BoekrecensieDe flard

Hoe Philippe Lançon opnieuw leerde leven na de aanslag op Charlie Hebdo ★★★★☆

Beeld Silvia Celiberti

Met de aanslag op Charlie Hebdo eindigde voor journalist Philippe Lançon het leven zoals hij dat kende. Ondanks de pijn en verdoving begint hij aan een reconstructie van zijn bestaan. Het resultaat is van een pijnlijke schoonheid.

De ochtend van de aanslag op Charlie Hebdo, op 7 januari 2015, doet de journalist Philippe Lançon gedisciplineerd zijn dagelijkse oefeningen. Op de radio hoort hij de provocerende stem van Houellebecq met zijn kenmerkende, laconieke pessimisme spreken over de islamitische machtsovername in Frankrijk. Tijdens zijn sit-ups overdenkt hij de Shakespeare-voorstelling die hij de avond tevoren heeft gezien. Hij beziet met enige treurnis de staat van het tapijt dat hij in 1991 vlak voor de Golfoorlog meenam uit Irak. Het roept allerlei – schaamtevolle – herinneringen op. Dan weet hij nog niet of hij die ochtend naar de redactievergadering van Charlie Hebdo zal gaan, of dat hij een stuk zal gaan tikken voor zijn krant Libération. De wereld lijkt nog intact en ligt open voor hem: hij kan in alle luxe en verwarrende vrijheid kiezen. Pas veel later realiseert hij zich dat de daders van de aanslag op Charlie Hebdo zich op datzelfde moment voorbereidden op hun grote werk, hun keuze was duidelijk en eendimensionaal.

Deze eerste, treffende scènes van De flard laten Lançon onmiddellijk zien als een bedreven journalist en chroniqueur, met stijl, humor en inbeeldingsvermogen. Van elk onderwerp kan hij wel een stukje brouwen, zo lijkt het, persoonlijk, met kennis van zaken, maar niet altijd even noodzakelijk. Het is de productie van een man van de linkse intelligentsia die iedereen kent, bijna overal toegang heeft en die zich weliswaar geëngageerd, maar toch losjes en onbekommerd kan laten leiden door de dingen die op zijn pad komen. Een voorrecht dat alleen waarlijk talentvolle mensen onderkennen en trachten te ontstijgen.

Dit boek, waaraan Lançon maanden na de aanslag begon te werken, is in die zin een krachttoer en heeft iets magisch. Want hoe trek je jezelf omhoog uit de diepten van zo’n aanslag, als je vrienden en strijdmakkers dood zijn, de onderste helft van je gezicht is verdwenen, de wereld buiten het ziekenhuis niet meer is dan een wormvormig aanhangsel van de wereld binnen? Als de man die zichzelf graag hoort spreken tot zwijgen is veroordeeld, de veelschrijver tot nauwelijks leesbaar gekrabbel met een krijtje op een lei.

Vanuit dat absolute dieptepunt smeedt Lançon het boek dat verslag doet van zijn leven na de aanslag. Het is echter veel meer dan het verhaal van een overlever en blijft verre van het Amerikaanse, optimistische genre van de zelfhulpliteratuur. Het boek is eerder een gracieus, meanderend essay, waarin Lançon zijn ziekenhuisbestaan en onze tijd met grote scherpte doorlicht, en tegelijk een ongenadig – en daarom zo aansprekend – zelfportret.

Reconstructie

De flard verwijst naar de reconstructie van zijn gezicht, dat voornamelijk uit zijn eigen weefsel wordt opgebouwd, in een eindeloze reeks stappen. Er zijn talrijke complicaties, er is pijn, er zijn vele minuten en uren van ongemak waarvan hij zich niet kan voorstellen dat ze ooit voorbij zullen gaan. Omdat hij nu eenmaal heeft besloten alles zo welgemutst mogelijk tegemoet te treden en zijn tijd van pijn en verdoving goed te benutten, begint hij aan een reconstructie van zijn leven. Eerst alleen in zijn hoofd, later ook op schrift, uitmondend in dit boek. Want hoe is hij, opgegroeid in een burgerlijk milieu, hier terechtgekomen, hoe is hij de man, de journalist geworden die hij is? Uit welke flarden van verhalen is hij eigenlijk opgebouwd? De compositie van herinneringen aan ouders, liefdes en keuzes toont haarfijn de breuken en littekens in zijn leven. In de samenhang ontstaat een verhaal van een pijnlijke schoonheid, gelardeerd met bespiegelingen over literatuur, film, theater, schilderkunst, die chirurgisch precies in dit weefsel passen.

Intussen weet Lançon de wereld van het ziekenhuis wonderwel in woorden te vangen. Artsen, verpleegkundigen en de agenten die hem na de aanslag 24 uur per dag bewaken zijn onderdeel van een soort corps de ballet: ze komen op, doen hun dans en verdwijnen weer in de coulissen. Maar Lançon heeft ze allen waargenomen en genoteerd wie ze zijn, welke handelingen ze uitvoeren, zoals voor personages in een roman. Met enkelen bouwt hij een persoonlijke relatie op, maar uiteindelijk stuit hij op de wet dat het ziekenhuisleven altijd eindig is, dat artsen en verpleegkundigen gedecideerd afscheid nemen, dat hun zorg ook eindig is. Hij moet op eigen benen verder.

Dat is een schok voor de patiënt die zich, door zijn charme en de merkwaardige roem die hem als overlever ten deel is gevallen, een prins waant. Zelfs president François Hollande komt hem bezoeken en speels eer bewijzen. Lançon moet naar buiten, naar de resten van zijn oude leven. Gelukkig hebben vrienden in de tussentijd zijn appartement gefatsoeneerd – er is zelfs een nieuwe bibliotheek aangelegd. Zichzelf heeft hij misschien wel de meest drastische opknapbeurt gegeven. De aanslag op Charlie Hebdo beschrijft hij aanvankelijk als een extreme vorm van kunstkritiek, met de humor die het blad kenmerkt. Opnieuw in het schelle licht van het leven weet hij als geen ander hoe broos het weefsel van de mensenwereld is. Dat noopt tot inzet en gedisciplineerde actie om het te beschermen, en soms ook tot zwijgen, als men niet verbindend en verzoenend spreken kan. In de maanden van noodgedwongen stilte leert hij te zwijgen en de pijn van te snelle, ongefundeerde oordelen te vermijden.

Vijfhonderd bladzijden over de helende kunst van het welgekozen zwijgen. Dat is mooi.

Beeld De Geus

Philippe Lançon: De flard. Uit het Frans vertaald door Ghislaine van Drunen, Annelies Kin en Nathalie Tabury. De Geus; 512 pagina’s; € 24,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden