Kunst Leonardo da Vinci

Hoe lelijker een hoofd hoe beter, vond Leonardo da Vinci — en al die lelijke hoofden zijn nu te zien in het Teylers museum

Hij tekende er véél; modellen plukte hij gewoon van de straat. Een selectie tekeningen is nu te zien in Teylers Museum. 

Twee groteske hoofden (ca. 1645). Beeld Teylers Museum Haarlem

Leonardo (Da Vinci; niet DiCaprio) was een man met vele interesses. Neuzen behoorden daar ook toe. ‘De middengedeelten van de neus’, noteerde hij in zijn aantekenboek, ‘die de neusbrug vormen, kunnen op acht manieren variëren:

1. Ze zijn even recht of even concaaf of even convex

2. Ze zijn niet even recht, of concaaf of convex

3. Ze zijn bovenaan recht en onderaan concaaf

4. Ze zijn bovenaan recht en onderaan convex

Enzovoorts, enzo verder

Even los van het feit dat er in die indeling  enkele neuzen onvergeeflijk over het hoofd worden gezien (wipneus? boksersneus?), is het wel duidelijk met wat voor kunstenaar we hier te maken hebben: een onderzoekende kunstenaar, op het neurotische af. Leonardo wilde al waarmee hij in aanraking kwam doorgronden. Hij analyseerde alles. In Leonardo da Vinci, een expositie in Teylers Museum in Haarlem van zijn getekende studies naar fysionomie en expressie, springt deze karaktertrek wederom in het oog.

Het is de eerste grote Leonardo-tentoonstelling in Nederland – een once-in-a-lifetime experience, aldus het museum; een leuk uitje, als je het mij vraagt. De samensteller is Leonardo-kenner en NIKI-directeur (Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut in Florence) Michael W. Kwakkelstein. De tentoonstelling bestaat uit 33 tekeningen van de meester zelf plus een dikke 30 van tijdgenoten, onder wie Michelangelo, Verrocchio en Vasari.

De Royal Collection

Nu bezit Teylers 1.700 tekeningen van Italianen (waaronder zeer fraaie van Michelangelo en Raphael), maar van Der Leo heeft het museum nog geen bekrabbeld bierviltje, en dus moest er geleend worden, en ook nog op een cruciaal moment: enkele maanden vóór het Leonardo-500 jaar. Dat verliep gesmeerd: onder meer het Szépüvészeti Múzeum in Boedapest, het Albertina Museum in Wenen en Museum Boijmans van Beuningen waren bereid hun Leonardo’s naar Haarlem te sturen. De Royal Collection, de verzameling van Hare Majesteit koningin Elizabeth II, was het gulst. Zij leende twintig tekeningen uit.

De Britse koninklijke familie kon dat wel missen. Elizabeth en de haren bezitten maar liefst zeshonderd tekeningen van de Italiaanse uomo universale. Die kwamen ergens in de 17de eeuw in de familie, in bulk, waarschijnlijk bij wijze van gift aan Charles I. Thans zijn ze opgeslagen in de prenten- en tekeningenkamer van Windsor Castle, alwaar ze zijn gemerkt met opvallende groene stickertjes: hoogste prioriteit in geval van brand.

Harry en Meghan mogen er op regenachtige zondagmiddagen graag in bladeren.

Studies van acht in meer of mindere mate vervormde hoofden van mannen en vrouwen (ca. 1490 - 1495). Beeld Royal Collection Trust / Her Majesty Queen Elizabeth II

Schoonheid en persoonlijkheid

Enfin, Leonardo’s koppen. Ze zijn neergezet in krijt, pen of zilverstift. Ze vertonen een breed scala aan emotionele gesteldheden: dromerig, nors, toornig, vaak toornig. Ze laten naar zich raden, zoals Leonardo’s schalks lachende schandknaap Salai, of zijn een open boek, zoals de schreeuwende strijder op het verloren gegane Florentijnse fresco De Slag bij Anghiari. Ze zijn aantrekkelijk  en soms ook minder aantrekkelijk. Ze bestrijken alle schoonheidskastes, van Dorian Gray tot de Elephant Man.

Uiterlijkheden deden er toe, in de 15de eeuw. Er bestond, zo meende men, een direct verband tussen ’s mans fysieke voorkomen en diens psychische gesteldheid. ‘Uiterlijke schoonheid [is] een betrouwbaar teken van innerlijke goedheid […]’, laat Baldassare Castiglione in De Hoveling een schrijver betogen. ‘De meeste lelijke mensen zijn […] slecht, de schone goed.’ Door iemands gezicht te bestuderen, meende Castiglione, meende ook Leonardo, ontwaarde men diens inborst. In zijn Libro di pittura noteerde Leonardo hierover: ‘Het is waar dat de lijnen in het gezicht iets kunnen zeggen over de aard van mensen, […] mensen met weinig lijnen in het gezicht zijn cerebraler; en mensen die veel reliëf en groeven in het gezicht vertonen, zijn beestachtig en driftig […].’ Quatsch, zeggen we nu, maar de notie dat schoonheid de belofte van geluk in zich draagt is een hardnekkige; ze zit dieper verankerd in onze natuur dan we misschien zouden willen toegeven. Voor Leonardo en zijn tijdgenoten gold ze als een vanzelfsprekendheid.

Eigenzinnig lelijk

In deze geest wilde Leonardo het wezen van de schoonheid- en, vooral, lelijkheid doorgronden. Hij maakte talloze visi mostruosi, oftewel grotesken: karikaturen op zakformaat, een staalkaart van het onappetijtelijke, een festijn van overbeten en wijkende kinnetjes. Zijn dit karikaturen van gewone mensen of natuurgetrouwe weergaven van mismaakten, vraag je je met regelmaat af. Beide, waarschijnlijk. Wat opvalt hier: het afzichtelijke is oneindig veel rijker en gevarieerder (en komischer) in zijn verschijningsvormen dan het welgevormde. In variatie op Tolstojs Anna Karenina: alle mooie hoofden lijken op elkaar, maar alle lelijkerds zijn lelijk op hun eigen manier. Leonardo contrasteerde ze gretig met hun welgevormde soortgenoten. Een hoofd als een ingezakte soufflé met vrijpostig uitgeschoven centenbakkie spiegelde hij dan aan een fruitig glimlachende krullenbol met lange wimpers. Frappant genoeg zijn zulke tegenstellingen tussen mooi en lelijk automatisch ook altijd tegenstellingen tussen jong en oud. Jeugd en ouderdom staan hier bijna altijd synoniem aan respectievelijk mooi en niet-mooi. Bestonden er in Milaan dan geen lelijke jongelingen en knappe grijsaards? Vast wel – maar op de tekeningen van Leonardo komen ze amper voor.

Leonardo maakte zijn kopstudies ter vermaak van zijn medehovelingen en ook ter voorbereiding op zijn bijbelscènes. Daarin diende hij de ‘bewegingen van de ziel’ aanschouwelijk te maken, waarbij hem weinig meer ter beschikking stond dan lichaamshouding, gebaren, mimiek. 

Het was niet makkelijk. Hoe terughoudende blijmoedigheid te verbeelden? Hoe zorgde men dat een lach niet doorging voor een grimas? Leonardo getroostte zich veel moeite om zulks te leren. Met een tekenboekje aan zijn riem zwierf hij door Milaan om interessante koppen te scouten. Trof hij enkele fraaie exemplaren, dan nodigde hij ze uit voor een maaltijd bij hem thuis zodat hij ze aandachtig kon observeren en, zodra het bezoek huiswaarts was gekeerd, hun eigenaardigheden kon vastleggen. 

Hoofd van een man, frontaal, en de kop van een leeuw, ca. 1506-08. Beeld Royal Collection Trust / Her Majesty Queen Elizabeth II 2018
Jonge vrouw de voeten wassend van een peuter, ca. 1478-80. Beeld Porto, Faculdade de Belas Artes, Universidade do Porto

Judas 

De zoektocht naar het perfecte model kon hem danig in beslag nemen, maar voor de kijker is het niet altijd zichtbaar wat de meerwaarde ervan was. Beroemd is de geschiedenis van de moeizame voltooiing van Het Laatste Avondmaal in de eetzaal van het klooster van de Santa Maria delle Grazie in Milaan. Leonardo had zich hiervoor ten doel gesteld alle apostelen uit te rusten met een onvervreemdbaar eigen voorkomen. In 1487 was hij bijna klaar. Slechts één apostel ontbrak nog: Judas. Daarvoor kon Leonardo maar geen geschikt model vinden. Een jaar ging voorbij. De dominicanen raakten ongeduldig: kon Meester Leo er niet een beetje vaart achter zetten? Uiteindelijk vond Leonardo zijn Judas in een achterbuurt van Milaan. De schets is bewaard gebleven. Het toont de verrader schuin van achter. Diepliggende ogen, een neus die zich niet laat ontkennen: ja, het is een prima kop. Maar heel anders dan de heilige Simon is-ie niet.

De Judas-tekening is een fraai voorbeeld van Leonardo’s tekenstijl: vloeiend, plastisch, schijnbaar moeiteloos. Het is ook een treffende illustratie van zijn nieuwsgierigheid. Als een tekende Sherlock Holmes probeert hij te doorgronden hoe hals en hoofd zich tot elkaar verhouden. Hoe lopen die pezen in de nek precies, zie je hem denken. Hoe spant de huid er omheen? Hoe diep zijn de holtes tussen pezen en schedel? Was Leonardo op zo’n moment bezig om kunst te maken? Het lijkt me niet. Hij probeerde eenvoudigweg zijn observaties zo exact mogelijk op papier te krijgen. Ging hem dat goed af, wat het meestal ging, dan sloop de schoonheid er automatisch in.

Studie van het hoofd van Judas (ca. 1494). Beeld Royal Collection Trust / Her Majesty Queen Elizabeth II

Op andere momenten heb je wel het idee dat Leonardo bewust kunst aan het maken was. Ook dan kon hij hoogstandjes afleveren. Bijvoorbeeld in Hoofd en schouders van een meisje, driekwart naar links, een van de hoogtepunten in Haarlem. Het is een kopstudie voor de engel die Gabriël of Uriël voorstelt op het schilderij Maagd op de rotsen, een androgyne engel: het is moeilijk te zeggen of het een man of een vrouw is. De voorstudie is sowieso een vrouw. Haar mond is gewelfd. Haar oogleden zijn zwaar. De beroemde kunsthistoricus Kenneth Clarke noemde de tekening ‘een van de mooiste ter wereld’ en de renaissanceconnaisseur Bernard Berenson sprak van ‘een van de mooiste voorbeelden van kunnen tekenen’.  Dat zagen ze goed: het is een prachttekening, een dubbele knock-out. Je wordt eerst gegrepen door de dromerige blik van het model, dan door de spaarzame middelen waarmee Leonardo haar tot leven weet te wekken – de veeg wit op het jukbeen; de haarfijne lijnen die de suggestie wekken van krullen – dan weer door die blik. Een engel met slaapkamerogen. Hállo daar. 

‘Hoofd en schouders van een meisje, driekwart naar links (ca. 1490). Beeld Biblioteca Reale,

Leonardo da Vinci, Teylers Museum, Haarlem, 5/10 t/m 6/1. (tickets exclusief online). 

Grotesken

Leonardo’s visi mostruosi kwamen tot stand gedurende zijn tijd aan het hof van de Milanese hertog Ludovico Sforza. Volgens Leonardo’s biograaf Walter Isaacson maakte de Italiaanse alleskunner (naast schilderkunst en kunsttheorie hield Loenardo zich bezig met o.a. beeldhouwkunst, architectuur, muziek, wiskunde, anatomie, geologie, plantkunde, astronomie, natuurkunde etcetera etcetera) ze ter begeleiding van grappen, verhalen en voorstellingen in Sforza’s kasteel. Er zijn zo’n twintig originele exemplaren bewaard gebleven, en vele kopieën door assistenten. Ze dienden ten voorbeeld aan de Britse illustrator John Tenniel bij tekeningen van de Afzichtelijke Hertogin en andere personages in Lewis Carroll’s Alice in Wonderland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.