Analysemisdaadliteratuur

Hoe Patricia Highsmith (The Talented Mr. Ripley) de misdaadliteratuur voorgoed veranderde

Na De getalenteerde Mr. Ripley zou het misdaadgenre nooit meer hetzelfde zijn. De auteur, Patricia Highsmith, werd honderd jaar geleden geboren. Wat maakt haar werk zo baanbrekend? 

Beeld Claudie de Cleen

Komende week verschijnt een nieuwe uitgave van De getalenteerde Mr. Ripley, het boek waarmee Patricia Highsmith in 1955 haar naam vestigde als uitvinder van de psychologische thriller. 65 jaar geleden doorbrak Highsmith de mores van het genre die tot op dat moment in beton gegoten waren.

De misdaadliteratuur werd in die tijd beheerst door twee types: de brave speurders van Agatha Christie en Ngaio Marsh aan de Britse kant en de harde machodetectives van Raymond Chandler en Dashiell Hammett aan de Amerikaanse kant. Daartussen zat een wereld van verschil, maar op één punt waren alle speurders hetzelfde: ze waren good guys. En de good guys vingen de bad guys; de Britse speurders met slim nadenken en de Amerikaanse met revolvers. Dat waren de ongeschreven regels van het vak. Of soms juist expliciet geschreven, want in 1950 noteerde Raymond Chandler zijn ijzeren wet: ‘Down these mean streets a man must go who is not himself mean.’ Om zijn zaak op te lossen moet de detective de onderwereld in, ook al hoort hij daar zelf niet thuis. De dames en heren speurders hadden misschien hier en daar hun rafelrandjes, maar ze deugden. Ze hadden een klein hart en dat was nog van goud ook. Allemaal.

Tot die memorabele dag in 1955. In New York loopt een jongeman op straat die de conventies van het genre aan zijn laars lapt. Tom Ripley is het soort man van wie de wereld nog nooit had gehoord. Hij wordt door een bezorgde vader gevraagd om diens weggelopen zoon op te sporen en terug naar huis te brengen. Het is een opdracht waarmee Ripley een speurder kan worden uit dezelfde mal als Philip Marlowe van Chandler: vind een verdwenen persoon en breng die terug. Dit klassieke gegeven wordt in de handen van Highsmith iets heel anders. 

Je verwacht dat Ripley de onderwereld in zal moeten om de zoon te vinden, want zo ging dat altijd. Je verwacht ook dat hij zich daar zal moeten verweren tegen boeven en dat hij bij die confrontatie af en toe zelf ook over de schreef zal gaan, want zo ging dat altijd. Niets is minder waar. De weggelopen zoon – Dickie Greenleaf – is helemaal geen boef en heeft niets verkeerd gedaan. Hij is een rijkeluiskind dat geen zin heeft in een toekomst op de scheepswerf van zijn vader, hij wil kunstschilder worden en is tijdens een reis door Italië blijven hangen in een dorp waar hij het prima naar zijn zin heeft. Dickie doet geen vlieg kwaad. Hij verkeert niet in de onderwereld maar in de bovenwereld. En daar komen de problemen hem opzoeken.

Omkering van de misdaadroman

Welkom in de wereld van Tom Ripley: 25 jaar oud, geen ouders en geen geld, wel een overactief voorstellingsvermogen. De opdracht die hij krijgt, is een kans die hij met beide handen aangrijpt. Om de zoon te vinden moet hij naar Italië en zo kan hij ontsnappen aan zijn knellende leven in New York. In zijn geboorteland heeft hij voortdurend het gevoel dat hij zijn ware zelf niet kan zijn. Waar die frustratie vandaan komt, blijft lang onbenoemd, maar ze is van meet af aan voelbaar. Om de totale omkering van de misdaadroman teweeg te brengen, kruipt Highsmith in het hoofd van Ripley en daar voelt zij zich overduidelijk thuis.

Beeld Claudie de Cleen

Met Ripley introduceert ze een personage dat afglijdt en steeds verder losgezongen raakt van de normale wereld. Ripley is in het begin nog een good guy, maar hij evolueert al snel tot het tegendeel. Highsmith is de eerste misdaadauteur die de lezer uitnodigt om de kant van de slechterik te kiezen. Dat doet ze goed, want Ripley is een aardige jongen en als je het verhaal leest, wil je hem aardig vinden. Met hem begint een revolutie waarmee schrijvers over de hele wereld vandaag de dag nog hun voordeel doen.

De getalenteerde Mr. Ripley is het vierde boek van Patricia Highsmith. Zij werd geboren in Texas op 19 januari 1921 als Mary Patricia Plangman en krijgt in 1927 de naam van haar stiefvader, Stanley Highsmith. Ze is 29 als ze haar eerste spannende boek publiceert, Strangers on a Train (1950). Een jaar later wordt het boek verfilmd door Alfred Hitchcock, waardoor ze een zekere bekendheid krijgt. In 1952 schrijft ze onder pseudoniem The Price of Salt, een roman over een lesbische liefdesrelatie. In 1954 volgt The Blunderer en een jaar later verschijnt The Talented Mr. Ripley – de eerste in een reeks van vijf. Het boek wordt genomineerd voor de Edgar Allan Poe Award (de Amerikaanse prijs voor het beste spannende boek) en wint in Frankrijk de Grand Prix de Littérature Policière.

Haar naam is gevestigd. Met Tom Ripley heeft Highsmith een personage gecreëerd waarin ze veel van zichzelf kwijt kan. Een man die voortdurend heen en weer gaat tussen het leven met anderen en een leven op zichzelf, en niet lijkt te kunnen kiezen. Ze gooit alle deuren open, naar het innerlijke leven van de hoofdpersoon, naar de slechterik met wie de lezer zich moet identificeren, en naar het verlangen dat zo diep is weggestopt en verdrongen dat het leidt tot geweld. 

Held zonder loutering

Highsmith introduceert een held zonder loutering, een dader die zich gaandeweg verzoent met zijn zelfgekozen lot. En passant introduceert ze ook nog een paar thema’s die tot op de dag van vandaag actueel zijn. Ze maakt van hem een stalker, een identiteitsdief, een sociale klimmer, een jaloerse, miskende lover. Ze geeft hem een gespleten persoonlijkheid, zet hem neer als een sociopaat, een moordenaar zonder wroeging. In 2019 zet BBC News De getalenteerde Mr. Ripley op de lijst van honderd invloedrijkste romans. En terecht, want vele (misdaad)schrijvers in binnen- en buitenland, inclusief ondergetekenden, leunen op de manier waarop Highsmith haar hoofdpersoon tot leven heeft gebracht. Ruth Rendell, die vaak wordt genoemd als de koningin van de psychologische thriller, debuteerde pas negen jaar na De getalenteerde Mr. Ripley.

De kracht van het boek is de manier waarop de auteur van Ripley een immorele, seksloze, intrigerende man maakt die op zoek is naar een bevrijd leven. Dat was nog niet eerder vertoond in de misdaadliteratuur, terwijl het idee voor Ripley, volgens haar biograaf Andrew Wilson, werd ingegeven door de 19de-eeuwse schrijver Henry James. Highsmith was een fan van zijn werk, maar had kritiek op The Ambassadors (1903). Ze vond het verhaal te uitgesponnen en dacht dat het beter kon, intenser. Haar versie stond in zes maanden op papier. ‘Het was alsof Tom Ripley het schreef’, vertelde Highsmith later. In zekere zin was dat ook zo. Het centrale thema van het verhaal – het ongrijpbare begrip identiteit en het verschil tussen schijn en werkelijkheid – was iets waarmee zij haar leven lang worstelde. Vrienden herkenden de stem van Highsmith in die van Ripley en voor intimi signeerde zij haar boeken met ‘With love from Tom (Pat)’. Tom Ripley was haar alias en alter ego.

Onderdeel van het talent van Tom Ripley is dat hij niet bezig is met hoe de dingen zullen gaan. Of zijn plan lukt of niet, maakt hem niet uit. Ripley is een man van nu, hij leeft in het moment en met zijn fantasie blaast hij elk moment op tot een heel leven. Highsmiths keuze zit al in de titel: Tom kan iets wat anderen niet kunnen. Hij heeft het talent om een geheim leven te leiden, om niet ontdekt te worden, om oneerlijkheid goed en zelfs noodzakelijk te vinden, een talent om obstakels uit de weg te ruimen en vrede te hebben met wat hij doet.

Beeld De Arbeiderspers

Highsmith kiest zonder voorbehoud voor de slechterik. In 1955 was de lezer eraan gewend dat de misdadiger werd gepakt. Ook nu het begrip ‘slecht’ rekbaarder is, verwachten lezers op zijn minst een vorm van catharsis om op een ander niveau een nieuw inzicht te bereiken – een nieuw besef van goed en kwaad, van haat en liefde. Diep van binnen moet de hoofdpersoon weten wat hij heeft gedaan en beseffen dat hij daarvoor ooit verantwoording moet afleggen.

Het baanbrekende van Ripley is dat de wending, de twist, niet komt, dat de lezer stap voor stap wordt meegenomen naar de dark side, en eenmaal daar aangekomen voelt de lezer zich daar thuis. Hoe klein en onbetekenend die stappen soms ook zijn, je wilt het lezen. Graham Greene noemde haar niet voor niets de dichter van de vrees. Vanaf de eerste pagina beseft Ripley dat hij ooit gepakt zal worden, maar dat maakt hem niet uit, het hoort erbij. Als hij het kan vermijden, heel graag. En dat kan hij. Na elke slechte daad vormt hij het verleden om tot een verzonnen werkelijkheid die beter past en gaat zo vrijuit. Letterlijk, ook voor zichzelf.

Highsmith is terug te vinden in bijna al haar boeken en verhalen. Zo verwerkte zij haar relaties met vrouwen in The Price of Salt (1952), dat ze schreef onder het pseudoniem Claire Morgan; haar uitgever zag geen brood in een liefdesverhaal over twee vrouwen en zijzelf wilde niet bekend raken als een lesbische schrijfster. Pas in 1990 werd het onder haar eigen naam uitgegeven als Carol. In de roman voert ze een jonge vrouw op die in een warenhuis werkt en een geheime liefdesrelatie begint met een iets oudere vrouw, een klant van haar. Het verhaal is mede gebaseerd op haar eigen ervaringen als verkoopmedewerker in een warenhuis.

Zoekende ziel

Highsmith was op een bepaalde manier een zoekende ziel. Ze werkte met mannen, maar zocht de liefde bij vrouwen. ‘I like most men better than I like women, but not in bed’, bekende ze aan de auteur Marijane Meaker. En ze voelde zich goed zonder partner, dat blijkt althans uit haar afgezonderde leven in Zwitserland.

Haar alter ego Tom Ripley is net zo zoekende. Hij is een (latent) homoseksuele man die voortdurend bezig is zichzelf en zijn geaardheid te verbergen. Het was 1955: een man die werd betrapt op homoseksuele activiteiten ging toen nog naar de gevangenis. Dat is een kast waar niemand in wil. Tom Ripley houdt intieme relaties daarom af. Vrouwen vindt hij niet interessant, vaak hinderlijk. Zijn afstandelijkheid is bijna tastbaar. Opmerkelijk is dat hij tegelijkertijd een graag geziene gast is – hij is charmant en goed gezelschap, met een vreemd randje, dat wel. Ripley wil het een én het ander, want hij is voortdurend op zoek naar vrienden – mannen met wie hij kan samenleven. Zonder seks. Ripley vertelt zelf dat hij is gestopt met seks, want dat werd toch niks. Behalve als hij er zijn voordeel mee kan doen, getuige zijn huwelijk met de rijke Franse erfgenaam Héloïse Plisson in Ripley Under Ground (1971).

Highsmith was de eerste in de misdaadliteratuur die brak met de machoman als hoofdpersoon en die verving voor een gay in de kast. Ze maakte eveneens als eerste korte metten met de tot dan toe bijna heilige tweedeling tussen goed en kwaad, en haalde een streep door het traditionele einde. In de hoogtijdagen van de whodunits en de hardboiled detectives ontleende De getalenteerde Mr. Ripley zijn tergende spanning aan een hoofdpersoon die zacht en verleidelijk is. En ook nog eens wegkomt met wat hij doet.

Tom Ripley verfilmd:

1960 Alain Delon in Plein Soleil (regie: René Clément)

1977 Dennis Hopper in Der amerikanische Freund (regie: Wim Wenders)

1999 Matt Damon in The Talented Mister Ripley (regie: Anthony Minghella)

2002 John Malkovich in Ripley’s Game (regie: Liliana Cavani)

2005 Barry Pepper in Ripley under Ground (regie: Roger Spottiswoode)

Patricia Highsmith: De getalenteerde Mr. Ripley. De vierde druk van de Nederlandse vertaling door Jean Schalekamp verschijnt komende week bij De Arbeiderspers (€ 20).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden