Hoe teruggekeerde bewoners van Tsjernobyl nu leven

De grootste kernramp tot nu toe, die in Tsjernobyl, viert vandaag zijn 30ste verjaardag. Esther Hessing portretteerde de bewoners die er ondanks alle risico's bleven wonen.

Beeld Esther Hessing

De eerste keer dat de pas afgestudeerde fotografe Esther Hessing kernrampplek Tsjernobyl bezocht, eind 2014, deed ze wat de meeste toeristen doen die het plaatsje in Oekraïne bezoeken. Ze liet zich door een gids rondleiden door leegstaande flats. Ze zwierf door de verlaten, lugubere stad met betonnen hoogbouw waar de bevolking, vandaag op de kop af 30 jaar geleden, in allerijl moest vertrekken wegens de explosie van de kerncentrale. Ze zag het roestige reuzenrad en de botswagentjes in het lunapark van het nabije Pripjat, zoals ze op 26 april 1986 tot stilstand waren gekomen. En ze was in het vervallen ziekenhuis waar op een balie een stukje uniformstof ligt van een bij de ramp door stralingsziekte omgekomen brandweerman. Niet dichterbij komen, had de gids gezegd terwijl hij zijn geigerteller heftig liet piepen bij het stukje radioactief besmette stof. Een toneelstukje dat vermoedelijk dagelijks voor toeristen wordt opgevoerd.

Dat alles, besloot Esther Hessing (45), ging ze niet fotograferen. Er was namelijk iets anders dan die tot fotoclichés verworden iconen van de kernramp wat haar aandacht trok. Een onderwerp waarover ze vreemd genoeg nog nauwelijks iets had gehoord: de bevolking van Tsjernobyl. Wat haar opviel, was dat in de dorpjes die zijn gelegen in de vervuilde, officiële evacuatiezone, mensen wonen. Ouderen, die na de ramp besloten terug te keren naar hun huis, alle risico's van stralingsziekte en kanker ten spijt. Liever dat, dan verbannen te blijven van de grond waar zijzelf, hun ouders en hun kinderen zijn geboren.

Geen medische zorg, geen openbaar vervoer

Het mocht niet van de autoriteiten, maar gedoogd werd het wel. Wie terugkeerde, moest de vruchtbare leeftijd voorbij zijn, zodat er geen risico zou zijn op de geboorte van kinderen met afwijkingen als gevolg van de straling. En zo keerden enkele duizenden vijftigplussers terug naar de dorpen in de omgeving van Tsjernobyl die zo goed en zo kwaad als dat ging hun dagelijks leven hervatten. Vrijwel zonder winkels. Er is nauwelijks medische zorg in de buurt. Geen openbaar vervoer.

Van de paar duizend teruggekeerden zijn de meesten gestorven - door ouderdom. De ongeveer honderd resterende overlevenden zijn diep in de 80. Ze leven van wat het land oplevert, stoken hun illegale wodka in een schuurtje en betrekken brood en vlees van een bestelwagentje dat elke week langskomt. Ze krijgen soms een lift van wetenschappers en natuurbeschermers. Maar ze blijven vooral op hun boerderijen. Daar staan hoge hekken omheen. Zeker sinds de natuur in de streek ongemoeid wordt gelaten, floreert de wolf er. Oppassen geblazen.

Hessing kwam bij deze mensen thuis en fotografeerde ze. Het is ongevaarlijk om daar in de omgeving rond te struinen, zolang je maar niet op het mos langs de weg loopt - dat zuivert de lucht en bevat daarom veel radioactiviteit. Ze hoorde dat de mensen die terugkeerden gemiddeld langer leven dan zij die naar veiliger oorden werden geëvacueerd en daar bleven. Die misten hun eigen dorp en hun eigen huisje zo dat ze zouden zijn gestorven van heimwee.

Inwoners van Kupuvate bij de bus met levensmiddelen. Beeld Esther Hessing
De rozenstruiken weten nog altijd te overleven, ondanks de besmetting. Beeld Esther Hessing

Geen sombere mensen

Behalve een mobiele telefoon hebben de laatste bewoners niet veel meegekregen van de moderne tijd. Ondanks de grote tegenslagen in hun leven, zijn het meestal geen sombere mensen, merkte Hessing. Ze zag er levensvreugde, in weerwil van het harde bestaan. Gevraagd aan een oude boerin hoeveel bewoners haar gehucht nog telde, kreeg Hessing ten antwoord: drie of vier. Alsof de boerin in al die jaren nog niet in de gelegenheid was geweest dat eens rustig na te tellen.

Nog één keer gaat Hessing terug, om de bewoners te fotograferen in de zomer, het enige jaargetijde dat ze nog niet in Tsjernobyl was. Dan heeft ze voldoende materiaal voor haar boek, dat in het najaar zal verschijnen. Zodat het er straks van kan getuigen: in de schaduw van de ramp hebben deze mensen geleefd.

De slaapkamer van Maria Urupa (78). Overal in huis hangen foto's van familie. Haar man, een van de liquidators (schoonmakers van de centrale na de ramp), is 3 jaar geleden overleden. Maria woont in Pyrashiv Village samen met haar hondje. Beeld Esther Hessing
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden