ReportageTheatermaken

Hoe maak je theater op anderhalve meter afstand van elkaar?

Tussen de grasmaaiers en kinderen repeteert Het Nationale Theater voor Krapps laatste band. Missen ze hun donkere repetitiehok al?

Erik Whien, Jaap Spijkers en Karim Ameur.Beeld Els Zweerink

Jaap Spijkers zit in de zon. Achter de acteur staan koeien te grazen. Eenden vliegen op. Hij zit midden in de monoloog Krapps laatste band, een eenakter van Samuel Beckett over een oude man die terugkijkt op zijn leven en de balans opmaakt.

‘Na middernacht’, sombert Spijkers. ‘Nooit zo’n stilte meegemaakt. De aarde zou onbewoond kunnen zijn.’

‘Papa, papa!’ Het jongste zoontje (3) van regisseur Erik Whien komt enthousiast het gras op rennen. Wat doen al die vreemde mensen in zijn tuin? Whien knuffelt even met zijn zoon – ‘Dat gaat het snelst’ – en stuurt hem dan terug naar binnen. Spijkers kan weer doorgaan. Luttele seconden later zijn we terug in de dorre, surrealistische wereld van Beckett. ‘Fanny is een paar keer bij me geweest. Uitgemergelde ouwe spookhoer.’

Zo gaat dat deze dagen, een voorstelling repeteren. De theaters zijn gesloten. Ook voor acteurs die willen repeteren.

Aanstaande maandag, 1 juno, staan de deuren van een aantal theaters weer op een kier. Het Nationale Theater is er daar een van. Volgens de nieuwe regels mogen er een kleine dertig mensen naar binnen, om op gepaste afstand van elkaar en de spelers te genieten van voorstellingen.

Dan moet er wel iets te zien zijn.

Hoe maak je theater op anderhalve meter afstand van elkaar? Hoe gaan theatermakers dat doen, stuk voor stuk mensen die van nature ook nog eens ontzettend aanrakerig zijn?

Elektrische grasmaaier

Erik Whien omarmt noodgedwongen ‘het avontuur’. Alles wat aan zijn werk voorheen vanzelfsprekend was, wordt nu bevraagd. Wat spelen ze? Waar repeteren ze? Hoe gaat dat straks met publiek? Kunnen technici hun werk nog doen? Hoe worden acteurs eigenlijk gezenderd? ‘Het is een terugkeer naar de basis. Dat is wennen, maar het geeft me ook energie’, zegt Whien.

De regisseur woont in Amsterdam-Noord, aan de rand van de stad, en heeft een grote tuin. Omdat er in juli wel een voorstelling moet staan, heeft hij dramaturg Karim Ameur en zijn acteur op Hemelvaartsdag uitgenodigd om bij hem thuis op gepaste afstand de tekst van Krapps laatste band te komen oefenen. Het is bovendien mooi weer.

Dat laatste heeft de buurman ook gemerkt.

Zodra het drietal met alle aantekening en uitgeprinte teksten aan de tuintafel gaat zitten, start de buurman zijn elektrische grasmaaier. Welkom in de buitenwereld. De theatermakers kijken elkaar aan. Dit is niet goed, zegt Whien. De regisseur onderhandelt even met zijn buurman. Deze belooft het maaien te beperken tot vijf minuten. Jaap Spijkers begint alsnog aan zijn tekst.

Dan komen de kinderen thuis.

‘Het is behelpen’, zegt Whien achteraf. ‘Werk en privé gaan nu volledig door elkaar lopen, dat is een van de gevolgen van het nieuwe werken. Ik heb dat onderschat.’

‘Wat ik ook heb geleerd: dat repetitielokaal is er met een reden. Ik heb die donkere plek vaak vervloekt. Je staat er met je rug naar de wereld. Kunst kan er in zichzelf gekeerd worden. Nu weet weer ik hoe belangrijk het is om je met een clubje te kunnen afzonderen in die safe space, niet gehinderd door regelgeving en protocollen.’

En hoe beviel het Jaap Spijkers om te repeteren in de buitenlucht? ‘Die verdomde vogels!’ roept de acteur, zijn rol als Krapp na-echoënd.

Hij zou nu eigenlijk iedere avond in de marathonvoorstelling Leedvermaak trilogie hebben gestaan. Maar na maanden repeteren met regisseur Eric de Vroedt, ze waren zo goed als klaar, viel het besluit om alle theaters in Nederland te sluiten vanwege de corona-uitbraak. Kort daarna besloot Het Nationale Theater om de voorstelling twee jaar uit te stellen.

‘Dat kwam rauw op mijn dak’, zegt Spijkers. ‘Ik heb daar een paar weken echt last van gehad, ja.’ Langzaam kon de acteur wennen aan het nieuwe normaal. Hij beaamt dat het lastig is, deze manier van werken.

Spijkers: ‘Eigenlijk kan je Krapp overal spelen, behalve hier. Dit is een prachtige plek vol met leven, kinderen, kippen, beesten, geluid. Krapp gaat over stilstand, over een leven dat langzaam wegloopt. Het is een visioen van het einde. Beckett creëerde een man die vegeteert. Dat is hier lastig spelen.’

Beeld Els Zweerink

De wil om te spelen

Maar hoe lastig de omstandigheden ook zijn, acteurs willen spelen. Altijd. En theatermakers willen theatermaken. Het Nationale Theater besloot al in april (nog voordat bekend was dat de deuren voorzichtig open konden op 1 juni) om het roer helemaal om te gooien. Grote producties als Leedvermaak en Trojan Wars werden op de lange baan geschoven. Er moest een compleet nieuw repertoire komen. Klein, flexibel en duurzaam.

Een repertoire voor de noodtoestand’, aldus artistiek leider Eric de Vroedt, eerder in de Volkskrant.

Zelf repeteert De Vroedt nu aan Een soort Alaska, een eenakter van Harold Pinter, gebaseerd op het boek Awakenings van Oliver Sacks. Dat doet hij vooralsnog via Zoom. Ook regisseur Noël Fischer (die haar Trojan Wars in het zicht van de haven zag stranden) werkt momenteel online met acteur Rick Paul van Mulligen aan de solo U bent mijn moeder.

Erik Whien zat midden in de voorbereidingen van Rosmersholm, een psychologisch drama uit 1886 van Henrik Ibsen, over schuld en boete. Het zou een grote voorstelling worden met een ensemblecast. Ook daar ging een streep door. Dat vond hij begrijpelijk. ‘Als ik nu Rosmersholm zou maken, dan zou ik terecht de vraag krijgen: leef jij in dezelfde wereld als wij? Heb jij dezelfde klap gevoeld als wij?’

De theatermaker wil in zijn werk kunnen reflecteren op de huidige wereld, en die is intussen compleet veranderd. Na de aanvankelijke schok, hervond Whien zijn inspiratie. ‘Na een paar weken lockdown miste ik een wereld waarin ook abstract kan worden gedacht. Ik wilde even weg van alle regels, RIVM en wetenschap. Ik kreeg zin in poëzie, vaagheid en schoonheid.’

Het Nationale Theater vroeg hem om iets nieuws te bedenken en hij ging aan de slag. De eerste zoekwoorden lagen voor de hand: virus, ziekte, quarantaine. Te letterlijk. Toen kwamen termen als ‘isolatie’ en ‘los van de wereld’. ‘Al gauw kwam Krapps laatste band in mij naar boven’, zegt Whien, die eerder Wachten op Godot en Eindspel van Beckett ensceneerde.

‘Beckett schrijft op een meedogenloze én droogkomische manier over eenzaamheid. Over accepteren dat we allemaal eindig zijn, en alleen. Zijn personages wachten, vervelen zich, hopen op verandering en verdrijven de tijd met zinloze handelingen. Dat is een realiteit waar we nu zelf soms inzitten. Voor Beckett was dat een metafoor voor het leven.’

Dit is waar theater in deze tijd over gaat: terugkijken, pogingen om contact te zoeken met anderen en isolatie.

De vraag of publiek zit te wachten op nog meer isolatie, had Whien zichzelf ook al gesteld. ‘Kijk, je kunt natuurlijk ook Romeo en Julia spelen. O, nee, dat kan niet qua bezetting. Who’s Afraid of Virigina Woolf? dan. Echtelijk drama. Dat komt toch wat wereldvreemd over. Ik weet dat ik zelf nu heel graag Krapp wil zien, daarom maak ik het.’

Bovendien past het stuk straks goed in die onttakelde schouwburg. ‘Anderhalve meter is echt een enorme afstand’, zegt Whien. ‘Stel je voor, straks na 1 juli zitten er maximaal honderd mensen in die grote zaal, allemaal alleen op een stoel. Misschien zelfs met plexiglas platen tussen de stoelen op de balkons. Al die mensen kijken straks naar Jaap, ook in zijn dooie eentje, op dat grote podium. Dat doet wel iets met je.’

Het publiek

Hoe het straks precies eruit gaat zien op en om het toneel is nog niet helder. Het Nationale Theater werkt momenteel aan diverse protocollen: regels voor repetities, regels voor de technici, regels voor het publiek. Er worden blauwe lijnen in de Koninklijke Schouwburg gelegd voor de eenrichtingspaden in en uit de zaal. Er komen enkel portemonneeloze pauzes (consumpties zijn bij de toegangsprijs inbegrepen).

Jaap Spijkers is vooral benieuwd naar zijn nieuwe rol als acteur.

‘Als acteur ben je een personage, maar tegelijk ook altijd een soort ober die zijn publiek door de voorstelling loodst. Wat gebeurt er als de eerste persoon in de zaal kucht? Verstijft iedereen dan en ben ik ze kwijt?

Bovendien heeft zijn personage Krapp een niet mis te verstane oudemannenhoest. Dat schrijven de regieaanwijzingen van Beckett voor. En daar valt volgens de rechten van het stuk niet aan te tornen. Als Spijkers tijdens de eerste lezing in de tuin flink begint te rochelen, maakt Whien al meteen het grapje: ‘Oei, corona.’ Hoe het publiek daarop gaat reageren, daar kunnen ze alleen maar naar gissen.

Whien: ‘Wat ik wel weet: als Jaap straks een echt hoestje krijgt, of als iemand in zijn omgeving ziek wordt, is onze voorstelling weg. Dan kunnen we niet meer spelen. Zo onzeker is het nu. Dat is de keerzijde van dit avontuur. Daar worstelen we allemaal nog mee.’

De fotograaf komt langs om de theatermakers in hun nieuwe habitat vast te leggen. De tafel wordt gedraaid voor een beter beeld. ‘Wacht, zit iedereen nog steeds anderhalve meter van elkaar vandaan?’, vraagt Spijkers. Er wordt gelachen, maar het is geen grapje. ‘Anders kan het Nationale Theater een boete krijgen.’

Heropening

Maandag 1 juni om 12:00 ’s middags uur heropent Het Nationale Theater de deuren. De eerste voorstelling is Liefdesverklaring (een tekst van Magne van den Berg) door artistiek leider Eric de Vroedt en actrice Romana Vrede. Daarmee openen ze het nieuwe programma met nieuw werk én compact ouder werk als Dope van Sadettin Kirmiziyüz en Language van Vanja Rukavina. In juni voor maximaal dertig bezoekers, vanaf 1 juli maximaal honderd. Krapps laatste band speelt vanaf begin juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden