begrip van de suspension of disbelief, de wet die zegt dat een lezer of kijker voor de duur van de roman of film de wetenschap opzij schuift dat wat hij ziet of leest niet echt is - het opofferen van realisme en logica omwille van het vermaak.

En dan gaat Westworld ook nog over empathie, sympathie, vertrouwen, machtswellust, kapitalisme, kortom, bedenk een gewichtig thema en het zal vast ergens in een of meerdere van de tien afleveringen aan bod komen. Het is meer dan genoeg om kijkers seizoenen lang (er zijn al vastomlijnde plannen voor meerdere vervolgen) ademloos gevangen te houden, om pagina's vol met filosofische essayistiek mee te produceren, en om dit zo als een opvolger van Game of Thrones te laten fungeren, wat deze HBO-serie naar verluidt zou moeten worden in de zin van langlopend megasucces. Ook omdat de Nolans er bijzonder goed in slagen om een ondertoon van sterke onrust in hun serie aan te brengen, een nachtmerrieachtig gevoel dat er iets helemaal mis gaat lopen.

Westworld (1973). Beeld Hollandse Hoogte

Westworld-de-film is zo bekeken eigenlijk geen partij. Al zal ik blijven beweren dat het misschien wel mijn lievelings aller tijden is, ik kan de film maar met moeite aanraden - herzien bleek voor mij toch ook een beetje stukmaken te betekenen. Je moet in elk geval door veel zaken heenkijken (tempo, effecten) die de decennia niet helemaal goed doorstaan hebben.

Maar toch. Westworld (1973) heeft een paar rake klappen in petto. Eén: het ijzersterke idee. Twee: een onaangename, vreemde sfeer - Crichton hield met opzet het acteren stijf en het tempo relatief laag, om het kunstmatige van zijn verzonnen sf-park te benadrukken. Drie: de achtervolging. Voor een idioot lang deel van de film is Westworld niet meer dan een bad guy die achter de good guy aangaat - een tergend lang uitgerekt stuk spanning. Vergelijkbaar met Spielbergs vroege klassieker Duel (1971) eigenlijk, een spaarzame maar bloedspannende thriller over een truck die het op een automobilist heeft voorzien, niets meer, niets minder. Kom daar maar 'ns om bij een serie.

Tv-series móéten wel rijkgeschakeerd zijn, omdat je de kijkers tientallen afleveringen geboeid moet houden. Gevolg is wel dat we het door de bank genomen in dit gouden serietijdperk moeten doen met gedragen verhalen, tjokvol betekenis. Films, daarentegen, kunnen gaan voor het uitgebeende, enkelvoudige vermaak. Sfeer. Achtervolgingen. Schrik. Westworld (2016) staat tot Westworld (1973) zo ongeveer als de Matthäus staat tot AC/DC's Highway to Hell. En soms heb je gewoon zin in dat laatste.

Poster van Westworld (1973).

Hij gaat maar niet dood!

Yul Brynner modelleerde zijn moordzuchtige robot in Westworld naar zijn eigen personage in de westernklassieker The Magnificent Seven (1960). Officieel is er niks bekend, maar de vastberaden killerrobot T1000 uit Terminator 2 lijkt met zijn benige hoofd en outfit op Brynner in Westworld gebaseerd. In de nieuwe versie speelt Ed Harris de zwartgeklede cowboy-slechterik. Ook heel uitgestreken, maar nu bijna barok kwaadaardig. En, omgekeerde wereld: is hij wel een robot?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden