Hoe mode en imago kunnen leiden tot lege prijzenkast

In De andere kant wordt wekelijks een actuele kwestie ondersteboven gehouden of binnenstebuiten gekeerd.

Connie Palmen, omringd door vier grote schrijvers die zelden of nooit een grote literaire prijs kregen. Beeld Carolyn Ridsdale

De ene kant

Eindelijk: Connie Palmen won de Libris literatuurprijs pas de tweede grote prijs in 25 jaar gewaardeerd schrijverschap.

Het mag ironisch heten, wat Connie Palmen op het Boekenbal van 2009 recht in de NOS-camera zei: 'Scheer je weg, nietsnutten in het land van de literatuur!' Ze had het tegen haar steeds populairdere collega's van de 'literaire thrillerscene'. Tijd om die op hun plaats te zetten, vond ze - zichzelf dus en passant onder de hoge literatuur scharend. Misschien was het compensatiedrang, want juist de goed verkopende publieksschrijver Palmen zelf won deze week met de Libris Literatuurprijs pas haar tweede grote prijs in 25 jaar schrijverschap. Maar goed, ze heeft hem dan nu. Deze vier grote schrijvers kunnen dat niet zeggen. En hoe komt dat dan eigenlijk? Wat heb je nodig om prijzen te winnen?

Hafid Bouazza

Auteur voor superlatieven: taalvirtuoos, een van de allergrootste beloften van de Nederlandse literatuur. Paravion (2003) werd bekroond met een Gouden Uil en genomineerd voor de AKO-literatuurprijs. Het jammere van jury's: ze moeten overeenstemming vinden. 'Experimentele auteurs hebben het lastiger', zegt Volkskrant-boekenredacteur Arjan Peters. 'Misschien is dat voor sommige lezers een hindernis.'

'Al gauw werd zijn werk radicaler - moeilijk toegankelijk, desoriënterend', zegt Erik Spinoy, hoogleraar literatuurwetenschappen in Luik. 'Lezers moeten investeren.'

Met zijn laatste boek, Meriswin (2014), heeft Bouazza iets heel bijzonders gemaakt, vindt Peters. 'Je bevindt je in dronken visioenen, secuur opgeschreven, met eigenzinnig taalgebruik. Een wereld die afwijkt van alles wat er verder is geschreven. Misschien schrikt dat af.'

Eerlijk is eerlijk - imago en mode spelen ook mee, erkent Spinoy, Libris-jurylid in 2004. 'In de jaren negentig was migrantenliteratuur hip. Bouazza paste daar perfect in en kon nog schrijven ook.' Die hype is voorbij en zijn islamkritische imago is verruild voor de associatie met alcohol- en drugsproblemen. 'Dat slaat minder aan dan de Arabische prins van vroeger.'

Hafid Bouazza. Beeld Joost van den Broek / Hollandse Hoogte

Tim Krabbé

'Hij schrijft weinig, maar zijn werk is ijzersterk', zegt Gillis Dorleijn, hoogleraar Nederlandse letterkunde in Groningen. Neem Het Gouden Ei of Vertraging. 'Als lezer word je in een fuik gedrukt - tegen het thrillergenre aan.' Dat is meteen zijn valkuil: jury's waarderen het genre niet.

'Spanning is voor juryleden een moeilijk begrip, het is snel te plat', zegt Peters. Vaak terecht: 'Thrillers zijn vaak echt heel slecht geschreven, de enige aantrekkingskracht is de vraag naar de dader.' Niet de beeldspraak, structuur of dat je aan het denken wordt gezet. 'Heb je het uit, dan denk je er nooit meer aan.' Niet bij Krabbé, zegt Dorleijn. Ook zonder raadsel blijft er genoeg over. 'Krabbé schrijft kuis, zo uitgebeend - het zijn vrij dunne boeken, maar elk woord roept een beeld op. Net film.'

Helga Ruebsamen

'Fantastische verhalen, goede stijl, vertaald in het Duits, Frans en Engels. Maar nauwelijks grote prijzen', verzucht Dorleijn over zijn 'literaire liefde'. Een 'writers' writer', zegt Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse letterkunde in Nijmegen. 'Vooral bekend bij kenners, weinig in the picture.' Vandaar haar schamele prijzenkast, denkt Dorleijn. 'Een schrijver die zich manifesteert in de media, genereert een platform voor zichzelf en verhoogt zijn literaire marktwaarde. De kans om genoemd te worden is groter.' Auteurs kunnen ook maar beter enig 'politiek' talent hebben, zegt Spinoy. 'Een sterk literair netwerk, een gewaardeerde uitgever en liefst wat charisma helpen jezelf in de kijker te spelen.'

Leon de Winter

'Hoe vergelijk je kwaliteit? Met aanwijsbare dingen: stijl, opbouw. Maar het heeft onvermijdelijk ook met persoonlijke voorkeuren te maken', zegt Peters. Laat De Winter daar net slechte kaarten voor hebben. Met zijn luidruchtig verkondigde meningen - vooral over het Israëlisch-Palestijns conflict - ligt hij bij sommige jury's op voorhand al niet lekker. 'Bij uitstek iemand met duidelijke tegenstanders in literaire kringen, zegt ook Dorleijn.

Bovendien, zegt Dorleijn, transformeerde hij van avant-garde-auteur naar publieksschrijver inclusief glamourimago en yuppenkuif. 'Voor sommigen verloor hij daarmee zijn respectabiliteit.'

Toch verdient hij met zijn 'uitzinnige plots en verhaalwendingen' een nominatie, vindt Peters. Zijn boek Geronimo neemt de dood van Bin Laden als uitgangspunt. Vreemd toch, dat niemand daarvan een foto heeft gezien? Zit de echte Bin Laden ergens tv te kijken en ziet hij dat zijn dubbelganger dood is? 'Geronimo is meer dan een spannend verhaaltje. Het laat je nadenken: waarom nemen we genoegen met gebrekkige informatie? Spelen er andere dingen die we niet weten?'

Gerard Reve biedt hoop: hij kreeg de prijs der Nederlandse letteren toen hij al dementeerde. 'Absurd laat - mindere auteurs hadden hem allang', zegt Dorleijn. 'Ik zat zelf in een jury waar mensen het niet op Reve hadden. Soms is winnen geluk hebben.'

Leon de Winter Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden