Column

Hoe ver ik moest gaan voor Wolkers' biografie

Het schrijven van een biografie is vaak een gebed zonder end. Maar waarom?

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

De dag nadat wij hadden afgesproken dat ik zijn biografie zou schrijven, ging de telefoon. Jan Wolkers. 'Is dat boek al af?'

Hij hikte van het lachen. Ironisch genoeg is dat de vraag die me sinds zijn dood achtervolgt. Er is bijna geen gesprek mogelijk waarin die niet aan de orde komt. 'Arme Onno, zweet, bloed en tranen zullen langs zijn rug lopen', zei Wolkers in 2007 tegen NRC Handelsblad toen het nieuws bekend werd.

Ik wist natuurlijk dat het schrijven van een biografie vaak een gebed zonder end was. Zo lieten de geschreven levens van Reve en Hermans destijds gedurig op zich wachten. Net als die van Nijhoff en Lucebert - waar blijven die? Sommige biografen, zelf engelen des doods, sneefden terwijl zij hun noeste taak verrichtten. De geest van Multatuli heeft twee van zijn biografen omgebracht. De schrijver 'die zo veel had gedragen', had er dan ook niets in gezien dat men zijn scandaleuze leven zou gaan uitpluizen.

Ook het geval van Harry Prick stond mij helder voor ogen. Die was als 17-jarige jongen, nog niet droog achter de oren, uitgenodigd bij Lodewijk van Deyssel - en werd vervolgens plechtig tot biograaf geslagen. 'Je bent, waarde vriend, een heel fijn jongetje', schreef de Tachtiger aan zijn bewonderaar.

Volgens Jeroen Brouwers was Prick in de decennia die volgden 'al dertig keer verzopen in de acht miljoen feitjes en gegevens inzake het minutieus geboekstaafde leven van Van Deyssel'. Toch kwam Prick boven. In 2003, vijftig jaar nadat Harry in Haarlem bij de grote schrijver had aangebeld, leverde hij het laatste deel van zijn biografie in. Samen telden de twee bakstenen 2.500 dichtbedrukte bladzijden.

Dat zou mij, dacht ik opgewekt, toch niet gebeuren?

'Het viel me op', vervolgde Wolkers het telefoongesprek dreigend, 'dat je gisteren wel twee maal naar de wc bent gegaan.'

Ik kon het niet ontkennen.

'Dat was natuurlijk, omdat je daar stiekem zat op te schrijven wat ik allemaal net had gezegd.'

Ik ontkende nu met klem.

'Dat moet je juist wél doen.'

Wolkers had beter voorzien dan ik wat er allemaal nodig zou zijn om onze afspraak na te komen. Hoe ver ik zou moeten gaan om zijn biografie te schrijven. Ik dacht dat het voldoende was om te beschikken over wat mijn vader altijd eufemistisch een 'gezonde wetenschappelijke belangstelling' noemt. Ongezonde nieuwsgierigheid. Maar het ging veel verder. Rücksichtslos moest je zijn, een voyeur, een parasiet, een bloedzuiger.

In de schitterende roman Possession van A.S. Byatt zit de Amerikaanse biograaf Mortimer Cropper, wiens leven in het teken staat van het vergaren van informatie en documenten over de 19de-eeuwse Britse dichter Randolph Henry Ash, om 3 uur 's nachts in zijn pyjama, op een armoedig, lavendelkleurig toilet. Cropper logeert in het huis van een vrouw die een aantal brieven van zijn held bezit. In het geniep is hij bezig die brieven met een speciaal daartoe ontwikkelde black box te kopiëren.

Ik wist wat mij te doen stond.

Volgend jaar verschijnt de biografie van Jan Wolkers door Onno Blom. Voor de Volkskrant hield Blom daarover een dagboekje bij, waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden