Hoe oud-cameraman Jan de Bont een van de grootste fotocollecties ter wereld verzamelde

Oud-cameraman Jan de Bont is even in Nederland om een deel van zijn Ed van der Elsken-collectie aan het Rijksmuseum te schenken. Zijn fotoverzameling blijkt een van de grootste ter wereld. En hij is er gek mee.

Jan de Bont Foto Pauline Niks

Weet je wat Jan de Bont helemaal niet mist? Telefoontjes op de eerste draaidag waarin wordt meegedeeld dat je je film voor 10 miljoen minder moet draaien. Hij heeft vanaf het begin van de jaren zestig in de filmbusiness gezeten, 'bijna vijftig jaar', en het is wel mooi zo. De films waarbij hij als cameraman, als regisseur en als producent betrokken was, zijn altijd wel ergens te zien en af en toe vangt hij nog een glimp op. 'Ik bleef laatst hangen bij The Hunt for Red October. Dat is helemaal geen slechte film.'

Het filmdeel van zijn carrière eindigde wat onceremonieel. In 2007 draaide hij een internationale thriller met, op zijn verzoek, een deels Amsterdams decor, 25 jaar nadat hij zijn laatste film in de stad had gedraaid. Het Amstel Hotel werd twee dagen afgezet voor scènes met de ster John Cusack. De film was net klaar, toen een van de partijen failliet ging. En hij heeft geen idee waar de film nu uithangt; spoorloos verdwenen. 'De slechtste manier om je geld terug te verdienen is een film in de kluis te leggen.'

Ed van der Elsken door de ogen van Jan de Bont

Te zien in het Rijksmuseum
8/3 t/m 3/6.

'Chinpira', jonge yazuka-knokploeg, gekleed als gangsters, Osaka, 1960. Foto Ed van der Elsken / Nederlands Fotomuseum

Hij praat het liefst Engels, daarin formuleert hij zijn gedachten het snelst - hij woont sinds de jaren zeventig in Los Angeles. En nu al weer een kwart eeuw in de wijk Brentwood, boven op een heuvel, in een huis waaraan hij in de loop der jaren twee vleugels en een verdieping heeft toegevoegd. Leefruimte, maar ook, en vooral, wall space, voor de fotocollectie die hij samen met zijn vrouw Trish Reeves, voormalig commercial-producent, de afgelopen veertig jaar heeft aangelegd en die is uitgegroeid tot een van de belangrijkste privé-fotocollecties in de Verenigde Staten.

Mogen musea blij zijn met een enkele Edward Weston of een vroege Robert Frank, De Bont heeft er muren vol mee. Letterlijk: boven zijn bank hangen zeven Robert Franks, vintage prints uit de periode van diens fotoboek The Americans, de klassiekste van alle fotografische roadtrips. Museumdirecteuren en fotocuratoren krijgen weleens een appelflauwte als ze zien wat hier bij elkaar hangt.

Jan de Bont Foto Pauline Niks

Een verhaal dat iedereen begrijpt

Jan de Bont heeft er weer wat ruimte bij gekregen. Vorig jaar schonk hij veertien foto's van Ed van der Elsken aan het Rijksmuseum: klassiek werk uit diens beroemde fotoboeken. De foto's hingen bij De Bont in een kamer die hij de 'Dutch room' noemde. Een van de foto's is een vroege print van 'Vali Meyers voor de spiegel', de cover van Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des Prés (1951), het belangrijkste boek uit de Nederlandse fotogeschiedenis. En die Nederlandse kamer was geen kwestie van heimwee, maar van de stellige overtuiging dat Ed van der Elsken een fotograaf van wereldformaat is, wat hem betreft op een lijn met een Amerikaans icoon als Robert Frank.

Een selectie Van der Elskens van het echtpaar De Bont, gecombineerd met een aantal andere 'authentieke afdrukken' uit de collectie zijn vanaf deze week in het Rijksmuseum te zien onder de titel Ed van der Elsken door de ogen van Jan de Bont. Op de muur teksten van De Bont: 'Hij raakt mensen in hun ziel en vertelt altijd een verhaal dat wij allemaal begrijpen.'

Vali Myers voor de spiegel, Saint-Germain-des-Prés, Parijs, 1951.

Voor curator Hans Rooseboom, die bij het interview zit met Jan de Bont in het Rijksmuseum, is het een uitkomst. Van der Elsken was al goed vertegenwoordigd in Nederlandse musea: bij het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, waar zijn archief zich bevindt, bij de Leidse Universiteitsbibliotheek en bij het Amsterdamse Stedelijk Museum. Het Rijks begon pas laat met een eigen verzameling 20ste-eeuwse fotografie en tegen die tijd waren goede Van der Elsken-foto's zeldzaam en duur. Het echte topwerk kwam zelden op de markt. Met deze tentoonstelling kan het Rijks zijn belangrijke relatie met fotoverzamelaar Jan de Bont bevestigen. Het is Jan de Bont die enthousiast meldt dat de vaste foto-opstelling in de Philipsvleugel op termijn gaat worden uitgebreid door de twee aangrenzende ruimten er bij te betrekken. Meer wall space!

De Bont is overgevlogen om 'zijn vrienden' van het Rijksmuseum bij te staan. In fotocuratoren Mattie Boom en Hans Rooseboom herkende hij de echte liefhebbers. Hij kwam ze vaak op beurzen en veilingen tegen: 'Ze kijken altijd naar every goddamn picture!'

Hij ondersteunt de fotoafdeling van het Rijks financieel. De Bont is ook adviseur van de fotoafdeling van het Getty Museum in zijn woonplaats en hij is ervan overtuigd dat grote instellingen als het Rijks en het Getty op fotografie moeten inzetten. Al was het maar om jonge mensen te bereiken.

Beelden uit een onlinedocumentaire over Jan en Trish de Bont in opdracht van de Frick Collection.

Geen vrees

'Tegenwoordig is iedereen met fotografie bezig. En dan is het goed om in een museum te zien hoe moeilijk het is om een goede foto te maken.' Neem het Getty: voorheen toch een enorme collectie dead people. Fotografie wordt de schilderkunst van de toekomst, als de spiegel van het leven. En het Rijksmuseum heeft wat hem betreft Van der Elsken net zo nodig als Rembrandt om het verhaal van de Nederlandse cultuur te vertellen. Kijk naar dat zelfportret met zijn toenmalige vrouw, de fotograaf Ata Kando, een meesterwerk, gemaakt in een spiegel, in Parijs, 1952. Van der Elsken was bezeten en zonder vrees, volgens De Bont. Bezeten omdat alles onderwerp was en zonder vrees omdat hij hier al vastlegt hoe hun wegen uit elkaar gaan lopen.

De Bont kende Van der Elsken wel. Amsterdam was een kleine stad in die tijd en mensen die iets wilden, kwamen elkaar tegen. In hun jonge jaren werkten ze met elkaar voor VPRO-televisie. Hij ziet wel wat overeenkomsten tussen zichzelf en Van der Elsken. De Bont draaide met de camera vanaf de schouder, op zoek naar de intimiteit die de foto's van Van der Elsken ook hebben. En hij wil best een lijn trekken tussen de dynamische Amsterdam-films van Van der Elsken en we noemen maar wat, de klassieke fietsscène in Turks fruit. 'God, wat heb ik die film al lang niet gezien.'

Aan het begin van de jaren zestig liep De Bont zelf ook met een cameraatje rond in Amsterdam, de stad en het tijdperk die Van Der Elsken zo onvergetelijk heeft vastgelegd. Hij was een kind uit een katholiek Eindhovens gezin van zeventien kinderen en fotografeerde een wereld die exotisch voor hem was. 'Ik maakte op straat portretten van de nozems, de mods en rockers, die in het centrum rondhingen.' Het betekende misschien geen doorbraak als fotograaf, maar hij schreef er wel filmgeschiedenis mee.

Zelfportret van Van der Elsken met zijn vrouw Ata Kando voor de spiegel in hun appartement in Parijs, 1952.

Het waren deze straatfoto's die hem toegang gaven tot de net opgerichte Filmacademie en die uiteindelijk zouden leiden tot de intensieve samenwerking met Paul Verhoeven. Die hem na films als Turks fruit (1973) en De vierde man (1983) aan zijn doorbraak hielpen in Hollywood, waar hij in de jaren tachtig en negentig director of photography was van films als Die Hard (1988), The Hunt for Red October (1990) en Basic Instinct (1992, alweer met Verhoeven). En waar hij als regisseur de Hollywoodblockbuster opnieuw uitvond met Speed (1994), een lowbudget actiefilm met een onbekende actrice (Sandra Bullock) in de hoofdrol, die de succesvolste film van het jaar werd.

Hij weet nog precies wat hem als ongeduldige tiener dwarszat in de fotografie. Had hij net afgedrukt, zag hij uit zijn ooghoek al weer wat hij gemist had. 'I missed the next picture.' Als cameraman wilde hij meer kunnen vastleggen, sets kunnen uitlichten en de beweging, de snelheid van het leven vangen. Hij maakte nota bene een film die Speed heette, waarin hij het publiek anderhalf uur lang voortjoeg in een race tegen de tijd. Al was het, en dat was wellicht een Hollandse knipoog, in een stadsbus.

Beelden uit een onlinedocumentaire over Jan en Trish de Bont in opdracht van de Frick Collection.

Maar de fotografie liet hem niet los. Hij vond het weleens jammer dat de beelden die hij nu maakte met een snelheid van 1/24ste deel van een seconde voorbijschoten. Hij kreeg behoefte om stil te staan bij het beeld.

Veertig jaar geleden begon hij met het verzamelen van foto's. De eerste was een Edward Weston (1886-1958), gekocht voor het niet onaanzienlijke bedrag van 800 dollar. Tegenwoordig gaan dat soort afdrukken voor 80 duizend euro, zegt De Bont. Hij heeft er een stuk of twintig. 'Ik heb nog nooit in mijn leven een foto verkocht.' Hij en zijn vrouw verzamelen uit liefde voor de foto's ('You buy it, because you love it'), maar hij gebruikt ook wel het woord 'verslaving'. Ze hebben thuis honderden foto's hangen en de rest is in depot, maar nooit lang. Ze gebruiken hun muren thuis voor regelmatig wisselende opstellingen, voor zichzelf en voor mensen uit de internationale fotowereld, waar ze al jaren bekende verschijningen zijn. 'Er is geen grotere luxe dan door een huis te lopen vol met foto's waarvan je houdt.'

De Bont zag de prijzen exploderen, maar vindt het toch een perfecte tijd voor jonge verzamelaars om in te stappen. Begin met fotoboeken zegt hij, zoek fotografen op. En: koop van generatiegenoten, dan zul je zien dat je samen met het werk opgroeit.

Het grootste deel van de collectie van Jan en Trish de Bont bestaat uit het werk van de 20ste-eeuwse pioniers van de fotografie, maar de laatste tijd richt hij zich ook op nieuwe makers. En dan het liefst op makers die net zo experimenteel te werk gaan als hun grote voorgangers. Hij heeft minder met makers die vooral alle mogelijkheden van de digitale fotografie gebruiken, iets wat leidt tot foto's waarbij niets op het spel staat, een categorie die hij 'niet-gevaarlijke fotografie' noemt. Hij weet dat ook dat werk soms tonnen waard is, maar hij wil dat soort foto's liever niet tegenkomen als hij door zijn eigen huis loopt.

Hij is bevriend met de fotograaf Matthew Brandt (nu te zien in het Amsterdamse fotomuseum Foam), die hij als een van de grootste talenten van deze tijd beschouwt. De fotograaf laat een hele chemische santekraam op zijn beelden los en de resultaten zijn spectaculair. Een belangrijk nadeel: als je een Matthew Brandt thuis wilt ophangen, zul je twintig kleinere foto's van de muur moeten halen.

Jan de Bont

Jan de Bont (Eindhoven, 1943) studeerde begin jaren zestig aan de Filmacademie in Amsterdam. Hij maakte toen deel uit van het filmcollectief '1,2,3, groep', dat zich in 1965 presenteerde met de 1,2,3, Rhapsodie. Leden waren naast De Bont de latere architect Rem Koolhaas en cameraman en documentairemaker Frans Bromet. Voor Adriaan Ditvoorst draaide hij Paranoia (1967) en De blinde fotograaf (1973). Zijn camerawerk voor Wat zien ik!? leidde tot een intensieve werkrelatie met regisseur Paul Verhoeven. Hun Turks fruit (1973) is met 3 miljoen bezoekers de best bezochte film uit de Nederlandse filmgeschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.