Hoe oorlogsdichters Wilfred Owen en Siegfried Sassoon het beste in elkaar naar boven haalden in een inrichting

In 1917 ontmoetten de Engelse oorlogsdichters Wilfred Owen en Siegfried Sassoon elkaar in de psychiatrische inrichting Craiglockhart. Owen schreef toen nog voor het curieus vrolijke ziekenhuiskrantje. Sassoon deed in hem pas de grootse dichter ontwaken.

De inrichting Craiglockhart, nu onderdeel van de Edinburgh Napier University.Beeld Imageselect

'Kunnen planten denken?' Dat was de pakkende titel van een lezing die amateur-bioloog Wilfred Owen in juli 1917 verzorgde. De lezing voor de zogeheten 'field club' was een doorslaand succes, schrijft de 24-jarige officier na afloop aan zijn moeder: 'The lecture was a huge succes & went on till 10.20!!' Naar aanleiding van een eerdere lezing van de club schreef Owen al een hartstochtelijke lofzang op mos. 'Mos! De ongekamde baard van seniele ruïnes.'

Wie zijn lezing bijwoonde, zo is te lezen in een waarderend verslag, 'werd uitgenodigd om de plantenwereld vanuit een volkomen nieuw en verbazingwekkend standpunt te beschouwen'. Klinkt als een genoeglijk, tikje bedaagd clubje, wellicht. Maar de instelling waar Owen zijn succesvolle plantenlezing hield, Craiglockhart in Edinburgh, was een oorlogshospitaal, of specifieker: een psychiatrische inrichting.

Wie geen zin had in een plantenlezing, kon ook gaan golfen, tennissen of badmintonnen. Andere clubs hielden zich bezig met tuinieren, fotograferen of kippenhouden, men kon lid worden van de debatclub en elke zaterdagavond was er een vrolijk concert. Over al deze activiteiten werd uitgebreid bericht in een speciaal tweewekelijks krantje, The Hydra.

Deze plek was het decor van een cruciale ontmoeting tussen twee jonge mannen, Owen en Siegfried Sassoon, die met hun woedende anti-oorlogspoëzie later tot de belangrijkste Engelse war poets zouden gaan behoren. Het vormde ook de inspiratiebron voor Owens ijzingwekkende gedicht Mental Cases. Maar daarvan is in 1917 nog geen spoor: voorlopig schrijft hij ijverig over plantjes en mos.

The Hydra, het ziekenhuiskrantje van Craiglockhart.

Craiglockhart Military War Hospital

Craiglockhart Military War Hospital werd geopend in de zomer van 1916, halverwege de Eerste Wereldoorlog. Als gevolg van de voor de geallieerden desastreus verlopen Slag aan de Somme, meer dan een miljoen soldaten kwamen om of raakten gewond, was het aantal getraumatiseerde soldaten snel opgelopen. Tussen juli en december 1916 keerden er tien keer zo veel mannen met psychische klachten terug van het front als het jaar ervoor. Tot de sluiting in 1919 werden er 1.736 psychisch gekwelde Britse officieren behandeld. Het totale aantal Britse slachtoffers van shellshock - nu zouden we het posttraumatisch stress syndroom (PTSS) noemen - bedroeg gedurende de Eerste Wereldoorlog naar schatting zo'n 200 duizend mannen.

Bij Owen was op 2 mei 1917 shellshock geconstateerd. Zijn bataljon had nabij het Franse plaatsje Savy twaalf dagen achtereen moeten vechten, en toen Owen daarna, uitgeput, op een haar na werd gemist door een granaat, stortte hij in en lag dagen in een granaattrechter, naast het verminkte lichaam van een bevriende officier. Na een verblijf in verschillende ziekenhuizen aan het front werd hij op 25 juni overgeplaatst naar Craiglockhart. Zijn aankomst in het ziekenhuis werd in The Hydra van 7 juli gemeld. De rubriek 'arrivals' kondigde een nieuwe lichting van 35 patiënten aan - elke maand werden tussen de vijftig en honderd nieuwe bewoners verwelkomd. Owen zou vier maanden in Craiglockhart verblijven.

Van The Hydra, een krantje gemaakt voor en door patiënten in Craiglockhart, zijn vrijwel alle edities, verschenen tussen april 1917 en februari 1918, digitaal bewaard door de universiteit van Oxford. Een merkwaardig krantje is het, waar de opzichtige vrolijkheid van de pagina's spat, van het humoristische redactioneel tot de opgewekte advertenties voor bijvoorbeeld tennisschoenen. En dat terwijl de gruwelijke gevolgen van de oorlog er voortdurend manifest moeten zijn geweest. Het maakt het lezen tot een ongemakkelijke ervaring, zoiets als een kinderfeestje op een kerkhof.

Steevast monter

De naam 'Hydra' is een verwijzing naar de eerdere functie van Craiglockhart als 19de-eeuws hydrotherapeutisch behandeloord. Maar op het omslag van de krant prijkt omineus het gelijknamige meerkoppige monster, dat het op het punt staat een jongeman te verzwelgen. Die betekenis lijkt hier meer van toepassing. Shellshockpatiënten hadden vele kwalen: ze hadden verlammingsverschijnselen, trilden hevig, stotterden of konden überhaupt niet meer praten, waren apathisch of emotioneel labiel en leden vaak onder gruwelijke nachtmerries of hallucinaties. Velen deden aan zelfmutilatie of ontwikkelden anorexia nervosa, sommigen pleegden zelfmoord.

Desondanks is de toon van de krant steevast monter. Het redactioneel van de eerste editie op 28 april 1917 belooft de lezers 'licht en vermakelijk leesmateriaal in vers en proza'. In The Hydra treffen we vrolijke reclames voor tennisattributen aan: ballen en rackets van de firma Thornton & co., jubelende badmintonwedstrijdverslagen, moppen en spotprenten en een (niet-ironisch) gedicht met de titel Why worry? De strekking: timmer een grote doos, kieper daar je zorgen in, en ga dan stevig op het deksel zitten. Na een concert voor en door patiënten, vanzelfsprekend een 'groot succes', besluit de verslaggever tevreden: 'We all toddled off to bed in a very happy frame of mind'.

Waarna natuurlijk de nachtmerries kwamen, maar daarover in The Hydra geen woord. In de krant wordt zelden over de oorlog en diens minder olijke kanten gerept.

Wilfred Owen in 1916.Beeld getty

Voorzichtige vriendschap

Op 4 augustus wordt Owen redacteur van dit hospitaalkrantje. Het eerste redactioneel van de aspirant-dichter is mild satirisch en stilistisch zwierig, maar vooralsnog blijft de montere toon intact. In brieven aan zijn moeder laat hij soms iets doorschemeren over slaapgebrek en nachtmerries, maar voor de bühne is optimisme het parool.

Half augustus ontmoet hij de 31-jarige dichter Siegfried Sassoon, die, anders dan Owen, al meerdere bundels heeft gepubliceerd. 'De standaarduitdrukking op zijn gezicht is verveling', schrijft Owen over hem. Sassoon noemt Owen een 'interessante knul', maar ook gewoontjes en provinciaals. Sassoon was niet gediagnosticeerd met shellshock, maar moest in Craiglockhart gedwongen genezen van zijn pacifistische overtuiging. Zijn brieven geven een ander beeld van het zorgeloze ziekenhuis. Zo noemt hij zijn collega-patiënten eufemistisch 'dotty': een tikje gestoord. Craiglockhart noemt hij 'Dottyville'. In zijn memoires beschrijft Sassoon hoe de sportieve, zonnige instelling 's nachts transformeert tot een hel van doodsbange slaapwandelaars. 'Geen dokter kon ze dan nog redden, eenzame slachtoffers van de waanzin.'

Tussen de twee ontstaat een voorzichtige vriendschap, zeker als de verlegen, stotterende Owen een veelbelovende mede-dichter blijkt te zijn. Owen krijgt Sassoon daarop zo ver dat die in The Hydra een gedicht publiceert: het aangrijpende, oorlogkritische Dreamers, volgens Owen het 'beste, pijnlijkste oorlogsgedicht aller tijden'. Op 1 september 1917 verschijnt het in de krant, tussen de vrolijke concert- en wedstrijdverslagen. Het is de eerste keer dat in The Hydra iets over de gruwel van de oorlog te lezen valt.

Siegfried Sassoon in 1915.Beeld getty

Anti-oorlogssentiment

Kort daarop begint ook Owen die in zijn poëzie te verwerken. Samen schaven de twee aan zijn beroemd geworden anti-oorlogsgedicht Anthem for Doomed Youth, zoals ook de Engelse auteur Pat Barker zo mooi beschrijft in een scène in haar roman Regeneration (1991). Er zijn vroege versies van de tekst bewaard gebleven met Sassoons commentaar in de kantlijn. Anti-oorlogssentimenten waren in die tijd schaars en werden niet vaak openlijk gedeeld, uit angst voor represailles. Toch dicht Owen hier over 'de monsterlijke woede van kanonnen', en soldaten die 'sterven als vee' (who die as cattle).

Uit zijn tijd in Craiglockhart stamt ook het indrukwekkende Dulce et decorum est, waarin hij korte metten maakt met de veel gebezigde oorlogsleus van Horatio, 'Dulce et decorum est pro patria mori', het is zacht en eervol te sterven voor het vaderland. Zijn verblijf in de inrichting vormde ook de inspiratie voor het schokkende gedicht Mental Cases, waarin hij zijn medepatiënten zo omschrijft: 'Mannen wier geest de dood verkracht heeft.' Onder invloed van Sassoon verandert zijn stijl van lyrisch en romantisch in rauw, plastisch, zintuiglijk, eerlijk. Dat levert schitterende, ontstellende oorlogsgedichten op.

Maar op de pagina's van The Hydra blijft het optimisme in stand. In een redactioneel in september schrijft Owen monter: 'Velen van ons die enigszins ziek naar de hydro kwamen worden nu weer gevaarlijk gezond.'

Therapie

Wat verklaart dat dogmatische positivisme? Was het censuur, wensdenken, Britse edelmoedigheid, trots? De patiënten in Craiglockhart wílden graag genezen, en het doel van de instelling was om hen zo snel mogelijk weer geschikt te krijgen voor de strijd. Maar shellshock was pas net, schoorvoetend, als oorlogskwaal erkend - kort daarvoor werd het nog gezien als teken van lafheid of luiheid, of als het gevolg van alcoholmisbruik of een geslachtsziekte. Van een serieuze psychotherapeutische behandelwijze was nog nauwelijks sprake. In andere instellingen waren elektroshocks en 'duurbaden', dagenlang gedwongen in een bad zitten van 40 graden, heel gewoon.

In Craiglockhart werkte de verlichte arts William Rivers al wel met een vorm van therapie die gericht was op het herkennen en erkennen van weggedrukte gevoelens van angst, woede en verdriet. Rivers voerde veel gesprekken met Sassoon, zoals ook beschreven in diens memoires en de roman Regeneration. Maar Owen had een andere arts, dokter Brock. Hij hanteerde weliswaar ook een humane behandelwijze, maar praten over gevoelens maakte daar geen deel van uit. Brocks credo was: doen! Patiënten werden eropuit gestuurd om te wandelen en te zwemmen. De grote hoeveelheid sporten - golf, badminton, tennis, bowlen - en de diverse clubs maakten deel uit van die behandeling. Owen werd gestimuleerd tot het schrijven van essays over architectuur, poëzie en Griekse mythologie. De redactie van The Hydra was bezigheidstherapie. Brock noemde dit de 'work-cure'. Niet de geest, maar het gedrag werd aangepakt. En dat gedrag, vanzelfsprekend, moest positief zijn.

Brock, ook amateurbioloog, had bovendien een tweede theorie: shellshockpatiënten waren volgens hem in de war omdat ze, in het onherkenbaar desolate maanlandschap van het front, het contact met de natuur, met de aarde, waren kwijtgeraakt. Fysieke arbeid in de natuur moest dat evenwicht herstellen, vandaar het tuinieren, kippenhouden en de 'field club'. Vandaar ook Owens bovenmatige interesse voor plantjes en mos.

Owen werd in oktober 1917 genezen verklaard. Tussen zijn ontmoeting met Sassoon en zijn ontslag schreef hij twaalf furieuze oorlogsgedichten, die klassiekers zijn geworden. Slechts eentje, het milde The Next War, verscheen in The Hydra. In juli keerde Owen terug naar het front, waar hij sneuvelde op 4 november 1918. Zijn moeder ontving het bericht van zijn dood op 11 november, de dag van de wapenstilstand. Siegfried Sassoon heeft ervoor gezorgd dat Owens gedichten postuum werden gepubliceerd.


Kleihuid

De debuutroman Kleihuid van Volkskrantredacteur Herien Wensink is geïnspireerd op de ontmoeting van Wilfred Owen en Siegfried Sassoon in Craiglockhart. In Kleihuid delen officier Rupert Atkins en soldaat Harvey Cole een kamer in een Vlaams revalidatieoord. Harvey herstelt moeizaam van zware verwondingen, maar met Rupert is ogenschijnlijk niets mis, hoewel hij weigert over zijn frontervaringen te praten. Ze moeten zich leren verzoenen met de schade die de oorlog heeft aangericht.

Herien Wensink: Kleihuid. De Arbeiderspers; 304 pagina's; euro 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden