analyse Concertgebouworkest

Hoe moet het verder met het Concertgebouworkest - en wie volgt Daniele Gatti op als dirigent?

Sinds het abrupte ontslag van chef-dirigent Daniele Gatti zoekt het Concertgebouworkest een nieuwe chef. Wie zijn de kanshebbers? Wordt het eindelijk een vrouw?

Over de paarse loper aan het Concertgebouwplein in Amsterdam paraderen vrijdag hoge gasten. Dresscode: black tie. Het is de ‘opening night’ van het Concertgebouworkest, een jonge traditie waarmee het orkest zijn adjectief, Koninklijk, recht wil doen.

Het programma is feestelijk. En: Italiaans. Met muziek van Gioachino Rossini, Giuseppe Verdi en de Italiaanse symfonie van Felix Mendelssohn is het duidelijk dat het repertoire is afgestemd op de grote ontbrekende, de man aan wie het Concertgebouworkest liever geen woord meer vuilmaakt: Daniele Gatti, de Milanese chef-dirigent die in augustus werd ontslagen na #metoo-beschuldigingen.

Ontslag of vertrek?

Moeten we bij het gedwongen vertrek van Daniele Gatti spreken van ontslag? In het jaarverslag 2017 staat dat de chef-dirigent, net als de gastdirigenten, per optreden wordt betaald en zelf afdracht moet doen van belastingen en sociale verzekeringen – wat hem feitelijk tot freelancer maakt. Het totaalbedrag dat het KCO vorig jaar aan dirigenten besteedde, was 1.481.009 euro. Met 124 concerten kwam dit neer op een gemiddeld honorarium van 11.944 euro per concert.

Het plotselinge afscheid heeft voor een hoop problemen gezorgd. Voor 49 concerten moesten in korte tijd vervangers worden gevonden, terwijl de agenda’s van felbegeerde maestro’s vaak al overvol zitten. En dan hebben we het alleen nog over de korte termijn en de artistieke kant (wat betreft de internationale reputatieschade van het orkest en wat zich nu precies heeft afgespeeld: wordt vervolgd). Wie kan Gatti opvolgen? En waar moet die opvolger aan voldoen?

Voor het orkest wordt de zoektocht nog lastiger dan vorige keer (Gatti werd gestrikt in 2014), toen andere orkesten  uit de wereldtop naar de beste dirigenten hengelden. Het probleem is dat veel dirigenten uit de topklasse nu niet meer beschikbaar zijn.

Andris Nelsons (39), vorige keer nog een optie? Hij heeft al contracten bij twee mooie orkesten, in Boston en Leipzig. Kirill Petrenko (46)? Die wordt chef bij de Berliner Philharmoniker. Yannick Nézet-Séguin (43)? Verdeelt zijn tijd al over Philadelphia en de Metropolitan Opera in New York – en heeft bovendien zijn hart verpand aan het Rotterdams Philharmonisch, dat hij tot zijn afscheid deze zomer tot grote hoogte opstuwde.

Ga je de lijst gastdirigenten na die de afgelopen seizoenen langskwamen, dan zijn er altijd wel een paar ‘ja maars’. Pablo Heras-Casado (40) is bij andere orkesten een succesverhaal, maar met het KCO klikte het naar verluidt minder. Gustavo Dudamel (37), de Venezolaanse superster? Dure jongen, zeggen kenners, en van de orkesten uit de top is het KCO niet het rijkste. Maar ook op de namen die net iets waarschijnlijker zijn, valt vaak een hoop af te dingen.

De eisen

Waaraan moet een chef – de dirigent die het vaakst met het orkest samenwerkt (in Gatti’s geval ging het om 14 weken per jaar), de kwaliteit bewaakt en als boegbeeld optreedt – dan voldoen? Hij of zij moet in de eerste plaats een muzikaal genie zijn, een charismatisch verbinder, een leider met een goede slagtechniek. Een fijne werkrelatie met de musici staat voorop. Het is ondenkbaar dat een chef wordt gestrikt met wie het orkest nog nooit heeft gewerkt.

Nog meer eisen? Hij (m/v) moet goed in de markt liggen, een uithangbord zijn: een goede babbel voor de talkshows is eigenlijk een must. Prestigieuze buitenlandse tournees, waarmee veel geld gemoeid is, worden in principe geleid door de chef. Om de ellende die het vertrek van Gatti heeft opgeleverd te verwerken, zou een stadhouderloos tijdperk geen slecht idee zijn. Maar een Amerikaanse tournee verkopen zonder bekende kop? Dat wordt lastig.

En dan heeft het KCO natuurlijk zijn unieke, warme klankkarakter (de clichés: de gouden koperblazers, zilverachtige strijkers) én repertoire waarin het uitblinkt. Het Concertgebouworkest kan niet zonder Mahler, Bruckner, Richard Strauss en Ravel – wie daarin niet excelleert, is vrijwel kansloos. Opera-ervaring (tweejaarlijks zit het KCO bij één project in de orkestbak van De Nationale Opera) is een pre.

Maar na het Gatti-trauma is er nog een eis bijgekomen. De dirigent moet van onbesproken gedrag zijn. Nog een schandaal kan het orkest zich niet permitteren. Je kunt je bovendien afvragen of de musici na Gatti nog zitten te wachten op al te autoritaire types.

Onder de loep

Conclusie: het wordt een puzzel, maar vooral een spannende tijd. Iedere gastdirigent die binnenkort wordt ingevlogen, zal met nog meer aandacht worden bekeken. Maar als het orkest slim is, gebruikt het de crisis ook om de artistieke koers te herijken. Een chefloze periode betekent ruimte voor experiment. En daar heeft het de laatste jaren aan ontbroken.

De componisten die het orkest uitnodigt voor nieuw werk? Ze hebben zelden omverwerpende pretenties. Soms vermoed je dat artistiek directeur Joel Ethan Fried hen de opdracht geeft: houd het een beetje beschaafd. Ook de keuze voor gastdirigenten is aan de conservatieve kant – je moet je echt bewezen hebben. Het KCO leidt geen eigen helden meer op. Gustavo Gimeno (zie profiel) en Kerem Hasan (26) zijn de enige uitzonderingen. Maar beide debuten kwamen door invalbeurten tot stand, niet door beleid.

Deze crisis is hét excuus om af te wijken. Het publiek zal het juist nu accepteren wanneer er eens een jong talent op de bok wordt gezet (er spelen ook twintigers in het orkest, zou een dirigent van die leeftijd niet iets interessants te zeggen kunnen hebben?). Bel eens met Manoj Kamps (30) bijvoorbeeld, die al eens bij het KCO assisteerde, misschien wel het grootste Nederlandse dirigeertalent. En denk dan aan Bernard Haitink, die op zijn 27ste bij het orkest debuteerde, en zie tot hoeveel muzikaal moois dat heeft geleid.

Procedure

Wie kiest de nieuwe chef? Voor de procedure bestaan geen in beton gegoten regels, maar vorige keer, in 2014, werd er een commissie in het leven geroepen met afvaardigingen van het orkest en de werknemersvereniging ‘Het Concertgebouworchest’ (die ook voornamelijk uit musici bestaat), de artistiek directeur en de algemeen directeur. De orkestleden konden op een lijstje hun voorkeuren kenbaar maken. De selectiecommissie kwam met een naam waarover de musici vervolgens konden stemmen. Het stichtingsbestuur neemt de uiteindelijke beslissing.

De kanshebbers

1. Jaap van Zweden: de knokker

Jaap van Zweden. Beeld foto: Bert hulselmans, Bewerking: Studio V

Op z’n 16de vertrok Jaap van Zweden (nu 57) naar New York om viool te studeren. Op z’n 18de kwam hij terug en werd concertmeester (de leidende musicus) van het Concertgebouworkest. Niet iedereen nam de jongen uit Amsterdam-West serieus. Van Zweden had een Mokums accent en schnabbelde bij met Bach op een popbeat. Toen hij ging dirigeren werd er opnieuw geschamperd: dat ging Jaap nooit redden.

Maar kijk nu: de man die in 1996 nederig begon bij het Orkest van het Oosten, begint volgende week als music director van het New York Philharmonic. En dan heeft hij ook nog een dirigentenbaan in Hongkong.

Van Zweden beheerst een repertoire van Mozart tot Mahler en van opera tot eigentijdse muziek. Of het KCO met hem in zee wil, is intussen de vraag. Wie de documentairereeks Een Hollandse maestro op wereldtournee (AVRO-TROS) keek, herkende autoritaire trekjes. Toch kan het niet anders of na Gatti’s ontslag is het bij Jaap van Zweden gaan jeuken. Stel je voor, na de dirigeerlegende Willem Mengelberg kan hij de tweede Nederlander worden die tegelijk chef is in New York en Amsterdam.

+ breed repertoire

+ mediageniek

- verplichtingen in New York en Hongkong

- monomaan karakter

2. Mirga Gražinytė-Tyla: de belofte

Mirga Gražinytė-Tyla Beeld foto: Getty, Bewerking: Studio V

Zeg maar gerust dat Mirga Gražinytė-Tyla (32) de grootste dirigeerbelofte is van dit moment. En ja: ze is ook nog vrouw. Het zou een stunt zijn als het KCO, dat sinds de oprichting in 1888 pas met zes (zes!) vrouwelijke gastdirigenten werkte, haar binnen weet te halen. Alleen moet het haar dan wel als de wiedeweerga strikken voor een gastoptreden dit seizoen. Want Gražinytė-Tyla (spreek uit: gra-zji-NIE-te ti-LA) is niet een van de zes.

De Litouwse maakt furore bij het City of Birmingham Symphony Orchestra, waar ze een contract heeft tot 2021. Normaal gesproken best te combineren met een baan in Amsterdam. Toch een complicerende factor: vorige maand beviel de dirigent van haar eerste kind, een zoon. Sta je dan te springen om een dubbelbaan?

Dat grote orkest komt sowieso wel een keer langs - een gedachte die zich opdrong toen ze in april dirigeerde in Utrecht. Zelden een dirigent gezien die werkelijk met iedere musicus leek te communiceren – ze had het hele orkest in haar greep. Met haar feilloze coördinatie bracht ze de Vijfde van Beethoven tot een roes.

+ aanstekelijk

+ kan nog lang mee

+ klap in het gezicht van het patriarchaat

- nog niet met KCO gewerkt

3. Iván Fischer: de alleskunner

Iván Fischer. Beeld Foto: Getty, bewerking: Studio V

Welke dirigent op topniveau blinkt uit in zulk uiteenlopend repertoire als Iván Fischer (68)? De Hongaar leidde bij het KCO een prachtige Mattäus-Passion, dirigeerde de beste Beethoven-cyclus bij het orkest in tijden (gek genoeg geen specialisme van het orkest), heeft schitterende Mahlers in huis en kan Wagner-partituren dromen. Fischer is een alleskunner, een dirigent om te koesteren.

Maar behalve dat is hij ook koppig. Een keer liep hij boos tijdens een repetitie weg – hij verlangt volledige overgave (en geef hem eens ongelijk). Niet ieder orkestlid wordt er blij van als hij weer een andere orkestopstelling verlangt, iets waar hij bij zijn zelf opgerichte Budapest Festival Orchestra geen gezeur over krijgt.

Het orkest zou bij hem zeker in goede handen zijn, alleen zal het dan wel op z’n knieën moeten. Fischer heeft zich voorgenomen meer te gaan componeren, want dat kan hij dus ook. Maar hij is al wel op leeftijd en heeft ook nog oogproblemen, waar hij onlangs voor is geopereerd. Bij zijn orkest uit Boedapest dirigeerde hij een repetitie liggend. Dan heb je hart voor de zaak.

+ aartsmuzikaal

+ breed repertoire

+ experimenteerdrift

- niet meer piep

4. Daniel Harding: de eigenheimer

Daniel Harding. Beeld Foto: Arne Hyckenberg, Bewerking: Studio V

Voor iemand die nooit dirigeerles heeft gehad, weet de Brit Daniel Harding (43) het ver te schoppen. Op z’n 17de scharrelde hij een clubje studenten bij elkaar voor Schönbergs monodrama Pierrot lunaire. Hij stuurde de opname naar de supermaestro Simon Rattle en die stelde hem per omgaande aan als assistent.

Daarna rolden eersteklas orkesten de loper uit voor Harding. Sinds 2004 stond hij als gastdirigent al acht keer voor het KCO, met doorgaans goede kritieken. Toch kleeft er aan de loopbaan van deze wonderboy iets eigenaardigs. Het kaliber van Hardings chefschappen oogt bescheiden. In januari kondigde hij zijn vertrek aan bij het Orchestre de Paris, terwijl hij er pas twee jaar zat.

Het is een onberekenbaar trekje van een eigenzinnige dirigent. Harding loopt warm voor onconventionele programma’s. Hij jaagt geen status na, maar besteedt z’n tijd liever aan een vliegbrevet. Na een opleiding bij Air France-KLM mag Harding sinds kort met een Airbus de lucht in. Kan het KCO voortaan op tournee met zijn chef in de cockpit.

+ onconventionele programma’s

- geen top-cv als leider

- onberekenbare kant

5. Vladimir Jurowski: de geweldenaar

Vladimir Jurowski Beeld Foto: Matthias Creutziger, bewerking: Studio V

Een muzikaal genie, een dynamische dirigent en een keiharde werker: dat is Vladimir Jurowski (46). Of die werklust in zijn voordeel werkt in Nederland, waar musici zich goed bewust zijn van de cao, kun je je afvragen. Berucht waren de repetities voor Prokofjevs opera Semjon Kotko bij het Radio Filharmonisch in 2016, waar hij de repetitietijd ruimschoots overschreed. Maar het resultáát! Sinds 2006 doet hij gastdirecties bij het KCO. Hij zou net wat andere (vooral: Russische) accenten kunnen leggen. Ook in opera blinkt hij uit.

+ meester in Russisch repertoire

+ geweldig operadirigent

- te gedreven

6. Gustavo Gimeno: de insider

Gustavo Gimeno. Beeld Foto: Anne Dokter, Bewerking: Studio V

In 2014 viel de Spanjaard Gustavo Gimeno (42) in voor de zieke Mariss Jansons. Het werd een droomdebuut bij het orkest waarin hij als slagwerker jaren had gespeeld. ‘De geboorte van een maestro’, was het heldenverhaal dat rondging. Een jaar later dook Gimeno op als chef van het Orchestre Philharmonique Luxembourg. Sindsdien schaaft hij succesvol aan het typische KCO-repertoire. Vanuit zijn woonplaats Amsterdam stippelt Gimeno geduldig zijn debuten uit. Hij heeft de gunfactor bij het orkest. Zou het dan toch..?

+ eigen kweek

+ bewezen synergie

- nog geen ‘grote naam’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.