REPORTAGE

Hoe praat je kinderen bij over vreselijk nieuws?

Het Jeugdjournaal kan het als geen ander: kinderen bijpraten over vreselijk nieuws, zoals recentelijk de aanslagen in Parijs. Twee makers over hoe de redactie in die gevallen te werk gaat.

Beeld Damien Cuypers

'O mijn God, hoe gaan we dit nu weer uitleggen?' Dat was de eerste gedachte van de chef van het Jeugdjournaal toen terroristen een bloedbad aanrichtten in Parijs. 'Natuurlijk sta je als journalist op scherp als je dat hoort, maar ik had die vrijdag ook een knoop in mijn maag', zegt Ronald Bartlema, die toch al 22 jaar bij het programma werkt. 'De vraag is na zoiets heftigs altijd: hoe vertellen we dit aan kinderen zonder ze de stuipen op het lijf jagen? Je wilt ze niet naar bed sturen met het idee: er is veel ellende in de wereld en het komt nooit meer goed.'

Het resultaat mocht er zijn. Na het gebruikelijke 'Hallo allemaal', volgden zaterdag 14 november om 18.45 uur de woorden: 'Nieuws gaat vaak over nare gebeurtenissen en vandaag is dat ook zo.' Daarna legde de presentator rustig uit wat er was gebeurd, schakelde hij over naar een verslaggeefster die in Parijs kinderen interviewde en beantwoordde een terreurdeskundige wat vragen. Verrassend was de uitsmijter: een reportage over de intocht van Sinterklaas.

Ook de volgende twee uitzendingen vielen op door een gebrek aan sensatie, ruimte voor lichte onderwerpen en eigenzinnige reportages. Wie goed kijkt, herkent een blauwdruk om vreselijk nieuws uit te leggen aan kinderen: de zeven regels van het Jeugdjournaal.

Jubileum

Het Jeugdjournaal bestaat 5 januari 2016 35 jaar. Toen het begon in 1981 had alleen Groot-Brittannië een nieuwsprogramma voor kinderen. Nu bestaat het in dertig landen. Op een gemiddelde dag werken er vijftien mensen op de redactie. Het 10 minuten durende Jeugdjournaal is elke dag om 18.45 uur te zien op NPO 3 (behalve op zondag, dan is het onderdeel van het Zapp Weekjournaal). Op schooldagen zijn er 's ochtends ook korte journaals. Gemiddeld kijkcijfer: 362 duizend.

1. Het gesprek van de dag

Na Parijs ontving Bartlema één klacht. 'Een moeder zei: je moet kinderen dit niet aandoen, al die aandacht voor terroristen.' De chef van het Jeugdjournaal denkt daar anders over. 'We maken geen kinderprogramma, maar een nieuwsprogramma voor kinderen. Zulk nieuws kun je niet negeren; kinderen merken toch wel dat er iets aan de hand is, via volwassenen, vrienden of sociale media. Ze kunnen alleen niet goed inschatten of iets een feit is of een gerucht. Wij geven ze de feiten, zorgvuldig gedoseerd, in de context. Als we dat niet doen, gaat hun fantasie met ze aan de haal.'

Er gebeuren nou eenmaal heftige dingen, zegt hij. 'Dit is geen sprookjeswereld. Onze doelgroep, 9- tot 12-jarigen, zou juist klagen als we geen verslag doen van dit soort aanslagen. Klagers zijn bijna altijd ouders van een 5- of 6-jarige. Maar als ze zo jong zijn, moeten ze helemaal niet naar ons kijken.'

2. Geen paniek

Het Jeugdjournaal is geen 'grotemensenjournaal met simpele woorden'. Dat blijkt al uit de beelden die het Achtuurjournaal wél liet zien en die Bartlema's redactie wegliet: concertbezoekers die om hulp roepen terwijl ze vluchten, een lijk onder een laken, politiemannen die wegrennen van schietende terroristen, bloedvlekken, slachtoffers, hulpverleners die reanimeren.

Kinderen kunnen nog slechter tegen zulke beelden dan volwassenen, hebben psychologen vastgesteld. In het jeugdprogramma was slechts één gewonde zichtbaar, een man die rechtop zat op een brancard, van een afstand gefilmd. Zo voorkomt de redactie dat jonge kijkers denken: die man gaat dood. Zij kunnen wekenlang last hebben van één confronterend shot, een interview met een huilende nabestaande of beelden van mensen die in paniek zijn. Daarom was het Jeugdjournaal terughoudend en koos het voor politiemannen, bossen bloemen op rampplekken, ambulances, brandende kaarsjes en menigten op schaars verlichte straten.

3. Eigen verslaggevers

Een paar uur na de explosies in Parijs gooide Jeugdjournaalverslaggeefster Siham Raijoul (29) wat kleren in haar koffer en stapte ze in de auto. Er komt ook beeldmateriaal binnen van persbureaus maar het programma wil iets toevoegen: een kinderinvalshoek. Zo wordt het nieuws herkenbaarder.

'Ik ben in Parijs snel op zoek gegaan naar kinderen', zegt Raijoul. 'Zaterdag heb ik een 14-jarige jongen en een 16-jarig meisje gesproken die vlak bij Place de la République wonen. Gelukkig hadden ze niet gezien dat iemand was doodgeschoten, het was al eng genoeg dat ze van elkaar niet wisten of ze veilig waren. De een was thuis toen het gebeurde, de ander bij een voorstelling. De reportage eindigde positief: die jongen was ondanks alles gelukkig in Parijs.' (Zie ook Scène 1.)

De verslaggeefster probeert altijd lichtpuntjes te vinden en ze verplaatst zich in de belevingswereld van kinderen. 'Als zij buitenkomen, zien ze op straat overal politieagenten en militairen. Ze merken dat parken dicht zijn, dat schoolreisjes en gymlessen niet doorgaan. Dat vertel ik dus op tv.'

Siham Raijoul (29)

Scene 1

Verslaggeefster Siham Raijoul: 'Place de la République stond vol journalisten. Ik keek omhoog en zag twee kinderen op een balkon, die keken naar wat er onder hun neus gebeurde. Wat bleek? Laura (16) was tijdens de aanslagen thuis met haar vader. Ze hoorde schoten en schrok enorm. Haar broer Federico (14) was naar een voorstelling in de buurt. Iedereen rende weg, zei hij. Wat het extra eng maakte, was dat ze van elkaar niet wisten of ze wel veilig waren.'

4. Informatie weglaten

De jonge kijkers hoorden alleen dat zeven terroristen om het leven waren gekomen, niet dat ze zichzelf hadden opgeblazen. Zelfmoordaanslagen zijn voor volwassenen al nauwelijks te begrijpen, laat staan voor een kind. Dit soort informatie roept bij hen nare associaties en vragen op. Daarom laat de redactie gruwelijke details het liefst weg, tenzij die essentieel zijn voor het verhaal. Dus zegt de presentator dat concertbezoekers zijn 'doodgeschoten', niet dat overal bloed lag en dat mensen zich verscholen onder lijken.

Ook de uitspraak van minister-president Mark Rutte dat Nederland 'in oorlog' is met IS was niet te zien. Als kinderen dat horen, gaat hun fantasie met hen aan de loop en zien ze tanks door hun eigen stad rijden. Zo'n zwaarbeladen term is dus verboden, tenzij die functioneel is en er voldoende tijd is om de context te schetsen.

5. Kinderen geruststellen

De redactie zou graag zeggen: zoiets ergs kan hier niet gebeuren. Maar dat zou niet eerlijk zijn, dus zit er niet meer in dan het gevaar relativeren. Daarom legde terrorismedeskundige Edwin Bakker zaterdag uit dat de Nederlandse regering alles doet om de kans op een aanslag zo klein mogelijk te maken: 'Ze houden mensen die iets slechts van plan zijn heel goed in de gaten.'

De boodschap kwam beter over dan in september 2001, toen Maarten van Rossem te gast was. Kinderen schrokken toen hij vertelde dat zelfmoordaanslagen overal mogelijk zijn en ter plekke een scenario schetste. 'Stel: we kapen een vliegtuigje en vliegen tegen de Rembrandttoren op. Geen verdedigingssysteem kan dat tegenhouden, ook niet in Amsterdam.'

Sindsdien worden deskundigen beter geïnstrueerd en neemt het Jeugdjournaal zulke gesprekken liever op. Als er iets is wat de redactie wil, dan is het de kijkers geruststellen.

'Toch zullen we nooit flauwekul verkopen', zegt Bartlema. 'Ik schrok van dat filmpje dat viral ging, met die man die tegen zijn zoontje zegt: zij hebben wapens, maar wij hebben bloemen. Iedereen vindt dat prachtig maar het is totale onzin wat hij zegt. Je kunt niet met bloemen strijden tegen geweren. Zo'n jongen van 6 jaar neemt dingen letterlijk. Eigenlijk was zijn vader hem aan het voorliegen, dat zou bij ons niet gebeuren.'

Scene 2

Op de eerste schooldag na de aanslagen interviewde Raijoul kinderen over de minuut stilte. 'Een jongen van 11 zei dat hij toen bijna moest huilen, omdat hij dacht aan de doden. In de klas had hij verteld dat zijn vader vrijdagavond drie vrienden had verloren. Hij vond het fijn weer op school te zijn en erover te praten. Ik sprak ook een jongen die zei dat de vader van een vriendje dood was. Dat heb ik uit mijn reportage geknipt. Het was te ellendig om de kijkers daar zomaar mee achter te laten.'

6. Een uitlaatklep

Na de aanslagen vroeg presentator Nick Renooij (34) de kijkers hun mening te geven in het digitale gastenboek van het Jeugdjournaal. Ze hebben een uitlaatklep nodig als iets naars aan de hand is. In de eerste dagen lieten duizend kinderen een reactie achter.

Het is ook de reden waarom het programma vaak verslag doet van de eerste schooldag na een ingrijpende gebeurtenis. Op maandag 16 november zowel in Parijs als in Amsterdam. 'Ik vond het heel erg zielig voor die mensen', zei een Nederlands meisje. 'Ik wou IS echt helemaal kapot maken.'

Renooij: 'Het is een handige methode: we kijken mee in een klas om te zien hoe ze over zoiets praten. Die reportage komt op tv, dan zitten er weer kinderen te kijken die dáárover willen praten, thuis of op school. Zo zetten we de algehele verwerking in gang.'

7. Positief eindigen

Hoe maak je in godsnaam een bruggetje tussen de terreuraanslagen en Sinterklaas? De redactie wilde graag aandacht besteden aan iets luchtigs, de intocht in Meppel, maar het contrast was wel heel groot. Na uren puzzelen kwam de verlossing: Sinterklaas zei dat hij was geschrokken van de gebeurtenissen in Parijs. Dat was de springplank naar de vrolijkheid in Drenthe.

Op maandag 16 november volgde na actuele berichten over de minuut stilte en invallen in België een hilarisch filmpje over een toerist die tijdens zijn vakantie voortdurend per ongeluk zichzelf had gefilmd.

'Met zo'n onderwerp kunnen we de narigheid wat verlichten', zegt Renooij. 'Maar uiteindelijk blijven die aanslagen toch hangen. Daarom waarschuwen we op dit soort dagen vaak: als je bent geschrokken van het nieuws, praat er dan met een volwassene over. We moeten dit met z'n allen doen, het Jeugdjournaal kan het niet alleen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden